Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport

Deze webpagina geeft nog geen weergave van de inhoud van de programmagids van Erasmus+ 2022. Maar u kunt de volledige gids voor 2022 in de door u gekozen taal in pdf-formaat downloaden door te klikken op “Download” op de rechterkant van deze pagina.

Jean Мonnet-netwerken op andere onderwijs- en opleidingsgebieden

Netwerken van scholen en/of aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding moeten een internationaal aspect toevoegen aan het nieuwe Jean Monnet-onderdeel en moeten het uitwisselen van goede praktijken alsook het ervaren van gezamenlijk onderwijs binnen een groep landen mogelijk maken.

De activiteiten zullen een gemeenschappelijk begrip van leermethoden over EU-aangelegenheden bevorderen bij praktijkmensen die werkzaam zijn in verschillende contexten en te maken hebben met verschillende uitdagingen en beperkingen als gevolg van nationale wetgeving en de structuur van de curricula.

De doelstelling van de netwerken zal tweeledig zijn. Enerzijds zullen scholen/aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding informatie en praktijken uitwisselen over hoe ze hun lerenden meer kennis laten vergaren over de EU. Anderzijds kunnen leerkrachten een aantal dagen mobiliteitservaring opdoen om met hun partners gezamenlijk onderwijs of gezamenlijke studiebegeleiding te organiseren en uit te voeren.

Doelstellingen van de actie

De Jean Monnet-netwerken zijn erop gericht steun te bieden aan scholen en aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding om de kennis te verhogen over hoe onderwerpen over de Europese Unie kunnen worden onderwezen, ze zullen de leerervaring ook een internationale insteek geven.

De uitwisseling van kennis tussen leerkrachten (samenwerken rond specifieke onderwerpen en methoden, gezamenlijke onderwijservaringen, gemeenschappelijke activiteiten) vormt de basis van de netwerkactiviteiten. Bijvoorbeeld:

  • informatie uitwisselen over inhoud en de resultaten van de toegepaste methoden bevorderen;
  • de samenwerking tussen verschillende scholen/aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding versterken om ze internationale ervaring en een Europese status te geven;
  • kennis- en mobiliteitsuitwisseling voor gezamenlijk onderwijs;
  • de samenwerking bevorderen en een stevig en duurzaam kennisplatform tussen scholen en aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding opzetten.

Aan welke criteria moet zijn voldaan om een aanvraag in te dienen in het kader van de jean monnet-netwerken op andere onderwijs- en opleidingsgebieden?

Subsidiabiliteitscriteria

Wie kan een aanvraag indienen?

Een in een Erasmus+-programmaland gevestigde school of instelling voor beroepsonderwijs en -opleiding, in naam van de partners in het voorgestelde netwerk.

Deelnemende organisaties

Scholen en aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding (ISCED niveaus 1 tot 4) gevestigd in een Erasmus+-programmaland.

Zij moeten ervoor zorgen dat zoveel mogelijk lerenden kunnen profiteren van hun activiteiten.

Aantal deelnemende organisaties en profiel daarvan

Minimaal vijf scholen en/of aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding die zijn gevestigd in minstens drie Erasmus+-programmalanden.

Projectduur

3 jaar

Waar aanvragen?

Bij het Europees Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur (EACEA)

Oproep-ID: ERASMUS-JMO-2021-SCHOOLS-NET

Wanneer aanvragen?

Subsidieaanvragen moeten uiterlijk op 2 juni om 17:00:00 uur (Belgische tijd) worden ingediend.

Aanvragende organisaties worden getoetst aan de relevante uitsluitings- en selectiecriteria. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

Een project opzetten

Jean Monnet-netwerken moeten een of meerdere van de volgende vormen aannemen:

  • onderwijsmethoden voor onderwijsprogramma’s en buitenschoolse activiteiten samenbrengen en bespreken;
  • goede praktijken inzake het leren over EU-onderwerpen verzamelen en delen;
  • gezamenlijk onderwijs en op samenwerking gebaseerde leerervaringen organiseren, zowel via mobiliteit als online.

Het bovenstaande kan gebeuren door:

  • documenten en richtsnoeren voor het verspreiden van goede praktijken op te stellen;
  • fysiek en online bijeen te komen;
  • gezamenlijk en samenwerkend te onderwijzen.

Verwachte gevolgen

Kwantitatief

  • het aantal begunstigden per programmaland of -regio

Kwalitatief

Jean Monnet-netwerken moeten een positief en langdurig effect sorteren op het algemeen onderwijs en op beroepsonderwijs en -opleiding door de deelnemers kennis te verschaffen over geslaagde praktijken om leerlingen en studenten feiten en kennis over de Europese Unie bij te brengen.

De netwerken zullen meer kansen creëren voor instellingen voor algemeen onderwijs en instituten voor beroepsonderwijs en -opleiding om hun activiteiten te verruimen door EU-inhoud op te nemen.

Wat deelnemende organisaties betreft, trachten de door Jean Monnet-netwerken ondersteunde activiteiten de volgende resultaten te bereiken:

  • verhoogde capaciteit om EU-onderwerpen te integreren in hun activiteiten;
  • meer internationale bekendheid.

Toekenningscriteria

Projecten worden beoordeeld op grond van de volgende criteria:

Relevantie van het project

(maximaal 25 punten)

  • De mate waarin het voorstel overeenstemt met de doelstellingen van de Jean Monnet-actie:
  • het heeft betrekking op EU-studies (zoals beschreven in de inleidende alinea);
  • het stelt leerkrachten in scholen in staat nieuwe vaardigheden te ontwikkelen;
  • het helpt om informatie en praktijken uit te wisselen over hoe zij hun lerenden meer kennis laten vergaren over de EU;
  • het vergemakkelijkt mobiliteitservaringen van leerkrachten om gezamenlijk onderwijs of gezamenlijke studiebegeleiding uit te voeren met hun partners;
  • het leidt tot een beter begrip van de EU en haar werking;
  • het stelt leerkrachten in staat informatie over de EU op te nemen in hun activiteiten.
  • De mate waarin het voorstel prioritaire doelgroepen bereikt:
    • scholen en aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding (ISCED 1 - 4)
    • leerkrachten
    • studenten

Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering

(maximaal 25 punten)

  • Methodologie: de kwaliteit, nieuwigheid en haalbaarheid van de voorgestelde activiteiten.
  • De mate waarin het werkprogramma:
  • duidelijk, volledig en samenhangend wordt voorgesteld, met voldoende aandacht voor de toelichting van de geschikte planning van de voorbereidings-, uitvoerings-, evaluatie-, follow-up- en verspreidingsfasen;
  • de samenhang tussen projectdoelstellingen en activiteiten aantoont;
  • de mate waarin de aan de werkpakketten toegewezen middelen overeenstemmen met de doelstellingen en beoogde resultaten van de werkpakketten.
  • Monitoring- en evaluatiestrategie.

Kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen

(maximaal 25 punten)

  • Interne organisatie van het partnerschap:
    • relevantie en complementariteit van het profiel en de deskundigheid van deelnemers die betrokken zijn bij de voorgestelde activiteiten, zowel op het gebied van EU-studies (zoals beschreven in de inleidende alinea) als van het specifieke thema waarop het voorstel betrekking heeft.
  • Samenwerkingsregelingen en de verdeling van rollen, verantwoordelijkheden en taken.

Gevolgen

(maximaal 25 punten)

  • De verwachte gevolgen van de netwerken die langdurige effecten hebben
  • op scholen en aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding:
  • verhoogde capaciteit om les te geven over EU-onderwerpen;
  • innovatieve inhoud bij het ontwikkelen van nieuwe invalshoeken met betrekking tot EU-onderwerpen op scholen;
  • versterkte samenwerking en capaciteit om in contact te komen met partners;
  • verhoogde toewijzing van financiële middelen aan onderwijs over EU-onderwerpen binnen de instelling.
  • op de leerkrachten die direct en indirect bij de netwerken betrokken zijn:
  • het versterken van hun vaardigheden met betrekking tot EU-kwesties en vooruitgang bij het aanbieden van EU-informatie in hun activiteiten.
  • Verspreiding en communicatie:
  • De geschiktheid en kwaliteit van maatregelen met het oog op de verspreiding van de resultaten van de activiteiten binnen en buiten de instelling die betrokken is bij de netwerken:
  • de bekendheid van activiteiten en resultaten vergroten, de zichtbaarheid van deelnemers en organisaties verbeteren;
  • de groepen buiten de scholen en aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding bereiken.
  • De mate waarin de beoogde verspreidingsinstrumenten de doelgroep zullen bereiken door middel van:
      • blootstelling aan media (inclusief sociale media, publicaties enz.);
      • evenementen.
  • Duurzaamheid en voortzetting: het voorstel voorziet in passende maatregelen en middelen om ervoor te zorgen dat de resultaten en de voordelen van het project blijven duren na afloop van het project.

Om voor financiering in aanmerking te komen, moeten voorstellen in totaal een minimumscore van 70 punten behalen en een score van minstens 15 punten per toekenningscriterium. Bij een ex aequo tussen voorstellen binnen hetzelfde thema wordt voorrang gegeven aan de scores die zijn behaald voor het toekenningscriterium “Relevantie van het project” en vervolgens voor “Gevolgen”.

Wat zijn de financieringsregels?

Deze actie volgt een financieringsmodel op basis van vaste bedragen. Het bedrag van de afzonderlijke vaste bijdrage wordt voor elke subsidie bepaald op basis van het geraamde budget van de door de aanvrager voorgestelde actie. De subsidieautoriteit stelt het vaste bedrag van elke subsidie vast op basis van het voorstel, het evaluatieresultaat, de financieringspercentages en het maximale subsidiebedrag zoals vastgesteld in de oproep.

De maximale EU-bijdrage per project bedraagt 300 000 EUR

Hoe wordt het vaste bedrag voor het project vastgesteld?

Aanvragers moeten overeenkomstig het aanvraagformulier een gedetailleerde begrotingstabel invullen, rekening houdend met de volgende punten:

  1. Het budget moet worden beschreven zoals vereist door de begunstigden en worden onderverdeeld in samenhangende werkpakketten (bijvoorbeeld “projectbeheer”, “opleiding”, “organisatie van evenementen”, “voorbereiding en uitvoering van mobiliteit”, “communicatie en verspreiding”, “kwaliteitsborging” enz.).
  2. In het voorstel moeten de activiteiten worden beschreven die elk werkpakket behelst.
  3. Aanvragers moeten in hun voorstel een uitsplitsing geven van de geraamde kosten, met het aandeel per werkpakket (en, binnen elk werkpakket, het aandeel dat aan elke begunstigde en gelieerde entiteit is toegewezen).
  4. De kosten kunnen personeelskosten, reis- en verblijfkosten, kosten voor uitrusting en uitbesteding of andere kosten zijn (bijvoorbeeld voor de verspreiding van informatie, publicatie of vertaling).

De voorstellen zullen worden geëvalueerd aan de hand van de standaardevaluatieprocedures met de hulp van interne en/of externe deskundigen. De deskundigen beoordelen de kwaliteit van de voorstellen aan de hand van de in de oproep vastgestelde vereisten en de verwachte gevolgen, kwaliteit en efficiëntie van de actie. Het vaste bedrag wordt beperkt tot een maximum van 80 % van de geraamde begroting, zoals vastgesteld na de evaluatie.

Na de evaluatie van het voorstel stelt de ordonnateur de hoogte van het vaste bedrag vast, rekening houdend met de bevindingen van de verrichte beoordeling.

De subsidieparameters (maximaal subsidiebedrag, financieringspercentage, totale subsidiabele kosten enz.) worden vastgesteld in de subsidieovereenkomst.

De verwezenlijkingen van het project worden geëvalueerd aan de hand van de resultaten van het afgeronde project. Door die financieringsregeling kan meer nadruk worden gelegd op de resultaten dan op de inbreng, waardoor er meer aandacht wordt besteed aan de kwaliteit en de mate waarin meetbare doelstellingen zijn verwezenlijkt.

Nadere gegevens zijn opgenomen in de modelsubsidieovereenkomst die te vinden is op het Funding and Tender Opportunities Portal (FTOP).