Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport
Search the guide

Deze webpagina geeft nog geen weergave van de inhoud van de programmagids van Erasmus+ 2022. Maar u kunt de volledige gids voor 2022 in de door u gekozen taal in pdf-formaat downloaden door te klikken op “Download” op de rechterkant van deze pagina.

Verklarende termenlijst - Gemeenschappelijke terminologie

Begeleider

Een begeleider vergezelt deelnemers (lerenden, lerende volwassenen of personeel/jeugdwerkers) bij een mobiliteitsactiviteit om hun veiligheid te waarborgen en ondersteuning en bijstand te geven en doeltreffend leren te vergemakkelijken tijdens de mobiliteitservaring. Een begeleider kan kansarme deelnemers of minderjarigen en jongeren met weinig ervaring vergezellen in het buitenland.

Accreditatie

Een procedure ter waarborging dat de organisaties die financiële steun willen krijgen voor een onder het Erasmus+-programma vallende actie zich houden aan een reeks kwaliteitsnormen of vereisten die de Europese Commissie voor die specifieke actie heeft vastgesteld.

Gelieerde entiteit

De volgende entiteiten kunnen als gelieerde entiteiten worden beschouwd (in overeenstemming met artikel 187 van het Financieel Reglement):

  • juridische entiteiten die een juridische of kapitaalband hebben met begunstigden; deze band is niet beperkt tot de actie en is niet uitsluitend met het oog op de uitvoering ervan tot stand gekomen;
  • meerdere entiteiten die aan de criteria voor toekenning van een subsidie voldoen en samen één entiteit vormen, mogen als de enige begunstigde worden behandeld, ook wanneer de entiteit speciaal is opgericht met als doel de door de subsidie te financieren actie uit te voeren.

De gelieerde entiteiten moeten voldoen aan de criteria voor subsidiabiliteit en niet-uitsluiting en, indien van toepassing, ook aan de selectiecriteria voor aanvragers.

Aanvrager

Een deelnemende organisatie of informele groep jongeren die een subsidieaanvraag indient. Aanvragers kunnen individueel of namens andere organisaties die bij het project betrokken zijn, financiële steun aanvragen. In het laatste geval wordt de aanvrager gelijkgesteld met de coördinator.

Termijn voor indiening aanvraag

De uiterste datum waarop de aanvraag moet worden ingediend bij het nationaal agentschap of het Uitvoerend Agentschap om in aanmerking te worden genomen.

Geassocieerde partners

Dit zijn partners uit de publieke of particuliere sector die een bijdrage leveren aan de uitvoering van specifieke taken/activiteiten van een project of die de promotie en duurzaamheid van het project ondersteunen, maar die voor wat het contractbeheer betreft niet als begunstigden worden beschouwd en geen financiële steun van het programma krijgen in het kader van het project (zij hebben niet het recht om kosten aan te rekenen of tegemoetkomingen te vragen).

Basisvaardigheden

Taalvaardigheid, wiskunde, exacte wetenschappen en technologie; deze vaardigheden zijn opgenomen in de sleutelcompetenties.

Begunstigde

Wanneer een project wordt goedgekeurd voor een Erasmus+-subsidie, wordt de organisatie die het project heeft aangevraagd begunstigde door een overeenkomst te ondertekenen met het nationale agentschap of het Uitvoerend Agentschap dat het project heeft geselecteerd. Werd de aanvraag ingediend namens andere deelnemende organisaties, dan kunnen de partners mede-begunstigden van de subsidie worden.

Gemengde mobiliteit

Een combinatie van fysieke mobiliteit en een virtuele component die samenwerking bij een online leeruitwisseling/teamwerk vergemakkelijkt.

Oproep tot het indienen van voorstellen

Door of namens de Commissie bekendgemaakte uitnodiging om binnen een vastgestelde termijn een voorstel voor een actie in te dienen in overeenstemming met de nagestreefde doelstellingen en met inachtneming van de vereiste voorwaarden. Oproepen tot het indienen van voorstellen worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (C-reeks) en/of op de desbetreffende websites van de Commissie, het nationaal agentschap of het Uitvoerend Agentschap.

Certificaat

In het kader van het Erasmus+-programma een document dat wordt afgegeven aan iemand die, voor zover van toepassing, een leeractiviteit heeft voltooid op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken. Dit document bevestigt de deelname aan de activiteit en in voorkomend geval de daarbij behaalde leerresultaten.

Schrijffout

Onopzettelijke kleine vergissing of onoplettendheid in een document waardoor de betekenis verandert, zoals een tikfout of de onopzettelijke toevoeging of weglating van een woord, uitdrukking of cijfer.

Medefinanciering

Het beginsel waarbij de kosten van een door de EU ondersteund project deels voor rekening zijn van de begunstigde, of worden gedekt door andere externe bijdragen dan de EU-subsidie.

Bedrijf

Een rechtspersoon die is opgericht naar burgerlijk recht of handelsrecht, met inbegrip van coöperatieve verenigingen of vennootschappen, en elke andere publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon, met uitzondering van rechtspersonen zonder winstoogmerk.

Consortium

Twee of meer deelnemende organisaties die als team samenwerken met het oog op de voorbereiding, uitvoering en follow-up van een project of een activiteit in projectverband. Een consortium kan nationaal (dat wil zeggen met deelname van organisaties die in hetzelfde land gevestigd zijn) of internationaal (met deelname van organisaties uit verschillende landen) van opzet zijn.

Coördinator/coördinerende organisatie

Een deelnemende organisatie die een Erasmus+-subsidie aanvraagt namens een consortium van partnerorganisaties.

De coördinator heeft speciale plichten die zijn vastgesteld in de subsidieovereenkomst.

Cursussen en opleidingsactiviteiten

Activiteiten die erop gericht zijn de beroepsvaardigheden van een leerkracht, opleider of ander personeelslid te ontwikkelen via een gestructureerd leerprogramma met gedocumenteerde leerresultaten op individueel niveau, en die worden uitgevoerd door professionele opleiders of andere gekwalificeerde deskundigen. Deze activiteiten kunnen verschillende vormen aannemen, waaronder klassikaal leren, workshops, praktijkleren enz.

Digitale competentie

Digitale competentie omvat de vertrouwdheid met, de betrokkenheid bij en het kritische en verantwoorde gebruik van digitale technologieën voor het werk, om te leren en om deel te nemen aan het maatschappelijke leven. Deze competentie omvat informatie- en datageletterdheid, communicatie en samenwerking, mediageletterdheid, het creëren van digitale inhoud (met inbegrip van programmeren), veiligheid (waaronder digitaal welzijn en competenties in verband met cyberveiligheid), vraagstukken in verband met intellectuele eigendom en probleemoplossend en kritisch denken.

Onderneming

Een onderneming die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar omvang, rechtsvorm of de economische sector waarin zij actief is.

EQF (Europees kwalificatiekader)

Een gemeenschappelijk Europees referentie-instrument waarmee de vertaalslag tussen verschillende onderwijs- en opleidingsstelsels en bijbehorende kwalificatieniveaus kan worden gemaakt. Het EQF heeft ten doel de transparantie, vergelijkbaarheid en overdraagbaarheid van kwalificaties in heel Europa te bevorderen, de mobiliteit van werknemers en lerenden te stimuleren en een leven lang leren te vergemakkelijken, zoals bepaald in Aanbeveling 2008/C 111/01 van het Europees Parlement en de Raad.

ESCO (meertalige classificatie van Europese vaardigheden/competenties, kwalificaties en beroepen)

Een classificatie in 25 Europese talen, die de vaardigheden en competenties, kwalificaties en beroepen met relevantie voor de arbeidsmarkt, de onderwijs- en opleidingssector in de EU identificeert en in categorieën indeelt. In deze classificatie staan beroepsprofielen die het verband aangeven tussen beroepen, vaardigheden, competenties en kwalificaties. Het ESCO is ontwikkeld in een open IT-formaat en kan gratis door iedereen worden gebruikt.

Vestigingsplaats (gevestigd in)

Het feit dat een organisatie of orgaan voldoet aan bepaalde nationale voorwaarden (registratie, verklaring, bekendmaking enzovoort) en daardoor formeel kan worden erkend door de nationale autoriteit waaronder de organisatie of het orgaan ressorteert. Voor een informele groep jongeren wordt de wettige verblijfplaats van de wettelijke vertegenwoordiger daarmee gelijkgesteld om voor een Erasmus+-subsidie in aanmerking te kunnen worden genomen.

Europass

Het onlineplatform van Europass, een actie in het kader van de Europese vaardighedenagenda, voorziet individuen en organisaties van online instrumenten en informatie over leermogelijkheden, kwalificatiekaders en kwalificaties, begeleiding, informatie over vaardigheden, instrumenten voor zelfbeoordeling en documentatie van vaardigheden en kwalificaties en verbondenheid met mogelijkheden op het gebied van leren en werkgelegenheid.

Het Europass-platform biedt ook instrumenten en software om digitaal ondertekende kwalificaties te ondersteunen, zoals werd aangekondigd in het actieplan voor digitaal onderwijs. Het platform is gekoppeld aan nationale gegevensbronnen voor leermogelijkheden en nationale databanken of registers voor kwalificaties.

Europese ngo

In het kader van dit programma zijn dit ngo’s die opereren via een formeel erkende structuur bestaande uit een Europees orgaan/secretariaat dat ten minste één jaar wettelijk gevestigd is in een Erasmus+-programmaland en uit nationale organisaties/afdelingen in ten minste negen Erasmus+-programmalanden. Deze nationale organisaties/afdelingen moeten:

  • een bewezen statutaire band hebben met het Europese orgaan/secretariaat;
  • actief zijn op het gebied van onderwijs, opleiding of jeugdzaken;
  • activiteiten verrichten die de uitvoering van EU-beleid in een van deze sectoren ondersteunen;

Daarnaast

  • moeten Europese ngo’s die actief zijn op het gebied van onderwijs en opleiding werkzaam zijn in minstens een van de volgende gebieden: onderwijs en opvang voor jonge kinderen, schoolonderwijs, hoger onderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding, volwasseneneducatie en minstens één belangrijk sectoroverschrijdend prioritair gebied behandelen: inclusief onderwijs en onderwijs voor sociale inclusie, digitaal onderwijs, onderwijs voor een groene en ecologische transitie.
  • Europese ngo’s die actief zijn op het gebied van jeugdzaken zijn werkzaam in minstens een van de volgende gebieden: participatie van jongeren, jeugdvrijwilligerswerk, jeugdwerk en inclusie van jongeren. Europese ngo’s die actief zijn in de jeugdsector moeten activiteiten verrichten die de uitvoering van de kerngebieden van de EU-strategie voor jongeren ondersteunen, met inbegrip van de doelstellingen inzake jeugdwerk.

Nieuwe aanvrager

Een organisatie of instelling die in de afgelopen zeven jaar niet eerder steun heeft ontvangen als projectcoördinator (aanvrager) in het kader van de desbetreffende soort actie ondersteund door dit programma of het voorgaande programma.

Overmacht

Een onvoorspelbare en uitzonderlijke situatie of gebeurtenis die plaatsvindt buiten de wil van de deelnemer om en niet te wijten is aan een fout of nalatigheid van de deelnemer.

Groene vaardigheden

Cruciale vaardigheden voor de transitie naar een koolstofarme economie, die algemeen van aard kunnen zijn, zoals duurzame landbouw, bodembescherming, energiegebruik en afvalvermindering, of technischer, zoals kennis over hernieuwbare energie.

Groen reizen

Groen reizen wordt gedefinieerd als reizen met vervoermiddelen met een lagere uitstoot voor het grootste deel van de reis, zoals een bus, trein of carpooling.

Informeel leren

Informeel leren is leren dat voortvloeit uit dagelijkse bezigheden, op de werkplek, met collega’s, leeftijdgenoten enzovoort en waarbij men voornamelijk al doende leert dat niet georganiseerd of gestructureerd is in termen van doelen, tijd of leerondersteuning; het kan vanuit het gezichtspunt van de leerling onbedoeld zijn. In de jeugdsector kan informeel leren plaatsvinden via jongereninitiatieven, discussies in de peergroup, vrijwilligersactiviteiten en een veelheid van andere situaties.

Internationaal

In verband met het Erasmus+-programma betrekking hebbend op een activiteit waarbij ten minste één programmaland en ten minste één partnerland betrokken zijn.

Job Shadowing (praktische leerervaring)

Een verblijf van korte duur voor opleidingsdoeleinden bij een partnerorganisatie in een ander land, dat erin bestaat het dagelijks werk van praktijkmensen in de ontvangende organisatie te volgen, goede praktijken uit te wisselen, vaardigheden en kennis te verwerven en/of langdurige partnerschappen op te zetten via participatieve observatie.

Sleutelcompetenties

De fundamentele kennis, vaardigheden en attitudes die elk individu nodig heeft voor zijn zelfontplooiing en ontwikkeling, actief burgerschap, sociale integratie en zijn werk, zoals weergegeven in Aanbeveling 2006/962/EG van de Raad van 22 mei 2018 inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren.

Leermobiliteit

Het deelnemen aan een activiteit waarbij men zich gedurende een bepaalde periode fysiek naar een ander land dan het land van verblijf begeeft, eventueel in combinatie met een periode van virtuele deelname, om er te studeren, een opleiding te volgen of niet-formeel of informeel te leren. Dit kan de vorm aannemen van een stage, leerwerkplaats, uitwisseling van jongeren, lesgeven of deelname aan een activiteit op het gebied van beroepsontwikkeling en het kan voorbereidende activiteiten zoals het leren van de taal van het gastland omvatten, alsook activiteiten inzake uitzenden, ontvangen en follow-up.

Leerresultaten

Beschrijvingen van hetgeen een lerende weet, begrijpt en kan doen na de voltooiing van een leerproces; leerresultaten worden gedefinieerd in termen van kennis, vaardigheden en competenties.

Aangewezen vertegenwoordiger van de juridische entiteit (AVE)

Parallel aan de validering van een organisatie in het deelnemersregister moet de wettelijke vertegenwoordiger of moeten de wettelijke vertegenwoordigers een aangewezen vertegenwoordiger van de juridische entiteit (AVE) benoemen. De rol van de AVE is cruciaal: zodra de AVE door de Commissie is gevalideerd, is de AVE gemachtigd om:

•de wettelijke en financiële informatie over de organisatie te beheren

•de toegangsrechten van personen in de organisatie te beheren (maar niet op projectniveau)

•vertegenwoordigers van de organisatie aan te duiden om langs elektronische weg subsidieovereenkomsten (“wettige ondertekenaars” — LSIGN) of financiële verslagen (“financiële ondertekenaars” — FSIGN) te ondertekenen via het portaal Funding & tenders.

Op het portaal Funding & tenders worden alle stappen voor het valideren van de AVE toegelicht.

Minder ervaren organisatie

Een organisatie of een instelling die in de afgelopen zeven jaar niet meer dan tweemaal steun heeft ontvangen in het kader van een bepaalde soort actie ondersteund door dit programma of het voorgaande programma. Deze categorie omvat de categorie “nieuwe aanvrager”, zoals hierboven gedefinieerd.

Een leven lang leren

Alle vormen van algemeen vormend onderwijs, beroepsonderwijs en beroepsopleidingen, niet-formeel leren en informeel leren die gedurende het gehele leven plaatsvinden en die op persoonlijk vlak, voor het leven als burger, cultureel of sociaal gezien en/of vanuit het oogpunt van de arbeidsmarkt tot meer kennis, vaardigheden en competenties of meer maatschappelijke participatie leiden, inclusief de verlening van begeleiding en advies.

Nieuwkomer

Een organisatie of instelling die niet eerder steun heeft ontvangen als coördinator of partner in het kader van een bepaalde soort actie ondersteund door dit programma of het voorgaande programma.

Microcredentials

Microcredentials zijn erkende bewijsstukken van de leerresultaten die een lerende heeft bereikt na een korte leerervaring, overeenkomstig transparante normen en vereisten en na een beoordeling.

Het bewijs is opgenomen in een gecertificeerd document waarop de naam van de houder, de behaalde leerresultaten, de beoordelingsmethode, het toekennend orgaan en, indien van toepassing, het niveau in het kwalificatiekader en de verdiende studiepunten worden vermeld. Microcredentials zijn eigendom van de lerende, deelbaar en meeneembaar en kunnen worden gecombineerd tot bredere credentials of kwalificaties.

Mobiliteits-/studieovereenkomst

Overeenkomst tussen de uitzendende/ontvangende organisatie en de deelnemers, waarin de doelstellingen en inhoud van de mobiliteitsperiode worden vastgesteld om de relevantie en kwaliteit daarvan te waarborgen. Deze overeenkomst kan ook dienen als basis voor de erkenning van de in het buitenland doorgebrachte periode door de ontvangende organisatie.

Maand

In het kader van het Erasmus+-programma wordt een maand voor de berekening van de subsidies gelijkgesteld met 30 dagen.

MOOC

Staat voor “Massive Open Online Course”, een cursus die volledig online wordt geleverd, voor iedereen gratis toegankelijk is zonder toegangskwalificaties of andere beperkingen en vaak een groot aantal deelnemers heeft. De cursussen kunnen persoonlijke componenten bevatten, bijvoorbeeld stimulerende lokale deelnemersbijeenkomsten en formele evaluaties, maar maken meestal gebruik van collegiale toetsing, zelfbeoordeling en geautomatiseerde beoordeling. Er zijn veel varianten van MOOC’s, bijvoorbeeld gericht op specifieke sectoren, doelgroepen (bijvoorbeeld gericht op beroepsonderwijs, leerkrachten enzovoort) of onderwijsmethoden. MOOC’s die in het kader van Erasmus+ worden gefinancierd, moeten openstaan voor iedereen en zowel de deelname als een certificaat of een bewijs van deelname moeten gratis zijn voor de deelnemers. De eis van open toegang voor onderwijsmateriaal geldt ook voor MOOC’s en andere volledige cursussen.

Niet-formeel leren

Niet-formeel leren is leren dat plaatsvindt buiten het formele curriculum. Het wordt gekenmerkt door een participatieveaanpak waarbij de lerende centraal staat en waaraan op vrijwillige basis wordt deelgenomen door de lerenden.Niet-formeel leren is bijgevolg nauw verbonden aan de behoeften, ambities en interesses van jongeren. Doordat ze het leeraanbod verruimen en nieuwe leervormen mogelijk maken, zijn dergelijke activiteiten niet alleen van belang om de resultaten in formele onderwijs- en opleidingstrajecten te verbeteren, maar ook om jongeren die geen baan hebben noch onderwijs of een opleiding volgen of kansarme jongeren te bereiken en sociale uitsluiting tegen te gaan.

Beroepsprofiel

Het geheel aan vaardigheden, competenties, kennis en kwalificaties dat doorgaans relevant is voor een specifiek beroep.

Registratie van je organisatie

De organisatie-ID (OID) is een unieke code die uw organisatie identificeert tussen alle organisaties die deelnemen aan de door de nationale agentschappen beheerde acties van Erasmus+ en het Europees Solidariteitskorps. U kunt de OID van uw organisatie gebruiken bij het aanvragen van een accreditatie of subsidie in het kader van de door de nationale agentschappen beheerde acties van Erasmus+ en het Europees Solidariteitskorps.

Open toegang

Een algemeen concept van het openlijk uitgeven van een bepaald soort materiaal, d.w.z. ontworpen om toegankelijk en bruikbaar te zijn voor de breedst mogelijke gebruikersgroep en voor een zo groot mogelijk aantal use cases. Erasmus+ heeft een eis van open toegang voor leermiddelen en moedigt open toegang van onderzoeksresultaten en gegevens aan.

Open leermiddelen

Alle soorten didactisch materiaal (bijvoorbeeld leerboeken, werkbladen, lesplannen, instructievideo’s, complete onlinecursussen, educatieve spelletjes) die vrijelijk kunnen worden gebruikt, aangepast en gedeeld. Open leermiddelen worden vrijgegeven onder een open licentie of bevinden zich in het publieke domein (dat wil zeggen dat de auteursrechtelijke bescherming is verstreken). Gratis materialen die niet door het publiek kunnen worden aangepast en gedeeld zijn geen open leermiddelen.

Open licentie

Wijze waarop houders van auteursrechten (producenten of andere rechthebbenden) het algemene publiek wettelijke toestemming kunnen geven om hun werk vrijelijk te gebruiken; in het kader van de Erasmus+ Open Access Requirement moet elke open licentie ten minste gebruik, aanpassing en verspreiding mogelijk maken. De open licentie dient te worden vermeld op het werk zelf of waar het werk wordt verspreid. Onderwijsmateriaal met een open licentie wordt open leermiddelen (Open Educational Resources, OER) genoemd.

Deelnemers

In het kader van het Erasmus+-programma, de personen die volledig betrokken zijn bij een project en die, in sommige gevallen, een deel van de EU-subsidie ontvangen ter dekking van de kosten voor hun deelname (met name de reis- en verblijfkosten).

Deelnemende organisaties

Een organisatie of informele groep jongeren die betrokken is bij een Erasmus+-project, hetzij als aanvrager, hetzij als partner.

Partnerorganisatie

Een partnerorganisatie is een organisatie die formeel bij het project betrokken is (medebegunstigden), maar die niet de rol van aanvrager vervult.

Partnerlanden

De landen die niet ten volle deelnemen aan het Erasmus+ programma, maar die als partner of aanvrager bij bepaalde programma-acties betrokken kunnen zijn. De lijst met Erasmus+-partnerlanden staat in deel A van deze gids onder "Wie kan deelnemen aan het Erasmus+-programma?".

Partnerschap

Een overeenkomst tussen een groep instellingen of organisaties om gezamenlijke activiteiten en projecten uit te voeren.

Kansarme

Kansarme personen zijn personen die om economische, sociale, culturele, geografische of gezondheidsredenen, wegens hun migratieachtergrond of om redenen zoals een handicap en onderwijsmoeilijkheden of om andere redenen, waaronder redenen die aanleiding kunnen geven tot discriminatie overeenkomstig artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, ervan worden weerhouden daadwerkelijk toegang te hebben tot de mogelijkheden in het kader van het programma.

Intercollegiaal leren

Een wederkerige leeractiviteit, die beide partijen voordeel oplevert en waarbij kennis, ideeën en ervaring worden uitgewisseld tussen de deelnemers. Praktijken voor intercollegiaal leren maken interactie met andere deelnemers, hun gelijken, mogelijk en maken het mogelijk om deel te nemen aan activiteiten waarbij de partijen van elkaar kunnen leren en onderwijs-, beroeps- en/of persoonlijke ontwikkelingsdoelstellingen kunnen bereiken.

Voorbereidend bezoek

Bezoeken aan het land van de ontvangende organisatie vóór het begin van de mobiliteitsactiviteiten om die activiteiten voor te bereiden en de hoge kwaliteit ervan te waarborgen. Deze bezoeken zijn bijvoorbeeld bedoeld om administratieve regelingen te vergemakkelijken en vertrouwen en begrip op te bouwen tussen de betrokken organisaties.

Beroepsontwikkeling

Het proces waarbij de beroepsbekwaamheid van deelnemers (lerenden en personeel) wordt versterkt door competenties en deskundigheid te ontwikkelen en nieuwe vaardigheden te verwerven, die normaal gezien worden geïdentificeerd in een analyse van de ontwikkelingsbehoeften. Beroepsontwikkeling omvat alle soorten leermogelijkheden, van gestructureerde opleidingen en seminars tot informele leermogelijkheden.

Orgaan met winstoogmerk dat zich inzet voor maatschappelijk verantwoord ondernemen

Een particuliere onderneming die a) haar bedrijfsactiviteiten verricht in overeenstemming met ethische normen en/of b) naast haar bedrijfsactiviteiten bepaalde acties met maatschappelijk belang verricht.

Programmalanden

EU-landen en niet-EU-landen waar een nationaal agentschap is gevestigd dat ten volle aan het Erasmus+-programma deelneemt. De lijst met Erasmus+-programmalanden staat in deel A van deze gids onder "Wie kan deelnemen aan het Erasmus+-programma?".

Project

Een samenhangende reeks activiteiten die worden opgezet en georganiseerd om vastgestelde doelstellingen en resultaten te verwezenlijken.

Kwalificatie

Een formeel resultaat van een beoordelings- en valideringsprocedure, die wordt verworven wanneer een bevoegde instantie bepaalt dat de leerresultaten die een individu heeft bereikt, aan bepaalde normen voldoen.

Ontvangende organisatie

In het kader van sommige acties van het Erasmus+-programma (met name mobiliteitsacties), de deelnemende organisatie die een of meer deelnemers ontvangt en die een of meer activiteiten van een Erasmus+-project organiseert.

School

Een instelling die algemeen, beroeps- of technisch onderwijs verzorgt op eender welk niveau van peuter- en kleuteronderwijs tot hoger secundair onderwijs, met inbegrip van opvang en onderwijs voor jonge kinderen. Of een project in aanmerking komt op het gebied van “schoolonderwijs”, kunt u nagaan aan de hand van de definitie van in aanmerking komende scholen in elk land op de website van het desbetreffende nationale agentschap.

Uitzendende organisatie

In het kader van sommige acties van het Erasmus+ programma (met name mobiliteitsacties) de deelnemende organisatie die een of meer deelnemers uitzendt voor een activiteit van een Erasmus+-project.

KMO’s (kleine en middelgrote ondernemingen, midden- en kleinbedrijf)

Ondernemingen (zie definitie) waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR niet overschrijdt, en/of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR niet overschrijdt.

Sociale onderneming

Een onderneming, ongeacht haar rechtsvorm, die niet is genoteerd op een gereglementeerde markt zoals gedefinieerd in punt 14 van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2004/39/EG en die: 1) overeenkomstig haar oprichtingsakte, statuten of enig ander statutair document waarbij zij wordt opgericht, als hoofddoel heeft het realiseren van meetbare positieve sociale effecten en niet het genereren van winst voor de eigenaren, leden en aandeelhouders, en die: a) innovatieve goederen of diensten met een grote maatschappelijke opbrengst levert en/of b) een innovatieve productiemethode voor haar goederen of diensten gebruikt die haar sociale doelstelling belichaamt; 2) haar winst herinvesteert om in eerste instantie haar hoofddoel te realiseren en over vooraf bepaalde procedures en regels beschikt voor alle omstandigheden waarin winst wordt uitgekeerd aan aandeelhouders en eigenaars, om ervoor te zorgen dat door uitkering van winst de primaire doelstelling niet wordt ondergraven; 3) op zakelijke, controleerbare en transparante wijze wordt beheerd, in het bijzonder door participatie van de werknemers, afnemers en/of belanghebbenden bij de bedrijfsactiviteiten.

Personeel

Personen die beroepsmatig of op vrijwillige basis betrokken zijn bij onderwijs, opleiding of niet-formeel leren voor jongeren, waaronder professoren, leerkrachten, opleiders, schoolleiders, jeugdwerkers en niet-onderwijzend personeel.

Studiebezoek

Een reis waarbij de deelnemer een andere organisatie of instelling en haar praktijken en systemen leert kennen en kan bestuderen. Dit bezoek stelt de deelnemer in staat om een leerervaring op te doen op basis van direct contact en observatie van de methoden en praktijken van de gastorganisatie.

Stage

Tijd doorgebracht bij een onderneming of organisatie in een ander land met het doel specifieke competenties te verwerven waar de arbeidsmarkt om vraagt, werkervaring te verkrijgen en meer inzicht te krijgen in de economische en sociale achtergronden van het betrokken land.

Transnationaal

Betrekking hebbend op een actie waarbij ten minste twee programmalanden betrokken zijn, tenzij anders aangegeven.

Transversale (zachte; sociale) vaardigheden

Omvatten het vermogen om kritisch te denken, nieuwsgierig en creatief te zijn, initiatief te nemen, problemen op te lossen en samen te werken, efficiënt te communiceren in een multiculturele en interdisciplinaire omgeving, zich aan te passen aan de context, en om te gaan met stress en onzekerheid. Deze vaardigheden maken deel uit van de sleutelcompetenties.

Instrumenten van de Unie voor transparantie en erkenning

Instrumenten om belanghebbenden in de hele Unie te helpen om leerresultaten en kwalificaties te begrijpen, op waarde te schatten en indien gepast te erkennen.

Validering van niet-formeel en informeel leren

Een procedure van bevestiging door een erkende instantie dat iemand leerresultaten heeft verworven die beantwoorden aan een toepasselijke norm; zij bestaat uit vier fasen:

1.

identificatie – door middel van een gesprek – van relevante ervaringen van een persoon;

2.

documentatie om de ervaringen van de betrokkene zichtbaar te maken;

3.

een formele beoordeling van deze ervaringen; en

4.

certificatie van de resultaten van de beoordeling, die kan leiden tot een gedeeltelijke of volledige kwalificatie.

Virtuele mobiliteit

Een reeks door informatie- en communicatietechnologie ondersteunde activiteiten, waaronder e-learning, die gericht zijn op het opdoen of vergemakkelijken van ervaringen met internationale samenwerking op het gebied van onderwijs, opleiding of leren.

Jongeren

In verband met het Erasmus+-programma, personen met een leeftijd tussen 13 en 30 jaar.