Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport
Doorzoek de gids

Jean Monnet-acties op het gebied van het hoger onderwijs

Met de Jean Monnet-acties in het hoger onderwijs wordt over de hele wereld ondersteuning geboden aan onderwijs en onderzoek op het gebied van EU-studies.

Met EU-studies wordt het bestuderen van Europa in zijn geheel bedoeld, met bijzondere aandacht voor de EU-dimensie, vanuit zowel een intern als een mondiaal perspectief.

De omvang van EU-studies kan divers zijn, zolang de EU-invalshoek maar wordt verkend.

EU-studies moeten actief Europees burgerschap en Europese waarden bevorderen en betrekking hebben op de rol van de EU in een geglobaliseerde wereld, en zo de betekenis van de Unie onder de aandacht brengen en toekomstige betrokkenheid en dialoog tussen mensen wereldwijd vergemakkelijken.

De Jean Monnet-acties zijn ook bedoeld om als middel voor het versterken van publieke diplomatieke betrekkingen met derde landen te fungeren, EU-waarden te bevorderen en de zichtbaarheid te verbeteren van waarvoor de Europese Unie staat en wat zij van plan is te bereiken.

Hieronder worden de doelstellingen en criteria beschreven om een aanvraag in te dienen voor onderwijs en onderzoek.

Onderwijs en onderzoek

Doelstellingen van de acties

De Jean Monnet-actie in het kader van “Onderwijs en onderzoek” zal:

  • over de hele wereld excellentie bevorderen in onderwijs en onderzoek op het gebied van EU-studies;
  • de dialoog stimuleren tussen de academische wereld en de maatschappij, waaronder lokale en nationale beleidsmakers, ambtenaren, maatschappelijke actoren, vertegenwoordigers van de verschillende onderwijsniveaus en van de media;
  • kennis en inzichten voortbrengen die de EU-beleidsvorming kunnen ondersteunen en de rol van de EU in Europa en in een geglobaliseerde wereld kunnen versterken;
  • een breder publiek aanspreken en kennis over de EU verspreiden in de ruimere samenleving (ook buiten de academische wereld en gespecialiseerde doelgroepen) om de EU dichter bij de bevolking te brengen.

De acties zijn ook bedoeld om als middel voor het versterken van publieke diplomatieke betrekkingen met niet met het programma geassocieerde derde landen te fungeren, EU-waarden te bevorderen en de zichtbaarheid van waarvoor de Europese Unie daadwerkelijk staat te verbeteren en wat het van plan is te bereiken.

Een project opzetten

Er zijn drie mogelijke vormen van Jean Monnet “Onderwijs en onderzoek”: modules, leerstoelen, expertisecentra

  • Modules zijn korte onderwijsprogramma’s of cursussen op het gebied van EU-studies aan instellingen voor hoger onderwijs. Elke module duurt minstens 40 lesuren per academiejaar met een looptijd van drie jaar. Modules kunnen zich richten op één specifieke discipline van Europese studies of kunnen multidisciplinair van aard zijn en bijgevolg een beroep doen op de academische inbreng van verschillende professoren en deskundigen. Zij kunnen ook de vorm aannemen van korte gespecialiseerde programma’s of zomercursussen.
  • Leerstoelen zijn leeropdrachten met een specialisatie in EU-studies (zoals hierboven beschreven) voor universiteitsprofessoren, met een looptijd van drie jaar. Een Jean Monnet-leerstoel is slechts door één professor bekleed, die per academiejaar minstens 90 lesuren doceert. De leerstoel kan ook een team ter beschikking hebben dat de activiteiten van de leerstoel ondersteunt en versterkt, met inbegrip van het doceren van aanvullende lesuren.
  • Jean Monnet-expertisecentra zijn competentie- en kenniscentra met betrekking tot EU-onderwerpen. Zij moeten de deskundigheid en competenties van deskundigen op hoog niveau bundelen om zo synergieën tot stand te brengen tussen de diverse disciplines en hulpbronnen op het gebied van Europese studies (zoals hierboven beschreven) alsook gezamenlijke transnationale activiteiten op poten te zetten en de toegang mogelijk te maken voor het maatschappelijk middenveld. Voor Jean Monnet-expertisecentra is een sleutelrol weggelegd bij het bereiken van studenten uit faculteiten die zich doorgaans niet bezighouden met EU-kwesties; ze smeden ook nauwere banden met beleidsmakers, ambtenaren, maatschappelijke organisaties en met het brede publiek.

Van Jean Monnet-begunstigden (modules en leerstoelen, maar ook deelnemers aan expertisecentra) wordt gevraagd dat zij activiteiten en evenementen organiseren die openstaan voor beleidsmakers, ambtenaren, maatschappelijke organisaties en het brede publiek.

Aan welke criteria moet zijn voldaan om een aanvraag in het kader van de Jean Monnet-actie onderwijs en onderzoek in te dienen?

Subsidiabiliteitscriteria

Voor jean monnet-modules gelden de volgende subsidiabiliteitscriteria:

Wie kan een aanvraag indienen?

Elke instelling voor hoger onderwijs die is gevestigd in een EU-lidstaat, een met het programma geassocieerd derde land of een niet met het programma geassocieerd derde land kan een aanvraag indienen. 

Uitzondering: organisaties uit Belarus (regio 2) komen niet in aanmerking voor deelname aan deze actie.

Natuurlijke personen kunnen niet rechtstreeks een subsidie aanvragen.

Welke soorten organisaties komen in aanmerking voor deelname aan het project?

IHO’s die zijn gevestigd in een EU-lidstaat, een met het programma geassocieerd derde land of een niet met het programma geassocieerd derde land,

Uitzondering: organisaties uit Belarus (regio 2) komen niet in aanmerking voor deelname aan deze actie.

In EU-lidstaten en met het programma geassocieerde derde landen gevestigde instellingen voor hoger onderwijs moeten houder zijn van een geldig ECHE.

Een ECHE is niet vereist voor deelnemende IHO’s in niet met het programma geassocieerde derde landen.

Aantal deelnemende organisaties en profiel daarvan

Eén IHO die is gevestigd in een EU-lidstaat, een met het programma geassocieerd derde land of een niet met het programma geassocieerd derde land.

Uitzondering: organisaties uit Belarus (regio 2) komen niet in aanmerking voor deelname aan deze actie.

Projectduur

3 jaar.

Een Jean Monnet-module moet minimaal 40 lesuren per academiejaar worden gedoceerd in het kader van EU-studies (zoals hierboven beschreven) aan de aanvragende instelling voor hoger onderwijs.

De lesuren omvatten de aan directe contacten bestede tijd in het kader van groepscolleges, seminars, werkcolleges en kunnen deze activiteiten integreren in een vorm van afstandsonderwijs, zij het dan zonder individueel onderwijs en/of toezicht.

Zomercursussen komen in aanmerking.

Waar aanvragen?

Bij het Europees Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur (EACEA).

Oproep-ID: ERASMUS-JMO-2022-MODULE

Wanneer aanvragen?

aanvragers moeten hun subsidieaanvragen uiterlijk indienen op 1 maart om 17:00:00 uur (Belgische tijd).

Voor Jean Monnet-leerstoelen gelden de volgende subsidiabiliteitscriteria:

Wie kan een aanvraag indienen?

Elke instelling voor hoger onderwijs die is gevestigd in een EU-lidstaat, een met het programma geassocieerd derde land of een niet met het programma geassocieerd derde land kan een aanvraag indienen.

Uitzondering: organisaties uit Belarus (regio 2) komen niet in aanmerking voor deelname aan deze actie.

Natuurlijke personen kunnen niet rechtstreeks een subsidie aanvragen.

Welke soorten organisaties komen in aanmerking voor deelname aan het project?

IHO’s die zijn gevestigd in een EU-lidstaat, een met het programma geassocieerd derde land of een niet met het programma geassocieerd derde land,

Uitzondering: organisaties uit Belarus (regio 2) komen niet in aanmerking voor deelname aan deze actie.

In EU-lidstaten en met het programma geassocieerde derde landen gevestigde instellingen voor hoger onderwijs moeten houder zijn van een geldig ECHE.

Een ECHE is niet vereist voor deelnemende IHO’s in niet met het programma geassocieerde derde landen.

De instellingen voor hoger onderwijs dragen de eindverantwoordelijkheid voor hun aanvragen. Ze moeten de activiteiten van een Jean Monnet-leerstoel tijdens de gehele looptijd van het project instandhouden. Indien de instelling verplicht is een houder van de leerstoel te vervangen, moet een schriftelijk verzoek om goedkeuring worden toegezonden aan het Uitvoerend Agentschap. Bovendien moet de voorgestelde nieuwe houder van de leerstoel beschikken over een even grondige specialistische kennis inzake EU-studies.

Aantal deelnemende organisaties en profiel daarvan

Eén IHO die is gevestigd in een EU-lidstaat, een met het programma geassocieerd derde land of een niet met het programma geassocieerd derde land.

Uitzondering: organisaties uit Belarus (regio 2) komen niet in aanmerking voor deelname aan deze actie.

Houders van een Jean Monnet-leerstoel moeten vast verbonden zijn aan de aanvragende instelling.

Een Jean Monnet-leerstoel is slechts door één professor bekleed, de houder van de Jean Monnet-leerstoel, die als enige verantwoordelijk is voor het doceren van de minimaal vereiste 90 lesuren per academiejaar. De leerstoel kan ook een team ter beschikking hebben dat de activiteiten van de leerstoel ondersteunt.

Projectduur

3 jaar.

Minstens 90 lesuren per academiejaar in het kader van EU-studies (zoals hierboven beschreven) aan de aanvragende instelling voor hoger onderwijs door de houder van de leerstoel.

De lesuren omvatten de aan directe contacten bestede tijd in het kader van groepscolleges, seminars, werkcolleges (tutorials) en kunnen deze activiteiten integreren in een vorm van afstandsonderwijs, zij het dan zonder individueel onderwijs en/of toezicht.

Waar aanvragen?

Bij het Europees Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur (EACEA).

Oproep-ID: ERASMUS-JMO-2022-CHAIR.

Wanneer aanvragen?

Subsidieaanvragen moeten uiterlijk op 1 maart om 17:00:00 uur (belgische tijd) worden ingediend.

Voor Jean Monnet-expertisecentra gelden de volgende subsidiabiliteitscriteria:

Wie kan een aanvraag indienen?

Eén IHO die is gevestigd in een EU-lidstaat, een met het programma geassocieerd derde land of een niet met het programma geassocieerd derde land.

Uitzondering: organisaties uit Belarus (regio 2) komen niet in aanmerking voor deelname aan deze actie.

Natuurlijke personen kunnen niet rechtstreeks een subsidie aanvragen.

Er zal tegelijkertijd slechts steun worden verleend aan één Jean Monnet-expertisecentrum per deelnemende IHO. De gastinstelling coördineert de activiteiten voor een of meer faculteiten/departementen.

Welke soorten organisaties komen in aanmerking voor deelname aan het project?

IHO’s die zijn gevestigd in een EU-lidstaat, een met het programma geassocieerd derde land of een niet met het programma geassocieerd derde land.

Uitzondering: organisaties uit Belarus (regio 2) komen niet in aanmerking voor deelname aan deze actie.

In EU-lidstaten en met het programma geassocieerde derde landen gevestigde instellingen voor hoger onderwijs moeten houder zijn van een geldig ECHE.

Een ECHE is niet vereist voor deelnemende IHO’s in niet met het programma geassocieerde derde landen.

Aantal deelnemende organisaties en profiel daarvan

Eén IHO die is gevestigd in een EU-lidstaat, een met het programma geassocieerd derde land of een niet met het programma geassocieerd derde land.

Uitzondering: organisaties uit Belarus (regio 2) komen niet in aanmerking voor deelname aan deze actie.

Projectduur

3 jaar

Waar aanvragen?

Bij het Europees Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur (EACEA).

Oproep-ID: ERASMUS-JMO-2022-COE

Wanneer aanvragen?

Subsidieaanvragen moeten uiterlijk op 1 maart om 17:00:00 uur (belgische tijd) worden ingediend.

Aanvragende organisaties worden getoetst aan de relevante uitsluitings- en selectiecriteria. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

Toekenningscriteria

Voor Jean Monnet-modules gelden de volgende toekenningscriteria:

Relevantie van het project (maximaal 25 punten)

De mate waarin het voorstel overeenstemt met de doelstellingen van de Jean Monnet-actie:

  • het heeft betrekking op EU-studies (zoals beschreven in de inleidende alinea);
  • het stimuleert de dialoog tussen de academische wereld en de maatschappij, waaronder lokale en nationale beleidsmakers, ambtenaren, maatschappelijke actoren, vertegenwoordigers van de verschillende onderwijsniveaus en van de media;
  • het brengt kennis en inzichten voort die EU-beleidsvorming kunnen ondersteunen en de rol van de EU in een geglobaliseerde wereld kunnen versterken;
  • het omvat actieve publieksgerichte en onderwijswerkzaamheden die kennis over EU-onderwerpen verspreiden naar de bredere samenleving (buiten de academische wereld en een gespecialiseerd publiek), en brengt de EU dichter bij het publiek.

De mate waarin het voorstel prioritaire doelgroepen bereikt:

  • studenten hoger onderwijs die EU-studies volgen (zoals beschreven in de inleidende alinea);
  • studenten hoger onderwijs die niet automatisch in contact komen met EU-studies (in gebieden buiten rechten, economie en politieke wetenschap);
  • voor niet met het programma geassocieerde derde landen kan het in potentie de publieke diplomatie van de EU versterken.

Kwaliteit van projectontwerp en –uitvoering (maximaal 25 punten)

  • Methodologie: de kwaliteit, nieuwigheid en haalbaarheid van het project zelf en de levensvatbaarheid van de voorgestelde methodologie;
  • De mate waarin het werkprogramma:
    • duidelijk, volledig en samenhangend wordt voorgesteld, met voldoende aandacht voor de toelichting van de geschikte planning van de voorbereidings-, uitvoerings-, evaluatie-, follow-up- en verspreidingsfasen;
    • de samenhang tussen projectdoelstellingen en activiteiten aantoont;
  • Monitoring- en evaluatiestrategie

Kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen (maximaal 25 punten)

Bekwaamheid en meerwaarde van het team:

  • relevantie en complementariteit van het profiel en de deskundigheid van de vooraanstaande personeelsleden die betrokken zijn bij de voorgestelde activiteiten (op academisch vlak en daarbuiten, indien van toepassing) op het gebied van EU-studies (zoals beschreven in de inleidende alinea) en van het specifieke thema waarop het voorstel betrekking heeft.

Gevolgen (maximaal 25 punten)

De verwachte impact van het project door middel van langdurige effecten

  •  op de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie;
  •  op de studenten en lerenden aan wie de Jean Monnet-actie ten goede komt;
    • verbeterde of innovatieve curricula;
    • groter vermogen om de meest getalenteerde studenten aan te trekken;
    • versterkte samenwerking met partners uit andere landen;
    • verhoogde toewijzing van financiële middelen aan onderwijs over en onderzoek naar EU-onderwerpen binnen de instelling;
    • verhoogde capaciteit om les te geven in en onderzoek te verrichten naar EU-onderwerpen;
  •  op andere organisaties en personen die betrokken zijn op lokaal, regionaal, nationaal en/of Europees niveau.

Verspreiding en communicatie:

  • de geschiktheid en kwaliteit van maatregelen met het oog op de verspreiding van de resultaten van de activiteiten binnen en buiten de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie:
    • ruchtbaarheid geven;
    • de bekendheid van projecten en resultaten vergroten, de zichtbaarheid van deelnemers en organisaties verbeteren;
    • groepen buiten de instellingen voor hoger onderwijs bereiken;
    • overdraagbaarheid en vertaling in nieuw beleid en verbeterde praktijken bewerkstelligen.
  • De mate waarin de beoogde verspreidingsinstrumenten de doelgroep zullen bereiken door middel van:
    • blootstelling aan media (inclusief sociale media, publicaties enz.);
    • evenementen.

Duurzaamheid en voortzetting: het voorstel voorziet in passende maatregelen en middelen om ervoor te zorgen dat de resultaten en de voordelen van het project blijven duren na afloop van het project.

Om voor financiering in aanmerking te komen, moeten voorstellen in totaal een minimumscore van 70 punten behalen en een score van 15 punten per toekenningscriterium. Bij een ex aequo tussen voorstellen binnen hetzelfde thema wordt voorrang gegeven aan de scores die zijn behaald voor het toekenningscriterium “Relevantie van het project” en vervolgens voor “Gevolgen”.

Voor Jean Monnet-leerstoelen gelden de volgende toekenningscriteria:

Relevantie van het project (maximaal 25 punten)

De mate waarin het voorstel overeenstemt met de doelstellingen van de Jean Monnet-actie:

  • het stimuleert de dialoog tussen de academische wereld en de maatschappij, waaronder lokale en nationale beleidsmakers, ambtenaren, maatschappelijke actoren, vertegenwoordigers van de verschillende onderwijsniveaus en van de media;
  • het brengt kennis en inzichten voort die EU-beleidsvorming kunnen ondersteunen en de rol van de EU in een geglobaliseerde wereld kunnen versterken;
  • het omvat actieve publieksgerichte en onderwijswerkzaamheden die kennis over EU-onderwerpen verspreiden naar de bredere samenleving (buiten de academische wereld en een gespecialiseerd publiek), en brengt de EU dichter bij het publiek.

De mate waarin het voorstel prioritaire doelgroepen bereikt:

  • studenten hoger onderwijs die EU-studies volgen (zoals beschreven in de inleidende alinea);
  • studenten in het hoger onderwijs die niet automatisch in contact komen met EU-studies (zoals beschreven in de inleidende alinea);
  • voor niet met het programma geassocieerde derde landen, het potentieel om de publieke diplomatie van de EU te versterken.

Kwaliteit van projectontwerp en –uitvoering (maximaal 25 punten)

  • Methodologie: de kwaliteit, nieuwigheid en haalbaarheid van het project zelf en de levensvatbaarheid van de voorgestelde methodologie;
  • Beheer: de mate waarin het werkprogramma:
    • duidelijk, volledig en samenhangend wordt voorgesteld, met voldoende aandacht voor de toelichting van de geschikte planning van de voorbereidings-, uitvoerings-, evaluatie-, follow-up- en verspreidingsfasen;
    • de samenhang tussen projectdoelstellingen en activiteiten aantoont;
  • Monitoring- en evaluatiestrategie.

Kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen (maximaal 25 punten)

  • Excellent profiel en deskundigheid van de houder van de leerstoel op het gebied van EU-studies (zoals beschreven in de inleidende alinea);
  • Relevantie en complementariteit van het profiel en deskundigheid van de houder van de leerstoel en de vooraanstaande personeelsleden die betrokken zijn bij de in het project voorgestelde activiteiten, zowel op het gebied van EU-studies (zoals beschreven in de inleidende alinea) als van het specifieke thema waarop het voorstel betrekking heeft;
  • Bewijs van het ervaringsniveau met onderzoek naar EU-onderwerpen.

Gevolgen (maximaal 25 punten)

De verwachte impact van het project door middel van langdurige effecten

  •  op de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie;
  •  op de studenten en lerenden aan wie de Jean Monnet-actie ten goede komt;
    • verbeterde of innovatieve curricula;
    • groter vermogen om de meest getalenteerde studenten aan te trekken;
    • versterkte samenwerking met partners uit andere landen;
    • verhoogde toewijzing van financiële middelen aan onderwijs over en onderzoek naar EU-onderwerpen binnen de instelling;
    • verhoogde capaciteit om les te geven in en onderzoek te verrichten naar EU-onderwerpen;
  •  op andere organisaties en personen die betrokken zijn op lokaal, regionaal, nationaal en/of Europees niveau.

Verspreiding en communicatie:

  • de geschiktheid en kwaliteit van maatregelen met het oog op de verspreiding van de resultaten van de activiteiten binnen en buiten de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie:
    • ruchtbaarheid geven;
    • de bekendheid van projecten en resultaten vergroten, de zichtbaarheid van deelnemers en organisaties verbeteren;
    • groepen buiten de instellingen voor hoger onderwijs bereiken;
    • overdraagbaarheid en vertaling in nieuw beleid en verbeterde praktijken bewerkstelligen.
  • De mate waarin de beoogde verspreidingsinstrumenten de doelgroep zullen bereiken door middel van:
    • blootstelling aan media (inclusief sociale media, publicaties enz.);
    • evenementen.

Duurzaamheid en voortzetting: het voorstel voorziet in passende maatregelen en middelen om ervoor te zorgen dat de resultaten en de voordelen van het project blijven duren na afloop van het project.

Om voor financiering in aanmerking te komen, moeten voorstellen in totaal een minimumscore van 70 punten behalen en een score van 15 punten per toekenningscriterium. Bij een ex aequo tussen voorstellen binnen hetzelfde thema wordt voorrang gegeven aan de scores die zijn behaald voor het toekenningscriterium “Relevantie van het project” en vervolgens voor “Gevolgen”.

Voor Jean Monnet-expertisecentra gelden de volgende toekenningscriteria:

Relevantie van het project (maximaal 25 punten)

De mate waarin het voorstel overeenstemt met de doelstellingen van de Jean Monnet-activiteiten:

  • het heeft betrekking op EU-studies (zoals beschreven in de inleidende alinea);
  • het stimuleert de dialoog tussen de academische wereld en de maatschappij, waaronder lokale en nationale beleidsmakers, ambtenaren, maatschappelijke actoren, vertegenwoordigers van de verschillende onderwijsniveaus en van de media;
  • het brengt kennis en inzichten voort die EU-beleidsvorming kunnen ondersteunen en de rol van de EU in een geglobaliseerde wereld kunnen versterken;
  • het omvat actieve publieksgerichte en onderwijswerkzaamheden die kennis over EU-onderwerpen verspreiden naar de bredere samenleving (buiten de academische wereld en een gespecialiseerd publiek), en brengt de EU dichter bij het publiek.

De mate waarin het voorstel meer doelgroepen bereikt:

  • soort begunstigden van de deskundigheid van het voorgestelde centrum;
  • betrokkenheid van faculteiten/departementen die niet in aanraking komen met EU-specifieke studies;
  • voor niet met het programma geassocieerde derde landen kan het in potentie de publieke diplomatie van de EU versterken.

Kwaliteit van projectontwerp en –uitvoering (maximaal 25 punten)

  • Methodologie: de kwaliteit, nieuwigheid en haalbaarheid van het project zelf en de levensvatbaarheid van de voorgestelde methodologie;
  • De mate waarin het werkprogramma:
    • duidelijk, volledig en samenhangend wordt voorgesteld, met voldoende aandacht voor de toelichting van de geschikte planning van de voorbereidings-, uitvoerings-, evaluatie-, follow-up- en verspreidingsfasen;
    • de samenhang tussen projectdoelstellingen en activiteiten aantoont;
  • de mate waarin de aan de werkpakketten toegewezen middelen overeenstemmen met de doelstellingen en beoogde resultaten van de werkpakketten.
  • Monitoring- en evaluatiestrategie.

Kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen (maximaal 25 punten)

  • Passende profiel en meerwaarde van de deelnemers in het centrum;
  • Relevantie en complementariteit van het profiel en de deskundigheid van de personeelsleden die betrokken zijn bij de in het project voorgestelde activiteiten, zowel op het gebied van EU-studies als met betrekking tot het specifieke thema dat met het voorstel wordt behandeld;
  • Samenwerkingsregelingen binnen de instelling voor hoger onderwijs en verdeling van rollen;
  • Inzet van de instelling om het centrum te ontwikkelen en in stand te houden.

Gevolgen (maximaal 25 punten)

De verwachte impact van het project door middel van langdurige effecten

  •  op de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie;
  •  op de faculteiten/departementen waaraan de Jean Monnet-actie ten goede komt;
    • verbeterde of innovatieve inhoud, ontwikkeling van nieuwe invalshoeken voor specifiek onderzoek;
    • groter vermogen om de meest getalenteerde studenten en onderzoekers aan te trekken;
    • versterkte samenwerking en capaciteit om in contact te komen met partners uit andere landen;
    • verhoogde toewijzing van financiële middelen aan onderwijs over en onderzoek naar EU-onderwerpen binnen de instelling;
    • verhoogde capaciteit om les te geven in en onderzoek te verrichten naar EU-onderwerpen;
  •  op andere organisaties en personen die betrokken zijn op lokaal, regionaal, nationaal en/of Europees niveau.

Verspreiding en communicatie:

  • de geschiktheid en kwaliteit van maatregelen met het oog op de verspreiding van de resultaten van de activiteiten binnen en buiten de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie:
    • ruchtbaarheid geven;
    • de bekendheid van projecten en resultaten vergroten, de zichtbaarheid van deelnemers en organisaties verbeteren;
    • groepen buiten de instellingen voor hoger onderwijs bereiken;
    • overdraagbaarheid en vertaling in nieuw beleid en verbeterde praktijken bewerkstelligen.
  • De mate waarin de beoogde verspreidingsinstrumenten de doelgroep zullen bereiken door middel van:
    • blootstelling aan media (inclusief sociale media, publicaties enz.);
    • evenementen.

Duurzaamheid en voortzetting: het voorstel voorziet in passende maatregelen en middelen om ervoor te zorgen dat de resultaten en de voordelen van het project blijven duren na afloop van het project.

Om voor financiering in aanmerking te komen, moeten voorstellen in totaal een minimumscore van 70 punten behalen en een score van 15 punten per toekenningscriterium. Bij een ex aequo tussen voorstellen binnen hetzelfde thema wordt voorrang gegeven aan de scores die zijn behaald voor het toekenningscriterium “Relevantie van het project” en vervolgens voor “Gevolgen”.

Geografische streefdoelen

De instrumenten voor extern optreden van de EU dragen bij aan deze actie. De beschikbare begroting is verdeeld over verschillende regio’s met begrotingsportefeuilles van verschillende omvang. Meer informatie over de beschikbare bedragen per begrotingsportefeuille wordt gepubliceerd op het “Funding and Tender Opportunities Portal” (FTOP).

De geografische streefdoelen voor deze actie zijn:

Voor Azië: maximaal 75 % van de financiering mag worden toegewezen aan landen met een hoog inkomen in deze regio, 12 % voor China en 11 % voor India;

voor Afrika ten zuiden van de Sahara: voorrang zal worden gegeven aan de minst ontwikkelde landen; er wordt ook bijzondere nadruk gelegd op prioritaire landen op het gebied van migratie en op regionale projecten waarbij IHO’s uit verschillende landen zijn betrokken. Geen enkel land kan meer dan 8 % van de voor de regio voorziene financiering ontvangen.

Verwachte gevolgen

Kwantitatief

Steeds meer instellingen voor hoger onderwijs versterken de EU-dimensie van de disciplines die ze bestuderen.

Steeds meer EU-onderwerpen worden opgenomen in de lessen en het onderzoek van faculteiten/departementen waar de EU-invalshoek normaal gesproken niet aanwezig is — afgezien van de onderwerpen die bekendstaan om hun verband met de EU.

Kwalitatief

Wat de direct betrokken deelnemers aan de acties betreft, zullen de Jean Monnet-acties in het kader van “Onderwijs en onderzoek” positieve en langdurige gevolgen hebben voor zowel studenten als onderzoekers/professoren en:

  • zal deze actie de democratie bevorderen, alsook het gevoel tot een gemeenschappelijke ruimte te behoren; zou een maatstaf voor de verhoogde belangstelling van jongeren voor Europees beleid kunnen worden beoordeeld via specifieke enquêtes;
  • zal er meer belangstelling zijn om de kennis over specifiek EU-beleid uit te diepen, wat mogelijk tot een meer actieve participatie in EU-activiteiten en de publieke sector zal leiden;
  • zullen er meer kansen worden gecreëerd voor jonge onderzoekers om hun beroepscompetenties te vergroten en hun loopbaan een zetje te geven.

Wat de deelnemende organisaties betreft, zal het Jean Monnet-onderdeel in het kader van “Onderwijs en onderzoek” een nieuwe dynamiek versterken en:

  • de capaciteit van instellingen voor hoger onderwijs om EU-onderwerpen te doceren, vergroten;
  • meer en nieuwe lerenden en leerkrachten met interesse in het vergaren van kennis over de Europese Unie aantrekken;
  • gestructureerde centra op poten zetten om specifieke hoogwaardige kennis en geavanceerd onderzoek met betrekking tot de Europese Unie te bieden aan faculteiten/departementen die steun behoeven.

Wat zijn de financieringsregels?

Deze actie volgt een financieringsmodel op basis van vaste bedragen. Door die financieringsregeling is het mogelijk meer nadruk te leggen op de resultaten dan op de inbreng, waardoor er meer aandacht wordt besteed aan de kwaliteit en de mate waarin de meetbare doelstellingen zijn verwezenlijkt.

De maximale EU-subsidie per project bedraagt:

  • Jean Monnet-modules: 30 000 EUR
  • Jean Monnet-leerstoelen: 50 000 EUR
  • Jean Monnet-expertisecentra: 100 000 EUR

Het vaste bedrag dekt personeelskosten, reis- en verblijfkosten, kosten voor uitrusting en uitbesteding, alsook andere kosten (zoals kosten voor de verspreiding van informatie, publicaties of vertaling).

Jean Monnet-modules en -leerstoelen

De aanvrager moet bij de aanvraag verzoeken om het vooraf bepaalde afzonderlijke vaste bedrag zoals aangegeven in onderstaande tabellen. Onderstaande tabellen geven het totale vaste bedrag per land weer dat overeenkomt met het totale aantal lesuren. De bedragen in de tabel zijn de definitieve tegemoetkomingen door de EU, aangezien de medefinanciering van 75 % erin is opgenomen.

a.1) Voor Jean Monnet-modules voor EU-lidstaten en met het programma geassocieerde derde landen

Land/lesuren gedurende de periode van drie jaar (min. 40 u/jaar)

Bulgarije, Roemenië, Noord-Macedonië, Liechtenstein, Servië

Turkije, Kroatië, Letland

Hongarije, Polen, Litouwen, Tsjechië, Estland, Slowakije

Portugal, Griekenland, Slovenië, Malta

Cyprus, IJsland, Spanje, Italië

Ierland, Frankrijk, Finland

België, Denemarken, Duitsland, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Zweden, Noorwegen

120-150

11 500 EUR

13 500 EUR

15 000 EUR

19 000 EUR

22 000 EUR

26 000 EUR

28 000 EUR

151-180

14 500 EUR

16 500 EUR

18 500 EUR

23 000 EUR

27 500 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

181-210

16 500 EUR

19 500 EUR

22 000 EUR

27 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

211-240

19 000 EUR

22 500 EUR

25 500 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

241-270

21 500 EUR

25 500 EUR

29 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

271-300

24 000 EUR

28 500 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

301-330

26 500 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

331-360

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

a.2) Jean Monnet-modules voor niet met het programma geassocieerde derde landen

Land/lesuren gedurende de periode van drie jaar (min. 40 u/jaar)

Chili, Saint Kitts en Nevis, Mexico, Libië, Antigua en Barbuda, Barbados, andere landen

Het grondgebied van Rusland zoals erkend in het internationaal recht, Bahrein, Trinidad en Tobago

Saudi-Arabië, Seychellen, Equatoriaal-Guinea, Oman, Israël

Korea, Nieuw-Zeeland

Japan, Verenigd Koninkrijk

Australië, Brunei, Canada, Hongkong, Koeweit, Qatar, Singapore, Zwitserland, Verenigde Arabische Emiraten, Verenigde Staten van Amerika

120-150

11 500 EUR

15 000 EUR

19 000 EUR

22 000 EUR

26 000 EUR

28 000 EUR

151-180

14 000 EUR

18 500 EUR

23 000 EUR

27 500 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

181-210

16 500 EUR

22 000 EUR

27 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

211-240

19 000 EUR

25 500 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

241-270

21 500 EUR

29 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

271-300

24 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

301-330

26 500 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

331-360

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

30 000 EUR

Nadere gegevens zijn opgenomen in de modelsubsidieovereenkomst die te vinden is op het Funding and Tender Opportunities Portal (FTOP).

b.1) jean monnet-leerstoelen voor eu-lidstaten en met het programma geassocieerde derde landen

Land/lesuren gedurende de periode van drie jaar (min. 90 u/jaar)

Bulgarije, Roemenië, Noord-Macedonië, Liechtenstein, Servië

Turkije, Kroatië, Letland

Hongarije, Polen, Litouwen, Tsjechië, Estland, Slowakije

Portugal, Griekenland, Slovenië, Malta

Cyprus, IJsland, Spanje, Italië

Ierland, Frankrijk, Finland

België, Denemarken, Duitsland, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Zweden, Noorwegen

270-300

18 000 EUR

19 000 EUR

25 000 EUR

31 000 EUR

37 000 EUR

43 000 EUR

47 000 EUR

301-330

20 000 EUR

21 000 EUR

28 000 EUR

34 000 EUR

41 000 EUR

47 000 EUR

50 000 EUR

331-360

22 000 EUR

23 000 EUR

31 000 EUR

37 000 EUR

45 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

361-390

24 000 EUR

25 000 EUR

34 000 EUR

40 000 EUR

49 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

391-420

26 000 EUR

27 000 EUR

37 000 EUR

43 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

421-450

28 000 EUR

29 000 EUR

40 000 EUR

46 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

451-480

30 000 EUR

31 000 EUR

43 000 EUR

49 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

481-510

32 000 EUR

33 000 EUR

46 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

511-540

34 000 EUR

35 000 EUR

49 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

541-570

36 000 EUR

37 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

571-600

38 000 EUR

39 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

601-630

40 000 EUR

41 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

631-660

42 000 EUR

43 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

661-690

44 000 EUR

45 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

691-720

46 000 EUR

47 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

721-750

48 000 EUR

49 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

>750

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

b.2) jean monnet-leerstoel voor niet met het programma geassocieerde derde landen

Land/lesuren gedurende de periode van drie jaar (min. 90 u/jaar)

Chili, Saint Kitts en Nevis, Mexico, Libië, Antigua en Barbuda, Barbados, andere landen

Het grondgebied van Rusland zoals erkend in het internationaal recht, Bahrein, Trinidad en Tobago

Saudi-Arabië, Seychellen, Equatoriaal-Guinea, Oman, Israël

Republiek Korea, Nieuw-Zeeland

Japan, Verenigd Koninkrijk

Australië, Brunei, Canada, Hongkong, Koeweit, Qatar, Singapore, Zwitserland, Verenigde Arabische Emiraten, Verenigde Staten van Amerika

270-300

21 000 EUR

24 000 EUR

31 000 EUR

37 000 EUR

43 000 EUR

47 000 EUR

301-330

23 000 EUR

27 000 EUR

34 000 EUR

41 000 EUR

47 000 EUR

50 000 EUR

331-360

25 000 EUR

30 000 EUR

37 000 EUR

45 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

361-390

27 000 EUR

33 000 EUR

40 000 EUR

49 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

391-420

29 000 EUR

36 000 EUR

43 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

421-450

31 000 EUR

39 000 EUR

46 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

451-480

33 000 EUR

42 000 EUR

49 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

481-510

35 000 EUR

45 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

511-540

37 000 EUR

48 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

541-570

39 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

571-600

41 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

601-630

43 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

631-660

45 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

661-690

47 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

691-720

49 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

721-750

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

>750

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

50 000 EUR

Nadere gegevens zijn opgenomen in de modelsubsidieovereenkomst die te vinden is op het Funding and Tender Opportunities Portal (FTOP).

c)   Jean Monnet-expertisecentra

Deze actie volgt een financieringsmodel op basis van vaste bedragen. Het bedrag van de afzonderlijke vaste bijdrage wordt voor elke subsidie bepaald op basis van het geraamde budget van de door de aanvrager voorgestelde actie. De subsidieautoriteit stelt het vaste bedrag van elke subsidie vast op basis van het voorstel, het evaluatieresultaat, de financieringspercentages en het maximale subsidiebedrag zoals vastgesteld in de oproep.

De maximale eu-bijdrage per project bedraagt 100 000 EUR.

Hoe wordt het vaste bedrag voor het project vastgesteld?

Aanvragers moeten overeenkomstig het aanvraagformulier een gedetailleerde begrotingstabel invullen, rekening houdend met de volgende punten:

  • Het budget moet zoals vereist worden beschreven en worden onderverdeeld in samenhangende werkpakketten (bijvoorbeeld “projectbeheer”, “opleiding”, “organisatie van evenementen”, “voorbereiding en uitvoering van mobiliteit”, “communicatie en verspreiding”, “kwaliteitsborging” enz.).
  • In het voorstel moeten de activiteiten worden beschreven die elk werkpakket behelst.
  • Aanvragers moeten in hun voorstel een uitsplitsing maken van de geraamde kosten met het aandeel per werkpakket.
  • De kosten kunnen personeelskosten, reis- en verblijfkosten, kosten voor uitrusting en uitbesteding bevatten, alsook andere kosten (zoals kosten voor verspreiding, publicaties of vertaling).

De voorstellen zullen worden geëvalueerd aan de hand van de standaardevaluatieprocedures, met de hulp van interne en/of externe deskundigen. De deskundigen beoordelen de kwaliteit van de voorstellen aan de hand van de in de oproep vastgestelde vereisten en de verwachte gevolgen, kwaliteit en efficiëntie van de actie.

Na de evaluatie van het voorstel stelt de ordonnateur de hoogte van het vaste bedrag vast, rekening houdend met de bevindingen van de verrichte beoordeling. Het vaste bedrag wordt beperkt tot een maximum van 80 % van de geraamde begroting, zoals vastgesteld na de evaluatie.

De subsidieparameters (maximaal subsidiebedrag, financieringspercentage, totale subsidiabele kosten enz.) worden vastgesteld in de subsidieovereenkomst.

De verwezenlijkingen van het project worden geëvalueerd aan de hand van de resultaten van het afgeronde project. Door die financieringsregeling kan meer nadruk worden gelegd op de resultaten dan op de inbreng, waardoor er meer aandacht wordt besteed aan de kwaliteit en de mate waarin meetbare doelstellingen zijn verwezenlijkt.

Nadere gegevens zijn opgenomen in de modelsubsidieovereenkomst die te vinden is op het Funding and Tender Opportunities Portal (FTOP).

Tagged in:  Jean Monnet Higher education