Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport

Deze webpagina geeft nog geen weergave van de inhoud van de programmagids van Erasmus+ 2022. Maar u kunt de volledige gids voor 2022 in de door u gekozen taal in pdf-formaat downloaden door te klikken op “Download” op de rechterkant van deze pagina.

Erasmus+ Teacher Academies

In de resolutie van de Raad van 2019 over het verder ontwikkelen van de Europese onderwijsruimte[1] wordt de Commissie verzocht om “nieuwe middelen te ontwikkelen om bekwame, gemotiveerde en hooggekwalificeerde leerkrachten, opleiders, vormingswerkers en schoolleiders op te leiden en te ondersteunen, en hun voortdurende professionele ontwikkeling en een hoogwaardige, op onderzoek gebaseerde lerarenopleiding te bevorderen”[2][3]. Tijdens de Europese Onderwijstop van 2019 werd eveneens gewezen op het cruciale belang van leerkrachten en werd de rol van leerkrachten in de raadplegingen over het toekomstige samenwerkingskader geïdentificeerd als een van de belangrijkste thema’s die in de EU-samenwerking aan bod moesten komen.

In de conclusies van de Raad over Europese leraren en opleiders voor de toekomst van mei 2020[4] is opnieuw gewezen op de rol van leerkrachten als hoekstenen van de Europese onderwijsruimte en is verzocht om de loopbaan- en competentieontwikkeling van leerkrachten en hun welbevinden in alle fasen van hun loopbaan verder te ondersteunen. In de conclusies wordt gewezen op de voordelen van de mobiliteit van leerkrachten en op het feit dat mobiliteit moet worden geïntegreerd in de initiële en nascholing van leerkrachten. In de conclusies wordt de Commissie er voorts om verzocht nauwere samenwerking tussen aanbieders van lerarenopleidingen te ondersteunen binnen een continuüm van professionele ontwikkeling van leraren.

In de mededeling van de Commissie van 2020 over de Europese onderwijsruimte tegen 2025 tot stand brengen[5] wordt de sleutelrol van leerkrachten en opleiders erkend en wordt de visie uiteengezet van uiterst competente en gemotiveerde vormingswerkers die tijdens hun gevarieerde loopbaan kunnen profiteren van een reeks mogelijkheden op het gebied van professionele ondersteuning en ontwikkeling. Er worden een aantal maatregelen voorgesteld om de uitdagingen aan te pakken waarmee onderwijzende beroepen tegenwoordig worden geconfronteerd, waaronder het plan om de Erasmus+ Teacher Academies op te zetten.

In het actieplan voor digitaal onderwijs (2021‑2027)[6] van de Commissie is benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat alle leerkrachten en opleiders het vertrouwen en de vaardigheden hebben om technologie doeltreffend en creatief te gebruiken om hun lerenden bij het onderwijs te betrekken en te motiveren en te verzekeren dat alle lerenden hun digitale competenties ontwikkelen om in een steeds meer gedigitaliseerde wereld te leren, te leven en te werken.

Alle EU-landen geven aan het beroep aantrekkelijker te willen maken: in de EU-landen die deelnemen aan de TALIS-enquête van de OESO had gemiddeld minder dan 20 % van de leerkrachten in het lager secundair onderwijs de indruk dat hun beroep door de maatschappij werd gewaardeerd. De vergrijzing van het lerarenkorps strekt tot bezorgdheid, aangezien toekomstige pensioneringsgolven in bepaalde landen tot een lerarentekort zouden kunnen leiden. Uit de onderwijs- en opleidingsmonitor 2019[7] blijkt ook dat een aantal Europese landen wordt geconfronteerd met een ernstig tekort aan leerkrachten, hetzij algemeen, hetzij voor bepaalde vakken, zoals wetenschappen, of in specifieke profielen, zoals het onderwijzen van leerlingen met specifieke behoeften.

Ondanks een ruimer aanbod aan voortdurende professionele ontwikkeling melden leerkrachten zelf nog steeds een gebrek aan mogelijkheden tot professionele ontwikkeling, zo blijkt uit de TALIS-enquête van de OESO. Ondanks de voordelen ervan is mobiliteit nog steeds niet effectief in de lerarenopleiding geïntegreerd vanwege talrijke praktische belemmeringen die moeten worden weggenomen door een samenhangender beleid.

De Erasmus+ Teacher Academies zullen deze kwesties aan de orde stellen, een aanvulling vormen op andere werkzaamheden om de onderwijsruimte tot stand te brengen en bijdragen aan de overdracht van resultaten naar de nationale en regionale beleidsvorming en uiteindelijk naar de lerarenopleidingen en ondersteuning voor scholen. Zij zullen voortbouwen op de vernieuwingen en doeltreffende praktijken in de nationale lerarenopleidingen en de Europese samenwerking en die vernieuwingen en praktijken verder ontwikkelen. Er zal bijzondere aandacht worden geschonken aan de verspreiding en benutting van doeltreffende praktijken in verschillende landen en bij verschillende aanbieders van lerarenopleiding, en aan het verzekeren van feedback en effecten, ook op beleidsniveau.

Doelstellingen van de actie

deze actie heeft tot algemeen doel Europese partnerschappen van aanbieders van lerarenopleidingen te creëren om Erasmus+ Teacher Academies op poten te zetten die een Europese en internationale kijk zullen bieden op lerarenopleidingen. In deze Teacher Academies zal een belangrijke rol zijn weggelegd voor meertaligheid en culturele diversiteit, worden lerarenopleidingen ontwikkeld overeenkomstig de EU-beleidsprioriteiten op het gebied van onderwijs en wordt een bijdrage geleverd aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese onderwijsruimte.

De Erasmus+ Teacher Academies zullen aan de volgende doelstellingen tegemoetkomen:

  • bijdragen aan het verbeteren van beleidslijnen en praktijken op het gebied van lerarenopleiding in Europa door netwerken en praktijkgemeenschappen inzake lerarenopleiding tot stand te brengen waarin aanbieders van initiële lerarenopleidingen (vooropleiding van toekomstige leerkrachten), aanbieders van postinitiële professionele ontwikkeling (nascholing) en andere relevante actoren zoals leerkrachtenverenigingen, ministeries en belanghebbenden bijeen worden gebracht om strategieën en programma’s voor beroepsleren te ontwikkelen en te testen die doeltreffend en toegankelijk zijn en naar andere contexten kunnen worden overgedragen;
  • de Europese dimensie en internationalisering van de lerarenopleiding versterken door innovatieve en praktische samenwerking met lerarenopleiders en leerkrachten in andere Europese landen en door ervaringen uit te wisselen voor de verdere ontwikkeling van de lerarenopleiding in Europa. Bij deze samenwerking zullen de belangrijkste prioriteiten van de Europese Unie aan bod komen, zoals leren in de digitale wereld, duurzaamheid, billijkheid en inclusie, ook door leerkrachten cursussen, modules en andere leermogelijkheden rond deze thema’s aan te bieden;
  • gezamenlijk verschillende mobiliteitsmodellen (virtueel, fysiek en gemend) ontwikkelen en testen in de initiële lerarenopleiding en als onderdeel van de voortdurende professionele ontwikkeling, om zo de kwaliteit van en het aantal deelnemers aan mobiliteit te verbeteren en van mobiliteit een integraal onderdeel van de lerarenopleiding in Europa te maken;
  • een duurzame samenwerking ontwikkelen tussen aanbieders van lerarenopleidingen om de kwaliteit van de lerarenopleiding in Europa te verbeteren en input te leveren voor beleid inzake lerarenopleidingen op Europees en nationaal niveau.

Subsidiabiliteitscriteria

Om in aanmerking te komen voor een Erasmus+-subsidie, moeten projectvoorstellen voor Erasmus+ Teacher Academies aan de volgende criteria voldoen:

Wie kan een aanvraag indienen?

Elke nationaal erkende organisatie (die aan de hieronder opgesomde kenmerken van een deelnemende organisatie voldoet) die in een programmaland gevestigd is, kan een subsidie aanvragen. Deze organisatie dient de aanvraag in namens alle deelnemende organisaties die bij het project betrokken zijn.

Welke soorten organisaties komen in aanmerking voor deelname aan het project?

De volgende in programmalanden (zie deel A van deze gids onder “Begunstigde landen”) gevestigde organisaties kunnen als volwaardige partners of als geassocieerde partners bij het project worden betrokken:

  • instellingen voor lerarenopleiding (colleges, instituten, universiteiten die initiële lerarenopleidingen en/of postinitiële professionele ontwikkeling aanbieden) voor leerkrachten op ISCED-niveaus 1‑3, met inbegrip van leerkrachten in beroepsonderwijs en -opleiding;
  • ministeries of soortgelijke overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor het beleid inzake schoolonderwijs;
  • (lokale, regionale of nationale) publieke en particuliere organen belast met het ontwikkelen van beleid en van het aanbod aan lerarenopleidingen en met het vaststellen van normen voor de kwalificaties van leerkrachten;
  • leerkrachtenverenigingen of andere nationaal erkende aanbieders van lerarenopleidingen en voortdurende professionele ontwikkeling;
  • autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het onderwijs en de opleiding van leerkrachten en het toezicht op hun voortdurende professionele ontwikkeling en kwalificaties;
  • scholen die samenwerken met aanbieders van lerarenopleidingen om praktijkopleiding mogelijk te maken in het kader van de lerarenopleiding;
  • andere scholen (van basisonderwijs tot initieel beroepsonderwijs en -opleiding) of andere organisaties (ngo’s, leerkrachtenverenigingen) die relevant zijn voor het project.

Aantal deelnemende organisaties en profiel daarvan

Een Erasmus+ Teacher Academy moet bestaan uit minimaal drie volwaardige partners uit minstens drie programmalanden (waaronder ten minste twee EU-lidstaten), waarvan:

  • ten minste twee nationaal erkende aanbieders van initiële lerarenopleidingen uit twee verschillende programmalanden; en
  • ten minste één nationaal erkende aanbieder van postinitiële professionele ontwikkeling (nascholing) voor leerkrachten.

Daarnaast moeten de partnerschappen ook ten minste één praktijk-/opleidingsschool omvatten als volwaardige partner of geassocieerde partner.

Het partnerschap kan ook andere organisaties met relevante deskundigheid op het gebied van lerarenopleidingen en/of organen die normen, kwalificaties of kwaliteitsborging voor lerarenopleidingen vaststellen omvatten als volwaardige of geassocieerde partners.

Locatie van de activiteiten

Alle activiteiten van Erasmus+ Teacher Academies moeten plaatsvinden in programmalanden.

Duur van het project

3 jaar

Waar aanvragen?

Bij het Europees Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur (EACEA).

Oproep-ID: ERASMUS-EDU-2021-PEX-TEACH-ACA

Wanneer aanvragen?

Subsidieaanvragen moeten uiterlijk op 7 september om 17:00:00 uur (Belgische tijd) worden ingediend.

Aanvragende organisaties worden getoetst aan de relevante uitsluitings- en selectiecriteria. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

Een project opzetten

Elke Erasmus+ Teacher Academy moet een samenhangende, omvattende reeks activiteiten uitvoeren, zoals:

  • samenwerken en netwerken en praktijkgemeenschappen opzetten met aanbieders van lerarenopleidingen, leerkrachtenverenigingen, openbare organisaties die betrokken zijn bij de lerarenopleidingen en andere relevante actoren, om innovatieve strategieën en programma’s op te zetten voor initiële en voortdurende professionele ontwikkeling voor leerkrachten en scholen;
  • gezamenlijke, innovatieve en effectieve leermodules ontwikkelen en aanbieden voor lerarenopleidingen en om de competenties van leerkrachten te ontwikkelen inzake lastige en/of nieuwe pedagogische kwesties van gemeenschappelijk belang. Deze zullen tegemoetkomen aan de diverse behoeften van leerkrachten in opleiding (als onderdeel van hun initiële opleiding) en actieve leerkrachten (als onderdeel van de voortdurende professionele ontwikkeling);
  • een gezamenlijk leeraanbod met een sterke Europese dimensie uitwerken dat mobiliteitsactiviteiten in al hun vormen omvat, waarbij bijvoorbeeld zomerscholen worden opgezet, alsook studiebezoeken voor studenten en leerkrachten en andere vormen van campusoverschrijdende samenwerking, zowel fysiek als virtueel;
  • effectieve manieren vinden om belemmeringen voor mobiliteit weg te nemen en voorwaarden vaststellen, met inbegrip van praktische regelingen en de erkenning van leren, om het aantal deelnemers aan en de kwaliteit van mobiliteit te verhogen en van mobiliteit een integraal onderdeel van het initiële en postinitiële leeraanbod voor leerkrachten te maken;
  • scholen en in het bijzonder opleidingsscholen betrekken om te experimenteren en innovatieve nieuwe manieren van onderwijzen te delen (onder meer voor afstandsleren en gemengde onderwijs- en leerbenaderingen);
  • studies, onderzoek en/of enquêtes opzetten of doeltreffende praktijken vergaren, in overeenstemming met de doelstellingen van deze oproep, om samenvattingen, discussienota’s, aanbevelingen enz. te produceren om het debat aan te wakkeren en input te verzamelen voor beleid inzake lerarenopleidingen;
  • de bestaande Erasmus+-instrumenten, zoals eTwinning en het portaal voor schoolonderwijs, promoten en er voorrang aan geven voor virtuele mobiliteit, samenwerking en communicatie voor het testen en het delen van resultaten.

Verwachte gevolgen

De ontwikkeling van de Erasmus+ Teacher Academies zal naar verwachting de aantrekkelijkheid van onderwijzende beroepen vergroten en hoogwaardig initieel onderwijs en voortdurende professionele ontwikkeling verzekeren voor leerkrachten, vormingswerkers en schoolleiders.

Erasmus+ Teacher Academies zullen naar verwachting de Europese dimensie en de internationalisering van de lerarenopleidingen versterken door Europese partnerschappen van aanbieders van lerarenopleidingen tot stand te brengen. De nauwe samenwerking tussen relevante actoren over de Europese grenzen heen moet een innovatieve Europese samenwerking en aanzienlijke ontwikkeling van beleid en praktijken voor lerarenopleidingen tot stand brengen, voortbouwend op de bestaande vernieuwingen en doeltreffende praktijken binnen de nationale stelsels voor lerarenopleidingen en op het gezamenlijke leeraanbod voor deelnemende leerkrachten. Deze aanpak zal naar verwachting de weg vrijmaken om van mobiliteit een integraal onderdeel van het aanbod aan lerarenopleidingen te maken door belemmeringen voor de mobiliteit weg te nemen en de voorwaarden vast te stellen voor geslaagde mobiliteitsstrategieën en -programma’s.

De Erasmus+ Teacher Academies opereren op het nationale en het Europese niveau en zullen sterke, duurzame partnerschappen vormen tussen aanbieders van initiële lerarenopleidingen en postinitiële professionele ontwikkeling. Zij zullen voorzien in een nauwere samenwerking tussen aanbieders van lerarenopleidingen en zullen zo het pad effenen voor structurele partnerschappen en gezamenlijke programma’s tussen instellingen. Op die manier zullen Erasmus+ Teacher Academies zorgen voor hoogwaardige, effectieve initiële en voortdurende professionele ontwikkeling en zullen zij resultaten verwezenlijken die moeilijk te bereiken zouden zijn zonder de uitwisseling van kennis en zonder een effectieve samenwerking.

Via het gebruik van diverse verspreidingskanalen op transnationaal, nationaal en/of regionaal niveau en de uitrol van een langetermijnactieplan voor de geleidelijke uitrol van de beoogde projectresultaten, moeten projecten relevante belanghebbenden binnen en buiten de deelnemende organisaties bereiken en een duurzaam effect sorteren, ook na afloop van het project.

TOEKENNINGSCRITERIA

Relevantie van het project

(maximaal 35 punten)

  • Verband met het beleid: de mate waarin het voorstel Europese partnerschappen van aanbieders van lerarenopleidingen tot stand brengt om Erasmus+ Teacher Academies op te richten die innovatieve leermogelijkheden bieden aan leerkrachten;
  • Coherentie: de mate waarin het voorstel berust op een adequate behoefteanalyse; duidelijk afgebakende en realistische doelstellingen heeft en kwesties aanpakt die van belang zijn voor de deelnemende organisaties en voor de actie;
  • Innovatieve aanpak: het voorstel houdt rekening met de modernste methoden en technieken, en leidt tot innovatieve resultaten en oplossingen voor het desbetreffende gebied in het algemeen, of voor de geografische context waarin het project wordt uitgevoerd (bv. inhoud, voortgebrachte resultaten, toegepaste werkmethoden, betrokken of beoogde organisaties en personen);
  • Samenwerking en partnerschappen: de mate waarin het voorstel geschikt is om zowel op lokaal als op nationaal en transnationaal een sterke, duurzame relatie tot stand te brengen tussen aanbieders van initiële lerarenopleidingen (vooropleiding van toekomstige leerkrachten), aanbieders van postinitiële professionele ontwikkeling (nascholing), waarin de wisselwerking wederkerig is en deze alle partijen voordeel oplevert;
  • Europese meerwaarde: het voorstel toont duidelijk de meerwaarde op het niveau van het individu (lerende en/of personeel), de instelling en het systeem aan, die tot stand komt via resultaten die door de partners moeilijk te bereiken zouden zijn zonder Europese samenwerking; Met het voorstel worden de bestaande instrumenten op EU-niveau, zoals eTwinning en het portaal voor schoolonderwijs gebruikt en bevordert voor samenwerking en communicatie en voor het testen en delen van resultaten.
  • Internationalisering: in het voorstel wordt aangetoond hoe het bijdraagt aan de internationale dimensie van de lerarenopleidingen en aan de ontwikkeling van gezamenlijke mobiliteitsmodellen (virtueel, fysiek en gemend) en andere leermogelijkheden op het gebied van initiële lerarenopleidingen en voortdurende professionele ontwikkeling voor leerkrachten.
  • Digitale vaardigheden: de mate waarin in het voorstel is voorzien in activiteiten die verband houden met de ontwikkeling van digitale vaardigheden (bv. het ontwerp van innovatieve curricula en lesmethoden, effectieve leermodules enz.).
  • Groene vaardigheden: de mate waarin het voorstel activiteiten bevat (bv. innovatieve curricula en leermethoden, effectieve leermodules enz.) die verband houden met de Europese prioriteiten op het gebied van milieuduurzaamheid en de transitie naar een circulaire, groenere economie.
  • Sociale dimensie: het voorstel bevat een horizontaal streven in de verschillende acties naar diversiteit en het bevorderen van gedeelde waarden, gelijkheid, non-discriminatie en sociale integratie, ook voor personen met specifieke behoeften/kansarmen en mensen die in meertalige en multiculturele contexten werken.
  • Genderbewust beleid: de mate waarin het voorstel betrekking heeft op gendergelijkheid en helpt om oplossingen te vinden om genderbewust onderwijs in scholen daadwerkelijk te stimuleren.

Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering

(maximaal 25 punten)

  • Samenhang: de opzet van het gehele project garandeert de onderlinge afstemming tussen projectdoelstellingen, activiteiten en het voorgestelde budget. Het voorstel vormt een samenhangend en alomvattend geheel van passende activiteiten en diensten om te voorzien in de onderkende behoeften en de verwachte resultaten te bewerkstelligen;
  • Methodologie: de kwaliteit en haalbaarheid van de voorgestelde methode en de geschiktheid ervan om de verwachte resultaten te bereiken;
  • Opzet: de duidelijkheid, volledigheid en kwaliteit van het werkprogramma, met inbegrip van geschikte fasen ter voorbereiding, uitvoering, controle, benutting, evaluatie en verspreiding;
  • Beheer: er wordt gezorgd voor goed onderbouwde beheersystemen. Tijdschema’s, organisatie, taken en verantwoordelijkheden zijn nauwkeurig omschreven en realistisch. Het voorstel wijst geschikte middelen toe aan elke activiteit;
  • Budget: in het budget worden de nodige middelen uitgetrokken om het project met succes te voltooien; het budget wordt noch te hoog, noch te laag aangeslagen;
  • Risicobeheersing: projectgerelateerde uitdagingen/risico’s worden duidelijk in kaart gebracht en waar nodig wordt gezorgd voor risicobeperkende maatregelen;
  • Kwaliteitsborging: er worden passende controlemaatregelen (doorlopende kwaliteitsbeoordeling, intercollegiale toetsing, benchmarking enz.) toegepast;
  • Toezichtinstrumenten: er worden indicatoren vastgesteld om ervoor te zorgen dat het project op kwalitatief hoogstaande en kostenefficiënte wijze wordt uitgevoerd.

Kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen

(maximaal 20 punten)

  • Samenstelling: het project is op passende wijze samengesteld uit complementaire deelnemende organisaties die over het vereiste profiel, de nodige competenties en de nodige ervaring en deskundigheid beschikken om het project in elk opzicht met succes te voltooien.
  • Opwaartse convergentie: de mate waarin het partnerschap netwerken en kennisgemeenschappen opzet met aanbieders van lerarenopleidingen, overheidsinstanties die betrokken zijn bij de lerarenopleiding en andere relevante actoren, en een doeltreffende uitwisseling van deskundigheid en kennis tussen die partners mogelijk maakt;
  • Geografische dimensie: de mate waarin het partnerschap relevante partners omvat uit verschillende geografische gebieden, en de mate waarin de aanvrager de geografische samenstelling van het partnerschap heeft gemotiveerd en de relevantie ervan voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Erasmus+ Teacher Academies heeft aangetoond; alsook de mate waarin het partnerschap een breed en passend scala van relevante actoren op lokaal en regionaal niveau omvat;
  • Virtuele samenwerking en mobiliteit: de mate waarin de samenwerking verband houdt met bestaande Erasmus+-instrumenten, zoals eTwinning en het portaal voor schoolonderwijs.
  • Inzet: de verantwoordelijkheden en taken zijn ondubbelzinnig en oordeelkundig verdeeld; daarbij wordt duidelijk aangetoond dat de inzet en actieve bijdrage van alle deelnemende organisaties perfect aansluiten op hun specifieke deskundigheid en capaciteit;
  • Taken: de coördinator bezit hoogwaardige managementvaardigheden, is in staat transnationale netwerken te coördineren en geeft blijk van leiderschapskwaliteiten in een complexe omgeving; individuele taken worden toegewezen op basis van de specifieke knowhow van elke partner;
  • Samenwerking: er wordt een doeltreffend mechanisme voorgesteld om een goede coördinatie, besluitvorming en communicatie te waarborgen tussen de deelnemende organisaties, deelnemers en alle andere belanghebbenden.

Gevolgen

(maximaal 20 punten)

  • Benutting: het voorstel toont aan hoe de resultaten van het project worden benut door de partners en andere belanghebbenden. Er wordt gezorgd voor middelen om de benutting te meten tijdens en na afloop van het project.
  • Verspreiding: het voorstel bevat een duidelijk plan voor de verspreiding van resultaten tijdens en na afloop van het project, en voorziet in passende streefdoelen, activiteiten, een relevante timing, instrumenten, hulpmiddelen en communicatiekanalen om ervoor te zorgen dat de resultaten en voordelen efficiënt worden verspreid onder de belanghebbenden, beleidsmakers, aanbieders van lerarenopleidingen, overheidsinstanties enzovoort, gedurende de looptijd van het project, maar ook daarna; in het voorstel wordt voorts aangegeven welke partners verantwoordelijk zullen zijn voor de verspreiding en wordt de relevante ervaring die zij bij verspreidingsactiviteiten hebben, aangetoond; in het voorstel is beschreven welke middelen worden gebruikt voor de verspreiding, waarbij de voorkeur wordt gegeven aan de Erasmus+-instrumenten, zoals eTwinning en het portaal voor schoolonderwijs.
  • Gevolgen: het voorstel toont de potentiële effecten van het project aan:
  • op deelnemers en deelnemende organisaties tijdens en na afloop van het project;
  • buiten de organisaties en personen die rechtstreeks deelnemen aan het project, op lokaal, regionaal, nationaal en/of Europees niveau.

Het voorstel omvat maatregelen, doelstellingen en indicatoren om de voortgang te monitoren en het verwachte effect (korte en lange termijn) te beoordelen;

  • Duurzaamheid en voortzetting: in het voorstel wordt uitgelegd hoe de Erasmus+ Teacher Academies zullen worden ingevoerd en verder zullen worden ontwikkeld. Het voorstel omvat het ontwerp van een actieplan voor de lange termijn voor de geleidelijke invoering van projectresultaten na afloop van het project. Het plan wordt gebaseerd op duurzame partnerschappen tussen aanbieders van initiële lerarenopleidingen (vooropleiding van toekomstige leerkrachten), aanbieders van postinitiële professionele ontwikkeling (nascholing). Het moet de vaststelling van passende governancestructuren omvatten, alsook plannen met het oog op schaalbaarheid en financiële duurzaamheid, met inbegrip van een identificatie van de financiële middelen (Europees, nationaal en particulier) om ervoor te zorgen dat de resultaten en voordelen op lange termijn duurzaam zijn.

Om in aanmerking te komen voor financiering, moeten aanvragen ten minste 60 punten scoren (op een maximum van 100 punten), waarbij eveneens rekening moet worden gehouden met de vereiste minimumscore voor elk van de vier gunningscriteria: een minimumscore van 18 punten voor de categorie “Relevantie van het project”; 13 punten voor de categorie “Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering” en 11 punten voor de categorieën “Kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen” en “Gevolgen”. Bij een ex aequo wordt voorrang gegeven aan de hoogste scores voor “Relevantie van het project” en vervolgens voor “Gevolgen”.

Wat zijn de financieringsregels?

De EU-subsidie neemt de vorm aan van een tegemoetkoming in de daadwerkelijk voor het project gemaakte kosten (financieringsmodel op basis van de reële kosten). Alleen subsidiabele kosten en kosten die de begunstigde daadwerkelijk heeft gemaakt bij de uitvoering van het project komen in aanmerking (niet de begrote kosten).

De maximale EU-subsidie per project bedraagt 1,5 miljoen EUR.

Daarnaast

  • worden de gedetailleerde parameters van de subsidie vastgesteld in de subsidieovereenkomst.
  • De financiële bijdrage van de EU mag niet meer dan 80 % van de totale subsidiabele kosten bedragen. .
  • De toegekende subsidie kan lager zijn dan het gevraagde bedrag.

Nadere gegevens zijn opgenomen in de modelsubsidieovereenkomst die te vinden is op het Funding and Tender Opportunities Portal (FTOP).

  1. https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-13298-2019-INIT/nl/pdf

  2. Onderwijs- en opleidingsmonitor 2019, blz. 28.

  3. 8 november 2019, 13298/19, https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-13298-2019-INIT/nl/pdf

  4. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52020XG0609(02)&from=EN

  5. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52020DC0625&from=EN

  6. https://ec.europa.eu/education/education-in-the-eu/digital-education-action-plan_nl

  7. https://ec.europa.eu/education/resources-and-tools/document-library/education-and-training-monitor-2019-executive-summary_nl

.foot {font-size: 0.8em; margin-left: 2.5em; border-top: 1px solid black;} table, td, tr{border: 1px solid black; cellpadding="1"; cellspacing="1";} table{margin-bottom: 30px;}