Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport
Doorzoek de gids

Hoe is het Erasmus+-Programma opgebouwd?

Om de doelstellingen te bereiken, voorziet het Erasmus+-programma in de volgende acties in de periode 2021-2027:

Kernactie 1 – individuele mobiliteit

Deze kernactie ondersteunt het volgende:

  • Mobiliteit van lerenden en personeel: mogelijkheden voor scholieren, studenten, stagiairs en jongeren, alsook voor professoren, leerkrachten, opleiders, jeugdwerkers, sportcoaches, en personeel van onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties om te leren en/of beroepservaring op te doen in een ander land;
  • Activiteiten op het gebied van jongerenparticipatie: door jongeren ingeleide lokale en transnationale initiatieven die worden uitgevoerd door informele groepen jongeren en/of jeugdorganisaties om jongeren te stimuleren om zich te engageren en leren deel te nemen aan het democratisch proces, het bewustzijn omtrent de gemeenschappelijke waarden en grondrechten van de Europese Unie te vergroten, jongeren en besluitvormers op lokaal, nationaal en Europees niveau samen te brengen, en bij te dragen aan de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen van de Europese Unie;
  • DiscoverEU: een initiatief dat tot doel heeft achttienjarigen een korte individuele of collectieve ervaring op te laten doen door Europa door te reizen. Als informele leeractiviteit is DiscoverEU erop gericht het gevoel van verbondenheid met de Europese Unie van de deelnemers te bevorderen en hen in staat te stellen haar culturele diversiteit te ontdekken. Het is ook de bedoeling jongeren nuttige vaardigheden en competenties bij te brengen voor hun toekomst en hen te inspireren om met name duurzaam te reizen en over het algemeen milieubewust te leven. DiscoverEU bevat een algemene actie, waarbij jongeren rechtstreeks een aanvraag kunnen indienen op de Europese Jongerensite, en een inclusieactie. De inclusieactie van DiscoverEU is erop gericht de deelname van kansarme jongeren aan DiscoverEU te vergemakkelijken, op gelijke voet met hun leeftijdgenoten;
  • Het programma voorziet in mogelijkheden voor taalverwerving voor deelnemers die een mobiliteitsactiviteit uitvoeren in het buitenland. Aangezien e-learning voor taalverwerving voordelen biedt inzake toegang en flexibiliteit zal deze ondersteuning voornamelijk worden aangeboden via het platform voor taalkundige onlineondersteuning (OLS) van Erasmus+, met de nodige aanpassingen aan individuele sectoren. In bepaalde gevallen, namelijk wanneer onlineleren niet de beste methode is om de doelgroep te bereiken, worden aanvullende vormen van taalkundige ondersteuning geboden;
  • Virtuele uitwisselingen op het gebied van hoger onderwijs en jeugdzaken: onlineactiviteiten tussen personen om de interculturele dialoog en de ontwikkeling van zachte vaardigheden te bevorderen bij personen uit niet met het programma geassocieerde derde landen, EU-lidstaten of met het programma geassocieerde derde landen. Zij worden georganiseerd in kleine groepen en worden altijd geleid door een getrainde facilitaire medewerker.

Kernactie 2 – samenwerking tussen organisaties en instellingen

Deze kernactie ondersteunt het volgende:

Partnerschappen voor samenwerking, met inbegrip van:

  • Samenwerkingspartnerschappen: samenwerkingspartnerschappen zijn er hoofdzakelijk op gericht organisaties in staat te stellen de kwaliteit en relevantie van hun activiteiten te verhogen, netwerken van partners te ontwikkelen en te versterken, hun vermogen om op transnationaal niveau te functioneren te verbeteren, de internationalisering van hun activiteiten te stimuleren door nieuwe praktijken en methoden uit te wisselen of te ontwikkelen en ideeën te delen en voor te leggen;
  • Kleinschalige partnerschappen: deze actie is erop gericht de toegang tot het programma te verruimen naar moeilijk bereikbare kleinschalige actoren en individuen op het gebied van schoolonderwijs, volwasseneneducatie, beroepsonderwijs en -opleiding, jeugdzaken en sport. Met lagere subsidiebedragen voor organisaties, een kortere looptijd en eenvoudigere administratieve vereisten dan bij samenwerkingspartnerschappen is deze actie bedoeld om basisorganisaties en nieuwkomers in het programma en minder ervaren organisaties te bereiken door de toegang tot het programma te vergemakkelijken voor organisaties met een beperktere organisatiecapaciteit.

Partnerschappen voor excellentie, met inbegrip van:

  • Europese universiteiten: deze actie ondersteunt de ontwikkeling van onderop opgezette netwerken van instellingen voor hoger onderwijs (IHO’s), met als gevolg een hoger ambitieniveau ten aanzien van grensoverschrijdende samenwerking door de ontwikkeling van gezamenlijke langetermijnstrategieën voor onderwijs, onderzoek en innovatie van de allerhoogste kwaliteit op basis van een gemeenschappelijke visie en gedeelde waarden;
  • Kenniscentra voor beroepsopleiding: Dit initiatief ondersteunt een bottom-upbenadering voor excellente vakbekwaamheid waarbij een breed scala aan lokale belanghebbenden wordt betrokken, hetgeen instellingen voor beroepsonderwijs en -opleiding in staat stelt de vaardigheden snel aan te passen aan veranderende economische en sociale behoeften. Zij zijn in een specifieke plaatselijke context actief, ontwikkelen ecosystemen voor vaardigheden gericht op innovatie, regionale ontwikkeling en sociale inclusie en werken tegelijkertijd door middel van internationale samenwerkingsnetwerken samen met kenniscentra voor beroepsopleiding in andere landen. Zij bieden mogelijkheden voor de initiële opleiding van jongeren alsook voor de voortdurende bijscholing en omscholing van volwassenen, door middel van een flexibel en tijdig opleidingsaanbod dat voldoet aan de behoeften van een dynamische arbeidsmarkt, in het kader van de groene en digitale transitie;
  • Erasmus+ Teacher Academies: deze actie heeft tot algemeen doel Europese partnerschappen van aanbieders van lerarenopleidingen te creëren om Erasmus+ Teacher Academies op poten te zetten die een Europese en internationale kijk zullen bieden op lerarenopleidingen. In deze Teacher Academies zal een belangrijke rol zijn weggelegd voor meertaligheid en culturele diversiteit, worden lerarenopleidingen ontwikkeld overeenkomstig de EU-beleidsprioriteiten op het gebied van onderwijs en wordt een bijdrage geleverd aan de doelstellingen van de Europese onderwijsruimte;
  • Erasmus Mundus-actie: deze actie streeft ernaar uitmuntendheid en mondiale internationalisering van de instellingen voor hoger onderwijs te bevorderen door middel van studieprogramma’s — op masterniveau — die gezamenlijk worden aangeboden en erkend door in Europa gevestigde instellingen voor hoger onderwijs en openstaan voor instellingen in andere landen van de wereld.

Partnerschappen voor innovatie, met inbegrip van:

  • Allianties voor innovatie: deze actie is gericht op het stimuleren van strategische samenwerking tussen belangrijke spelers in hoger onderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding, het bedrijfsleven en onderzoek — de “kennisdriehoek” — met het oog op het bevorderen van de innovatie en modernisering van onderwijs- en opleidingsstelsels voor het identificeren van en voorzien in het juiste pakket van vaardigheden, kennis en competenties dat nodig is om te voldoen aan de toekomstige vraag van de arbeidsmarkt in sectoren en gebieden die van strategisch belang zijn voor de duurzame groei en concurrentiekracht in Europa;
  • Toekomstgerichte projecten: Deze actie moet innovatie, creativiteit en participatie en sociaal ondernemerschap op verschillende gebieden van onderwijs en opleiding stimuleren. Zij zal toekomstgerichte ideeën ondersteunen op basis van essentiële Europese prioriteiten en die het potentieel hebben om horizontaal te worden toegepast en om input te leveren om de stelsels voor onderwijs en opleiding te verbeteren en om aanzienlijke innovatieve effecten met betrekking tot methoden en praktijken met zich te brengen voor alle leerstijlen en situaties voor actieve participatie met het oog op de sociale samenhang van Europa.

Projecten voor capaciteitsopbouw, met inbegrip van: 

  • Projecten voor capaciteitsopbouw op het gebied van hoger onderwijs: deze actie ondersteunt internationale samenwerkingsprojecten op basis van multilaterale partnerschappen tussen organisaties die werkzaam zijn op het gebied van hoger onderwijs in EU-lidstaten of met het programma geassocieerde derde landen en niet met het programma geassocieerde derde landen. Het doel van de projecten is het ondersteunen van de relevantie, kwaliteit, modernisering en toegankelijkheid van hoger onderwijs in niet met het programma geassocieerde derde landen als motor voor duurzame sociaal-economische ontwikkeling;
  • Projecten voor capaciteitsopbouw op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding: deze actie op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding ondersteunt internationale samenwerkingsprojecten op basis van multilaterale partnerschappen tussen organisaties die werkzaam zijn op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding, in EU-lidstaten, met het programma geassocieerde derde landen en niet met het programma geassocieerde derde landen. Het doel van de projecten is het ondersteunen van de relevantie, toegankelijkheid en ontvankelijkheid van instellingen en systemen voor beroepsonderwijs en -opleiding in niet met het programma geassocieerde derde landen als motor voor duurzame sociaal-economische ontwikkeling;
  • Projecten voor capaciteitsopbouw op het gebied van jeugdzaken: deze actie ondersteunt samenwerking en uitwisseling op het gebied van jeugdzaken tussen organisaties in EU-lidstaten, met het programma geassocieerde derde landen en niet met het programma geassocieerde derde landen en heeft betrekking op niet-formele leeractiviteiten, met bijzondere aandacht voor het verhogen van de capaciteit van organisaties die buiten formele leeractiviteiten om met jongeren werken en tegelijkertijd de actieve participatie van jongeren waarborgen;
  • Projecten voor capaciteitsopbouw op het gebied van sport: De actie zal internationale samenwerkingsprojecten ondersteunen op basis van multilaterale partnerschappen tussen organisaties die werkzaam zijn op het gebied van sport in EU-lidstaten, met het programma geassocieerde derde landen en niet met het programma geassocieerde derde landen. Het doel van de projecten is het ondersteunen van sportactiviteiten en -beleid in niet met het programma geassocieerde derde landen, als middel om waarden te bevorderen en als educatief hulpmiddel om de persoonlijke en sociale ontwikkeling van personen te stimuleren en hechtere gemeenschappen tot stand te brengen.

Sportevenementen zonder winstoogmerk: deze actie ondersteunt de voorbereiding, organisatie en follow-up van sportevenementen zonder winstoogmerk die in één of meerdere landen worden georganiseerd door organisaties zonder winstoogmerk of openbare lichamen die actief zijn op sportgebied. Het doel van deze evenementen is meer zichtbaarheid te geven aan de Erasmus+-sportacties en een hogere mate van bewustzijn te creëren over de rol van sport ter bevordering van sociale integratie, gelijke kansen en gezondheidsbevorderende lichaamsbeweging.

Onlineplatforms zoals etwinning, het elektronisch platform voor volwasseneneducatie in europa (epale), het portaal voor schoolonderwijs en de europese jongerensite zullen virtuele samenwerkingsruimten, databanken om partners te vinden, kennisgemeenschappen en andere onlinediensten aanbieden voor leerkrachten, opleiders, jeugdwerkers, beleidsmakers en andere praktijkmensen, alsook voor scholieren, jongeren en lerende volwassenen in heel Europa en daarbuiten.

Kernactie 3 – ondersteuning van beleidsontwikkeling en samenwerking

Deze kernactie ondersteunt het volgende:

de actie europese jongeren samen (gericht op zowel jongerenorganisaties die werkzaam zijn op lokaal niveau als grotere organisaties), waarbij grensoverschrijdende partnerschappen worden ondersteund. Activiteiten in het kader van deze actie moeten helpen om meer jongeren te bereiken om ervoor te zorgen dat diverse stemmen worden gehoord en diverse jongeren binnen en buiten jongerenorganisaties worden bereikt, met inbegrip van kansarme jongeren. Zij moeten diverse traditionele en digitale kanalen benutten en de ontwikkeling van partnerschappen en netwerken vergemakkelijken, waarbij participatie en toegang voor basis-ngo’s en jeugdbewegingen mogelijk worden gemaakt.

Daarnaast omvat deze kernactie:

  • acties die gericht zijn op het voorbereiden en ondersteunen van de uitvoering van de beleidsagenda van de EU op het gebied van onderwijs, opleiding, jeugdzaken en sport, met inbegrip van sectorale agenda’s voor hoger onderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding, schoolonderwijs en volwasseneneducatie, met name door de toepassing en werking van de open coördinatiemethode mogelijk te maken;
  • het uitvoeren van Europese beleidsexperimenten onder leiding van overheidsinstanties op hoog niveau, waarbij in verschillende landen praktijkonderzoek naar beleidsmaatregelen wordt uitgevoerd op basis van gedegen evaluatiemethoden. In overeenstemming met de EU-strategie voor jongeren wordt tevens financiële steun verleend aan entiteiten die ondersteuning verlenen aan de nationale werkgroepen die op nationaal niveau door de nationale autoriteiten zijn benoemd in het kader van de EU-jongerendialoog;
  • acties die gericht zijn op het vergaren van bewijs en kennis over stelsels en beleid op het gebied van onderwijs, opleiding, jeugdzaken en sport op nationaal en Europees niveau met het oog op de totstandbrenging van zorgvuldige besluitvorming. Door middel van zowel EU-brede of internationale onderzoeken en studies als thematische en landenspecifieke deskundigheid wordt bewijs vergaard en geanalyseerd;
  • acties ter bevordering van transparantie, erkenning van vaardigheden en kwalificaties alsook van studiepuntenoverdracht en van kwaliteitsborging en ter ondersteuning van de validering van niet-formeel en informeel leren, het beheer van vaardigheden en begeleiding. Dit gebied omvat ook de steun aan nationale en Europese organen of netwerken die trans-Europese uitwisselingen en de ontwikkeling van flexibele leertrajecten tussen verschillende gebieden van onderwijs, opleiding en jeugdzaken bevorderen in formele, niet-formele en informele leerprocessen;

acties ter bevordering van een beleidsdialoog met belanghebbenden binnen en buiten de Europese Unie, door middel van bijvoorbeeld conferenties, evenementen en andere activiteiten met betrokkenheid van beleidsmakers, praktijkmensen en andere belanghebbenden op het gebied van onderwijs, opleiding, jeugdzaken en sport om meer bekendheid te geven aan de desbetreffende Europese beleidsagenda’s en Europa te promoten als een uitstekende studie- of onderzoeksbestemming;

  • samenwerking met internationale organisaties waarvan de deskundigheid en het analytisch vermogen hoog aangeschreven staan (zoals de OESO en de Raad van Europa), met het doel de effecten te versterken en de meerwaarde te vergroten van het onderwijs-, opleidings-, jeugd- en sportbeleid.

Jean Monnet-acties

De Jean Monnet-acties ondersteunen het volgende:

Jean Monnet-actie op het gebied van het hoger onderwijs: deze actie ondersteunt instellingen voor hoger onderwijs binnen en buiten Europa bij het verrichten van onderzoek naar en onderwijs over Europese integratie en bij het bevorderen van beleidsdebatten en uitwisselingen met de academische wereld en beleidsmakers inzake de beleidsprioriteiten van de Unie. De volgende deelacties worden ondersteund: Jean Monnet-modules: korte onderwijsprogramma’s in een of meer disciplines van Europese studies; Jean Monnet-leerstoelen: langere leeropdrachten met een specialisatie in EU-studies voor individuele universiteitsprofessoren; Jean Monnet-expertisecentra: centra waarin de kennis van deskundigen op hoog niveau van diverse disciplines van Europese studies is gebundeld en die tot doel hebben transnationale activiteiten te ontplooien en structurele banden tot stand te brengen met academische instellingen in andere landen;

  • Jean Monnet-actie op andere onderwijs- en opleidingsgebieden: deze actie bevordert de kennis over de Europese Unie in scholen en instellingen voor beroepsonderwijs en -opleiding in de EU-lidstaten en met het programma geassocieerde derde landen. Zij moet mogelijkheden bieden aan aanbieders van onderwijs om inhoud te ontwikkelen en beschikbaar te stellen aan lerenden, aan aanbieders van lerarenopleidingen om leerkrachten te ondersteunen met methoden en actuele informatie over EU-kwesties en het debat en de uitwisselingen inzake leren over EU-onderwerpen bevorderen tussen vertegenwoordigers van scholen, beroepsonderwijs en -opleiding en belanghebbenden. De volgende deelacties worden ondersteund: Opleiding van leerkrachten: gestructureerde opleidingsvoorstellen over EU-onderwerpen ontwerpen en aan leerkrachten aanbieden; initiatief rond “Leren over de EU”: om meer inzicht te bevorderen, in het algemene onderwijs en in de beroepsopleiding (ISCED 1 – 4);
  • Jean Monnet-beleidsdebat: Jean Monnet-netwerken in het hoger onderwijs zullen, overeenkomstig een specifiek thema dat gekoppeld is aan een prioriteit van de Commissie, onderzoeksbevindingen, cursusmateriaal, ervaringen en producten (studies, artikelen, cursusmateriaal enz.) verzamelen, delen en bespreken met partners. Netwerken voor andere onderwijs- en opleidingsgebieden, het uitwisselen van goede praktijken en het ervaren van gezamenlijk onderwijs binnen een groep landen;
  • Steun voor aangewezen instellingen: de actie ondersteunt instellingen met een doelstelling van Europees belang die de Unie, haar lidstaten en haar burgers voorzien van hoogwaardige diensten op specifieke prioritaire vakgebieden. De belangrijkste activiteiten en voorlichtingswerkzaamheden van deze instellingen bestrijken onderzoek, met inbegrip van de verzameling en analyse van gegevens om toekomstig beleid voor te bereiden, het ter plaatse en online lesgeven aan toekomstig personeel van internationale organisaties en aan ambtenaren, in het bijzonder in juridische en bestuursgebieden, het organiseren van evenementen over kwesties die prioritair zijn voor de Unie en het verspreiden van specifieke resultaten en algemene informatie voor het brede publiek.