Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport

This guide is a detailed technical description of the Erasmus+ programme. It is mainly intended for organisations applying for funding.

If you are looking for a quicker overview, please read how to take part.

Doorzoek de gids

Jean Monnet-acties op het gebied van het hoger onderwijs

Met de Jean Monnet-acties in het hoger onderwijs wordt over de hele wereld ondersteuning geboden aan onderwijs en onderzoek op het gebied van EU-studies.

EU-studies heeft betrekking op het onderwijzen en leren over en het verrichten van onderzoek naar de Europese Unie, haar geschiedenis, doelstellingen, structuren, functies en/of haar beleid.

Door de nadruk te leggen op de EU-dimensie moeten de Jean Monnet-activiteiten een actief Europees burgerschap en de fundamentele waarden van de Europese Unie — eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren — bevorderen (artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie).

Wat het beleid van de Europese Unie betreft, moeten de Jean Monnet-acties bijdragen tot de verspreiding van kennis over de wijze waarop dit beleid het dagelijks leven van de burgers in de EU en/of in het buitenland ten goede kan komen, en/of hoe dit het beleidsvormingssysteem, op soortgelijke gebieden, hetzij op het niveau van de lidstaten, hetzij in het buitenland op nationaal, regionaal of mondiaal niveau kan beïnvloeden. Er moet een zeer duidelijk verband worden aangetoond tussen het onderwerp van het voorstel en het EU-beleid en/of het EU-thema waarop het betrekking heeft.   

De Jean Monnet-acties zijn ook bedoeld om als middel voor het versterken van publieke diplomatieke betrekkingen met derde landen te fungeren, EU-waarden te bevorderen en de zichtbaarheid te verbeteren van waarvoor de Europese Unie staat en wat zij van plan is te bereiken.

Hieronder worden de doelstellingen en criteria beschreven om een aanvraag in te dienen voor onderwijs en onderzoek.

Onderwijs en onderzoek

Doelstellingen van de acties

De Jean Monnet-actie in het kader van “Onderwijs en onderzoek” zal:

  • over de hele wereld excellentie bevorderen in onderwijs en onderzoek op het gebied van EU-studies en loopbaanontwikkeling: inzake EU-studies voor de volgende generatie vergemakkelijken;
  • de dialoog tussen de academische wereld en de maatschappij, waaronder beleidsmakers, ambtenaren, maatschappelijke actoren, vertegenwoordigers van de verschillende onderwijsniveaus en van de media op lokaal, regionaal, nationaal en EU-niveau, stimuleren;
  • kennis en inzichten voortbrengen die de EU-beleidsvorming kunnen ondersteunen en de rol van de EU in Europa en in een geglobaliseerde wereld kunnen versterken;
  • een breder publiek aanspreken en kennis over de EU verspreiden in de ruimere samenleving (ook buiten de academische wereld en gespecialiseerde doelgroepen) om de EU dichter bij de bevolking te brengen.
  • als middel proberen te dienen voor het versterken van publieke diplomatieke betrekkingen met niet met het programma geassocieerde derde landen te fungeren, EU-waarden te bevorderen en de zichtbaarheid van waarvoor de Europese Unie staat te verbeteren en wat het van plan is te bereiken.

Een project opzetten

Er zijn drie mogelijke vormen van Jean Monnet “Onderwijs en onderzoek”: Modules, leerstoelen, expertisecentra

  • Modules zijn korte onderwijsprogramma’s of cursussen op het gebied van EU-studies aan instellingen voor hoger onderwijs. Elke module duurt minstens 40 lesuren per academiejaar met een looptijd van drie jaar. Modules kunnen zich richten op één specifieke discipline van Europese studies of kunnen multidisciplinair van aard zijn en bijgevolg een beroep doen op de academische inbreng van verschillende professoren en deskundigen. Zij kunnen ook de vorm aannemen van korte gespecialiseerde programma’s of zomercursussen.
  • Leerstoelen zijn leeropdrachten met een specialisatie in EU-studies (zoals hierboven beschreven) voor universiteitsprofessoren, met een looptijd van drie jaar. Een Jean Monnet-leerstoel is slechts door één professor bekleed, die per academiejaar minstens 90 lesuren doceert. De leerstoel kan ook een team ter beschikking hebben dat de activiteiten van de leerstoel ondersteunt en versterkt, met inbegrip van het doceren van aanvullende lesuren.
  • Jean Monnet-expertisecentra zijn competentie- en kenniscentra met betrekking tot EU-onderwerpen. Zij moeten de deskundigheid en competenties van deskundigen op hoog niveau bundelen om zo synergieën tot stand te brengen tussen de diverse disciplines en hulpbronnen op het gebied van Europese studies (zoals hierboven beschreven) alsook gezamenlijke transnationale activiteiten op poten te zetten en de toegang mogelijk te maken voor het maatschappelijk middenveld. Voor Jean Monnet-expertisecentra is een sleutelrol weggelegd bij het bereiken van studenten uit faculteiten die zich doorgaans niet bezighouden met EU-kwesties; ze smeden ook nauwere banden met beleidsmakers, ambtenaren, maatschappelijke organisaties en met het brede publiek.

Van Jean Monnet-begunstigden (modules en leerstoelen, maar ook deelnemers aan expertisecentra) wordt gevraagd dat zij activiteiten en evenementen organiseren die openstaan voor beleidsmakers, ambtenaren, maatschappelijke organisaties en het brede publiek.

Aan welke criteria moet zijn voldaan om een aanvraag in het kader van de jean monnet-actie onderwijs en onderzoek in te dienen?

Subsidiabiliteitscriteria

Voor Jean Monnet-modules gelden de volgende subsidiabiliteitscriteria:

In aanmerking komende deelnemende organisaties (Wie kan een aanvraag indienen?)

Om in aanmerking te komen moeten de aanvragers (begunstigden en eventuele gelieerde entiteiten):

  • een instelling voor hoger onderwijs (IHO) zijn;
  • gevestigd zijn in een EU-lidstaat, een met het programma geassocieerd derde land of een niet met het programma geassocieerd derde land.

​​​​​​In EU-lidstaten en met het programma geassocieerde derde landen gevestigde instellingen voor hoger onderwijs moeten houder zijn van een geldig ECHE. (Erasmus-handvest voor hoger onderwijs).                             

Alleen aanvragen van afzonderlijke aanvragers zijn toegestaan.

Uitzondering: organisaties uit Belarus (regio 2) en de Russische Federatie (regio 4) komen niet in aanmerking voor deelname aan deze actie.

Subsidiabele activiteiten

Een Jean Monnet-module moet minimaal 40 lesuren per academiejaar worden gedoceerd in het kader van EU-studies (zoals hierboven beschreven).

De lesuren omvatten de aan directe contacten bestede tijd in het kader van groepscolleges, seminars, werkcolleges en kunnen deze activiteiten integreren in een vorm van afstandsonderwijs, zij het dan zonder individueel onderwijs en/of toezicht. Voor modules komen ook zomercursussen in aanmerking.

Geografische locatie (locatie van de activiteiten)

De activiteiten moeten plaatsvinden in de landen die in aanmerking komen (zie deel A van deze gids).

Duur van het project

Projecten moeten normaal gesproken 36 maanden duren (verlengingen zijn mogelijk, indien deze naar behoren en via een wijziging van de subsidieovereenkomst worden gemotiveerd).

Waar aanvragen?

Bij het Europees Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur (EACEA).

Oproep-ID: ERASMUS-JMO-2024-MODULE

Wanneer aanvragen?

Aanvragers moeten hun subsidieaanvragen uiterlijk op 1 februari om 17:00:00 uur (Belgische tijd) indienen.

Hoe aanvragen?

Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

Voor Jean Monnet-leerstoelen gelden de volgende subsidiabiliteitscriteria:

In aanmerking komende deelnemende organisaties (Wie kan een aanvraag indienen?)

Om in aanmerking te komen moeten de aanvragers (begunstigden en eventuele gelieerde entiteiten):

  • een instelling voor hoger onderwijs (IHO) zijn die gevestigd is in een EU-lidstaat, een met het programma geassocieerd derde land of een niet met het programma geassocieerd derde land.

In EU-lidstaten en met het programma geassocieerde derde landen gevestigde instellingen voor hoger onderwijs moeten houder zijn van een geldig ECHE.

Alleen aanvragen van afzonderlijke aanvragers zijn toegestaan.

Uitzondering: organisaties uit Belarus (regio 2) en de Russische Federatie (regio 4) komen niet in aanmerking voor deelname aan deze actie.

Subsidiabele activiteiten

Voor een Jean Monnet-leerstoel moeten minimaal 90 lesuren per academiejaar door de leerstoelhouder op het gebied van EU-studies (zoals beschreven in de programmagids) aan de aanvragende instelling voor hoger onderwijs worden gedoceerd, en moet de leerstoelhouder een vast personeelslid van de aanvragende instelling zijn.

De lesuren omvatten de aan directe contacten bestede tijd in het kader van groepscolleges, seminars, werkcolleges (tutorials) en kunnen deze activiteiten integreren in een vorm van afstandsonderwijs, zij het dan zonder individueel onderwijs en/of toezicht. Zomercursussen komen niet in aanmerking.

Geografische locatie (locatie van de activiteiten)

De activiteiten moeten plaatsvinden in de landen die in aanmerking komen (zie deel A van deze gids).

Projectduur

Projecten moeten normaal gezien 36 maanden duren (verlengingen zijn mogelijk indien deze naar behoren en via een wijziging van de subsidieovereenkomst worden gemotiveerd).

Waar aanvragen?

Bij het Europees Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur (EACEA).

Oproep-ID:  ERASMUS-JMO-2024-CHAIR

Wanneer aanvragen?

Aanvragers moeten hun subsidieaanvragen uiterlijk op 1 februari om 17:00:00 uur (Belgische tijd) indienen.

Hoe aanvragen?

Zie deel C van deze gids voor informatie.

Voor Jean Monnet-expertisecentra gelden de volgende subsidiabiliteitscriteria:

In aanmerking komende deelnemende organisaties (Wie kan een aanvraag indienen?)

Om in aanmerking te komen moeten de aanvragers (begunstigden en eventuele gelieerde entiteiten):

  • een instelling voor hoger onderwijs (IHO) zijn die gevestigd is in een EU-lidstaat, een met het programma geassocieerd derde land of een niet met het programma geassocieerd derde land.

In EU-lidstaten en met het programma geassocieerde derde landen gevestigde instellingen voor hoger onderwijs moeten houder zijn van een geldig ECHE.       

Er zal tegelijkertijd slechts steun worden verleend aan één Jean Monnet-expertisecentrum per deelnemende IHO.    

Alleen aanvragen van afzonderlijke aanvragers zijn toegestaan.

Uitzondering: organisaties uit Belarus (regio 2) en de Russische Federatie (regio 4) komen niet in aanmerking voor deelname aan deze actie.

Geografische locatie (locatie van de activiteiten)

De activiteiten moeten plaatsvinden in de landen die in aanmerking komen (zie deel A van de gids).

Projectduur

Projecten moeten normaal gezien 36 maanden duren (verlengingen zijn mogelijk indien deze naar behoren en via een wijziging van de subsidieovereenkomst worden gemotiveerd).

Waar aanvragen?

Bij het Europees Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur (EACEA).

Oproep-ID: ERASMUS-JMO-2024-COE

Wanneer aanvragen?

Aanvragers moeten hun subsidieaanvragen uiterlijk op 1 februari om 17:00:00 uur (Belgische tijd) indienen.

Hoe aanvragen?

Zie deel C van deze gids voor informatie.

Aanvragende organisaties worden getoetst aan de relevante uitsluitings- en selectiecriteria. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

Toekenningscriteria

Voor Jean Monnet-modules gelden de volgende toekenningscriteria:

Relevantie van het project (maximaal 25 punten)

De mate waarin het voorstel overeenstemt met de doelstellingen van de Jean Monnet-actie:

  • het heeft betrekking op EU-studies (zoals beschreven in de inleidende alinea);
  • het stimuleert de dialoog tussen de academische wereld en de maatschappij, waaronder beleidsmakers, ambtenaren, maatschappelijke actoren, vertegenwoordigers van de verschillende onderwijsniveaus en van de media op lokaal, regionaal, nationaal en EU-niveau;
  • het brengt kennis en inzichten voort die EU-beleidsvorming kunnen ondersteunen en de rol van de EU in een geglobaliseerde wereld kunnen versterken;
  • het omvat actieve publieksgerichte en onderwijswerkzaamheden die kennis over EU-onderwerpen verspreiden naar de bredere samenleving (buiten de academische wereld en een gespecialiseerd publiek), en brengt de EU dichter bij het publiek.

De mate waarin het voorstel relevant is voor de eerbiediging en bevordering van gedeelde EU-waarden, zoals eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, en de bestrijding van elke vorm van discriminatie.

De mate waarin het voorstel prioritaire doelgroepen bereikt:

  • studenten hoger onderwijs die EU-studies volgen (zoals beschreven in de inleidende alinea);
  • studenten hoger onderwijs die niet automatisch in contact komen met EU-studies (in gebieden buiten rechten, economie en politieke wetenschap);
  • voor niet met het programma geassocieerde derde landen kan het in potentie de publieke diplomatie van de EU versterken.

Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering (maximaal 25 punten)

  • Methodologie: de kwaliteit, nieuwigheid en haalbaarheid van het project zelf en de levensvatbaarheid van de voorgestelde methodologie;
  • De mate waarin het werkprogramma:
    • duidelijk, volledig en samenhangend wordt voorgesteld, met voldoende aandacht voor de toelichting van de geschikte planning van de voorbereidings-, uitvoerings-, evaluatie-, follow-up- en verspreidingsfasen;
    • de samenhang tussen projectdoelstellingen en activiteiten aantoont;
  • Monitoring- en evaluatiestrategie

Kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen (maximaal 25 punten)

Bekwaamheid en meerwaarde van het team:

  • relevantie en complementariteit van het profiel en de deskundigheid van de vooraanstaande personeelsleden die betrokken zijn bij de voorgestelde activiteiten (op academisch vlak en daarbuiten, indien van toepassing) op het gebied van EU-studies (zoals beschreven in de inleidende alinea) en van het specifieke thema waarop het voorstel betrekking heeft.

Gevolgen  (maximaal 25 punten)

De verwachte impact van het project door middel van langdurige effecten

  •  op de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie;
  •  op de studenten en lerenden aan wie de Jean Monnet-actie ten goede komt;
    • verbeterde of innovatieve curricula;
    • groter vermogen om de meest getalenteerde studenten aan te trekken;
    • versterkte samenwerking met partners uit andere landen;
    • verhoogde toewijzing van financiële middelen aan onderwijs over en onderzoek naar EU-onderwerpen binnen de instelling;
    • verhoogde capaciteit om les te geven in en onderzoek te verrichten naar EU-onderwerpen;
  •  op andere organisaties en personen die betrokken zijn op lokaal, regionaal, nationaal en/of Europees niveau.

Verspreiding en communicatie:

  • de geschiktheid en kwaliteit van maatregelen met het oog op de verspreiding van de resultaten van de activiteiten binnen en buiten de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie:
    • ruchtbaarheid geven;
    • de bekendheid van projecten en resultaten vergroten, de zichtbaarheid van deelnemers en organisaties verbeteren;
    • groepen buiten de instellingen voor hoger onderwijs bereiken;
    • overdraagbaarheid en vertaling in nieuw beleid en verbeterde praktijken bewerkstelligen.
  • De mate waarin de beoogde verspreidingsinstrumenten de doelgroep zullen bereiken door middel van:
    • blootstelling aan media (inclusief sociale media, publicaties enz.);
    • evenementen.

Duurzaamheid en voortzetting: het voorstel voorziet in passende maatregelen en middelen om ervoor te zorgen dat de resultaten en de voordelen van het project blijven duren na afloop van het project.

De voorstellen moeten een minimumscore van 70 punten behalen om voor financiële steun in aanmerking te komen. Bovendien moeten de voorstellen een score van minstens 15 punten behalen in elke categorie van de hierboven vermelde toekenningscriteria.

Bij een ex aequo tussen voorstellen wordt voorrang gegeven aan de scores die zijn behaald voor het toekenningscriterium “Relevantie”. Als deze scores gelijk zijn, wordt voorrang gegeven aan de scores die zijn behaald voor het criterium “Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering”. Wanneer de scores opnieuw gelijk zijn, wordt voorrang gegeven op basis van hun scores voor het criterium “Gevolgen”.

Als dit het niet mogelijk maakt de voorrang te bepalen, kan verdere voorrang worden verleend door rekening te houden met de totale projectportefeuille en de totstandbrenging van positieve synergieën tussen projecten, of met andere factoren die verband houden met de doelstellingen van de oproep. Deze factoren worden in het verslag van het panel gedocumenteerd.

Voor Jean Monnet-leerstoelen gelden de volgende toekenningscriteria:

Relevantie van het project (maximaal 25 punten)

De mate waarin het voorstel overeenstemt met de doelstellingen van de Jean Monnet-actie:

  • het heeft betrekking op EU-studies (zoals beschreven in de inleidende alinea);
  • het stimuleert de dialoog tussen de academische wereld en de maatschappij, waaronder beleidsmakers, ambtenaren, maatschappelijke actoren, vertegenwoordigers van de verschillende onderwijsniveaus en van de media op lokaal, regionaal, nationaal en EU-niveau;
  • het brengt kennis en inzichten voort die EU-beleidsvorming kunnen ondersteunen en de rol van de EU in een geglobaliseerde wereld kunnen versterken;
  • het omvat actieve publieksgerichte en onderwijswerkzaamheden die kennis over EU-onderwerpen verspreiden naar de bredere samenleving (buiten de academische wereld en een gespecialiseerd publiek), en brengt de EU dichter bij het publiek.

De mate waarin het voorstel relevant is voor de eerbiediging en bevordering van gedeelde EU-waarden, zoals eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, en de bestrijding van elke vorm van discriminatie.

De mate waarin het voorstel prioritaire doelgroepen bereikt:

  • studenten hoger onderwijs die EU-studies volgen (zoals beschreven in de inleidende alinea);
  • studenten in het hoger onderwijs die niet automatisch in contact komen met EU-studies (zoals beschreven in de inleidende alinea);
  • voor niet met het programma geassocieerde derde landen, het potentieel om de publieke diplomatie van de EU te versterken.

Kwaliteit van projectontwerp en ‑uitvoering (maximaal 25 punten)

  • Methodologie: de kwaliteit, nieuwigheid en haalbaarheid van het project zelf en de levensvatbaarheid van de voorgestelde methodologie;
  • de mate waarin het werkprogramma:
    • duidelijk, volledig en samenhangend wordt voorgesteld, met voldoende aandacht voor de toelichting van de geschikte planning van de voorbereidings-, uitvoerings-, evaluatie-, follow-up- en verspreidingsfasen;
    • de samenhang tussen projectdoelstellingen en activiteiten aantoont;
  • Monitoring- en evaluatiestrategie.

Kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen (maximaal 25 punten)

  • Excellent profiel en deskundigheid van de houder van de leerstoel op het gebied van EU-studies (zoals beschreven in de inleidende alinea);
  • Relevantie en complementariteit van het profiel en deskundigheid van de houder van de leerstoel en de vooraanstaande personeelsleden die betrokken zijn bij de in het project voorgestelde activiteiten, zowel op het gebied van EU-studies (zoals beschreven in de inleidende alinea) als van het specifieke thema waarop het voorstel betrekking heeft;
  • Bewijs van het ervaringsniveau met onderzoek naar EU-onderwerpen.

Gevolgen (maximaal 25 punten)

De verwachte impact van het project door middel van langdurige effecten

  •  op de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie;
  •  op de studenten en lerenden aan wie de Jean Monnet-actie ten goede komt;
    • verbeterde of innovatieve curricula;
    • groter vermogen om de meest getalenteerde studenten aan te trekken;
    • versterkte samenwerking met partners uit andere landen;
    • verhoogde toewijzing van financiële middelen aan onderwijs over en onderzoek naar EU-onderwerpen binnen de instelling;
    • verhoogde capaciteit om les te geven in en onderzoek te verrichten naar EU-onderwerpen;
  •  op andere organisaties en personen die betrokken zijn op lokaal, regionaal, nationaal en/of Europees niveau.

Verspreiding en communicatie:

  • de geschiktheid en kwaliteit van maatregelen met het oog op de verspreiding van de resultaten van de activiteiten binnen en buiten de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie:
    • ruchtbaarheid geven;
    • de bekendheid van projecten en resultaten vergroten, de zichtbaarheid van deelnemers en organisaties verbeteren;
    • groepen buiten de instellingen voor hoger onderwijs bereiken;
    • overdraagbaarheid en vertaling in nieuw beleid en verbeterde praktijken bewerkstelligen.
  • De mate waarin de beoogde verspreidingsinstrumenten de doelgroep zullen bereiken door middel van:
    • blootstelling aan media (inclusief sociale media, publicaties enz.);
    • evenementen.

Duurzaamheid en voortzetting: het voorstel voorziet in passende maatregelen en middelen om ervoor te zorgen dat de resultaten en de voordelen van het project blijven duren na afloop van het project.

De voorstellen moeten een minimumscore van 70 punten behalen om voor financiële steun in aanmerking te komen. Bovendien moeten de voorstellen een score van minstens 15 punten behalen in elke categorie van de hierboven vermelde toekenningscriteria.

Bij een ex aequo tussen voorstellen wordt voorrang gegeven aan de scores die zijn behaald voor het toekenningscriterium “Relevantie”. Als deze scores gelijk zijn, wordt voorrang gegeven aan de scores die zijn behaald voor het criterium “Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering”. Wanneer de scores opnieuw gelijk zijn, wordt voorrang gegeven op basis van hun scores voor het criterium “Gevolgen”.

Als dit het niet mogelijk maakt de voorrang te bepalen, kan verdere voorrang worden verleend door rekening te houden met de totale projectportefeuille en de totstandbrenging van positieve synergieën tussen projecten, of met andere factoren die verband houden met de doelstellingen van de oproep. Deze factoren worden in het verslag van het panel gedocumenteerd.

Voor Jean Monnet-expertisecentra gelden de volgende toekenningscriteria:

Relevantie van het project (maximaal 25 punten)

De mate waarin het voorstel overeenstemt met de doelstellingen van de Jean Monnet-activiteiten:

  • het heeft betrekking op EU-studies (zoals beschreven in de inleidende alinea);
  • het stimuleert de dialoog tussen de academische wereld en de maatschappij, waaronder beleidsmakers, ambtenaren, maatschappelijke actoren, vertegenwoordigers van de verschillende onderwijsniveaus en van de media op lokaal, regionaal, nationaal en EU-niveau;
  • het brengt kennis en inzichten voort die EU-beleidsvorming kunnen ondersteunen en de rol van de EU in een geglobaliseerde wereld kunnen versterken;
  • het omvat actieve publieksgerichte en onderwijswerkzaamheden die kennis over EU-onderwerpen verspreiden naar de bredere samenleving (buiten de academische wereld en een gespecialiseerd publiek), en brengt de EU dichter bij het publiek.

De mate waarin het voorstel relevant is voor de eerbiediging en bevordering van gedeelde EU-waarden, zoals eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, en de bestrijding van elke vorm van discriminatie.

De mate waarin het voorstel meer doelgroepen bereikt:

  • soort begunstigden van de deskundigheid van het voorgestelde centrum;
  • betrokkenheid van faculteiten/departementen die niet in aanraking komen met EU-specifieke studies;
  • voor niet met het programma geassocieerde derde landen kan het in potentie de publieke diplomatie van de EU versterken.

Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering (maximaal 25 punten)

  • Methodologie: de kwaliteit, nieuwigheid en haalbaarheid van het project zelf en de levensvatbaarheid van de voorgestelde methodologie;
  • De mate waarin het werkprogramma:
    • duidelijk, volledig en samenhangend wordt voorgesteld, met voldoende aandacht voor de toelichting van de geschikte planning van de voorbereidings-, uitvoerings-, evaluatie-, follow-up- en verspreidingsfasen;
    • de samenhang tussen projectdoelstellingen en activiteiten aantoont;
  • de mate waarin de aan de werkpakketten toegewezen middelen overeenstemmen met de doelstellingen en beoogde resultaten van de werkpakketten.
  • Monitoring- en evaluatiestrategie.

Kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen (maximaal 25 punten)

  • Passende profiel en meerwaarde van de deelnemers in het centrum;
  • Relevantie en complementariteit van het profiel en de deskundigheid van de personeelsleden die betrokken zijn bij de in het project voorgestelde activiteiten, zowel op het gebied van EU-studies als met betrekking tot het specifieke thema dat met het voorstel wordt behandeld;
  • Samenwerkingsregelingen binnen de instelling voor hoger onderwijs en verdeling van rollen;
  • Inzet van de instelling om het centrum te ontwikkelen en in stand te houden.

Gevolgen (maximaal 25 punten)

De verwachte impact van het project door middel van langdurige effecten

  •  op de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie;
  •  op de faculteiten/departementen waaraan de Jean Monnet-actie ten goede komt;
    • verbeterde of innovatieve inhoud, ontwikkeling van nieuwe invalshoeken voor specifiek onderzoek;
    • groter vermogen om de meest getalenteerde studenten en onderzoekers aan te trekken;
    • versterkte samenwerking en capaciteit om in contact te komen met partners uit andere landen;
    • verhoogde toewijzing van financiële middelen aan onderwijs over en onderzoek naar EU-onderwerpen binnen de instelling;
    • verhoogde capaciteit om les te geven in en onderzoek te verrichten naar EU-onderwerpen;
  •  op andere organisaties en personen die betrokken zijn op lokaal, regionaal, nationaal en/of Europees niveau.

Verspreiding en communicatie:

  • de geschiktheid en kwaliteit van maatregelen met het oog op de verspreiding van de resultaten van de activiteiten binnen en buiten de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie:
    • ruchtbaarheid geven;
    • de bekendheid van projecten en resultaten vergroten, de zichtbaarheid van deelnemers en organisaties verbeteren;
    • groepen buiten de instellingen voor hoger onderwijs bereiken;
    • overdraagbaarheid en vertaling in nieuw beleid en verbeterde praktijken bewerkstelligen.

De mate waarin de beoogde verspreidingsinstrumenten de doelgroep zullen bereiken door middel van:

  • blootstelling aan media (inclusief sociale media, publicaties enz.);
  • evenementen.

Duurzaamheid en voortzetting: het voorstel voorziet in passende maatregelen en middelen om ervoor te zorgen dat de resultaten en de voordelen van het project blijven duren na afloop van het project.

De voorstellen moeten een minimumscore van 70 punten behalen om voor financiële steun in aanmerking te komen. Bovendien moeten de voorstellen een score van minstens 15 punten behalen in elke categorie van de hierboven vermelde toekenningscriteria.

Bij een ex aequo tussen voorstellen wordt voorrang gegeven aan de scores die zijn behaald voor het toekenningscriterium “Relevantie”. Als deze scores gelijk zijn, wordt voorrang gegeven aan de scores die zijn behaald voor het criterium “Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering”. Wanneer de scores opnieuw gelijk zijn, wordt voorrang gegeven op basis van hun scores voor het criterium “Gevolgen”.

Als dit het niet mogelijk maakt de voorrang te bepalen, kan verdere voorrang worden verleend door rekening te houden met de totale projectportefeuille en de totstandbrenging van positieve synergieën tussen projecten, of met andere factoren die verband houden met de doelstellingen van de oproep. Deze factoren worden in het verslag van het panel gedocumenteerd.

Geografische streefdoelen

De instrumenten voor extern optreden van de EU dragen bij aan deze actie. De beschikbare begroting is verdeeld over verschillende regio’s met begrotingsportefeuilles van verschillende omvang. Meer informatie over de beschikbare bedragen per begrotingsportefeuille wordt gepubliceerd op het financierings- en aanbestedingsportaal (FTOP).

Verwachte gevolgen

Voor direct betrokken deelnemers aan de acties zullen de Jean Monnet-acties in het kader van “Onderwijs en onderzoek” positieve en langdurige gevolgen hebben voor zowel studenten als onderzoekers/professoren, die moeten worden gemeten aan de hand van kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren.

Kwantitatieve indicatoren

  • Het aantal instellingen voor hoger onderwijs dat de EU-dimensie van de disciplines die zij behandelen, versterkt.
  • Het aantal EU-thema’s dat wordt opgenomen in het onderwijs en onderzoek van faculteiten/departementen waar het EU-perspectief gewoonlijk niet wordt ontwikkeld — buiten de thema’s die erom bekendstaan verband te houden met de EU.
  • Het aantal studenten dat met de Jean Monnet-acties wordt bereikt.
  • Het aantal nieuwe leerstoelhouders.
  • Het aantal publicaties over EU-gerelateerde onderwerpen.
  • Het aantal beleidsnota’s ter ondersteuning van beleidsmakers over EU-gerelateerde onderwerpen.
  • Het aantal Jean Monnet-projecten in niet met het programma geassocieerde derde landen.
  • De mate waarin er fora en platforms bestaan die gericht zijn op het verbeteren van de samenwerking en dialoog tussen de academische en niet-academische wereld.
  • Meer kansen voor jonge onderzoekers om hun beroepscompetenties te vergroten en hun loopbaan een zetje te geven.

Kwalitatieve indicatoren

  • Meer kennis over het Europese beleid.
  • De mate waarin instellingen voor hoger onderwijs met de bredere samenleving en de niet-academische wereld spreken over EU-onderwerpen.
  • Meer bewustzijn over EU-gerelateerde kwesties in de niet-academische wereld.
  • Een betere verspreiding van de resultaten van Jean Monnet-projecten in de samenleving, ook bij beleidsmakers

Wat zijn de financieringsregels?

Deze actie volgt een financieringsmodel op basis van vaste bedragen. Door die financieringsregeling is het mogelijk meer nadruk te leggen op de resultaten dan op de inbreng, waardoor er meer aandacht wordt besteed aan de kwaliteit en de mate waarin de meetbare doelstellingen zijn verwezenlijkt.

De maximale EU-subsidie per project bedraagt:

  • Jean Monnet-modules: 35 000 EUR
  • Jean Monnet-leerstoelen: 60 000 EUR
  • Jean Monnet-expertisecentra: 100 000 EUR

Het vaste bedrag dekt personeelskosten, reis- en verblijfkosten, kosten voor uitrusting en uitbesteding, alsook andere kosten (zoals kosten voor de verspreiding van informatie, publicaties of vertaling).

Jean Monnet-modules en -leerstoelen

De aanvrager moet bij de aanvraag verzoeken om het vooraf bepaalde afzonderlijke vaste bedrag zoals aangegeven in onderstaande tabellen. Onderstaande tabellen geven het totale vaste bedrag per land weer dat overeenkomt met het totale aantal lesuren.

a.1) Voor Jean Monnet-modules voor EU-lidstaten en met het programma geassocieerde derde landen

Land/ lesuren gedurende de periode van drie jaar (min. 40 u/jaar)

Bulgarije, Roemenië, Noord-Macedonië, Liechtenstein, Servië

Turkije, Kroatië, Letland

Hongarije, Polen, Litouwen, Tsjechië, Estland, Slowakije

Portugal, Grieken­land, Slovenië, Malta

Cyprus, IJsland, Spanje, Italië

Ierland, Frankrijk, Finland

België, Denemarken, Duitsland, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Zweden, Noorwegen

120-150

13 500 EUR

16 000 EUR

18 000 EUR

23 000 EUR

26 000 EUR

31 000 EUR

33 000 EUR

151-180

17 000 EUR

19 500 EUR

22 000 EUR

27 000 EUR

32 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

181-210

19 500 EUR

23 000 EUR

26 000 EUR

32 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

211-240

22 500 EUR

26 500 EUR

30 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

241-270

25 500 EUR

30 000 EUR

34 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

271-300

28 500 EUR

33 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

301-330

31 500 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

331-360

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

a.2) Jean Monnet-modules voor niet met het programma geassocieerde derde landen

Land/lesuren gedurende de periode van drie jaar (min. 40 u/jaar)

Chili, Saint Kitts en Nevis, Mexico, Libië, Antigua en Barbuda, Barbados, andere landen

Bahrein, Trinidad en Tobago

Saudi-Arabië, Seychellen, Equatoriaal-Guinea, Oman, Israël

Korea, Nieuw-Zeeland

Japan, Verenigd Koninkrijk

Australië, Brunei, Canada, Hongkong, Koeweit, Qatar, Singapore, Zwitserland, Verenigde Arabische Emiraten, Verenigde Staten van Amerika

120-150

13 500 EUR

18 000 EUR

23 000 EUR

26 000 EUR

31 000 EUR

33 000 EUR

151-180

16 500 EUR

22 000 EUR

27 000 EUR

32 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

181-210

19 500 EUR

26 000 EUR

32,000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

211-240

22 500 EUR

30 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

241-270

25 500 EUR

34 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

271-300

28 500 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

301-330

31 500 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

331-360

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

35 000 EUR

Nadere gegevens zijn opgenomen in de modelsubsidieovereenkomst die te vinden is op het financierings- en aanbestedingsportaal (FTOP).

b.1) Jean Monnet-leerstoelen voor EU-lidstaten en met het programma geassocieerde derde landen

Land/lesuren gedurende de periode van drie jaar (min. 90 u/jaar)

Bulgarije, Roemenië, Noord-Macedonië, Liechtenstein, Servië

Turkije, Kroatië, Letland

Hongarije, Polen, Litouwen, Tsjechië, Estland, Slowakije

Portugal, Grieken­land, Slovenië, Malta

Cyprus, IJsland, Spanje, Italië

Ierland, Frankrijk, Finland

België, Denemarken, Duitsland, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Zweden, Noorwegen

270-300

21 500 EUR

22 500 EUR

30 000 EUR

37 000 EUR

44 000 EUR

51 000 EUR

55 500 EUR

301-330

24 000 EUR

25 000 EUR

33 500 EUR

40 500 EUR

48 500 EUR

55 000 EUR

60 000 EUR

331-360

26 000 EUR

27 000 EUR

37 000 EUR

44 000 EUR

53 000 EUR

59 000 EUR

60 000 EUR

361-390

28 000 EUR

29 000 EUR

40 500 EUR

47 500 EUR

57 500 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

391-420

30 000 EUR

31 000 EUR

44 000 EUR

51 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

421-450

32 500 EUR

33 500 EUR

47 500 EUR

54 500 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

451-480

35 000 EUR

36 000 EUR

51 000 EUR

58 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

481-510

37 500 EUR

38 500 EUR

54 500 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

511-540

40 000 EUR

41 000 EUR

58 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

541-570

42 500 EUR

43 500 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

571-600

45 000 EUR

46 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

601-630

47 500 EUR

48 500 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

631-660

50 000 EUR

51 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

661-690

52 500 EUR

53 500 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

691-720

55 000 EUR

56 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

721-750

57 500 EUR

58 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

>750

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

b.2) Jean Monnet-leerstoel voor niet met het programma geassocieerde derde landen

Land/lesuren gedurende de periode van drie jaar (min. 90 u/jaar)

Chili, Saint Kitts en Nevis, Mexico, Libië, Antigua en Barbuda, Barbados, andere landen

Bahrein, Trinidad en Tobago

Saudi-Arabië, Seychellen, Equatoriaal-Guinea, Oman, Israël

Republiek Korea, Nieuw-Zeeland

Japan, Verenigd Koninkrijk

Australië, Brunei, Canada, Hongkong, Koeweit, Qatar, Singapore, Zwitserland, Verenigde Arabische Emiraten, Verenigde Staten van Amerika

270-300

25 000 EUR

29 000 EUR

37 000 EUR

44 000 EUR

51 000 EUR

55 500 EUR

301-330

27 500 EUR

32 500 EUR

40 500 EUR

48 500 EUR

55 000 EUR

60 000 EUR

331-360

30 000 EUR

36 000 EUR

44 000 EUR

53 000 EUR

59 000 EUR

60 000 EUR

361-390

32 500 EUR

39 500 EUR

47,500 EUR

57 500 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

391-420

35 000 EUR

41 000 EUR

51 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

421-450

37 000 EUR

46 500 EUR

54 500 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

451-480

39 000 EUR

50 000 EUR

58 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

481-510

41,000 EUR

53,500 EUR

60,000 EUR

60,000 EUR

60,000 EUR

60,000 EUR

511-540

43 500 EUR

57 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

541-570

46 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

571-600

48 500 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

601-630

51 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60,000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

631-660

53 500 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60,000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

661-690

56 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

691-720

58 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

721-750

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

>750

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

60 000 EUR

Nadere gegevens zijn opgenomen in de modelsubsidieovereenkomst die te vinden is op het financierings- en aanbestedingsportaal (FTOP).

c)  Jean Monnet-expertisecentra

Deze actie volgt een financieringsmodel op basis van vaste bedragen. Het bedrag van de afzonderlijke vaste bijdrage wordt voor elke subsidie bepaald op basis van het geraamde budget van de door de aanvrager voorgestelde actie. De subsidieautoriteit stelt het vaste bedrag van elke subsidie vast op basis van het voorstel, het evaluatieresultaat, de financieringspercentages en het maximale subsidiebedrag zoals vastgesteld in de oproep.

De maximale EU-bijdrage per project is 100 000 EUR

Hoe wordt het vaste bedrag voor het project vastgesteld?

Aanvragers moeten overeenkomstig het aanvraagformulier een gedetailleerde begrotingstabel invullen, rekening houdend met de volgende punten:

  • Het budget moet zoals vereist worden beschreven en worden onderverdeeld in samenhangende werkpakketten (bijvoorbeeld “projectbeheer”, “opleiding”, “organisatie van evenementen”, “voorbereiding en uitvoering van mobiliteit”, “communicatie en verspreiding”, “kwaliteitsborging” enz.).
  • In het voorstel moeten de activiteiten worden beschreven die elk werkpakket behelst.
  • Aanvragers moeten in hun voorstel een uitsplitsing maken van de geraamde kosten met het aandeel per werkpakket.
  • De kosten kunnen personeelskosten, reis- en verblijfkosten, kosten voor uitrusting en uitbesteding bevatten, alsook andere kosten (zoals kosten voor verspreiding, publicaties of vertaling).

De voorstellen zullen worden geëvalueerd aan de hand van de standaardevaluatieprocedures, met de hulp van interne en/of externe deskundigen. De deskundigen beoordelen de kwaliteit van de voorstellen aan de hand van de in de oproep vastgestelde vereisten en de verwachte gevolgen, kwaliteit en efficiëntie van de actie.

Na de evaluatie van het voorstel stelt de ordonnateur de hoogte van het vaste bedrag vast, rekening houdend met de bevindingen van de verrichte beoordeling. Het medefinancieringspercentage van 80 % wordt toegepast op de totale geraamde subsidiabele kosten zoals vastgesteld na evaluatie.

Financiële steun aan derden in de vorm van subsidies of prijzen is toegestaan.

Vrijwilligerskosten zijn toegestaan. Zij moeten de vorm aannemen van eenheidskosten zoals gedefinieerd in het besluit van de Commissie inzake eenheidskosten voor vrijwilligers1 .

De subsidieparameters (maximaal subsidiebedrag enz.) worden vastgesteld in de subsidieovereenkomst.

De verwezenlijkingen van het project worden geëvalueerd aan de hand van de resultaten van het afgeronde project. Door die financieringsregeling kan meer nadruk worden gelegd op de resultaten dan op de inbreng, waardoor er meer aandacht wordt besteed aan de kwaliteit en de mate waarin meetbare doelstellingen zijn verwezenlijkt.

Nadere gegevens zijn opgenomen in de modelsubsidieovereenkomst die te vinden is op het financierings- en aanbestedingsportaal (FTOP).

Tagged in:  Jean Monnet Higher education