Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport
Search the guide

Deze webpagina geeft nog geen weergave van de inhoud van de programmagids van Erasmus+ 2022. Maar u kunt de volledige gids voor 2022 in de door u gekozen taal in pdf-formaat downloaden door te klikken op “Download” op de rechterkant van deze pagina.

Wie voert het Erasmus+-programma uit?

De Europese Commissie

De Europese Commissie draagt de eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van het Erasmus+-programma. De Commissie beheert het programmabudget en stelt doorlopend de prioriteiten, doelen en criteria vast voor het programma. Bovendien zorgt de Commissie op Europees niveau voor het aansturen en monitoren van de algemene uitvoering, follow-up en evaluatie van het programma. De Europese Commissie draagt eveneens de algemene verantwoordelijkheid voor de supervisie en coördinatie van de instanties die belast zijn met de uitvoering van het programma op nationaal niveau.

Op Europees niveau berust de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van een aantal acties van het Erasmus+-programma bij het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur van de Europese Commissie (EACEA). In aanvulling op de informatie in deze gids worden de documenten die relevant zijn voor een oproep en de aanvraagformulieren voor de acties die in deze gids aan bod komen en worden beheerd door het Uitvoerend Agentschap op het Funding and Tender Opportunities Portal geplaatst: https://ec.europa.eu/info/funding-tenders/opportunities/portal/screen/home.

Het Uitvoerend Agentschap heeft als taak deze projecten over de gehele cyclus te beheren, vanaf de programmapromotie, analyse van de subsidieaanvragen en projectmonitoring ter plaatse tot de verspreiding van de project- en programmaresultaten. Verder doet het Uitvoerend Agentschap specifieke oproepen tot het indienen van voorstellen met betrekking tot sommige programma-acties die niet worden behandeld in deze gids.

De Europese Commissie is met name via het Uitvoerend Agentschap ook verantwoordelijk voor:

  • het uitvoeren van studies op de door het programma ondersteunde gebieden;
  • het verrichten van onderzoek en empirisch onderbouwde werkzaamheden via het Eurydice netwerk;
  • het verbeteren van de zichtbaarheid en het versterken van het systeemeffect van het programma door de programmaresultaten te verspreiden en te benutten;
  • het beheren van contracten en het financieren van door het Erasmus+-programma ondersteunde organen en netwerken;
  • het beheren van aanbestedingen voor het verlenen van diensten in het kader van het programma.

De nationale agentschappen

Het Erasmus+-programma wordt voornamelijk uitgevoerd volgens het beginsel van indirect beheer, wat betekent dat de Europese Commissie taken met betrekking tot de besteding van middelen toevertrouwt aan nationale agentschappen. Aan die benadering ligt een duidelijke logica ten grondslag, die beoogt Erasmus+ zo dicht mogelijk bij zijn begunstigden te brengen en beter af te stemmen op de verscheidenheid van de nationale onderwijs-, opleidings- en jeugdwerkstelsels. Hiertoe heeft ieder programmaland een of meer nationale agentschappen aangewezen (de contactgegevens zijn te vinden via de volgende link: http://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/contact_nl). Het programma wordt op nationaal niveau gepromoot en uitgevoerd door deze nationale agentschappen; zij fungeren als schakel tussen de Europese Commissie en deelnemende organisaties op lokaal, regionaal en nationaal niveau. De nationale agentschappen hebben als taak:

  • passende informatie te verstrekken over het Erasmus+-programma;
  • eerlijke en transparante selectieprocedures te beheren voor de projecten in hun land waarvoor financiering wordt aangevraagd;
  • de uitvoering van het programma in hun land te controleren en te evalueren;
  • steun te verlenen aan projectaanvragers en deelnemende organisaties gedurende de gehele projectcyclus;
  • doeltreffend samen te werken met het netwerk van alle nationale agentschappen en de Europese Commissie;
  • het programma zichtbaar te maken;
  • de verspreiding en benutting van de programmaresultaten op lokaal en nationaal niveau te bevorderen.

De nationale agentschappen vervullen ook een belangrijke rol als intermediaire structuren voor de kwalitatieve ontwikkeling en uitvoering van het Erasmus+-programma door:

  • naast de taken inzake projectcyclusbeheer projecten en werkzaamheden uit te voeren, zoals opleidings- en samenwerkingsactiviteiten en netwerkactiviteiten, die bijdragen tot de kwalitatieve uitvoering van het programma en/of aanzet geven tot beleidsontwikkelingen op de door het programma ondersteunde gebieden;
  • een ondersteunende aanpak op te zetten ten behoeve van nieuwkomers, minder ervaren organisaties en kansarme doelgroepen teneinde de belemmeringen voor een volledige deelname aan het programma weg te nemen;
  • te streven naar samenwerking met externe instanties en nationale autoriteiten met als doel het effect van de specifieke programma-acties in hun land en in de Europese Unie te vergroten.

De ondersteunende aanpak van nationale agentschappen is erop gericht de gebruikers van het programma te begeleiden door alle fasen, vanaf het eerste contact met het programma, tijdens de aanvraagprocedure tot aan de verwezenlijking van het project en de eindevaluatie. Dit beginsel is niet in tegenspraak met eerlijke en transparante selectieprocedures, maar is veeleer gebaseerd op het uitgangspunt dat het om gelijke kansen voor iedereen te garanderen nodig is sommige doelgroepen van het programma meer hulp te bieden door middel van op hun behoeften toegesneden adviserings-, controle- en begeleidingssystemen.

De relevante oproepen voor de acties die worden beheerd door de nationale Erasmus+-agentschappen, worden op de Erasmus+-website[1] gepubliceerd en bekendgemaakt op de websites van de nationale agentschappen.

Welke andere instanties zijn betrokken bij de uitvoering van het programma?

Naast de hierboven genoemde instanties verschaffen de volgende onderzoekscentra, voorlichtingsbureaus, platforms, kennisnetwerken en netwerken van deskundigen aanvullende expertise bij de uitvoering van het Erasmus+-programma:

Onderzoekscentra en voorlichtingsbureaus

Salto-onderzoekscentra

De Salto-onderzoekscentra hebben tot doel de kwaliteit en de impact van door het Erasmus+-programma gefinancierde projecten op structuurniveau te verbeteren door expertise, middelen, informatie en specifieke trainingen te verstrekken aan nationale agentschappen en andere actoren betrokken bij onderwijs, opleiding en jeugdwerk. Deze activiteiten omvatten onder andere het organiseren van opleidingscursussen, seminars, workshops, studiebezoeken, fora, samenwerking en activiteiten voor partnerschapsopbouw binnen Erasmus+-prioriteitsthema’s.

Onderwijs en opleiding

Op het gebied van onderwijs en opleiding werken de Salto-centra onder meer rond:

  • het aanbieden van een platform voor Europese opleidingsactiviteiten;
  • het in staat stellen van belanghebbenden om onder andere de capaciteiten van hun organisatie te ontwikkelen om volop de kansen die Erasmus+ biedt te benutten, om beste praktijken binnen Europese landen te delen, om partners te vinden of om de impact van hun project op Europees niveau te vergroten;

JEUGD

Op het gebied van jeugdzaken behelst het werk van de Salto-centra ook:

  • het bevorderen van de erkenning van niet-formele en informele leervormen;
  • het ontwikkelen en documenteren van methoden en instrumenten voor opleiding en jeugdwerk;
  • het in kaart brengen van Europese opleidingsactiviteiten ten behoeve van jeugdwerkers door middel van de “European Training Calendar”;
  • het uitgeven van praktische publicaties en richtsnoeren;
  • het verstrekken van actuele informatie over Europees jeugdwerk;
  • het bijhouden van een database met opleiders en contactpersonen op het gebied van jeugdwerk en jongerenopleiding;
  • het coördineren van de uitvoering van Youthpass, het instrument ter ondersteuning van de validering van de uitkomsten van niet-formeel en informeel leren in mobiliteitsactiviteiten voor jongeren en jeugdwerkactiviteiten.

De Salto-centra die actief zijn op het gebied van jeugdzaken richten hun aandacht ofwel op een thema (deelname en informatie, inclusiviteit en diversiteit, training en samenwerking) ofwel op een geografisch gebied (landen van het oostelijk partnerschap en Rusland, zuidelijke Middellandse Zeegebied, westelijke Balkan).

Meer informatie is beschikbaar op: www.salto-et.net en www.salto-youth.net

Otlas – het instrument om partners te vinden voor organisaties die actief zijn op het gebied van jeugdzaken

Otlas is een van de hulpmiddelen die worden ontwikkeld en gehost door de Salto-onderzoekscentra voor jeugd. Het is een centraal online-instrument om partners te vinden voor organisaties die actief zijn op het gebied van jeugdzaken. Organisaties kunnen hun contactgegevens en interessegebieden registreren in Otlas, en ook partnerverzoeken aanmaken voor projectideeën.

Meer informatie is beschikbaar op: www.salto-youth.net/otlas of www.otlas.eu

Nationale Erasmus+-bureaus

In de betrokken partnerlanden (westelijke Balkan, landen van het oostelijke en zuidelijke Middellandse Zeegebied, Rusland en Centraal-Azië) verlenen de nationale Erasmus+-bureaus bijstand aan de Commissie, het Uitvoerend Agentschap en de lokale overheden bij de uitvoering van het Erasmus+-programma. Deze kantoren zijn ook het contactpunt in deze landen voor de belanghebbenden die betrokken zijn bij het Erasmus+-programma op het gebied van hoger onderwijs. De kantoren geven ruimere bekendheid aan en vergroten de zichtbaarheid, relevantie, doeltreffendheid en het effect van de internationale dimensie van Erasmus+.

Tot de taken van de nationale Erasmus+-bureaus behoren:

  • het verstrekken van informatie over Erasmus+-activiteiten die openstaan voor deelname van hun landen (ook op het gebied van hoger onderwijs, jeugdzaken en beroepsonderwijs en -opleiding, voor zover van toepassing);
  • het verlenen van advies en bijstand aan mogelijke deelnemers;
  • het coördineren van het lokale team van deskundigen voor de hervorming van het hoger onderwijs;
  • het bijdragen aan studies en evenementen;
  • het ondersteunen van de beleidsdialoog;
  • het onderhouden van contacten met lokale overheden en EU-delegaties;
  • het volgen van beleidsontwikkelingen op het gebied van hoger onderwijs in hun land.

Nationale informatiecentra voor academische erkenning (NARIC’s)

Het NARIC-netwerk informeert over de erkenning van diploma’s en studieperioden in andere Europese landen, en verleent advies over buitenlandse academische diploma’s in het land van vestiging van het centrum. Het NARIC-netwerk is een betrouwbare bron van advies voor iedereen die naar het buitenland reist om er te werken of verder te leren, alsook voor instellingen, studenten, adviseurs, ouders, leerkrachten en potentiële werkgevers.

De Europese Commissie ondersteunt de activiteiten van het NARIC-netwerk door middel van de uitwisseling van informatie en ervaringen tussen landen, het vaststellen van goede praktijken, de vergelijkende analyse van systemen en beleid op dit gebied, alsmede het bespreken en analyseren van kwesties van gemeenschappelijk belang op het gebied van onderwijsbeleid.

Meer informatie is beschikbaar op: www.enic-naric.net

Eurodesknetwerk

Het Eurodesknetwerk biedt informatiediensten aan jongeren en mensen die met hen werken aan Europese mogelijkheden op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken, en de betrokkenheid van jongeren bij Europese activiteiten.

Het Eurodesknetwerk bestaat in alle programmalanden en wordt op Europees niveau gecoördineerd door het verbindingskantoor van Eurodesk in Brussel. Het netwerk antwoordt op vragen, verstrekt informatie over financiering en biedt evenementen en publicaties aan. Het draagt tevens bij aan de opbouw en het onderhoud van de Europese Jongerensite.

De Europese Jongerensite verstrekt Europese en nationale informatie en biedt mogelijkheden die van belang zijn voor jongeren die leven, leren en werken in Europa. De informatie wordt aangeboden in 28 talen.

De Europese Jongerensite is toegankelijk via: https://europa.eu/youth/home_nl. Meer informatie over Eurodesk is te vinden op: http://www.eurodesk.eu

Platforms en instrumenten

Het platform voor Erasmus+-projectresultaten

Het platform voor Erasmus+-projectresultaten verschaft toegang tot informatie en resultaten met betrekking tot alle projecten die zijn gefinancierd in het kader van het Erasmus+-programma en een aantal projecten die zijn gefinancierd in het kader van de voorlopers van het programma op het gebied van onderwijs, opleiding, jeugdzaken en sport. Organisaties kunnen inspiratie opdoen uit de grote hoeveelheid beschikbare projectinformatie en gebruikmaken van de resultaten en ervaringen die zijn opgedaan gedurende de vijftien jaar sinds de oprichting van Erasmus+.

Projecten kunnen worden opgezocht op trefwoord, kernactie, jaar, land, onderwerp, soort resultaten enzovoort. De zoekopdrachten kunnen worden opgeslagen en op basis van vooraf vastgestelde criteria continu worden bijgewerkt aan de hand van de meest recente projecten. In het programma worden projecten inzake beste praktijken — d.w.z. projecten die zich onderscheiden op het gebied van beleidsrelevantie, impact, communicatiepotentieel — voor het voetlicht gebracht, en de bijbehorende informatiebladen kunnen worden gedownload.

Het platform voor Erasmus+-projectresultaten is beschikbaar op: https://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/projects_nl

eTwinning

eTwinning is een gemeenschap van leerkrachten van peuter- en kleuter- tot hoger secundair onderwijs, en wordt aangeboden op een beveiligd platform dat enkel toegankelijk is voor leerkrachten die door de nationale autoriteiten zijn geverifieerd. Deelnemers kunnen betrokken zijn bij vele activiteiten: ze kunnen projecten uitvoeren met andere scholen en klassen; ze kunnen overleggen met collega’s en professionele netwerken ontwikkelen; ze kunnen gebruikmaken van diverse mogelijkheden tot beroepsontwikkeling (online en persoonlijk) enzovoort; eTwinning wordt gesubsidieerd in het kader van kernactie 2 van het Erasmus+-programma.

Leerkrachten en scholen die deelnemen aan de eTwinning-actie krijgen steun van hun nationale ondersteuningscentra. Dit zijn organisaties die door de nationale bevoegde autoriteiten worden aangewezen. Tot hun taken behoren het helpen van scholen bij het proces van registratie, partners zoeken en projectuitvoering, het promoten van de actie, het uitreiken van prijzen en toekennen van kwaliteitslabels, en het organiseren van activiteiten op het gebied van beroepsontwikkeling voor leerkrachten.

De nationale ondersteuningscentra worden gecoördineerd door een centrale ondersteuningsdienst (CSS), die ook instaat voor de ontwikkeling van het eTwinning-internetplatform en de organisatie van activiteiten met betrekking tot de beroepsontwikkeling van leerkrachten op Europees niveau.

De lijst van alle diensten en meer informatie is beschikbaar via:

http://www.etwinning.net/en/pub/get_support/contact.htm

School Education Gateway (SEG)

School Education Gateway is het onlineplatform voor schoolonderwijs in Europa. Het is momenteel beschikbaar in 23 EU-talen en heeft als doel leerkrachten al het nodige aan te bieden inzake informatie, leren en beroepsontwikkeling, collegiale ondersteuning en netwerken, kansen voor samenwerkingsprojecten en mobiliteit, beleidsinzichten enzovoort. Naast de gemeenschap van leerkrachten beslaat de gebruikersdoelgroep van het platform alle partijen die deelnemen aan activiteiten van het Erasmus+-programma, zoals: scholen en andere onderwijsactoren en -organisaties, beleidsmakers en nationale autoriteiten, ngo’s, ondernemingen enz. De website is openbaar en is dus voor iedereen via internet toegankelijk (d.w.z. ook vanuit landen buiten de EU). Naar verwachting zullen dankzij dit brede bereik de banden tussen beleid en praktijk in het Europese schoolonderwijs worden verbeterd en zal worden bevorderd dat beleid wordt gebaseerd op de dagelijkse realiteit in scholen en op de behoeften van de arbeidsmarkt.

Het platform biedt een breed scala aan inhoud, zoals goede praktijken van Europese projecten, maandelijkse blogberichten en video-interviews met Europese onderwijsdeskundigen, onlinecursussen voor leerkrachten om actuele uitdagingen waarmee ze tijdens het lesgeven geconfronteerd kunnen worden het hoofd te bieden, hulpmiddelen zoals lesmateriaal, handleidingen en de Europese toolkit voor scholen, informatie over beleid inzake schoolonderwijs, actueel nieuws en evenementen enz. Het platform biedt specifieke instrumenten om leerkrachten en schoolpersoneel te ondersteunen bij het zoeken naar opleidings- en mobiliteitskansen voor beroepsontwikkeling (cursussen ter plaatse, job shadowing, onderwijsopdrachten enz.) die kunnen worden gefinancierd in het kader van kernactie 1 van Erasmus+:

  • Erasmus+-instrument "Cursuscatalogus" (voor opleidingskansen met persoonlijk contact);
  • Erasmus+-instrument “Mobiliteitskansen” (voor lerarenmobiliteit in het kader van KA1)

https://www.schooleducationgateway.eu/nl/pub/index.htm

EPALE

Het elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa – bekend onder de naam EPALE – is een initiatief van de Europese Commissie dat wordt gefinancierd door het Erasmus+-programma. Het platform staat open voor vakmensen op het gebied van volwasseneneducatie: leerkrachten, opleiders en vrijwilligers, alsook voor beleidsmakers, onderzoekers, journalisten, academici en anderen die bij volwasseneneducatie betrokken zijn.

De website biedt het laatste nieuws over relevante ontwikkelingen en een interactief netwerk waardoor gebruikers contact kunnen leggen met collega’s uit heel Europa, aan gedachtewisselingen kunnen deelnemen en goede praktijken kunnen uitwisselen. Naast vele hulpmiddelen en inhoud biedt EPALE instrumenten die specifiek van belang zijn voor (potentiële) Erasmus+-begunstigden. Enkele voorbeelden zijn:

  • een kalender van cursussen en evenementen, die kan worden gebruikt
    • om mobiliteitskansen voor begunstigden van KA1-projecten te vinden;
    • om cursussen en evenementen die in het kader van KA2-projecten worden georganiseerd, te promoten;
  • een handige partnerzoekfunctie waarmee u partners kunt vinden om een door de EU gefinancierd project voor te bereiden of om een mogelijkheid tot job shadowing te vinden, dan wel aan te bieden;
  • kennisgemeenschappen bieden een aanvullende mogelijkheid om in contact te komen met mensen en organisaties met soortgelijke belangen;
  • ruimte voor samenwerking, waarin projectpartners in een veilige omgeving hun project kunnen ontwikkelen;
  • een documentatiecentrum, waar begunstigden van een project nuttig referentiemateriaal kunnen vinden en/of artikelen, lesmateriaal, verslagen, handleidingen en ander materiaal kunnen publiceren dat in hun project of door hun organisatie is gemaakt, zodat zij beschikken over een aanvullende mogelijkheid om dit materiaal te verspreiden;
  • een blog, waarmee deelnemers aan projecten hun ervaringen kunnen delen of video’s kunnen uploaden waarin zij hun resultaten informeel en dynamisch presenteren.

Projecten die EU-subsidie ontvangen, worden aangemoedigd om informatie over hun activiteiten en resultaten te delen op het platform door middel van blogberichten, nieuws, evenementen en andere soorten activiteiten.

EPALE wordt gerealiseerd door een centrale ondersteuningsdienst en een netwerk van in Erasmus+-programmalanden gevestigde nationale ondersteuningsdiensten, die tot taak hebben interessante informatie te verzamelen en belanghebbenden aan te moedigen om gebruik te maken van het platform en ertoe bij te dragen. EPALE kan worden geraadpleegd op: https://epale.ec.europa.eu/nl/home-page.

SELFIE

Selfie (“Self-reflection on Effective Learning by Fostering the use of Innovative Education technologies”) is een gratis, meertalig, online instrument voor zelfreflectie om scholen voor algemeen en beroepsonderwijs te helpen hun digitale capaciteiten te ontwikkelen.

Selfie voor scholen verzamelt — anoniem — de meningen van leerlingen, leerkrachten en schoolleiders over hoe technologie op hun school wordt gebruikt. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van korte stellingen en vragen, waarop met behulp van een simpele schaal van 1 tot 5 kan worden geantwoord. Aan de hand daarvan genereert het instrument een rapport — een momentopname (“selfie”) van de sterke en zwakke punten van een school op het gebied van technologiegebruik. Selfie is beschikbaar voor alle scholen van het basis-, middelbaar en beroepsonderwijs in Europa en daarbuiten, in meer dan 30 talen. De tool kan worden gebruikt door alle scholen — niet alleen die met geavanceerde infrastructuur, apparatuur en technologie.

De COVID-19-crisis heeft een enorme verschuiving teweeggebracht in de richting van digitale technologieën voor werken en leren op afstand, ook voor beroepsonderwijs en -opleiding. Door de crisis bleek het ook moeilijk het werkplekleren bij bedrijven als onderdeel van beroepsonderwijs en -opleiding te behouden, waardoor het nog dringender wordt om de digitale dialoog tussen leerkrachten van beroepsonderwijs en -opleiding en bedrijfsinterne opleiders efficiënter te maken.

Momenteel wordt een nieuw instrument voor leerkrachten ontwikkeld in het kader van het actieplan voor digitaal onderwijs. Dit instrument (“Selfie voor leerkrachten”) zal in het najaar van 2021 beschikbaar zijn in alle officiële EU-talen en zal leerkrachten in staat stellen om zelf hun digitale competentie en zelfvertrouwen te beoordelen en onmiddellijk feedback te krijgen over hun sterke punten en tekortkomingen en de gebieden waarop ze zich nog verder kunnen ontwikkelen. Leerkrachten kunnen ook in teams samenwerken om het te gebruiken en een opleidingsplan te ontwikkelen.

Begin 2020 bleek uit een haalbaarheidsstudie met betrekking tot de toepassing van het Selfie-instrument voor werkplekleren in beroepsonderwijs en -opleiding dat het instrument ook daar nodig is om instellingen voor beroepsonderwijs en -opleiding en bedrijven dichter bij elkaar te brengen om samen te bespreken hoe digitale technologie het best kan worden verankerd in de aangeboden vormen van onderwijs en opleiding. Selfie voor werkplekleren bundelt niet alleen de drie invalshoeken van schoolleiders, leerkrachten en lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding, maar voegt daar nog een vierde invalshoek aan toe, namelijk de zienswijze van de bedrijfsinterne opleiders. In het najaar van 2020 hebben negen landen succesvolle proefprojecten uitgevoerd om Selfie uit te breiden naar werkplekleren, met inbegrip van leerlingplaatsen. Bij die proefprojecten was een groot aantal belanghebbenden betrokken. Selfie voor werkplekleren zal naar verwachting operationeel zijn voor een volledige uitrol tegen medio 2021.

Selfie is ontwikkeld door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek en het directoraat-generaal Onderwijs, Jongerenzaken, Sport en Cultuur (DG EAC). Meer informatie over Selfie is te vinden op: https://ec.europa.eu/education/schools-go-digital_nl

HEInnovate

De leidraad HEInnovate biedt instellingen voor hoger onderwijs (IHO’s) in de EU en daarbuiten de mogelijkheid om hun innovatie- en ondernemerschapscapaciteiten onder de loep te nemen door middel van zelfreflectie op een of meerdere van de volgende acht gebieden:

  • leiderschap en bestuur;
  • organisatiecapaciteit: financiering, mensen en stimulansen;
  • onderwijs en leren op het gebied van ondernemerschap;
  • het voorbereiden en ondersteunen van ondernemers;
  • digitale transformatie en capaciteit;
  • kennisuitwisseling en samenwerking;
  • de geïnternationaliseerde instelling;
  • het meten van impact.

HEInnovate is ook een praktijkgemeenschap en beschikt over deskundigen die workshops verzorgen voor IHO’s om hun innovatieprestaties te verbeteren en opleidingsevenementen voor opleiders organiseren om deze aanpak breder te verspreiden op nationaal niveau. Opleidingsmateriaal is beschikbaar op de website. Het platform biedt ook casestudy’s en verhalen van gebruikers om voorbeelden te geven van verschillende innovatieve benaderingen in IHO’s in de hele EU. In samenwerking met de OESO zijn een aantal landenverslagen opgesteld en beschikbaar gemaakt op de websites van HEInnovate en de OESO. De landenverslagen van HEInnovate laten benaderingen gericht op innovatie en ondernemerschap in verschillende EU-lidstaten zien.

Door Erasmus gefinancierde projecten zoals de alliantie van de Europese universiteit en de allianties voor innovatie worden verzocht waar van toepassing HEInnovate te gebruiken bij hun projecten.

HEInnovate kan worden geraadpleegd op: https://heinnovate.eu/en

De Europese Jongerensite

De Europese Jongerensite verstrekt Europese en nationale informatie en biedt mogelijkheden die van belang zijn voor jongeren die leven, leren en werken in Europa. Met de website wordt ook de deelneming van jongeren aan het democratische leven in Europa aangemoedigd, met name via de EU-jongerendialoog en andere initiatieven om jongeren te benaderen om invloed uit te oefenen op de beleidsvorming. De Europese Jongerensite verschaft ook informatie aan andere belanghebbenden die werkzaam zijn op het gebied van jeugdzaken, is beschikbaar in 28 talen en is hier te vinden: https://europa.eu/youth/EU_nl

Otlas

Otlas is een van de hulpmiddelen die worden ontwikkeld en gehost door de SALTO-Youthonderzoekscentra. Het is een centraal online-instrument om partners te vinden voor organisaties die actief zijn op het gebied van jeugdzaken. Organisaties kunnen hun contactgegevens en interessegebieden registreren in Otlas, en ook partnerverzoeken aanmaken voor projectideeën.

Meer informatie is beschikbaar op: www.salto-youth.net/otlas of www.otlas.eu

Het Europees studentenkaart-initiatief

Het Europees studentenkaart-initiatief heeft tot doel leer- en opleidingsmobiliteit te vereenvoudigen door het digitaliseren van alle hoofdcomponenten die nodig zijn voor het organiseren van studentenmobiliteit, vanaf de verstrekking van informatie tot de aanvraagprocedure en het acclimatiseren in het gastland. In het kader van dit initiatief zijn inmiddels de mobiele app van Erasmus+ en het netwerk voor een papierloos Erasmus+ beschikbaar voor instellingen voor hoger onderwijs en studenten. Deze zullen nader worden aangevuld in de vorm van nieuwe diensten en functies ten behoeve van de gebruikers.

De mobiele app van Erasmus+ biedt studenten één enkel onlinetoegangspunt tot informatie en diensten die zij voor, tijdens en na hun uitwisseling in het buitenland nodig hebben. De app biedt voorts informatie over deelname aan het programma voor lerenden in andere sectoren, en kan worden gedownload via de App Store en Google Play. Meer informatie is te vinden op: erasmusapp.eu

Dankzij het netwerk voor een papierloos Erasmus+ kunnen instellingen voor hoger onderwijs in een veilige en gestroomlijnde omgeving die volledig is ingericht op digitaal mobiliteitsbeheer, gebruikmaken van een centraal communicatiekanaal voor de soepele uitwisseling van gegevens met betrekking tot studentenmobiliteit, met inbegrip van onlinestudieovereenkomsten en digitale interinstitutionele akkoorden. Instellingen voor hoger onderwijs die verbinding willen maken met het netwerk voor een papierloos Erasmus+ kunnen informatie vinden over hoe ze dat kunnen doen en kunnen richtsnoeren en handleidingen raadplegen door een bezoek te brengen aan het competentiecentrum voor een papierloos Erasmus+: https://cc.erasmuswithoutpaper.eu

Kennisnetwerken en netwerken van deskundigen

Eurydice-netwerk

Het Eurydice-netwerk is hoofdzakelijk toegespitst op de manier waarop het onderwijs in Europa is opgebouwd en georganiseerd op alle niveaus, en beoogt bij te dragen aan een beter wederzijds begrip van de onderwijsstelsels in Europa. Als hulpmiddel bij de besluitvorming stelt dit netwerk vergelijkende analyses op Europees niveau en specifieke nationale informatie op het gebied van onderwijs en jeugdzaken beschikbaar aan degenen die de verantwoordelijkheid dragen voor onderwijsstelsels en onderwijsbeleid in Europa.

Het Eurydice-netwerk is een omvangrijke informatiebron met onder meer uitvoerige beschrijvingen en gedetailleerde overzichten van nationale onderwijsstelsels (in de rubriek "National Education systems and Policies"), vergelijkende thematische verslagen over specifieke onderwerpen van communautair belang (in de rubriek "Thematic Reports"), indicatoren en statistieken (in de rubriek "Key Data Series"), en een reeks feiten en cijfers met betrekking tot het onderwijs, zoals nationale onderwijsstructuren, schoolkalenders, vergelijkende overzichten van lerarensalarissen en vereiste lestijden voor landen en onderwijsniveaus (in de rubriek "Facts and Figures").

Het netwerk bestaat uit een centrale coördinatiedienst bij het Uitvoerend Agentschap, en nationale diensten in alle Erasmus+-programmalanden plus Albanië, Bosnië en Herzegovina en Montenegro.

Meer informatie is te vinden op de website van het Uitvoerend Agentschap: https://eacea.ec.europa.eu/homepage

Netwerk van nationale correspondenten voor de jongerenwiki

Overeenkomstig de EU-strategie en de doelstelling om de kennis over jongerenkwesties in Europa te verbeteren, wordt financiële ondersteuning geboden aan nationale structuren die bijdragen aan de jongerenwiki, een interactief instrument dat in een samenhangende, geactualiseerde en bruikbare vorm informatie levert over de situatie van jongeren in Europa en over nationaal jeugdbeleid.

De organen die door de nationale autoriteiten zijn aangewezen en in een programmaland zijn gevestigd, ontvangen financiële steun voor acties die zij verrichten met het oog op het produceren van landenspecifieke informatie, vergelijkbare landenbeschrijvingen en indicatoren die bijdragen tot een beter wederzijds begrip van jeugdwerkstelsels en jeugdbeleid in Europa.

Netwerk van deskundigen voor de hervorming van het hoger onderwijs

In de betrokken partnerlanden (westelijke Balkan, landen van het oostelijke en zuidelijke Middellandse Zeegebied, Rusland en Centraal-Azië) stellen de nationale teams van deskundigen voor de hervorming van het hoger onderwijs hun gezamenlijke expertise ter beschikking van de lokale overheden en belanghebbenden met het doel hervormingen te bevorderen en meer vooruitgang te boeken in het hoger onderwijs. Ze nemen deel aan de beleidsontwikkeling op het gebied van hoger onderwijs in hun land. De werkzaamheden van de deskundigen berusten op intercollegiale contacten. Elk nationaal team telt vijf tot vijftien leden. Het betreft deskundigen op het gebied van hoger onderwijs (rectoren, vicerectoren, decanen, hooggeplaatste academici, functionarissen voor internationale betrekkingen, studenten enzovoort).

Tot hun takenpakket behoort onder meer de ondersteuning van:

  • beleidsontwikkelingen in hun land door in nauw overleg met de betrokken lokale overheden steun te verlenen aan moderniserings- en hervormingsprocessen en -strategieën op het gebied van hoger onderwijs;
  • de beleidsdialoog met de Europese Unie op het gebied van hoger onderwijs;
  • opleidings- en adviseringsactiviteiten die gericht zijn op lokale belanghebbenden, met name instellingen voor hoger onderwijs en het personeel daarvan;
  • Erasmus+-projecten (met name in het kader van de actie voor capaciteitsopbouw) door de resultaten ervan, meer in het bijzonder beste praktijken en innovatieve initiatieven, te verspreiden en te benutten voor opleidingsdoeleinden

Nationale teams om de uitvoering van de EU-instrumenten voor beroepsonderwijs en -opleiding te ondersteunen

Het doel van de teams van nationale deskundigen inzake beroepsonderwijs en -opleiding is het ter beschikking stellen van gezamenlijke expertise om de toepassing van EU-instrumenten en beginselen voor beroepsonderwijs en -opleiding bij door de EU gefinancierde projecten die steun krijgen uit het Erasmus+-programma te bevorderen. De desbetreffende EU-instrumenten voor beroepsonderwijs en -opleiding zijn beschreven in de relevante Europese beleidsdocumenten voor beroepsonderwijs en -opleiding, zoals het Europees kader voor hoogwaardige en doeltreffende leerlingplaatsen en de aanbeveling van de Raad inzake beroepsonderwijs en -opleiding (zoals het EQAVET-kader, EU-kernprofielen, volgsystemen voor afgestudeerden en anderen). De deskundigen moeten in het bijzonder ondersteuning bieden aan de begunstigden van door de EU gefinancierde projecten die steun krijgen uit het Erasmus+-programma, opdat zij bovengenoemde EU-instrumenten voor beroepsonderwijs en -opleiding zouden toepassen in hun projecten.

Netwerk van nationale referentiepunten voor EQAVET

De nationale referentiepunten voor EQAVET zijn opgericht door de nationale autoriteiten en brengen de bestaande relevante organen samen waarbij de sociale partners en alle belanghebbenden op nationaal en regionaal niveau zijn betrokken, om bij te dragen aan de implementatie van het Europees referentiekader voor kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding zoals vastgesteld in de aanbeveling van de Raad inzake beroepsonderwijs en -opleiding voor duurzaam concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en veerkracht[2].

De nationale referentiepunten voor EQAVET hebben ten doel: 1) concrete initiatieven te nemen en het EQAVET-kader verder te ontwikkelen, 2) een breed scala aan belanghebbenden te informeren en in te schakelen om een bijdrage te leveren aan de implementatie van het EQAVET-kader, 3) zelfevaluatie te ondersteunen als complementair en doeltreffend middel voor kwaliteitsborging, 4) een bijgewerkte beschrijving te bieden van de nationale/regionale regelingen voor kwaliteitsborging gebaseerd op het EQAVET-kader en 5) zich bezig te houden met de intercollegiale toetsing op EU-niveau van kwaliteitsborging op het niveau van het stelsel voor beroepsonderwijs en -opleiding.

Europees kwalificatiekader, Europass en Euroguidance – nationale centra

Voor elk land worden deze drie netwerken van nationale centra ondersteund door middel van één enkele overeenkomst:

Nationale coördinatiepunten voor het Europees kwalificatiekader

De nationale coördinatiepunten voor het Europees kwalificatiekader worden aangewezen door de nationale autoriteiten en ondersteunen hen bij:

  • het ontwikkelen, uitvoeren en herzien van nationale kwalificatiekaders en relateren deze aan het Europees kwalificatiekader;
  • het herzien van de verwijzingen naar de niveaus van de nationale kwalificatiekaders of -systemen en de afstemming ervan op de niveaus van het Europees kwalificatiekader, waar van toepassing.

De nationale coördinatiepunten voor het Europees kwalificatiekader brengen het Europees kwalificatiekader dichter bij individuen en organisaties door:

  • steun te bieden voor de opname van het passende niveau van het Europees kwalificatiekader op certificaten, diploma’s, supplementen en andere kwalificatiedocumenten en in databanken met kwalificaties;
  • kwalificatieregisters of -databanken te ontwikkelen die kwalificaties omvatten die zijn opgenomen in de nationale kwalificatiekaders en die te publiceren op de portaalsite van Europass.

Meer informatie is beschikbaar op: https://europa.eu/europass/nl/implementation-european-qualifications-framework-eqf

Nationale Europass-centra

Het belangrijkste kenmerk van Europass is een onlineplatform dat individuen en organisaties voorziet van interactieve instrumenten en informatie over leermogelijkheden, kwalificatiekaders en kwalificaties, begeleiding, informatie over vaardigheden, instrumenten voor zelfbeoordeling en documentatie van vaardigheden en kwalificaties en koppelingen naar mogelijkheden op het gebied van leren en werkgelegenheid. Dit vergt een aanzienlijke hoeveelheid werk op nationaal niveau, uitgevoerd door organen die door de nationale autoriteiten zijn aangewezen. Dit werk omvat met name:

  • nationale informatie ter beschikking stellen van het EU-platform, namelijk door de koppeling te garanderen tussen het EU-platform en de nationale gegevensbronnen voor leermogelijkheden en nationale databanken of registers voor kwalificaties;
  • het gebruik bevorderen van de door het EU-platform geboden diensten;
  • contacten onderhouden met alle relevante belanghebbenden op nationaal niveau.

Euroguidance-netwerk

Euroguidance is een Europees netwerk van nationale centra voor informatie en voorlichting, aangewezen door de nationale autoriteiten. Alle Euroguidance-centra hebben de volgende gemeenschappelijke doelstellingen:

  • samenwerken en ondersteuning bieden op het niveau van de Unie om het beleid, de stelsels en de praktijken voor begeleiding binnen de Unie te versterken (de ontwikkeling van de Europese dimensie voor levenslange begeleiding); 
  • de ontwikkeling van competenties van loopbaanbegeleiders ondersteunen; 
  • hoogwaardige informatie over levenslange begeleiding bieden;
  • Europese mogelijkheden voor leermobiliteit en loopbaanbeheer bevorderen (via het Europass-portaal).

Loopbaanbegeleiders en beleidsmakers op het terrein van onderwijs en arbeidsmarkt vormen de belangrijkste doelgroep van Euroguidance.

Meer informatie is beschikbaar op: http://euroguidance.eu

  1. https://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/resources_nl

  2. Voetnoot met een verwijzing naar het Publicatieblad toe te voegen zodra die beschikbaar is