Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport
Search the guide

Deze webpagina geeft nog geen weergave van de inhoud van de programmagids van Erasmus+ 2022. Maar u kunt de volledige gids voor 2022 in de door u gekozen taal in pdf-formaat downloaden door te klikken op “Download” op de rechterkant van deze pagina.

Belangrijke eigenschappen van het Erasmus+-Programma

De volgende eigenschappen van het programma verdienen bijzondere aandacht:

Bescherming, gezondheid en veiligheid van deelnemers

De bescherming en veiligheid van bij Erasmus+-projecten betrokken deelnemers zijn belangrijke uitgangspunten van het programma. Iedereen die deelneemt aan het Erasmus+-programma verdient de mogelijkheid het potentieel daarvan met betrekking tot persoonlijke ontplooiing, beroepsontwikkeling en leren ten volle te benutten. Een en ander kan alleen zeker worden gesteld in een veilige omgeving die eenieders rechten respecteert en beschermt, alsook hun lichamelijke en emotionele integriteit, hun geestelijke gezondheid en hun welzijn.

Elke aan het programma deelnemende organisatie moet beschikken over doeltreffende procedures en regelingen om de veiligheid, bescherming en non-discriminatie van de deelnemers aan hun activiteit te bevorderen en te waarborgen. Waar nodig moeten minderjarige deelnemers (leerlingen, lerenden van beroepsonderwijs en -opleiding, jongeren) bij mobiliteitsactiviteiten worden begeleid door volwassenen. De begeleidende volwassenen moeten erop toezien dat de leercomponent van de mobiliteitsactiviteit van toereikende kwaliteit is, en de bescherming en veiligheid van de minderjarige deelnemers waarborgen.

Daarnaast moeten alle scholieren, studenten, stagiairs, leerlingen, lerende volwassenen, jongeren en personeelsleden die betrokken zijn bij een door alle kernacties van het Erasmus+-programma bestreken mobiliteitsactiviteit, verzekerd zijn tegen de aan hun deelname verbonden risico’s. Het programma laat het zoeken van de meest geschikte verzekering (afhankelijk van het soort project en van de op nationaal niveau beschikbare verzekeringen) over aan de projectorganisatoren. Verder is het niet noodzakelijk om een aparte projectverzekering af te sluiten als de deelnemers al gedekt zijn door een verzekering die al eerder door de projectorganisator is afgesloten.

De volgende zaken moeten hoe dan ook worden gedekt:

  • indien van toepassing, reisverzekering (inclusief schade of verlies van bagage);
  • schade aan derden (waar nodig inclusief beroepsaansprakelijkheid of wettelijke aansprakelijkheid);
  • ongevallen en ernstige ziekten (met inbegrip van permanente of tijdelijke ongeschiktheid);
  • overlijden (met inbegrip van repatriëring in geval van projecten die in het buitenland worden uitgevoerd).

Voor zover van toepassing wordt deelnemers aan transnationale activiteiten ten zeerste aangeraden in het bezit te zijn van een Europese ziekteverzekeringskaart. Dit is een gratis kaart die de houder gedurende een tijdelijk verblijf in een van de 27 EU-landen, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen toegang biedt tot medisch noodzakelijke zorg binnen het openbare zorgstelsel. De houder krijgt de zorg onder dezelfde voorwaarden en tegen dezelfde kosten (in sommige landen gratis) als de mensen die in dat land verzekerd zijn. Meer informatie over de kaart en de wijze waarop burgers die kunnen verkrijgen, is te vinden op: https://ec.europa.eu/social/main.jsp?catId=559&langId=nl.

Tot slot moeten de deelnemende organisaties voor projecten waarbij jongeren onder 18 jaar betrokken zijn, vooraf toestemming krijgen van hun ouders of van de personen die namens hen optreden.

Meertaligheid

Meertaligheid is een van de hoekstenen van het Europese project en tevens een krachtig symbool van het streven van de Europese Unie naar eenheid in verscheidenheid. Voor vreemde talen is een belangrijke rol weggelegd in het kader van de vaardigheden die burgers de nodige bagage meegeven om deel te nemen aan de arbeidsmarkt en de geboden kansen optimaal te benutten. De Europese Unie heeft zich ten doel gesteld elke burger de kans te geven vanaf jonge leeftijd ten minste twee vreemde talen te leren.

De bevordering van taalonderwijs en taalverscheidenheid is een van de specifieke doelstellingen van het programma. Het gebrek aan taalvaardigheden is een van de belangrijkste hindernissen die burgers ervan weerhouden deel te nemen aan Europese programma’s op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken. De geboden mogelijkheden voor taalkundige ondersteuning beogen mobiliteit efficiënter en effectiever te maken, leerprestaties te verbeteren en zodoende bij te dragen tot het verwezenlijken van de specifieke programmadoelstelling.

Het programma biedt deelnemers die een mobiliteitsactiviteit uitvoeren ondersteuning bij het leren van talen. Deze ondersteuning wordt voornamelijk geboden via het platform voor taalkundige onlineondersteuning van Erasmus+ (OLS), zo nodig afgestemd op de betreffende sector, aangezien e-learning wat toegang en flexibiliteit betreft voordelen biedt om talen te leren. De taalkundige onlineondersteuning (OLS) van Erasmus+ stelt deelnemers in staat hun talenkennis te beoordelen, te oefenen en te verbeteren. Het platform voorziet onder meer in tools voor computerondersteund leren en gecombineerd afstands- en contactonderwijs (“Blended learning”) waarmee leerkrachten en jeugdwerkers aanvullende steun kunnen bieden aan lerenden, en sociale netwerken kunnen worden gecreëerd met het oog op samenwerkend leren. In het kader van de taalkundige onlineondersteuning (OLS) van Erasmus+ zal ook gratis vrij toegankelijk materiaal voor taalverwerving worden aangeboden. Naast OLS kunnen andere vormen van taalkundige ondersteuning worden aangeboden om te voorzien in de taalverwervingsbehoeften van specifieke doelgroepen, zoals het gebruik van gebarentaal of braille, die kunnen worden gefinancierd via de specifieke categorie financiële steun voor inclusie.

Ook in het kader van de samenwerkingsprojecten wordt het onderwijzen en leren van talen aangemoedigd. Innovatie en goede praktijken ter bevordering van taalvaardigheden kunnen bijvoorbeeld voorzien in onderwijs- en toetsingsmethoden, de ontwikkeling van didactisch materiaal, onderzoek, computerondersteund leren van talen en ondernemingsprojecten met gebruikmaking van vreemde talen.

De Europese Commissie heeft het Europees Talenlabel (ELL) in het leven geroepen ter beloning van kwaliteit, als stimulans om de resultaten van excellentie op het gebied van meertaligheid te verspreiden en om meer publieke belangstelling te wekken voor taalverwerving. De nationale agentschappen kennen het ELL jaarlijks of tweejaarlijks toe aan onderwijs- en opleidingsorganisaties die met uitstekende resultaten een gedecentraliseerd Erasmus+-project hebben uitgevoerd op het gebied van taalverwerving en -onderwijs. De nationale agentschappen kunnen het Europees Talenlabel ook toekennen aan niet-Erasmus+-projecten, zoals initiatieven die blijk geven van een veelomvattende, inclusieve of innovatieve benadering van taalverwerving en -onderwijs.

Internationale dimensie

Erasmus+ omvat door de samenwerking met partnerlanden een sterke internationale dimensie waar het activiteiten op het gebied van mobiliteit, samenwerking en beleidsdialoog betreft. Om Europese organisaties te ondersteunen bij het aanpakken van de mondiale uitdagingen die voortvloeien uit de globalisering, klimaatverandering en de digitale transitie, is streven naar intensievere internationale mobiliteit en samenwerking met derde landen een belangrijk element dat de rol van de Europese Unie als wereldspeler versterkt. Tegelijkertijd dragen de acties van het programma bij tot de bevordering van waarden, beginselen en belangen die verband houden met gemeenschappelijke prioriteiten, met name menselijke en institutionele ontwikkeling, klimaatverandering, digitale transitie, groei en banen, goed bestuur en vrede en veiligheid. De betrokkenheid van jongeren in de partnerlanden is van essentieel belang voor het tot stand brengen van veerkrachtigere samenlevingen op basis van wederzijds vertrouwen en intercultureel begrip.

Erkenning en validering van vaardigheden en kwalificaties

Erasmus+ verleent steun aan de instrumenten van de Europese Unie voor transparantie en erkenning van competenties, vaardigheden en kwalificaties, meer in het bijzonder Europass, Youthpass, het Europees kwalificatiekader (EQF), het Europees studiepuntenoverdrachtsysteem (ECTS), het Europees referentiekader voor kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding (EQAVET), het Europees register voor kwaliteitsborging in het hoger onderwijs (EQAR), de Europese Vereniging voor kwaliteitszorg in het hoger onderwijs (ENQA), alsook EU-wijde onderwijs- en opleidingsnetwerken die deze instrumenten ondersteunen, met name de netwerken van de nationale informatiecentra voor academische erkenning (Naric’s), de Euroguidance-netwerken, de nationale Europass-centra en de nationale coördinatiepunten voor het Europees kwalificatiekader. Deze instrumenten hebben een gemeenschappelijk doel, namelijk het vergemakkelijken van de erkenning en het begrip van competenties, vaardigheden en kwalificaties, zowel binnen de landsgrenzen als daarbuiten, niet alleen in alle subsystemen van onderwijs en opleiding, maar ook op de arbeidsmarkt, ongeacht of deze verkregen zijn via formeel onderwijs of via formele opleiding of door middel van andere leerervaringen (bijvoorbeeld werkervaring, vrijwilligerswerk of onlineleren).

Om deze doelstellingen te verwezenlijken, moeten de beschikbare instrumenten berekend zijn op nieuwe verschijnselen, zoals de internationalisering van het onderwijs en het toenemende gebruik van digitaal leren. Voorts moeten ze bijdragen tot het opzetten van flexibele leertrajecten die afgestemd zijn op de leerbehoeften en -doelen. Daarom kan het in de toekomst nodig blijken de instrumenten aan te passen. Deze aanpassing moet meer samenhang en vereenvoudiging tot stand brengen, zodat lerenden en werknemers zich vrij kunnen verplaatsen om te werken of verder te leren.

Op het gebied van jeugdzaken zijn thematische strategieën[1] zoals Youthpass en de Europese opleidingsstrategie (ETS) erop gericht de ontwikkelingen op deze domeinen verder te ondersteunen.

Meer informatie is beschikbaar op: https://ec.europa.eu/education/policies/european-policy-cooperation/development-skills_nl

Bekendmaking van projecten en projectresultaten met het oog op een maximaal effect

Het bekendmaken van projecten en de bijbehorende resultaten is van cruciaal belang om op verschillende niveaus effect te sorteren. Afhankelijk van de actie moeten aanvragers van financiële steun uit hoofde van het Erasmus+-programma hun communicatieactiviteiten zodanig plannen dat de informatie over hun project en de bijbehorende resultaten zowel gedurende als na de levenscyclus van het project wordt gedeeld. De projectaanvragen worden beoordeeld aan de hand van relevante criteria om ervoor te zorgen dat deze aspecten aan bod komen. Daarnaast moeten de aanvragers een kwalitatieve en kwantitatieve beoordeling van het succes van hun communicatieactiviteiten aangeven. Qua omvang en intensiteit moeten deze communicatie- en verspreidingsactiviteiten in verhouding staan tot de doelstellingen, het toepassingsgebied en de streefdoelen van de verschillende door Erasmus+ bestreken acties.

In alle communicatie- en verspreidingsactiviteiten en -producten, zoals evenementen, websites en publicaties, moeten de begunstigden duidelijk aangeven dat ze steun hebben ontvangen van de Europese Unie. Zij moeten er met name voor zorgen dat al het communicatiemateriaal het embleem van de Europese Unie draagt en dat het voldoet aan de bepalingen van de subsidieovereenkomst of het subsidiebesluit[2]. Indien niet volledig aan deze eis wordt voldaan, kan de subsidie van de begunstigde worden verlaagd.

Voor het opstellen van een goed communicatie- en verspreidingsplan moeten aanvragers rekening houden met het volgende:

  • De communicatiedoelstellingen: met het oog op bewustmaking, het bevorderen van maatschappelijke waarden, het creëren van nieuwe partnerschappen voor de toekomst of het beïnvloeden van beleid en praktijken;
  • Het doelpubliek of de doelgroep: dit zijn de mensen die u wilt bereiken en die gebruik kunnen maken van de resultaten. Wees zo specifiek mogelijk. Dit kan het algemene publiek betreffen, alsook stakeholders, deskundigen of andere belanghebbende partijen, besluitvormers, de pers enzovoort;
  • De kanalen en activiteiten voor het bereiken van het doelpubliek: de aanvragers moeten de kanalen en activiteiten kiezen die het meest doeltreffend en geschikt zijn om tegemoet te komen aan de behoeften van hun gekozen doelpubliek, zoals sociale media, evenementen en publicaties.
  • De projectresultaten (prestaties en uitkomsten), zoals een gids voor goede praktijken, een praktisch instrument of product, een onderzoeksverslag van studies, opgedane kennis en vaardigheden enzovoort. Resultaten moeten worden gedeeld of onder de aandacht worden gebracht op het platform voor Erasmus+-projectresultaten (https://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/projects_en).
  • Het tijdschema: u moet een doeltreffende planning maken voor de verschillende activiteiten (gekoppeld aan het werkplan/de mijlpalen), realistische doelstellingen afspreken en voldoende flexibiliteit waarborgen op basis van de voortgang van het project, de veranderende behoeften van het doelpubliek of de doelgroep, evenals eventuele ontwikkelingen op het gebied van beleid en procedures;
  • Kernprestatie-indicatoren (KPI’s): indicatoren vormen een belangrijk beheersinstrument voor het monitoren van de voortgang (en om eventuele bijstelling mogelijk te maken) tijdens de uitvoering van het communicatie- en verspreidingsplan en het meten van de mate van succes bij het verwezenlijken van de doelstellingen.

Verplicht open toegang tot door Erasmus+ geproduceerd leermateriaal

Erasmus+ bevordert open toegang tot projectresultaten ter ondersteuning van leren, onderwijs, opleiding en jeugdwerk. Begunstigden van Erasmus+ verbinden zich er met name toe alle leermiddelen en -instrumenten — documenten, media, software of ander materiaal — die in het kader van door het programma gesteunde projecten worden geproduceerd, onder een open licentie vrij toegankelijk te maken voor het publiek. Het materiaal moet gemakkelijk toegankelijk en opvraagbaar zijn zonder kosten of beperkingen en de open licentie moet het publiek in staat stellen de middelen te gebruiken, te hergebruiken, aan te passen en te delen. Dergelijke materialen staan bekend als “Open Educational Resources” (OER). Om dit doel te bereiken, moeten de middelen in een bewerkbare digitale vorm worden geüpload op een geschikt en vrij toegankelijk platform. Hoewel Erasmus+ begunstigden aanmoedigt om zoveel mogelijk open licenties te gebruiken[3], mogen begunstigden licenties kiezen die bepaalde beperkingen opleggen, bijvoorbeeld een beperking op gebruik voor handelsdoeleinden door derden of de verplichting voor derden om dezelfde licentie toe te passen op afgeleide werken, indien dit passend is voor de aard van het project en het soort materiaal, en indien het publiek daardoor nog steeds de middelen kan gebruiken, hergebruiken, aanpassen en delen. Het vereiste inzake open toegang is verplicht en doet geen afbreuk aan de intellectuele-eigendomsrechten van de begunstigden.

Erasmus+ open toegang voor onderzoek en gegevens

Erasmus+ moedigt begunstigden aan om onderzoeksresultaten te publiceren via opentoegangsroutes, d.w.z. op een wijze die vrij is van kosten of andere toegangsbeperkingen. Begunstigden worden ook aangemoedigd open licenties toe te passen op deze onderzoeksresultaten. Waar mogelijk moeten de door de projecten verzamelde gegevens worden gepubliceerd als 'open data', d.w.z. met een open licentie, in een geschikt formaat en op een geschikt open dataplatform.

  1. De strategieën zijn hier te vinden: https://www.salto-youth.net/

  2. Richtsnoeren voor het gebruik van de huisstijl van de Europese Commissie, met inbegrip van het embleem van de Europese Unie, zijn hier te vinden https://ec.europa.eu/info/resources-partners/european-commission-visual-identity_en#documents

  3. Bijvoorbeeld de algemeen gebruikte licenties Creative Commons Naamsvermelding of Creative Commons Naamsvermelding-Gelijk Delen voor creatieve werken, de GNU Public License en GNU Lesser Public License voor software, of de Open Database License voor databanken.