Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport
Search the guide

Deze webpagina geeft nog geen weergave van de inhoud van de programmagids van Erasmus+ 2022. Maar u kunt de volledige gids voor 2022 in de door u gekozen taal in pdf-formaat downloaden door te klikken op “Download” op de rechterkant van deze pagina.

Begunstigde landen

De lidstaten van de EU nemen deel aan het Erasmus+-programma. Daarnaast zijn, overeenkomstig artikel 16 van de Erasmus+-verordening, de volgende derde landen geassocieerd met het programma[1]:

  • leden van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EEA): Noorwegen, IJsland, Liechtenstein;
  • toetredende staten, kandidaat-lidstaten en mogelijke kandidaat-lidstaten: De Republiek Noord-Macedonië, de Republiek Turkije en de Republiek Servië;

De EU-lidstaten en de bovengenoemde met het programma geassocieerde derde landen zullen hierna “programmalanden” worden genoemd.

Overeenkomstig artikel 17 van de verordening kunnen daarnaast, in naar behoren gemotiveerde gevallen en in het belang van de Unie, entiteiten uit andere niet met het programma geassocieerde derde landen in aanmerking komen voor Erasmus+-acties (hierna “partnerlanden” genoemd).

Programmalanden

De volgende landen kunnen volledig deelnemen aan alle acties van het Erasmus+-programma:

Lidstaten van de Europese Unie (EU)[2]

België

Bulgarije

Tsjechië

Denemarken

Duitsland

Estland

Ierland

Griekenland

Spanje

Frankrijk

Kroatië

Italië

Cyprus

Letland

Litouwen

Luxemburg

Hongarije

Malta

Nederland

Oostenrijk

Polen

Portugal

Roemenië

Slovenië

Slowakije

Finland

Zweden

Niet-EU-programmalanden[3]

Republiek Noord-Macedonië

Servië

IJsland

Liechtenstein

Noorwegen

Turkije

Partnerlanden

De volgende landen mogen deelnemen aan bepaalde programma-acties met naleving van specifieke criteria of voorwaarden (meer bijzonderheden zijn terug te vinden in deel B van deze gids). De middelen worden toegewezen aan organisaties op het grondgebied van de landen, zoals dat in het internationaal recht wordt erkend. De aanvragers en deelnemers moeten alle door de Europese Raad opgelegde beperkingen op externe bijstand van de EU naleven. Aanvragen moeten in overeenstemming zijn met de algemene EU-waarden eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, zoals voorzien in art 2. van het Verdrag van de Europese Unie.

De partnerlanden hieronder zijn gegroepeerd volgens de financiële instrumenten van het externe optreden van de EU.

Westelijke Balkan (Regio 1)

Albanië; Bosnië en Herzegovina; Kosovo[4]; Montenegro

Landen van het oostelijk partnerschap

(Regio 2)

Armenië; Azerbeidzjan; Belarus; Georgië; Moldavië; Het grondgebied van Oekraïne zoals erkend in het internationaal recht

Zuidelijke landen van het Middellandse Zeegebied

(Regio 3)[5]

Algerije; Egypte; Israël; Jordanië; Libanon; Libië; Marokko; Palestina[6]; Syrië; Tunesië

Russische Federatie (Regio 4)

Het grondgebied van Rusland zoals erkend in het internationaal recht

Regio 5[7]

Andorra, Monaco, San Marino, Vaticaanstad

Regio 6[8]

Azië

Afghanistan, Bangladesh, Bhutan, Cambodja, China, Filipijnen, India, Indonesië, Laos, Maldiven, Maleisië, Mongolië, Myanmar/Birma, Nepal, Noord-Korea, Pakistan, Sri Lanka, Thailand en Vietnam

Regio 7[9]

Centraal-Azië

Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Turkmenistan, Oezbekistan

Regio 8[10]

Latijns-Amerika

Argentinië, Bolivia, Brazilië, Colombia, Costa Rica, Cuba, Ecuador, El Salvador, Guatemala, Honduras, Mexico, Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru, Venezuela

Regio 9[11]

Iran, Irak, Jemen

Regio 10[12]

Zuid-Afrika

Regio 11

ACS

Angola, Antigua en Barbuda, Bahama’s, Barbados, Belize, Benin, Botswana, Burkina Faso, Burundi, Centraal-Afrikaanse Republiek, Comoren, Congo, Democratische Republiek Congo, Cookeilanden, Djibouti, Dominica, Dominicaanse Republiek, Equatoriaal-Guinea, Eritrea, Eswatini, Ethiopië, Fiji, Gabon, Gambia, Ghana, Grenada, Guinee, Guinee- Bissau, Guyana, Haïti, Ivoorkust, Jamaica, Kameroen, Kaapverdië, Kenia, Kiribati, Lesotho, Liberia, Madagaskar, Malawi, Mali, Marshalleilanden, Mauritanië, Mauritius, Micronesia, Mozambique, Namibië, Nauru, Niger, Nigeria, Niue, Oost-Timor, Palau, Papoea-Nieuw-Guinea, Rwanda, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, Samoa, Sao Tomé en Principe, Senegal, Seychellen, Sierra Leone, Salomonseilanden, Somalië, Sudan, Suriname, Tanzania, Togo, Tonga, Trinidad en Tobago, Tsjaad, Tuvalu, Uganda, Vanuatu, Zambia, Zimbabwe, Zuid-Sudan

Regio 12[13]

Geïndustrialiseerde landen van de Samenwerkingsraad van de Golf

Bahrein, Koeweit, Oman, Qatar, Saudi-Arabië, Verenigde Arabische Emiraten

Regio 13[14]

Andere geïndustrialiseerde landen

Australië, Brunei, Canada, Chili, Hongkong, Japan, Macau, Nieuw-Zeeland, Singapore, Taiwan, Uruguay, Verenigde Staten van Amerika, Zuid-Korea.

Regio 14[15]

Faeröer, Zwitserland, Verenigd Koninkrijk.

Meer informatie is terug te vinden in de gedetailleerde beschrijving van de programma-acties in deel B van deze gids.

Vereisten met betrekking tot visa en verblijfsvergunningen

Deelnemers aan Erasmus+-projecten moeten zo nodig een visum verkrijgen voor hun verblijf in het programma- of partnerland dat optreedt als gastland voor de activiteit. Alle deelnemende organisaties dragen de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de vereiste vergunningen (visa voor verblijf van korte of lange duur of verblijfsvergunningen) in orde zijn voordat de geplande activiteit plaatsvindt. Aangezien de verkrijging meerdere weken in beslag kan nemen, wordt ten zeerste aanbevolen om de vergunningen ruim van tevoren aan te vragen bij de bevoegde autoriteiten. De nationale agentschappen en het Uitvoerend Agentschap kunnen nader advies en ondersteuning verstrekken met betrekking tot visa, verblijfsvergunningen, sociale zekerheid enzovoort. Op de EU-portaalsite over immigratie staat algemene informatie over visa en verblijfsvergunningen voor een verblijf van korte en lange duur: https://ec.europa.eu/immigration/

  1. Onder voorbehoud van ondertekening van de associatieovereenkomsten tussen de Europese Unie en die landen.

  2. Overeenkomstig artikel 33, lid 3, van Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie (http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2013:344:0001:0118:NL:PDF) ziet de Unie erop toe dat natuurlijke personen uit en organisaties van de landen en gebieden overzee (LGO) kunnen deelnemen aan Erasmus+, en dat deelnemers ook naar die landen en gebieden kunnen gaan, volgens de regels van het programma en de regelingen die van toepassing zijn voor de lidstaat waarmee deze LGO zijn verbonden. Dit houdt in dat natuurlijke personen uit en organisaties van de LGO bij deelname aan het programma de status van “programmaland” hebben, waarbij de lidstaat waarmee zij zijn verbonden als “programmaland” fungeert. De lijst met LGO’s is te vinden op: https://ec.europa.eu/international-partnerships/where-we-work/overseas-countries-and-territories_en

  3. Onder voorbehoud van ondertekening van de associatieovereenkomsten tussen de Europese Unie en die landen.

  4. Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

  5. De subsidiabiliteitscriteria die staan vermeld in Bericht 2013/C 205/05 van de Commissie (PB C 205 van 19.7.2013, blz. 9) gelden voor alle in het kader van deze programmagids uitgevoerde acties, ook jegens derden die financiële steun ontvangen ingeval in het kader van de desbetreffende actie door subsidieontvangers financiële steun aan derden wordt verleend overeenkomstig artikel 204 van het Financieel Reglement van de EU.

  6. Deze benaming mag niet worden uitgelegd als een erkenning van de staat Palestina en laat de afzonderlijke standpunten van de lidstaten ter zake onverlet.

  7. Landen die niet onder de instrumenten van het externe optreden vallen.

  8. Indeling die in het kader van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) en het voorgestelde instrument voor pretoetredingssteun (IPA III) wordt gebruikt.

  9. Idem als hierboven.

  10. Idem als hierboven.

  11. Idem als hierboven.

  12. Idem als hierboven.

  13. Indeling die in het kader van het partnerschapsinstrument (PI) wordt gebruikt.

  14. Indeling die in het kader van het partnerschapsinstrument (PI) wordt gebruikt.

  15. Landen die niet onder de instrumenten van het externe optreden vallen.