Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport

Deze webpagina geeft nog geen weergave van de inhoud van de programmagids van Erasmus+ 2022. Maar u kunt de volledige gids voor 2022 in de door u gekozen taal in pdf-formaat downloaden door te klikken op “Download” op de rechterkant van deze pagina.

Mobiliteit voor lerenden en personeel in beroepsonderwijs en -opleiding

Deze actie ondersteunt aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding en andere organisaties die actief zijn op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding en die leermobiliteitsactiviteiten wensen te organiseren voor lerenden en personeel van beroepsonderwijs en -opleiding.

Er wordt een breed scala aan activiteiten ondersteund, onder meer job shadowing en nascholingscursussen voor personeel, stages en langdurige stages (ErasmusPro), uitgenodigde deskundigen, en andere activiteiten die hieronder worden toegelicht.

De deelnemende organisaties moeten inclusie en diversiteit, milieuduurzaamheid en digitaal onderwijs actief bevorderen in al hun activiteiten: door gebruik te maken van de specifieke financieringsmogelijkheden die voor deze doeleinden geboden worden door het programma, door het bewustzijn bij hun deelnemers te vergroten, door beste praktijken te delen, en door een gepaste opzet te kiezen voor hun activiteiten.

Doelstellingen van de actie

De mobiliteitsactiviteiten die door Erasmus+ worden gefinancierd, hebben tot doel individuele leermogelijkheden te bieden en de internationalisering en institutionele ontwikkeling te ondersteunen van aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding en andere organisaties die actief zijn op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding. De actie zal de uitvoering van de aanbeveling van de Raad inzake beroepsonderwijs en -opleiding en de verklaring van Osnabrück en de Europese vaardighedenagenda ondersteunen. Het voorstel zal ook bijdragen aan de totstandbrenging van de Europese onderwijsruimte. De doelstellingen van deze actie zijn meer bepaald:

De kwaliteit van initiële en voortgezette vormen van beroepsonderwijs en -opleiding (IVET en CVET) in Europa verhogen door:

  • sleutelcompetenties en transversale vaardigheden, met name het leren van talen, te versterken;
  • de ontwikkeling van beroepsspecifieke vaardigheden die nodig zijn op de huidige en toekomstige arbeidsmarkt, te ondersteunen;
  • beste praktijken uit te wisselen en het gebruik van nieuwe en innovatieve pedagogische methoden en technologieën te bevorderen en de professionele ontwikkeling van leerkrachten, opleiders, mentoren en andere personeelsleden in beroepsonderwijs en -opleiding te ondersteunen.
  • de capaciteit op te bouwen van aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding om hoogwaardige mobiliteitsprojecten uit te voeren en hun vermogen te versterken om partnerschappen van hoge kwaliteit te vormen bij de ontwikkeling van hun internationaliseringsstrategie;
  • alle lerenden in initieel en voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding een realistische kans op leermobiliteit te bieden, en de gemiddelde duur van de mobiliteit voor lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding te verlengen om de kwaliteit en de impact ervan te vergroten;
  • de kwaliteit, transparantie en erkenning van leerresultaten van mobiliteitsperioden in het buitenland te bevorderen, met name door gebruik te maken van Europese instrumenten[1].

De Europese dimensie van onderwijzen en leren versterken door:

  • de waarden inclusie en diversiteit, verdraagzaamheid en democratische participatie te bevorderen;
  • de kennis van het gemeenschappelijk Europees erfgoed en de Europese diversiteit te stimuleren;
  • de ontwikkeling van professionele netwerken in heel Europa te ondersteunen.

Hoe toegang krijgen tot de door erasmus+ geboden mobiliteitskansen?

Aanbieders van beroepsonderwijs en -opleidingen en andere organisaties die actief zijn op dit gebied, kunnen op twee manieren financiële steun aanvragen:

  • Kortlopende mobiliteitsprojecten voor lerenden en personeel bieden aanvragende organisaties de mogelijkheid om verschillende mobiliteitsactiviteiten te organiseren gedurende een periode van zes tot achttien maanden. Kortlopende projecten zijn uitstekend geschikt voor organisaties die Erasmus+ voor het eerst proberen, of voor organisaties die slechts een beperkt aantal activiteiten wensen te organiseren.
  • Geaccrediteerde mobiliteitsprojecten voor lerenden en personeel staan alleen open voor organisaties met een Erasmus-accreditatie op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding. Met dit bijzondere financieringsonderdeel kunnen geaccrediteerde organisaties regelmatig financiering ontvangen voor mobiliteitsactiviteiten die bijdragen aan de geleidelijke uitvoering van hun Erasmus-plan.

Erasmus-accreditaties staan open voor alle organisaties die regelmatig mobiliteitsactiviteiten willen organiseren. Eerdere ervaring met het programma is niet noodzakelijk om accreditatie aan te vragen. Raadpleeg het hoofdstuk over Erasmus-accreditatie op het gebied van volwasseneneducatie, beroepsonderwijs en -opleiding en schoolonderwijs als u meer wilt weten over deze mogelijkheid.

Daarnaast kunnen organisaties meedoen met het programma zonder een aanvraag in te dienen door:

  • zich aan te sluiten bij een bestaand Erasmus+-mobiliteitsconsortium dat wordt aangevoerd door een geaccrediteerde consortiumcoördinator in hun land en dat nieuwe consortiumleden aanvaardt;
  • op te treden als gastheer voor deelnemers van een ander land: elke organisatie kan optreden als gastheer voor lerenden of personeel afkomstig van een partnerorganisatie uit het buitenland. Optreden als gastorganisatie is een waardevolle ervaring en een goede manier om meer te weten te komen over het programma voordat u zelf een aanvraag indient.

Aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding worden aangemoedigd om eTwinning te gebruiken: een onlinegemeenschap die wordt gehost op een beveiligd platform en toegankelijk is voor leerkrachten die door de eTwinning-dienst in elk land zijn geverifieerd. eTwinning stelt aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding in staat gezamenlijke virtuele klaslokalen op te zetten en projecten uit te voeren met andere aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding en andere partnerorganisaties (d.w.z. gastbedrijven) en maakt het mogelijk voor leerkrachten en opleiders om te discussiëren en van gedachten te wisselen met collega’s en deel te nemen aan diverse mogelijkheden tot beroepsontwikkeling. eTwinning is ook de perfecte omgeving om partners te vinden voor toekomstige projecten.

Een project opzetten

De aanvragende organisatie is de belangrijkste actor in een kernactie 1-project. De aanvrager stelt de aanvraag op, dient ze in, ondertekent de subsidieovereenkomst, voert de mobiliteitsactiviteiten uit en brengt verslag uit aan het nationale agentschap. Zowel voor kortlopende projecten als voor de Erasmus-accreditatie is de aanvraagprocedure gericht op de behoeften en plannen van de aanvragende organisatie.

De meeste soorten beschikbare activiteiten zijn uitgaande mobiliteitsactiviteiten. Dit betekent dat de aanvragende organisatie optreedt als uitzendende organisatie: zij zal deelnemers selecteren en hen uitzenden naar een gastorganisatie in het buitenland. Daarnaast zijn er bijzondere soorten activiteiten die aanvragende organisaties de mogelijkheid bieden deskundigen of leerkrachten en vormingswerkers in opleiding uit te nodigen om naar hun organisatie te komen. Het doel van inkomende activiteiten is niet zozeer om uitwisselingen in twee richtingen tot stand te brengen, als wel personen binnen te halen die kunnen helpen bij de ontwikkeling en internationalisering van de aanvragende organisatie.

Bij het uitvoeren van alle activiteiten die worden ondersteund in het kader van deze actie moet worden voldaan aan de kwaliteitsnormen voor Erasmus. De kwaliteitsnormen voor Erasmus hebben betrekking op concrete uitvoeringspraktijken voor projecttaken zoals de selectie en voorbereiding van deelnemers, de vaststelling, evaluatie en erkenning van leerresultaten, het delen van projectresultaten enz. Zie de volgende link naar de Europa-website om de volledige tekst van de kwaliteitsnormen voor Erasmus te raadplegen: https://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/resources/documents/erasmus-quality-standards-mobility-projects-vet-adults-schools_nl

Inclusie en diversiteit

Overeenkomstig de kwaliteitsnormen voor Erasmus moeten organisaties die steun ontvangen uit het programma, ervoor zorgen dat zij op een inclusieve en billijke manier mobiliteitskansen bieden aan alle deelnemers, ongeacht hun achtergrond. Bij de selectie van lerenden die aan de projectactiviteiten zullen deelnemen, moet rekening worden gehouden met belangrijke factoren zoals motivatie en verdienste, evenals met de persoonlijke ontwikkeling en leerbehoeften van de deelnemers. Ook moeten deelnemers die tot het personeel behoren, zodanig worden geselecteerd dat de vruchten van hun beroepsontwikkeling door alle lerenden in de organisatie worden geplukt.

Tijdens de voorbereiding, uitvoering en follow-up van de mobiliteitsactiviteiten moeten de uitzendende organisatie en de gastorganisatie de deelnemers betrekken bij belangrijke beslissingen, zodat de voordelen en effecten voor elke deelnemer worden gemaximaliseerd.

Deelnemende organisaties die onderwijs en opleiding geven, worden aangemoedigd actief mobiliteitskansen te creëren en te bevorderen, bijvoorbeeld door mobiliteitsvensters te plannen in hun academische kalender en door een stappenplan voor re-integratie vast te leggen voor terugkerende deelnemers.

Milieuduurzame en verantwoorde praktijken

Overeenkomstig de kwaliteitsnormen voor Erasmus moeten organisaties die steun ontvangen uit het programma, bij hun deelnemers milieuduurzaam en verantwoord gedrag bevorderen en hen bewust maken van het belang van maatregelen om de milieuvoetafdruk van mobiliteitsactiviteiten te verkleinen of te compenseren. Deze beginselen moeten tot uiting komen in de voorbereiding en uitvoering van alle programma-activiteiten, met name door gebruik te maken van de door het programma geboden specifieke financiële ondersteuning voor de bevordering van duurzaam reizen. Organisaties die onderwijs en opleiding aanbieden, moeten deze beginselen integreren in hun dagelijkse werkzaamheden en bij lerenden en personeel actief een mentaliteits- en gedragswijziging bevorderen.

Digitale transitie in onderwijs en opleiding

Overeenkomstig de kwaliteitsnormen voor Erasmus ondersteunt het programma alle deelnemende organisaties bij het gebruik van digitale instrumenten en leermethoden om hun fysieke activiteiten aan te vullen, de samenwerking tussen partnerorganisaties te bevorderen en de kwaliteit van hun leer- en onderwijsactiviteiten te verbeteren. De instellingen voor beroepsonderwijs en -opleiding moeten bij hun lerenden en personeel ook het bewustzijn vergroten over de mogelijkheden binnen het programma om relevante digitale vaardigheden te verwerven en verder te ontwikkelen, met inbegrip van Digital Opportunity Traineeships voor lerenden en pas afgestudeerden in beroepsonderwijs en -opleiding[2]. Ook onderwijzend en administratief personeel kan voordeel halen uit op digitale vaardigheden gerichte opleidingsprogramma’s met het oog op de inzet van digitale technologieën in cursussen en het digitaliseren van administratieve processen.

ACTIVITEITEN

In dit deel is beschreven welk type activiteiten kan worden ondersteund met Erasmus+-financiering, zowel in het kader van kortlopende projecten als van geaccrediteerde projecten.

Voor elke activiteit kan aanvullende steun worden verleend voor begeleiders van kansarme deelnemers, minderjarigen of jongvolwassenen die toezicht nodig hebben. De begeleiders kunnen worden gesteund tijdens de gehele duur van de activiteit of tijdens een gedeelte ervan.

Personeelsmobiliteit

Subsidiabele activiteiten

  • Job shadowing (2 tot 60 dagen)
  • Onderwijs- en opleidingsopdrachten (2 tot 365 dagen)
  • Cursussen en opleiding (2 tot 30 dagen)

In het geval van cursussen en opleiding, zullen de subsidiabele cursusgelden beperkt zijn tot een totaal van 10 dagen per deelnemer. De aanvragers zijn verantwoordelijk voor de keuze van cursussen en opleiding. De volgende kwaliteitsnormen werden opgesteld om aanvragers te begeleiden bij het kiezen van een cursusorganisator: https://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/resources/quality-standards-courses-under-key-action-1-learning-mobility-individuals_en

Naast de fysieke mobiliteit kunnen alle activiteiten voor personeelsmobiliteit worden gecombineerd met virtuele activiteiten. De bovenvermelde minimale en maximale duur geldt voor het onderdeel fysieke mobiliteit.

In aanmerking komende deelnemers

In aanmerking komende deelnemers zijn leerkrachten in aanmerking, evenals opleiders en alle andere niet-onderwijzende deskundigen en personeelsleden die in initiële en voortgezette vormen van beroepsonderwijs en -opleiding werkzaam zijn.

In aanmerking komend niet-onderwijzend personeel omvat personeel dat werkzaam is bij aanbieders van initieel en voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding (zoals leidinggevenden, functionarissen voor internationale mobiliteit enz.) of bij andere organisaties die actief zijn in beroepsonderwijs en -opleiding (bv. opleiders in lokale partnerbedrijven, adviseurs, beleidscoördinatoren die belast zijn met beroepsonderwijs en -opleiding enz.).

Deelnemers moeten werkzaam zijn bij de uitzendende organisatie of regelmatig werken met de uitzendende organisatie om de kernactiviteiten van de organisatie te helpen uitvoeren (bijvoorbeeld als externe opleiders, experten of vrijwilligers).

In alle gevallen moeten de taken die de deelnemer verbinden met de uitzendende organisatie, zodanig worden gedocumenteerd dat het nationale agentschap dit verband kan verifiëren (bijvoorbeeld aan de hand van een arbeids- of vrijwilligersovereenkomst, een taakbeschrijving of een soortgelijk document). De nationale agentschappen stellen in hun nationale context een transparante en consistente werkwijze vast betreffende aanvaardbare werkrelaties en bewijsstukken.

In aanmerking komende locaties

De activiteiten moeten plaatsvinden in het buitenland, in een programmaland.

Daarnaast kunnen organisaties met een accreditatie voor Erasmus deelnemers uitsturen voor job shadowing en onderwijs- of opleidingsopdrachten in partnerlanden (regio’s 1‑14).

Mobiliteit van lerenden

Subsidiabele activiteiten

  • Deelname aan vaardigheidswedstrijden (1 tot 10 dagen)
  • Kortlopende leermobiliteit van lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding (10 tot 89 dagen)
  • Langdurige leermobiliteit van lerenden van beroepsonderwijs en -opleiding (ErasmusPro) (90 tot 365 dagen)

Naast de fysieke mobiliteit kunnen alle mobiliteitsactiviteiten van lerenden worden gecombineerd met virtuele activiteiten. De bovenvermelde minimale en maximale duur geldt voor het onderdeel fysieke mobiliteit.

Deelname aan vaardigheidswedstrijden: lerenden van beroepsonderwijs en -opleiding kunnen deelnemen aan vaardigheidswedstrijden in het buitenland. Er wordt ook voorzien in de financiering voor personeel, mentoren of deskundigen die de lerenden tijdens de activiteit begeleiden.

Kortlopende leermobiliteit van lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding: lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding kunnen in het buitenland een leerperiode doorbrengen bij een partneraanbieder van beroepsonderwijs en -opleiding, in een bedrijf of in een andere organisatie die actief is op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding of de arbeidsmarkt. De leerperiode moet een sterk op arbeid gericht onderdeel omvatten en voor elke deelnemer moet een individueel leerprogramma worden vastgesteld. Voor kansarme deelnemers kan, indien gerechtvaardigd, mobiliteit met een minimale duur van twee dagen worden georganiseerd.

Langlopende leermobiliteit van lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding (ErasmusPro): lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding kunnen in het buitenland een langere leerperiode doorbrengen bij een partneraanbieder van beroepsonderwijs en -opleiding, in een bedrijf of in een andere organisatie die actief is op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding of de arbeidsmarkt. De leerperiode moet een sterk op arbeid gericht onderdeel omvatten en voor elke deelnemer moet een individueel leerprogramma worden vastgesteld.

In aanmerking komende deelnemers

In aanmerking komende deelnemers zijn lerenden en leerlingen in initiële en voortgezette vormen van beroepsonderwijs en -opleiding. Deelnemers moeten zijn ingeschreven voor een in aanmerking komend initieel of voortgezet programma voor beroepsonderwijs en -opleiding[3].

Pas afgestudeerden (of voormalige leerlingen) van in aanmerking komende initiële en voortgezette programma’s voor beroepsonderwijs en -opleiding komen tot 12 maanden na het afstuderen voor deelname in aanmerking. Indien de deelnemers na het afstuderen een verplichte burgerdienst of militaire dienst hebben vervuld, wordt deze periode verlengd met de duur van die dienst.

In aanmerking komende locaties

De activiteiten moeten plaatsvinden in het buitenland, in een programmaland.

Bovendien kunnen organisaties met een Erasmus-accreditatie deelnemers naar partnerlanden zenden voor elk van de bovenvermelde mobiliteitsactiviteiten voor lerenden.

Andere ondersteunde activiteiten

Subsidiabele activiteiten

  • Uitgenodigde deskundigen (2 tot 60 dagen)
  • Optreden als gastheer voor leerkrachten en vormingswerkers in opleiding (10 tot 365 dagen)
  • Voorbereidende bezoeken

Uitgenodigde deskundigen: organisaties kunnen buitenlandse opleiders, leerkrachten, beleidsdeskundigen of andere gekwalificeerde beroepsbeoefenaren uitnodigen die kunnen bijdragen tot de verbetering van onderwijs, opleiding en leren bij de ontvangende organisatie. Uitgenodigde deskundigen kunnen bijvoorbeeld opleiding geven aan het personeel van de ontvangende organisatie, nieuwe onderwijsmethoden demonstreren of goede praktijken in organisatie en management helpen overbrengen.

Optreden als gastheer voor leerkrachten en vormingswerkers in opleiding: aanvragende organisaties kunnen als gastheer optreden voor leerkrachten in opleiding die een stageperiode in het buitenland willen vervullen. De gastorganisatie zal steun ontvangen om de activiteit op te zetten, terwijl de reiskosten en individuele steun voor de deelnemer moeten worden verstrekt door de uitzendende instelling (die daarvoor ook Erasmus+-financiering mag aanvragen).

Voorbereidende bezoeken: organisaties kunnen een voorbereidend bezoek aan hun gastpartner organiseren voordat de mobiliteit plaatsvindt. Voorbereidende bezoeken zijn geen op zichzelf staande activiteit, maar een ondersteunende regeling voor mobiliteit van personeel of lerenden. Elk voorbereidend bezoek moet duidelijk worden gemotiveerd en bijdragen aan een verbetering van de inclusiviteit, het toepassingsgebied en de kwaliteit van mobiliteitsactiviteiten. Voorbereidende bezoeken kunnen bijvoorbeeld worden georganiseerd om de mobiliteit van kansarme deelnemers beter voor te bereiden, de samenwerking aan te gaan met een nieuwe partnerorganisatie of langere mobiliteitsactiviteiten voor te bereiden. Voorbereidende bezoeken kunnen niet worden georganiseerd om een cursus of opleidingsactiviteit voor personeel voor te bereiden.

In aanmerking komende deelnemers

Uitgenodigde deskundigen zijn mensen uit een ander programmaland die deskundig zijn op een gebied dat relevant is voor de behoeften en doelstellingen van de organisatie die hen uitnodigt.

Optreden als gastheer voor leerkrachten en vormingswerkers in opleiding is een mogelijkheid voor deelnemers die zijn ingeschreven in of pas zijn afgestudeerd[4] aan een lerarenopleiding (of een vergelijkbaar onderwijsprogramma voor opleiders of vormingswerkers) in een ander programmaland.

Voorbereidende bezoeken kunnen worden verricht door alle personen die in aanmerking komen voor mobiliteitsactiviteiten voor personeel en die betrokken zijn bij de organisatie van het project. Lerenden die aan langlopende leermobiliteit zullen deelnemen en kansarme deelnemers aan elk soort activiteit kunnen bij wijze van uitzondering deelnemen aan voorbereidende bezoeken voor hun activiteiten.

In aanmerking komende locaties

Voorbereidende bezoeken kunnen plaatsvinden in programma- en partnerlanden.

De locatie voor uitgenodigde deskundigen en leerkrachten/vormingswerkers in opleiding is altijd die van de begunstigde organisatie (met inbegrip van consortiumleden).

Kortlopende projecten voor mobiliteit van lerenden en personeel in beroepsonderwijs en -opleiding

Kortlopende projecten voor mobiliteit van lerenden en personeel zijn een gemakkelijke en eenvoudige manier om gebruik te maken van Erasmus+. Deze projecten stellen organisaties in staat vlot enkele activiteiten te organiseren en zo ervaring te krijgen met het programma.

Om het eenvoudig te houden, wordt in kortlopende projecten een limiet gesteld aan het aantal deelnemers en aan de looptijd van het project. Dit format staat uitsluitend open voor individuele organisaties en dus niet voor consortiumcoördinatoren. Geaccrediteerde organisaties kunnen geen aanvraag voor kortlopende projecten indienen, aangezien zij al permanent toegang hebben tot Erasmus+-financiering.

De aanvraag voor kortlopende projecten omvat een lijst en een beschrijving van de activiteiten die de aanvragende organisatie van plan is te organiseren.

subsidiabiliteitscriteria

In aanmerking komende organisaties: wie kan een aanvraag indienen?

De volgende organisaties komen in aanmerking[5] om financiële steun aan te vragen:

  • Organisaties die initiële of voortgezette vormen van beroepsonderwijs en -opleiding aanbieden
  • Lokale en regionale overheden, coördinerende instanties en andere organisaties die een rol spelen op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding
  • Bedrijven en andere publieke of private organisaties die lerenden en leerlingen ontvangen of opleiden of die hiermee op andere wijze werken in beroepsonderwijs en -opleiding

Organisaties met een Erasmus-accreditatie in beroepsonderwijs en -opleiding mogen evenwel geen aanvraag voor kortlopende projecten indienen.

Begunstigde landen

Aanvragende organisaties moeten gevestigd zijn in een programmaland.

Waar een aanvraag indienen?

Aanvragen worden ingediend bij het nationale agentschap van het land waar de aanvragende organisatie is gevestigd.

Termijnen voor indiening aanvraag

Ronde 1 voor alle nationale agentschappen: 11 mei om 12:00:00 uur (’s middags, Belgische tijd)

Ronde 2 voor nationale agentschappen die beslissen om een tweede termijn te openen: 5 oktober om 12:00:00 uur (’s middags, Belgische tijd)

De nationale agentschappen delen de aanvragers via hun website mee dat de tweede termijn is geopend.

Startdatums projecten

Voor projecten is de volgende keuze van startdatums mogelijk:

  • Ronde 1: tussen 1 september en 31 december van datzelfde jaar
  • Ronde 2: tussen 1 januari en 31 mei van het volgende jaar

Looptijd project

6 tot 18 maanden

Aantal aanvragen

Per selectieronde mag een organisatie een aanvraag indienen voor slechts één kortlopend project op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding.

Organisaties die in het kader van de eerste aanvraagronde een subsidie voor een kortlopend project ontvangen, mogen geen aanvraag indienen voor de tweede ronde van dezelfde oproep tot het indienen van voorstellen.

Binnen een periode van vijf opeenvolgende oproepjaren mogen organisaties maximaal drie subsidies voor kortlopende projecten op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding ontvangen. In de periode 2014‑2020 ontvangen subsidies tellen niet mee voor deze limiet.

Mogelijke activiteiten

Alle soorten activiteiten voor beroepsonderwijs en -opleiding in de programmalanden. Zie het deel “Activiteiten” voor een uitvoerige lijst en regels.

Reikwijdte van het project

Een aanvraag voor een kortlopend project kan maximaal 30 deelnemers in mobiliteitsactiviteiten omvatten.

Voorbereidende bezoeken en de deelname van begeleiders worden hierin niet meegerekend.

toekenningscriteria

De ingediende aanvragen worden beoordeeld door toekenning van een aantal punten op een totaal van 100 punten aan de hand van de onderstaande criteria en wegingsfactoren. Om in aanmerking te komen voor toekenning moeten de aanvragen de volgende drempelwaarden overschrijden:

  • ten minste 60 van de 100 punten; en
  • ten minste de helft van het maximumaantal punten in elk van de drie categorieën van de toekenningscriteria

Relevantie

(maximaal 30 punten)

De mate waarin:

  • het profiel, de ervaring en activiteiten van de aanvrager en de doelgroep van lerenden relevant zijn voor beroepsonderwijs en -opleiding;
  • het projectvoorstel relevant is voor de doelstellingen van de actie;
  • het projectvoorstel relevant is voor de volgende specifieke prioriteiten:
    • ondersteuning van nieuwkomers en minder ervaren organisaties;
    • ondersteuning van deelnemers aan ErasmusPro-activiteiten;
    • ondersteuning van kansarme deelnemers.

Kwaliteit van het projectontwerp

(maximaal 40 punten)

De mate waarin:

  • de voorgestelde projectdoelstellingen op een duidelijke en concrete manier beantwoorden aan de behoeften van de aanvragende organisatie, haar personeel en lerenden;
  • de voorgestelde activiteiten en de inhoud ervan geschikt zijn om de projectdoelstellingen te behalen;
  • er een duidelijk werkplan is voor elk van de voorgestelde activiteiten;
  • het project gebruikmaakt van milieuduurzame en verantwoorde praktijken;
  • het project gebruikmaakt van digitale hulpmiddelen en leermethoden om de fysiekemobiliteitsactiviteiten aan te vullen en de samenwerking met partnerorganisaties te verbeteren.

Kwaliteit van vervolgacties

(maximaal 30 punten)

De mate waarin:

  • de aanvrager concrete en logische stappen heeft voorgesteld om de resultaten van de mobiliteitsactiviteiten in de reguliere werkzaamheden van de organisatie te integreren;
  • de aanvrager een passende manier heeft voorgesteld om de projectresultaten te evalueren;
  • de aanvrager concrete en effectieve stappen heeft voorgesteld om de resultaten van het project bekend te maken in de aanvragende organisatie, de resultaten met andere organisaties en het publiek te delen, en de financiering van de Europese Unie publiekelijk te erkennen.

Geaccrediteerde projecten voor mobiliteit van lerenden en personeel in beroepsonderwijs en -opleiding

Organisaties met een Erasmus-accreditatie in beroepsonderwijs en -opleiding kunnen financiële steun aanvragen in het kader van een bijzonder financieringsonderdeel dat alleen voor hen beschikbaar is. Aanvragen worden gebaseerd op het eerder goedgekeurde Erasmus-plan. Dit betekent dat het niet nodig is een uitvoerige lijst en beschrijving van de geplande activiteiten in te dienen op het ogenblik dat de steun wordt aangevraagd. De aanvragen zijn eerder gericht op een raming van de begroting die nodig is voor de volgende reeks activiteiten.

Subsidiabiliteitscriteria

In aanmerking komende organisaties: wie kan een aanvraag indienen?

Organisaties met een geldige Erasmus-accreditatie in beroepsonderwijs en -opleiding komen in aanmerking om financiële steun aan te vragen.

Mobiliteitsconsortium

Organisaties met een Erasmus-accreditatie voor coördinatoren van een mobiliteitsconsortium moeten een aanvraag indienen voor het format voor mobiliteitsconsortia.

De aanvraag moet een lijst met de leden van het mobiliteitsconsortium bevatten, waarin de coördinator is opgenomen en ten minste één andere organisatie die lid is van het consortium.

Elke organisatie die voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria voor een geaccrediteerd mobiliteitsproject, kan lid worden van een mobiliteitsconsortium. De leden van het consortium hoeven geen Erasmus-accreditatie te hebben.

Organisaties die deel uitmaken van een mobiliteitsconsortium, kunnen in het kader van dezelfde oproep tot het indienen van voorstellen financiële steun ontvangen uit maximaal twee kernactie 1-subsidieovereenkomsten op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding. Dit betekent dat organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding die een subsidie ontvangen voor een kortlopend project of een geaccrediteerd project, daarnaast nog aan slechts één mobiliteitsconsortium voor beroepsonderwijs en -opleiding kunnen deelnemen als lid van het consortium. Andere organisaties kunnen deelnemen aan maximaal twee mobiliteitsconsortia.

Waar een aanvraag indienen?

Aanvragen worden ingediend bij het nationale agentschap van het land waar de aanvragende organisatie is gevestigd.

Termijn voor indiening aanvraag

11 mei om 12:00:00 uur (’s middags, Belgische tijd)

Startdatum project

1 september van hetzelfde jaar

Looptijd project

Alle geaccrediteerde projecten hebben een aanvankelijke looptijd van 15 maanden. Na twaalf maanden krijgen alle begunstigden de mogelijkheid om hun project te verlengen tot een totale looptijd van 24 maanden

Aantal aanvragen

Geaccrediteerde organisaties mogen slechts eenmaal per selectieronde een aanvraag indienen.

Mogelijke activiteiten

Alle soorten activiteiten voor beroepsonderwijs en -opleiding. Zie het deel “Activiteiten” voor een uitvoerige lijst en regels.

Reikwijdte van het project

Het aantal deelnemers dat aan geaccrediteerde projecten mag meedoen, is onbeperkt, met uitzondering van eventuele beperkingen die zijn bepaald in de fase van de begrotingstoewijzing.

Binnen projecten mag niet meer dan 20 % van de toegekende subsidie worden toegewezen aan activiteiten met partnerlanden. Deze mogelijkheden moeten organisaties in programmalanden ertoe aanmoedigen om met verschillende partnerlanden uitgaande mobiliteitsactiviteiten te ontwikkelen en moeten een zo breed mogelijke geografische reikwijdte bestrijken.

Begrotingstoewijzing

De kwaliteit van het Erasmusplan van de aanvrager is beoordeeld tijdens de aanvraagfase van de accreditatie en er vindt dus geen kwalitatieve beoordeling plaats in de fase van begrotingstoewijzing. Aan elke in aanmerking komende subsidieaanvraag wordt financiële steun toegekend.

Het toegekende subsidiebedrag is afhankelijk van een aantal elementen:

  • de totale beschikbare begroting die aan geaccrediteerde aanvragers kan worden toegewezen;
  • de aangevraagde activiteiten;
  • het basis- en maximale subsidiebedrag;
  • de volgende toewijzingscriteria: financiële prestaties, kwalitatieve prestaties, beleidsprioriteiten en geografisch evenwicht (indien toegepast door het nationaal agentschap).

Gedetailleerde regels inzake het basis- en het maximale bedrag, de scores voor de toewijzingscriteria, het gewicht van elk criterium, de toewijzingsmethode en de beschikbare begroting voor geaccrediteerde projecten zullen vóór de termijn voor het indienen van voorstellen door het nationale agentschappen worden bekendgemaakt.

WAT ZIJN DE FINANCIERINGSREGELS?

De volgende financieringsregels gelden voor kortlopende projecten en geaccrediteerde projecten.

Begrotings-rubriek

Subsidiabele kosten en toepasselijke regels

Bedrag

Organisatorische steun

Kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van mobiliteitsactiviteiten die niet worden gedekt door andere kostenrubrieken.

Bijvoorbeeld: voorbereiding (pedagogisch, intercultureel e.a.), mentorschap, monitoring en ondersteuning van deelnemers tijdens de mobiliteit, de nodige diensten, instrumenten en uitrusting voor de virtuele onderdelen van gemengde activiteiten, de erkenning van leerresultaten, het delen van resultaten en het zichtbaar maken van de financiering van de Europese Unie voor het publiek.

Organisatorische steun dekt de kosten die worden gemaakt door zowel de uitzendende als de ontvangende organisatie (met uitzondering van personeelsmobiliteit voor cursussen en opleidingen). De verdeling van het ontvangen bedrag zal worden overeengekomen door de twee organisaties.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: op basis van het aantal deelnemers.

100 EUR

  • Per deelnemer in personeelsmobiliteit voor cursussen en opleiding
  • Per uitgenodigde deskundige
  • Per leerkracht of vormingswerker in opleiding die als gast wordt ontvangen
  • Per deelnemer aan vaardigheidswedstrijden op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding

350 EUR; 200 EUR vanaf honderd deelnemers aan eenzelfde soort activiteit

  • Per deelnemer aan kortlopende leermobiliteit van lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding
  • Per deelnemer aan personeelsmobiliteit voor job shadowing en onderwijs- of opleidingsopdrachten

500 EUR

  • Per deelnemer aan langlopende leermobiliteit van lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding (ErasmusPro)
  • Per deelnemer aan een activiteit met partnerlanden

Reiskosten

Tegemoetkoming in de kosten die deelnemers en begeleiders maken om van de plaats van oorsprong naar de locatie van de activiteit en terug te reizen.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: op basis van de reisafstand en het aantal personen.

De aanvrager moet de afstand in vogelvlucht tussen de plaats van oorsprong en de locatie van de activiteit aangeven[6] met behulp van de door de Europese Commissie afstandscalculator[7].

Reisafstand

Standaardreis

Groen reizen

0 – 99 km

23 EUR

 

100 – 499 km

180 EUR

210 EUR

500 – 1 999 km

275 EUR

320 EUR

2 000 – 2 999 km

360 EUR

410 EUR

3 000 – 3 999 km

530 EUR

610 EUR

4 000 – 7 999 km

820 EUR

 

8 000 km of meer

1 500 EUR

 

Individuele steun

Verblijfkosten voor deelnemers en begeleiders[8] gedurende de activiteit.

Indien nodig zijn verblijfkosten subsidiabel voor de reistijd vóór en na de activiteit, met een maximum van twee reisdagen voor deelnemers die een standaardreissubsidie ontvangen en een maximum van vier aanvullende dagen voor deelnemers die een subsidie voor groen reizen ontvangen.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: op basis van het aantal personen, de duur van het verblijf en het ontvangende land[9].

Deelnemers-categorie

Landengroep 1

Landengroep 2

Landengroep 3

Personeel

90 - 180 EUR

80 - 160 EUR

70 - 140 EUR

Lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding

35 - 120 EUR

30 - 104 EUR

25 - 88 EUR

Bovenstaande bedragen zijn de basisbedragen per dag activiteit. Elk nationaal agentschap bepaalt de exacte basisbedragen binnen de toegestane bandbreedtes.

Het basisbedrag wordt uitbetaald tot en met de 14e dag van de activiteit. Vanaf de 15e dag van de activiteit is het te betalen bedrag 70 % van het basisbedrag. De verschuldigde bedragen worden afgerond tot op de dichtstbijzijnde volledige euro.

Steun voor inclusie

Kosten in verband met de organisatie van mobiliteitsactiviteiten voor kansarme deelnemers.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: op basis van het aantal kansarme deelnemers.

100 EUR per deelnemer

Extra kosten die rechtstreeks verband houden met kansarme deelnemers en hun begeleiders (met inbegrip van reis- en verblijfkosten, voor zover voor deze deelnemers geen subsidie is aangevraagd in het kader van de begrotingsrubrieken “reiskosten” of “individuele steun”).

Financieringsmechanisme: werkelijke kosten.

Toewijzingsregel: de aanvraag moet door de deelnemer worden gerechtvaardigd en door het nationale agentschap worden goedgekeurd.

100 % van de subsidiabele kosten

Voorbereidende bezoeken

Kosten ter dekking van reis- en verblijfkosten voor deelname aan een voorbereidend bezoek.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: op basis van het aantal deelnemers.

575 EUR per deelnemer, met een maximum van drie deelnemers per bezoek

Cursusgelden

kosten ter dekking van inschrijvingsgelden voor cursussen en opleidingen.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: op basis van de duur van de activiteit.

80 EUR per deelnemer per dag; een individueel personeelslid kan maximaal 800 EUR aan cursusgelden ontvangen binnen één subsidieovereenkomst.

Taalkundige ondersteuning

Kosten voor het aanbieden van materiaal en opleiding voor taalverwerving aan deelnemers die hun kennis willen verbeteren van de taal die ze zullen gebruiken om te studeren of een opleiding te volgen tijdens de activiteit.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: op basis van het aantal deelnemers.

150 EUR per deelnemer die in aanmerking komt voor taalkundige onlineondersteuning en die ondersteuning niet kan ontvangen doordat de juiste taal of het juiste niveau niet beschikbaar is, met uitzondering van personeel dat deelneemt aan een mobiliteitsprogramma van minder dan 31 dagen.

Daarnaast: 150 EUR per deelnemer aan ErasmusPro

Buitengewone kosten

Kosten voor een financiële garantie, indien het nationaal agentschap daarom verzoekt.

Hoge reiskosten van deelnemers en hun begeleiders die vanwege de afgelegen ligging of andere belemmeringen niet kunnen worden gedekt met de categorie “standaardreis”.

Financieringsmechanisme: werkelijke kosten.

Toewijzingsregel: de aanvraag moet worden gemotiveerd door de aanvrager en door het nationale agentschap worden goedgekeurd.

Kosten voor een financiële garantie: 80 % van de subsidiabele kosten

Hoge reiskosten: 80 % van de subsidiabele reiskosten

 

  1. Memorandum van overeenstemming en studieovereenkomsten.

  2. Elke vorm van mobiliteit van lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding zal worden beschouwd als een “Digital Opportunity Traineeship” wanneer een of meerdere van de volgende activiteiten uitgeoefend worden door de stagiair: digitale marketing (bv. beheer van sociale media, webanalyse); digitaal grafisch, mechanisch of bouwkundig ontwerp; ontwikkeling van apps, software, scenario’s of websites; installatie, onderhoud en beheer van IT-systemen en -netwerken; cyberveiligheid; data-analyse, gegevensexploitatie en -weergave; programmering en training van robots en toepassingen binnen de artificiële intelligentie. Algemene klantenondersteuning, orderverwerking, gegevensinvoer of kantoortaken zijn niet in aanmerking genomen in deze categorie.

  3. De in aanmerking komende initiële en voortgezette programma’s voor beroepsonderwijs en -opleiding in elk programmaland zullen worden vastgesteld door de bevoegde nationale autoriteit en worden gepubliceerd op de website van het relevant nationaal agentschap.

  4. Pas afgestudeerden komen tot 12 maanden na hun afstuderen in aanmerking voor deelname. Indien de deelnemers na het afstuderen een verplichte burgerdienst of militaire dienst hebben vervuld, wordt deze periode verlengd met de duur van die dienst.

  5. De in aanmerking komende organisaties in elk programmaland zullen worden vastgesteld door de bevoegde nationale autoriteit en worden samen met relevante voorbeelden gepubliceerd op de website van het relevant nationaal agentschap.

  6. Indien bijvoorbeeld iemand uit Madrid (Spanje) deelneemt aan een activiteit in Rome (Italië), moet de aanvrager de afstand van Madrid naar Rome berekenen (1 365,28 km) en vervolgens de toepasselijke reisafstandscategorie selecteren (bv. tussen 500 en 1 999 km).    

  7. https://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/resources/distance-calculator_nl

  8. Voor begeleiders zijn de bedragen voor personeel van toepassing. In uitzonderlijke gevallen, wanneer de begeleider gedurende meer dan 60 dagen in het buitenland moet verblijven, worden extra verblijfkosten vanaf de 61e dag ondersteund uit de begrotingsrubriek “Steun voor inclusie”.

  9. Ontvangende-landengroepen voor programmalanden:

    Landengroep 1: Denemarken, Finland, Ierland, IJsland, Liechtenstein, Luxemburg, Noorwegen, Zweden;

    Landengroep 2: België, Cyprus, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Malta, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje;

    Landengroep 3: Slovenië, Estland, Letland, Kroatië, Slowakije, Tsjechië, Litouwen, Turkije, Hongarije, Polen, Roemenië, Bulgarije, de Republiek Noord-Macedonië, Servië.

    Ontvangende-landengroepen voor partnerlanden:

    Landengroep 1: Japan, Israël, Zuid-Korea, Georgië, Argentinië, Armenië, Angola, Saudi-Arabië, Koeweit, Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Bahrein, Azerbeidzjan, Sudan, Saint Kitts en Nevis, Saint Vincent en de Grenadines, Verenigde Arabische Emiraten, Hongkong, Libanon, Vietnam, Mexico, Taiwan, Moldavië, Maleisië, Tanzania, Canada, Singapore, Australië, Thailand, de Faeröer.

    Landengroep 2: India, Kazachstan, Brazilië, Democratische Republiek Congo, Chili, Nigeria, Oeganda, Liberia, Djibouti, Democratische Volksrepubliek Korea, Oezbekistan, Turkmenistan, Dominicaanse Republiek, Jamaica, Belarus, Libië, Syrië, Cuba, Jemen, Kenia, Rwanda, Seychellen, Antigua en Barbuda, Brunei, Montenegro, Malawi, Barbados, Saint Lucia, Grenada, Dominica, Uruguay, Albanië, China, Filipijnen, Peru, Venezuela, Panama, Ghana, Tsjaad, Guyana, Egypte, Marokko, Kiribati, Oman, Bosnië en Herzegovina, Iran, Mozambique, Senegal, Mauritius, Qatar, Andorra, Jordanië, Indonesië, Laos, Zuid-Afrika, Ethiopië, Bangladesh, Ecuador, Paraguay, Costa Rica, Ivoorkust, Sierra Leone, Gabon, Haïti, Bahama’s, Papoea-Nieuw-Guinea, Micronesia, Oekraïne, Kirgizië, Rusland, Monaco, San Marino, Palestina, Staat Vaticaanstad.

    Landengroep 3: Nepal, Maldiven, Tadzjikistan, Nicaragua, Zambia, Guinee, Congo, Botswana, Belize, Samoa, Marshalleilanden, Palau, Tuvalu, Nauru, Cookeilanden, Niue, Nieuw-Zeeland, Pakistan, Bhutan, El Salvador, Suriname, Guatemala, Honduras, Somalië, Trinidad en Tobago, Algerije, Colombia, Gambia, Salomonseilanden, Vanuatu, Cambodja, Zimbabwe, Burundi, Mongolië, Kameroen, Oost-Timor, Sri Lanka, Madagaskar, Mali, Togo, Sao Tomé en Principe, Tonga, Bolivia, Benin, Lesotho, Macau, Tunesië, Irak, Burkina Faso, Equatoriaal-Guinea, Centraal-Afrikaanse Republiek, Guinee-Bissau, Namibië, Comoren, Eritrea, Myanmar, Afghanistan, Niger, Mauritanië, Kaapverdië, Kosovo, Eswatini, Zuid-Sudan.

.foot {font-size: 0.8em; margin-left: 2.5em; border-top: 1px solid black;} table, td, tr{border: 1px solid black; cellpadding="1"; cellspacing="1";} table{margin-bottom: 30px;}