Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport
Search the guide

Wie kan deelnemen aan het Erasmus+-programma?

Individuele personen vormen de belangrijkste doelgroep van het programma. Het programma bereikt deze personen echter voornamelijk via organisaties, instellingen, organen of groepen die zulke activiteiten organiseren. De voorwaarden voor deelname aan het programma houden bijgevolg verband met deze twee actoren: de “deelnemers” (personen die deelnemen aan het programma) en de “deelnemende organisaties” (met inbegrip van informele groepen en zelfstandigen[1]). Voor zowel deelnemers als deelnemende organisaties hangen de voorwaarden voor deelname af van het land waar ze gevestigd zijn.

Deelnemers aan activiteiten van Erasmus+-projecten:

In de regel moeten deelnemers aan Erasmus+-projecten gevestigd zijn in een programmaland. Bepaalde acties, met name op het gebied van hoger onderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding en jeugdzaken, staan ook open voor deelnemers uit partnerlanden.

De specifieke voorwaarden voor deelname aan een Erasmus+-project hangen af van het soort actie.

Algemeen gesproken

  • zijn de belangrijkste doelgroepen: van projecten die van belang zijn voor het hoger onderwijs: hogeronderwijsstudenten (korte cyclus, eerste, tweede of derde cyclus), docenten en professoren in het hoger onderwijs, personeel van instellingen voor hoger onderwijs, opleiders en beroepskrachten in het bedrijfsleven;
  • van projecten die van belang zijn voor beroepsonderwijs en -opleiding: leerlingen en studenten in beroepsonderwijs en -opleiding, beroepsactoren en opleiders in beroepsonderwijs en -opleiding, personeel van organisaties voor initieel beroepsonderwijs en -opleiding, opleiders en beroepskrachten in het bedrijfsleven;
  • van projecten die van belang zijn voor het schoolonderwijs: schoolleiders, leerkrachten en schoolpersoneel, leerlingen in kleuteronderwijs, basisonderwijs en secundair onderwijs;
  • van projecten die van belang zijn voor de volwasseneneducatie: leden van organisaties voor niet-beroepsgerichte volwasseneneducatie, opleiders, personeel en lerenden in niet-beroepsgerichte volwasseneneducatie;
  • van projecten die van belang zijn voor jeugdzaken: jongeren van 13 tot 30  aar[2], jeugdwerkers, personeel en leden van organisaties die zich actief met jeugdzaken bezighouden;
  • van projecten die van belang zijn op sportgebied: beroepsmensen en vrijwilligers op sportgebied, sporters en coaches.

Meer details over de voorwaarden voor deelname aan elke specifieke actie zijn terug te vinden in deel B van deze gids.

In aanmerking komende deelnemende organisaties

Erasmus+-projecten worden ingediend en beheerd door deelnemende organisaties. Zodra een project is geselecteerd, wordt de organisatie die het project heeft aangevraagd begunstigde van een Erasmus+-subsidie. Begunstigden ondertekenen een subsidieovereenkomst of ontvangen een subsidiebesluit waardoor ze in aanmerking komen voor financiële steun om hun project uit te voeren (subsidieovereenkomsten worden niet aan individuele deelnemers aangeboden).

In de regel moeten organisaties die deelnemen aan Erasmus+-projecten gevestigd zijn in een programmaland. Sommige acties, met name op het gebied van hoger onderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding en jeugdzaken, staan ook open voor deelnemende organisaties uit partnerlanden[3].

De specifieke voorwaarden voor deelname aan een Erasmus+-project hangen af van het soort door het programma ondersteunde actie. In het algemeen staat het programma open voor elke organisatie die werkzaam is op het gebied van onderwijs, opleiding, jeugdzaken of sport. Diverse acties staan ook open voor deelname van andere actoren op de arbeidsmarkt.

Meer informatie is te vinden in deel B van deze gids.

  1. Natuurlijke personen komen niet in aanmerking om rechtstreeks bij de nationale Erasmus+-agentschappen of bij het Uitvoerend Agentschap EACEA een subsidie aan te vragen (met uitzondering van zelfstandigen — d.w.z. eenmanszaken waarbij de onderneming geen aparte rechtspersoonlijkheid bezit die losstaat van de natuurlijke persoon.

    Entiteiten die krachtens de nationale wetgeving geen rechtspersoonlijkheid bezitten, mogen uitzonderlijk deelnemen mits hun vertegenwoordigers bevoegd zijn namens de entiteit juridische verbintenissen aan te gaan en zij garanties voor de bescherming van de financiële belangen van de EU bieden die gelijkwaardig zijn aan de door rechtspersonen geboden garanties) .

    EU-organen (met uitzondering van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Europese Commissie) kunnen geen deel uitmaken van het consortium.

  2. Naargelang van de verschillende soorten activiteiten worden diverse leeftijdsbeperkingen toegepast. Zie deel B van deze gids voor meer informatie. Verder moet rekening worden gehouden met:

    minimale leeftijdsgrenzen — deelnemers moeten de minimumleeftijd hebben bereikt op de dag dat de activiteit van start gaat;

    maximale leeftijdsgrenzen — deelnemers mogen niet ouder zijn dan de aangegeven maximumleeftijd op de dag dat de activiteit van start gaat.

.foot {font-size: 0.8em; margin-left: 2.5em; border-top: 1px solid black;} table, td, tr{border: 1px solid black; cellpadding="1"; cellspacing="1";} table{margin-bottom: 30px;}