Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport

Deze webpagina geeft nog geen weergave van de inhoud van de programmagids van Erasmus+ 2022. Maar u kunt de volledige gids voor 2022 in de door u gekozen taal in pdf-formaat downloaden door te klikken op “Download” op de rechterkant van deze pagina.

Mobiliteitsprojecten voor jeugdwerkers

In het kader van deze actie[1] kunnen organisaties steun ontvangen voor projecten die een of meer leeractiviteiten omvatten die gericht zijn op de beroepsontwikkeling van jeugdwerkers en hun organisatie.

Doelstellingen van de actie

Deze actie ondersteunt de beroepsontwikkeling van jeugdwerkers en daarmee de ontwikkeling van kwaliteitsvol jeugdwerk op lokaal, regionaal, nationaal, Europees en internationaal niveau, aan de hand van niet-formele en informele leerervaringen tijdens mobiliteitsactiviteiten. De actie draagt bij aan de doelstellingen van de EU-strategie voor jongeren 2019‑2027, met name de Europese jeugdwerkagenda[2] voor kwaliteit, innovatie en erkenning van jeugdwerk.

Mobiliteitsprojecten voor jeugdwerkers zijn er meer specifiek op gericht:

  • niet-formele en informele leermogelijkheden te bieden voor de educatieve en beroepsontwikkeling van jeugdwerkers en aldus bij te dragen tot individuele praktijken van hoge kwaliteit en tot de evolutie van jeugdwerkorganisaties en -stelsels;
  • te bouwen aan een gemeenschap van jeugdwerkers die de kwaliteit van projecten en activiteiten voor jongeren in programma’s van de EU en daarbuiten kunnen ondersteunen;
  • de praktijken van het plaatselijke jeugdwerk te ontwikkelen en bij te dragen aan de capaciteitsopbouw ten behoeve van hoogwaardig jeugdwerk van de deelnemers en hun organisatie, met een duidelijk effect op de reguliere werkzaamheden met jongeren van de deelnemende jeugdwerkers.

Beleidscontext

De EU-strategie voor jongeren 2019‑2027 stelt een kader vast voor Europese samenwerking in jeugdzaken, op grond van de mededeling van de Commissie “Jongeren betrekken, verbinden en versterken: een nieuwe EU-strategie voor jongeren” van 22 mei 2018. Met de strategie worden jongeren aangemoedigd deel te nemen aan het democratische leven, wordt hun maatschappelijke betrokkenheid en burgerzin gesteund en wordt ernaar gestreefd dat alle jongeren over de nodige middelen beschikken om te participeren in de samenleving. De EU-strategie voor jongeren omvat ook de EU-jongerendialoog. In het kader van dat proces zijn in 2018 elf Europese jeugddoelstellingen ontwikkeld. Deze doelstellingen brengen sectoroverschrijdende gebieden in kaart die van invloed zijn op het leven van jongeren en wijzen op uitdagingen. De EU-strategie voor jongeren moet bijdragen tot de verwezenlijking van deze visie van jongeren. Met haar kerngebied “Versterken” ondersteunt de EU-strategie voor jongeren de empowerment van jongeren aan de hand van kwaliteit, innovatie en erkenning van jeugdwerk.

https://europa.eu/youth/strategy_nl

Thematische strategieën op het gebied van jeugdzaken

Het Erasmus+-programma is bedoeld om de participatie van jongeren, de verbetering van de kwaliteit van informele en niet-formele leerprocessen en de ontwikkeling van kwaliteitsvol jeugdwerk te bevorderen. Verdere steun op deze gebieden is beschikbaar via specifieke thematische strategieën, zoals de strategie voor jongerenparticipatie, Youthpass en de Europese opleidingsstrategie (ETS)[3].

Beschrijving van de activiteiten

Activiteiten in verband met beroepsontwikkeling

Activiteiten in verband met beroepsontwikkeling zijn transnationale leermobiliteitsactiviteiten die de beroepsontwikkeling van jeugdwerkers ondersteunen. Ze kunnen de vorm aannemen van:

  • studiebezoeken en verschillende soorten opdrachten zoals job shadowing, uitwisselingen van jeugdwerkers en intercollegiaal leren, in jeugdwerkorganisaties en organisaties in het buitenland die actief zijn in jeugdwerk.
  • Netwerken en een gemeenschap creëren van jeugdwerkers die deelnemen aan de actie en de doelstellingen ervan ondersteunen.
  • Opleidingscursussen ter ondersteuning van de ontwikkeling van competenties (bv. op basis van relevante bestaande competentiemodellen), teneinde kwaliteitsvolle praktijken op het gebied van jeugdwerk in te voeren of innovatieve methoden vast te stellen en te testen (bv. in verband met digitaal en slim jeugdwerk[4]).
  • Seminars en workshops ter ondersteuning van bepaalde kennisopbouw en het delen van beste praktijken in verband met de doelstellingen, waarden en prioriteiten van de EU-strategie voor jongeren en de EU-programma’s die bijdragen aan de uitvoering van die strategie.

De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor subsidieverlening in het kader van mobiliteitsprojecten voor jeugdwerkers: academische studiereizen; activiteiten die gericht zijn op het maken van financiële winst; activiteiten die kunnen worden aangemerkt als toerisme; festivals; vakantiereizen; concerttournees, statutaire vergaderingen.

Projecten zouden daarnaast ook de onderstaande activiteiten kunnen omvatten.

Systeemontwikkelings- en outreachactiviteiten

Mobiliteitsprojecten voor jeugdwerkers kunnen systeemontwikkelings- en outreachactiviteiten omvatten, als aanvullende activiteiten om het effect van het mobiliteitsproject op het gebied te versterken. Zij omvatten al die activiteiten die bijdragen aan de Europese jeugdwerkagenda[5] voor kwaliteit, innovatie en erkenning van jeugdwerk en die ervaring en hulpmiddelen opleveren voor de organisaties die betrokken zijn bij de projecten en daarbuiten. Deze aanvullende activiteiten bieden meer ervaren, vindingrijke begunstigden de gelegenheid om innovatieve methoden en reacties op gedeelde uitdagingen uit te testen, in een soort “Europees laboratorium voor jeugdwerk” dat voortvloeit uit de activiteiten voor beroepsontwikkeling die binnen de projecten zijn uitgevoerd en dat ook daarbuiten weerklank vindt.

De vervaardiging van instrumenten en het delen van praktijken die bijdragen tot de ontwikkeling en evolutie van jeugdwerkorganisaties en -stelsels, outreachactiviteiten, het creëren van een gemeenschap en de invoering van innovatieve methoden, met inbegrip van het gebruik van digitale technologieën via jeugdwerk, zijn hiervan enkele voorbeelden. Deze activiteiten reiken verder dan de follow-upactiviteiten met het oog op de verspreiding, die deel uitmaken van de normale levenscyclus van het project, hoewel meer gerichte en strategische verspreidingsactiviteiten ook tot deze aanvullende activiteiten kunnen behoren.

Een systeemontwikkelings- en outreachactiviteit kan op transnationaal of nationaal niveau worden uitgevoerd.

Voorbereidende bezoeken

Voorbereidende bezoeken hebben tot doel activiteiten van hoge kwaliteit te waarborgen door administratieve regelingen te vergemakkelijken en voor te bereiden, vertrouwen en begrip op te bouwen en een solide partnerschap tussen de betrokken organisaties en mensen tot stand te brengen. Voorbereidende bezoeken vinden plaats in het land van een van de ontvangende organisaties vóór aanvang van de beroepsontwikkelingsactiviteit.

Een project opzetten

Een project dat door deze actie wordt ondersteund, moet een of meer activiteiten in verband met beroepsontwikkeling omvatten. De activiteiten mogen op een flexibele manier worden gecombineerd, afhankelijk van de doelstellingen van het project en de behoeften van de deelnemende organisatie(s) en jeugdwerkers.

Een project wordt uitgevoerd door minstens twee organisaties. Alle betrokken organisaties moeten in de aanvraagfase worden geïdentificeerd, aangezien een stevig partnerschap een fundamentele voorwaarde is voor projectresultaten van hoge kwaliteit. De betrokken organisaties fungeren als “uitzendende” en/of “ontvangende” organisatie. Het laatste betekent dat ze optreden als gastheer voor de activiteit en de deelnemers. Een van de organisaties neemt ook de rol van coördinator op zich en dient namens het partnerschap de aanvraag voor het gehele project in.

Een project verloopt in vier stadia: planning, voorbereiding, uitvoering en follow-up.

  • planning (de behoeften, doelstellingen, leerresultaten, activiteitsvormen vaststellen, het werkprogramma ontwikkelen, het tijdschema van de activiteiten vastleggen enz.);
  • voorbereiding (praktische regelingen, selectie van deelnemers, sluiten van overeenkomsten met partners, taalkundige/interculturele/leer- en taakgerelateerde voorbereiding van deelnemers vóór het vertrek enz.);
  • uitvoering van de activiteiten;
  • follow-up (evaluatie van de activiteiten, aanwijzing en documentatie van de leerresultaten van de deelnemers, verspreiding en gebruik van de projectresultaten).

Een kwaliteitsvol mobiliteitsproject voor jeugdwerkers:

  • heeft een duidelijk effect op de reguliere werkzaamheden van de deelnemende jeugdwerkers met jongeren en op hun organisatie;
  • berust op de actieve betrokkenheid van de deelnemende organisaties en de jeugdwerkers, die in alle stadia van het project een actieve rol moeten vervullen en op die manier hun leerervaring en persoonlijke ontwikkeling versterken;
  • is gebaseerd op duidelijke vastgestelde behoeften aan leer- en beroepsontwikkeling van jeugdwerkers[6], met name op het gebied van kwaliteit, innovatie en erkenning, en gaat gepaard met een passende selectie en voorbereiding en overeenkomstige follow-upmaatregelen;
  • waarborgt dat de niet-formele en informele leerresultaten van de deelnemers correct worden erkend en dat de projectresultaten, met eventuele methoden, materiaal en instrumenten, overdraagbaar zijn en worden gebruikt binnen de deelnemende organisaties, zodat ze bijdragen aan de evolutie van jeugdwerkorganisaties, en dat ze ook verder breed worden verspreid in jeugdzaken;
  • moedigt de deelnemers ertoe aan na te denken over Europese thema’s en waarden en voorziet jeugdwerkers van instrumenten en methoden om in hun dagelijks werk respect te bevorderen en om te gaan met diversiteit;
  • bevordert het gebruik van innovatieve praktijken en methoden zoals de opname van digitale jeugdwerkactiviteiten met als doel instrumenteel te zijn bij de preventie van vormen van online desinformatie en nepnieuws.

Leerproces

In een mobiliteitsproject voor jeugdwerkers moet steun worden beoogd voor het bezinningsproces, de vaststelling en documentering van leerresultaten, in het bijzonder via Youthpass, teneinde de erkenning en het effect van de projectresultaten te ondersteunen, alsook de eruit voortvloeiende jeugdwerkpraktijken, methoden en materialen op het gebied van jeugdwerk.

Inclusie en diversiteit

Het Erasmus+-programma is bedoeld om gelijke kansen en toegang, inclusie en billijkheid te bevorderen in al zijn acties. Organisaties moeten toegankelijke en inclusieve projectactiviteiten opzetten, waarbij zij rekening moeten houden met de standpunten van kansarme deelnemers en hen bij het besluitvormingsproces moeten betrekken. 

  • Mobiliteitsprojecten voor jeugdwerkers zijn met name geschikt voor het aanleren van vaardigheden en competenties voor de inclusie van kansarme deelnemers in de jeugdwerkpraktijk. De betrokkenheid van de deelnemende jeugdwerkers in alle fasen van het project is bevorderlijk voor zorgvuldige begeleiding in het gehele leer- en ontwikkelingsproces en maakt een meer nauwgezette follow-up mogelijk;
  • de aanwezigheid van opleiders en faciliterende medewerkers bij de meeste activiteiten garandeert een preciezere en aangepaste aanpak die is toegesneden op de behoeften van de deelnemers;
  • tijdens het hele project wordt bewust omgegaan met inclusie en diversiteit. Tijdens de planning, voorbereiding, uitvoering en follow-up worden deze aspecten in beschouwing genomen. Bijzonder belangrijk is de manier waarop dit bijdraagt tot de capaciteit van de deelnemende organisaties om de kwesties van inclusie en diversiteit tijdens hun reguliere activiteiten te benaderen;
  • de flexibiliteit die de actie biedt met betrekking tot het format van de activiteiten (bv. duur, type enz.), maakt het mogelijk om in te spelen op de behoeften van de deelnemers en activiteitsvormen aan te bieden die geschikt zijn voor kansarme deelnemers.

Mobiliteitsprojecten voor jeugdwerkers kunnen ook worden gebruikt om rond inclusie en diversiteit te werken, als thema van het project, bijvoorbeeld door inclusieve praktijken en methoden uit te wisselen. 

Bescherming en veiligheid van deelnemers

Tijdens de planning en voorbereiding van een project moeten de bescherming en veiligheid van de deelnemers aandachtspunten zijn en moeten alle nodige maatregelen zijn getroffen om risico’s te voorkomen/beperken.

Milieuduurzaamheid

Een project moet bij de deelnemers milieuduurzaam en verantwoord gedrag bevorderen, zodat zij zich er bewuster van worden dat het belangrijk is te handelen met het oog op de verkleining of compensatie van de milieuvoetafdruk van de mobiliteitsactiviteiten. Een project moet milieubewust worden ontworpen en uitgevoerd door bijvoorbeeld duurzame praktijken te integreren zoals de keuze van herbruikbare of milieuvriendelijke materialen, afvalbeperking en recycling, en duurzame vervoermiddelen.

Digitale transitie

Het Erasmus+-programma ondersteunt alle deelnemende organisaties bij het integreren van het gebruik van digitale hulpmiddelen en leermethoden als aanvulling op hun fysieke activiteiten, om de samenwerking tussen partnerorganisaties te verbeteren en ook de kwaliteit van de activiteiten te verbeteren.

Kwaliteitsnormen voor Erasmus Jeugd

De uitvoering van alle projecten die steun krijgen uit hoofde van deze actie moet voldoen aan de kwaliteitsnormen voor Erasmus Jeugd voor het organiseren van hoogwaardige activiteiten in het kader van leermobiliteit. De kwaliteitsnormen voor Erasmus Jeugd hebben betrekking op de basisbeginselen van de actie en op de concrete praktijken voor de uitvoering van projecttaken, zoals de selectie en voorbereiding van deelnemers, de vaststelling, evaluatie en erkenning van de leerresultaten, het delen van projectresultaten enz. De kwaliteitsnormen voor Erasmus Jeugd zijn te vinden op: https://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/resources/documents/erasmus-quality-standards-mobility-projects-youth_nl

Criteria voor de beoordeling van dit project

Subsidiabiliteitscriteria

Algemene subsidiabiliteitscriteria

De hieronder vermelde algemene criteria gelden voor standaard mobiliteitsprojecten voor jeugdwerkers. Zie voor accreditaties het desbetreffende deel van deze gids.

In aanmerking komende deelnemende organisaties

Deelnemende organisaties kunnen zijn:

  • organisaties of verenigingen zonder winstoogmerk, niet-gouvernementele organisaties (ngo’s); Europese jeugd-ngo’s; lokale, regionale of nationale publieke organen; sociale ondernemingen; organen met winstoogmerk die zich inzetten voor maatschappelijk verantwoord ondernemen;
  • groepen jongeren die actief zijn in het jeugdwerk, maar niet noodzakelijkerwijs in het kader van een jeugdorganisatie (d.w.z. informele groepen jongeren) [7]

gevestigd in een programmaland of een partner-buurland van de EU (regio's 1 tot en met 4; zie deel A van deze gids onder “Begunstigde landen”).

Wie kan een aanvraag indienen?

Elke in aanmerking komende deelnemende organisatie die in een programmaland gevestigd is, kan een subsidie aanvragen. Deze organisatie dient de aanvraag in namens alle deelnemende organisaties die bij het project betrokken zijn[8].

Aantal deelnemende organisaties

Er moeten minstens twee deelnemende organisaties (ten minste één uitzendende en ten minste één ontvangende organisatie) uit verschillende landen bij betrokken zijn.

Projectduur

3 tot 24 maanden

Waar aanvragen?

Bij het nationale agentschap in het land waar de aanvragende organisatie is gevestigd.

Wanneer aanvragen?

De aanvragers moeten hun subsidieaanvraag uiterlijk indienen op:

11 mei om 12:00:00 uur (’s middags, Belgische tijd) voor projecten die van start gaan tussen 1 augustus en 31 december van datzelfde jaar.

5 oktober om 12:00:00 uur (’s middags, Belgische tijd) voor projecten die van start gaan tussen 1 januari en 31 mei van het daaropvolgende jaar.

Hoe aanvragen?

In deel C van deze gids wordt uiteengezet hoe de aanvraag wordt ingediend.

Overige criteria

Een verklaring op erewoord van de wettelijke vertegenwoordiger moet bij het aanvraagformulier worden gevoegd.

Elk project moet minstens één activiteit in verband met beroepsontwikkeling omvatten.

Voor iedere in het project geplande activiteit in verband met beroepsontwikkeling, alle voorbereidende bezoeken en systeemontwikkelings- en outreachactiviteiten moet een tijdschema bij het aanvraagformulier worden gevoegd.

Aanvullende subsidiabiliteitscriteria voor beroepsontwikkelingsactiviteiten

Duur van de werkzaamheden

2 tot 60 dagen, exclusief reisdagen.

In geval van 2 dagen, moeten dit opeenvolgende dagen zijn.

Locatie(s) van de activiteiten

De activiteiten moeten plaatsvinden in het land van een van de deelnemende organisaties (of in verschillende landen als er sprake is van rondreizende activiteiten).

Aantal deelnemende organisaties

Er moeten minstens twee deelnemende organisaties (ten minste één uitzendende en ten minste één ontvangende organisatie) uit verschillende landen bij betrokken zijn.

Activiteiten binnen de programmalanden: alle deelnemende organisaties moeten afkomstig zijn uit een programmaland.

Activiteiten met partner-buurlanden van de EU: bij de activiteit moet minstens één deelnemende organisatie uit een programmaland betrokken zijn alsook één deelnemende organisatie uit een partner-buurland van de EU.

In aanmerking komende deelnemers

Geen leeftijdsgrenzen.

De deelnemers, met uitzondering van opleiders en faciliterende medewerkers, moeten in het land van de uitzendende of ontvangende organisatie wonen.

Aantal deelnemers

Aantal deelnemers: Maximaal 50 deelnemers (exclusief, indien van toepassing, opleiders en faciliterende medewerkers) in elke voor het project geplande activiteit.

Bij elke activiteit moeten deelnemers uit het land van de ontvangende organisatie worden betrokken.

Overige criteria

Minstens een van de uitzendende organisaties of de ontvangende organisaties van de activiteit moet afkomstig zijn uit het land van het nationale agentschap waarbij de aanvraag wordt ingediend.

Aanvullende subsidiabiliteitscriteria voor voorbereidende bezoeken

Locatie(s) van de activiteit

De activiteit moet plaatsvinden in het land van een van de ontvangende organisaties.

In aanmerking komende deelnemers

Vertegenwoordigers van de deelnemende organisaties, opleiders en faciliterende medewerkers die deelnemen aan de hoofdactiviteit.

Toekenningscriteria

Projecten worden beoordeeld op grond van de volgende criteria. De voorstellen moeten een minimumscore van 60 punten behalen om voor financiële steun in aanmerking te komen. Bovendien moeten de voorstellen een score van minstens de helft van het maximale aantal punten behalen in elke categorie van de hieronder vermelde toekenningscriteria.

Relevantie, motivering en effecten

(maximaal 30 punten)

  • De mate waarin het project relevant is voor:
    • de doelstellingen van de actie;
    • de behoeften aan ontwikkeling en evolutie van de deelnemende organisaties;
    • de behoeften en doelstellingen van de deelnemende jeugdwerkers.
  • De mate waarin het project geschikt is om:
    • de deelnemende jeugdwerkers hoogwaardige leerresultaten te laten behalen;
    • het jeugdwerk van de deelnemende organisaties te versterken of te transformeren op het gebied van kwaliteit, innovatie en erkenning, en om hun capaciteit en reikwijdte te versterken of te transformeren, van lokaal naar mondiaal, in voorkomend geval;
    • deelnemers die actief zijn in jeugdwerk, te betrekken bij de deelnemende organisaties;
    • organisaties te betrekken die zich bezighouden met concreet jeugdwerk en die regelmatig op lokaal niveau werken met jongeren.
  • De potentiële effecten van het project:
    • op deelnemende jeugdwerkers en deelnemende organisaties tijdens en na afloop van het project;
    • op de praktijken van concreet jeugdwerk en op de kwaliteit van het jeugdwerk;
    • buiten de organisaties en personen die rechtstreeks deelnemen aan het project, op lokaal, regionaal, nationaal en/of Europees of mondiaal niveau.
  • De mate waarin het project maatregelen omvat die bedoeld zijn om de resultaten ervan te laten voortduren nadat het project afgelopen is.
  • De mate waarin het project geschikt is om bij te dragen aan de inclusie en diversiteit en aan de groene, digitale en participatieve dimensies van het programma;
  • De mate waarin bij het project ook nieuwe deelnemers aan de actie en minder ervaren organisaties betrokken zijn.
  • De mate waarin de voorgestelde systeemontwikkelings- en outreachactiviteiten bijdragen tot de ontwikkeling van de omgeving van jeugdwerkers (in voorkomend geval).

Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering

(maximaal 40 punten)

  • de consistentie tussen vastgestelde behoeften, projectdoelstellingen, deelnemerprofielen en de voorgestelde activiteiten;
  • de mate waarin het project bijdraagt aan de kwaliteitsverbetering van het jeugdwerk van de deelnemende organisaties;
  • de duidelijkheid, volledigheid en kwaliteit van alle fasen van het project: voorbereiding (met inbegrip van de voorbereiding die aan de deelnemers wordt geboden), uitvoering van de activiteiten en follow-up;
  • de mate waarin de maatregelen geschikt zijn voor de selectie van jeugdwerkers (overeenkomstig de definitie van jeugdwerker in de rechtsgrondslag) tijdens de activiteiten en de mate waarin de jeugdwerkers actief betrokken zijn bij alle fasen van het project;
  • de mate waarin de activiteiten zijn ontworpen op een toegankelijke en inclusieve manier en openstaan voor kansarme deelnemers; 
  • de mate waarin de voorgestelde participatieve leermethoden geschikt zijn, met inbegrip van eventuele virtuele onderdelen;
  • de kwaliteit van de regelingen en de ondersteuning van het bezinningsproces, het in kaart brengen en documenteren van de leerresultaten van de deelnemers, en het consistente gebruik van Europese instrumenten voor transparantie en erkenning, met name Youthpass;
  • de evenwichtige vertegenwoordiging van deelnemers op het gebied van landen en geslacht;
  • de mate waarin de activiteiten duurzame en milieuvriendelijke praktijken integreren;
  • De kwaliteit van hulpmiddelen en praktijken die worden voorgesteld in het kader van “systeemontwikkelings- en outreachactiviteiten” en de mate waarin de opzet ervan kan worden overgenomen en andere organisaties kan inspireren (indien van toepassing).

Kwaliteit van het projectbeheer

(maximaal 30 punten)

  • de kwaliteit van de praktische regelingen, beheersvoorschriften en vormen van ondersteuning;
  • de kwaliteit van de samenwerking en communicatie, niet alleen tussen de deelnemende organisaties, maar ook met andere relevante belanghebbenden;
  • de kwaliteit van maatregelen om de verschillende fasen en resultaten van het project te evalueren;
  • de geschiktheid en kwaliteit van maatregelen met het oog op de verspreiding van de projectresultaten binnen de deelnemende organisaties en daarbuiten.

FINANCIERINGSREGELS

Begrotings-rubriek

Subsidiabele kosten en toepasselijke regels

Bedrag

Organisatorische steun

Kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van mobiliteitsactiviteiten.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: op basis van het aantal deelnemers, met uitzondering van begeleiders, opleiders en faciliterende medewerkers.

100 EUR per deelnemer aan een activiteit in verband met beroepsontwikkeling.

Reiskosten

Tegemoetkoming in de kosten die deelnemers, met inbegrip van begeleiders en faciliterende medewerkers, maken om van de plaats van oorsprong naar de locatie van de activiteit en terug te reizen.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: op basis van de reisafstand en het aantal personen.

De aanvrager moet de afstand tussen de plaats van oorsprong en de locatie van de activiteit aangeven[9] met behulp van de door de Europese Commissie ondersteunde afstandscalculator[10].

Voor rondreizende activiteiten moet de aanvrager de afstanden tussen de afzonderlijke locaties optellen en de reisafstandcategorie selecteren die overeenkomt met het totaal[11].

Reisafstanden

Standaardreis

Groen reizen

0 – 99 km

23 EUR

 

100 – 499 km

180 EUR

210 EUR

500 – 1 999 km

275 EUR

320 EUR

2 000 – 2 999 km

360 EUR

410 EUR

3 000 – 3 999 km

530 EUR

610 EUR

4 000 – 7 999 km

820 EUR

 

8 000 km of meer

1 500 EUR

 

Individuele steun

Verblijfkosten.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: op basis van de verblijfsduur per deelnemer, met inbegrip van begeleiders, opleiders en faciliterende medewerkers (indien nodig), met inbegrip van één reisdag vóór de activiteit en één reisdag na de activiteit, en maximaal vier aanvullende dagen voor deelnemers die een subsidie voor groen reizen ontvangen.

Tabel A2.2 per deelnemer per dag.

Maximaal 1 100 EUR per deelnemer (met inbegrip van opleiders, faciliterende medewerkers en begeleiders).

Steun voor inclusie

Kosten in verband met de organisatie van mobiliteitsactiviteiten voor kansarme deelnemers.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: op basis van het aantal kansarme deelnemers, met uitzondering van begeleiders, opleiders en faciliterende medewerkers.

100 EUR per deelnemer

Extra kosten die rechtstreeks verband houden met kansarme deelnemers en hun begeleiders, opleiders en faciliterende medewerkers (met inbegrip van gerechtvaardigde reis- en verblijfkosten, voor zover voor deze deelnemers geen subsidie is aangevraagd in het kader van de rubrieken “reiskosten” of “individuele steun”).

Financieringsmechanisme: werkelijke kosten.

Toewijzingsregel: de aanvraag moet worden gemotiveerd door de aanvrager en door het nationale agentschap worden goedgekeurd.

100 % van de subsidiabele kosten

Ondersteuning voorbereidend bezoek

Kosten in verband met een voorbereidend bezoek, met inbegrip van reis- en verblijfkosten.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: deelnemers van de ontvangende organisatie zijn uitgesloten van deze vorm van steun. Er kan maximaal 1 deelnemer per deelnemende organisatie worden gefinancierd per activiteit. Er staat geen beperking op het aantal faciliterende medewerkers dat deelneemt aan de hoofdactiviteit. Voorwaardelijk: de noodzaak van een voorbereidend bezoek en de doelstellingen en deelnemers moeten worden gemotiveerd door de aanvrager en door het nationale agentschap worden goedgekeurd.

575 EUR per deelnemer per voorbereidend bezoek.

Systeemontwikkelings- en outreachactiviteiten

Kosten die verband houden met de uitvoering van de aanvullende activiteiten.

Indirecte kosten: Een vast bedrag van ten hoogste 7 % van de subsidiabele directe kosten van de aanvullende activiteiten is subsidiabel als indirecte kosten, zijnde de door de begunstigde gemaakte algemene administratiekosten die aan de aanvullende activiteiten kunnen worden toegerekend (bijvoorbeeld elektriciteits- of internetkosten, kosten voor lokalen, kosten voor vaste medewerkers enz.).

Financieringsmechanisme: werkelijke kosten.

Toewijzingsregel: de noodzaak en doelstellingen moeten worden gemotiveerd door de aanvrager en door het nationale agentschap worden goedgekeurd. Maximaal 10 % van de totale projectkosten kunnen aan deze activiteiten worden toegerekend.

Maximaal 80 % van de subsidiabele kosten.

Buitengewone kosten

Kosten voor een financiële garantie, indien het nationaal agentschap daarom verzoekt.

Visum- en visumgerelateerde kosten, verblijfsvergunningen, vaccinaties en medische certificaten. Hoge reiskosten van deelnemers, met uitzondering van groepsleiders, begeleiders en faciliterende medewerkers; met inbegrip van kosten als gevolg van het gebruik van schonere vervoermiddelen met lagere CO2-uitstoot.

Financieringsmechanisme: werkelijke kosten.

Toewijzingsregel: de aanvraag moet worden gemotiveerd door de aanvrager en door het nationale agentschap worden goedgekeurd.

Financiële garantie: 80 % van de subsidiabele kosten

Hoge reiskosten: 80 % van de subsidiabele kosten

Visum- en visumgerelateerde kosten, verblijfsvergunningen, vaccinaties en medische certificaten: 100 % van de subsidiabele kosten

Tabel  A2.2 Individuele steun voor beroepsontwikkelingsactiviteiten

 

Individuele steun (in euro per dag)

 

Oostenrijk

61 EUR

België

65 EUR

Bulgarije

53 EUR

Kroatië

62 EUR

Cyprus

58 EUR

Tsjechië

54 EUR

Denemarken

72 EUR

Estland

56 EUR

Finland

71 EUR

Republiek Noord-Macedonië

45 EUR

Frankrijk

66 EUR

Duitsland

58 EUR

Griekenland

71 EUR

Hongarije

55 EUR

IJsland

71 EUR

Ierland

74 EUR

Italië

66 EUR

Letland

59 EUR

Liechtenstein

74 EUR

Litouwen

58 EUR

Luxemburg

66 EUR

Malta

65 EUR

Nederland

69 EUR

Noorwegen

74 EUR

Polen

59 EUR

Portugal

65 EUR

Roemenië

54 EUR

Servië

45 EUR

Slowakije

60 EUR

Slovenië

60 EUR

Spanje

61 EUR

Zweden

70 EUR

Turkije

54 EUR

Partner-buurlanden

48 EUR

  1. Het grootste deel van het budget voor deze actie wordt toegewezen ter ondersteuning van transnationale activiteiten waarbij organisaties en deelnemers uit programmalanden zijn betrokken. Ongeveer 25 % van het beschikbare budget kan evenwel worden benut om internationale mobiliteitsactiviteiten met inbegrip van organisaties en deelnemers uit programma- en partner-buurlanden van de Europese Unie te subsidiëren (regio’s 1 tot en met 4; zie deel A van deze gids onder “Begunstigde landen”).

  2. Resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over het kader voor het instellen van een Europese jeugdwerkagenda.

    https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:42020Y1201(01)&from=EN

  3. De strategieën zijn te vinden op: https://www.salto-youth.net/

  4. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52017XG1207(01)&from=NL

  5. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:42020Y1201(01)&from=NL

  6. Zie “European Training Strategy Competence model for Youth Workers to work internationally”, https://www.salto-youth.net/rc/training-and-cooperation/trainingstrategy/

  7. Een groep van ten minste vier jongeren tussen 13 en 30 jaar oud. Een van de groepsleden die minimaal 18 jaar oud moet zijn, neemt de rol van vertegenwoordiger op zich en aanvaardt de verantwoordelijkheid namens de groep. U vindt de definitie van een informele groep jongeren in de verklarende termenlijst.

  8. Deelnemende organisaties moeten een mandaat voor de aanvragende organisatie ondertekenen. De volmachten moeten worden verstrekt bij de aanvraag en ten laatste op het ogenblik waarop de subsidieovereenkomst wordt ondertekend. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

  9. Indien bijvoorbeeld iemand uit Madrid (Spanje) deelneemt aan een activiteit in Rome (Italië), moet de aanvrager de afstand van Madrid naar Rome berekenen (1 365,28 km) en vervolgens de toepasselijke reisafstandscategorie selecteren (bv. tussen 500 en 1 999 km).    

  10. https://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/resources/distance-calculator_nl

  11. Indien bijvoorbeeld iemand uit Madrid (Spanje) deelneemt aan een rondtrekkende activiteit die eerst in Rome (Italië) plaatsvindt en vervolgens in Ljubljana (Slovenië), moet de aanvrager eerst a) de afstand van Madrid naar Rome berekenen (1 365,28 km), dan van Rome naar Ljubljana (489,75 km) en vervolgens beide afstanden bij elkaar optellen (1 855,03 km), b) de toepasselijke categorie van de reisafstand selecteren (d.w.z. tussen 500 en 1 999 km) en c) het bedrag berekenen van de EU-subsidie als bijdrage in de reiskosten van de deelnemer van Madrid naar Ljubljana (via Rome) en terug (275 EUR).

Tagged in: