Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport

Europese jongeren samen

De actie Europese jongeren samen is gericht op jongerenorganisaties die werkzaam zijn op lokaal niveau en grensoverschrijdende partnerschappen willen aangaan, en die dus een Europese dimensie willen geven aan hun activiteiten en die activiteiten aan het Europese jeugdbeleid willen koppelen, en meer in het bijzonder aan de EU-strategie voor jongeren 2019‑2027. Het is de bedoeling om nieuwe aanvragen aan te moedigen van organisaties die nog geen vaste voet aan de grond hebben op Europees niveau. Daartoe bestaat de actie voornamelijk uit het ondersteunen van activiteiten om jeugdorganisaties en basis-ngo’s die actief zijn op het lokale niveau (platteland, steden, regio’s, landen) en die baat zullen hebben bij de ontwikkeling van grensoverschrijdende activiteiten op EU-niveau met elkaar in contact te brengen.

In de globale structuur van de actie wordt rekening gehouden met de toenemende omvang van de jeugdsector, de veranderende trends op het gebied van jongerenparticipatie en de behoefte aan een meer duurzame, stabiele financiële ondersteuning op het gebied van jeugdzaken[1]. Er wordt tevens rekening gehouden met de noodzaak een grotere verscheidenheid aan jeugdorganisaties uit heel Europa te bestrijken en te beantwoorden aan de vastgestelde behoeften voor zowel basisactiviteiten als grootschalige samenwerkingsprojecten binnen Europa.

Doelstellingen van de actie

Projecten op het gebied van Europese jongeren samen zijn erop gericht netwerken tot stand te brengen die grensoverschrijdende partnerschappen bevorderen die zullen worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met jongeren uit heel Europa (Erasmus+-programmalanden). Deze netwerken zullen samenwerking en uitwisselingen organiseren, opleidingen promoten (bijvoorbeeld voor jeugdleiders) en jongeren zelf in staat stellen om gezamenlijke projecten op te zetten via fysieke en/of onlineactiviteiten.

Een bijdrage leveren aan en het bevorderen van de Europese jeugddoelstellingen en de EU-strategie voor jongeren 2019‑2027[2] vormen belangrijke thematische prioriteiten voor deze actie. De Europese doelstellingen inzake jeugdwerk komen ook terug in de politieke beleidslijnen van de Commissie van voorzitter Von der Leyen[3]. De huidige 18-maandelijkse cyclus[4] van de jongerendialoog en de prioriteiten daarvan vormen evenzeer een basis voor deze actie Europese jongeren samen.

Tot slot zijn er in het licht van de COVID-19-pandemie antwoorden nodig om de sociaaleconomische effecten van de pandemie op jongeren te beperken, onder meer via capaciteitsopbouw en specifieke maatregelen voor het herstel na de COVID-19-crisis in de jeugdsector. Jongerennetwerken moeten daarbij bekijken hoe solidariteit en inclusiviteit kunnen worden bewerkstelligd, met de nodige aandacht voor de uitdagingen op het gebied van digitale vaardigheden en een groene levensstijl.

Specifieke doelstellingen

De actie is erop gericht specifieke ondersteuning te verlenen voor:

  • de bevordering en ontwikkeling van transnationale gestructureerde samenwerking, online en offline, tussen verschillende jongerenorganisaties teneinde partnerschappen op te zetten of te versterken met aandacht voor solidariteit en inclusieve democratische participatie van allen;
  • de uitvoering van EU-kaders en -initiatieven zoals de landenspecifieke aanbevelingen in het kader van het Europees semester[5] voor zover die betrekking hebben op jeugdzaken;
  • initiatieven om jongeren ertoe aan te moedigen deel te nemen aan het democratisch proces en aan de maatschappij door opleidingen te organiseren, raakvlakken tussen jonge Europeanen onder de aandacht te brengen en discussies en debatten te stimuleren over hun band met de EU, haar waarden en haar democratische grondslagen, onder meer door jongeren een zinvolle stem te geven in het kader van het herstelproces na COVID‑19;
  • de participatie van ondervertegenwoordigde groepen jongeren (bv. kwetsbare en sociaaleconomisch kansarme jongeren) in de politiek, jongerenorganisaties en andere maatschappelijke organisaties;
  • nieuwe manieren om jongerenorganisaties in staat te stellen om te gaan met de COVID-19-pandemie en de nasleep daarvan. Dit zou bijvoorbeeld ook een versterking van de samenwerking tussen jongerenorganisaties in een digitale context kunnen inhouden, door relevante methoden van niet-formeel leren en organisatiemodellen te gebruiken, waaronder alternatieve vormen van uitwisselingen en onderlinge hulp.

Activiteiten

De voorgestelde activiteiten moeten rechtstreeks verband houden met de algemene en specifieke doelstellingen van de actie en moeten nader wordt toegelicht in een projectbeschrijving die de hele subsidieperiode bestrijkt, zoals aangegeven in het relevante deel “een project opzetten” en het deel over de effecten.

Activiteiten moeten grensoverschrijdend zijn en mogen op Europees (Erasmus+-programmalanden), nationaal, regionaal of lokaal niveau worden uitgevoerd.

Voorbeelden van relevante activiteiten:

  1. activiteiten die het gemakkelijker maken voor jongeren om toegang te krijgen tot en deel te nemen aan EU-beleidsactiviteiten die op elk niveau van de maatschappij (lokaal, regionaal, nationaal, Europees) en in verschillende institutionele kaders (formele instellingen, niet-formele samenwerking en niet-formeel leren, informele uitwisselingen enz.) plaatsvinden;
  2. mobiliteitsactiviteiten, met inbegrip van uitwisselingen om te netwerken en/of een niet-formele of informele opleiding te volgen;
  3. bewustmaking, informatieverstrekking, verspreiding en promotieactiviteiten (seminars, workshops, campagnes, bijeenkomsten, openbare debatten, raadplegingen enz.) rond beleidsprioriteiten van de EU op het gebied van jeugdzaken.
  4. de bevordering van strategische samenwerking, gedachtewisselingen, gezamenlijk werken en cocreatie en relevante niet-formele methoden om initiatieven, partnerschappen en projecten inzake het Europees jongerenbeleid van onderaf vorm te geven en te bespreken samen met jongeren, jongerenorganisaties, beleidsmakers en besluitvormers, en met onderzoekers en andere relevante actoren uit het maatschappelijk middenveld. Dit omvat initiatieven en evenementen om Europese jeugd-ngo’s/maatschappelijke organisaties/EU-brede netwerken te ontwikkelen;
  5. het blootleggen van de opvattingen van politici over voorstellen van jongeren voor democratische stelsels, met inbegrip van de denkbeelden en ambities van afzijdige jongeren, en van belemmeringen en stuwende krachten voor de betrokkenheid van jongeren die geen ervaring hebben met de bestaande vormen van participatie, en het bevorderen van nieuwe kanalen voor politieke betrokkenheid en actie bij jongeren in heel Europa;
  6. het verkennen van een hernieuwd begrip van de betekenis en de voordelen van actief burgerschap voor EU-jongeren, ook met het oog op de periode na COVID-19 en in het licht van de nieuwe Europese Green Deal, die centraal staat in het herstel, en van de verschillen tussen de generaties in de vertegenwoordiging van jongeren en de veranderende patronen van de vertegenwoordiging van jongeren in de EU;
  7. het ondersteunen van de ontwikkeling van gebruiksvriendelijke, gestandaardiseerde methoden, instrumenten en innovatieve samenwerkingsmethoden voor de sector van de jeugd-ngo’s, met inbegrip van de ontwikkeling van nieuwe, door de jeugdgemeenschap gedragen initiatieven, vaardigheden en kennis voor toezicht op en evaluatie van bestaande activiteiten, die resultaatgericht moet verlopen om de waarde van de participatie van jongeren in het maatschappelijk middenveld aan te tonen.

Het opnemen van mobiliteitsactiviteiten in deze actie is facultatief. De mobiliteitsactiviteiten voor jongeren moeten de belangrijkste doelstellingen van het project onderbouwen en een aanzienlijke meerwaarde opleveren voor het project en de betrokken jongeren.

Aan welke criteria moet zijn voldaan om een aanvraag in het kader van de lokale actie europese jongeren samen in te dienen?

Subsidiabiliteitscriteria

Om in aanmerking te komen voor een Erasmus-subsidie, moeten projectvoorstellen in het kader van Europese jongeren samen aan de volgende criteria voldoen:

Wie kan een aanvraag indienen?

De volgende organisaties kunnen als coördinator deelnemen:

  • ngo’s (met inbegrip van Europese jeugd-ngo’s en nationale jeugdraden) die actief zijn op het gebied van jeugdzaken;
  • overheidsinstanties op lokaal, regionaal of nationaal niveau.

De organisatie dient een aanvraag in namens alle deelnemende organisaties die bij het project zijn betrokken en moet wettelijk gevestigd zijn in een Erasmus+-programmaland en zich daar ook bevinden.

Welke soorten organisaties komen in aanmerking voor deelname aan het project?

Elke publieke of particuliere organisatie, met haar (eventuele) gelieerde entiteiten die buiten de formele context met of voor jongeren werkt en gevestigd is in een Erasmus+-programmaland.

Het kan bijvoorbeeld gaan om:

  • organisaties of verenigingen zonder winstoogmerk, niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), met inbegrip van Europese jeugd-ngo’s;
  • nationale jeugdraden;
  • lokale, regionale of nationale overheidsinstanties;
  • onderwijs- of onderzoeksinstellingen;
  • stichtingen;

ook kleine, middelgrote of grote ondernemingen uit de publieke of particuliere sector (met inbegrip van sociale ondernemingen) kunnen deelnemen. Hoewel deze actie hoofdzakelijk gericht is op organisaties zonder winstoogmerk, kunnen om die reden organisaties met winstoogmerk deelnemen indien is aangetoond dat dit een duidelijke meerwaarde biedt voor het project.

Aantal deelnemende organisaties en profiel daarvan

Minimaal vier partners uit minstens vier Erasmus+-programmalanden.

Minstens de helft van de organisaties in de consortia mag in de voorgaande twee jaar geen EU-middelen uit het Erasmus+-programma hebben ontvangen in het kader van projecten onder kernactie 3 — Europese jongeren samen.

Locatie van de activiteiten

De activiteiten moeten plaatsvinden in de Erasmus+-programmalanden.

Projectduur

2 jaar.

Waar aanvragen?

Bij het in Brussel gevestigde Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur (EACEA).

Een en dezelfde organisatie kan per uiterste termijn slechts één aanvraag indienen in het kader van deze actie.

Oproep-ID: ERASMUS-YOUTH-2021-YOUTH-TOG

Wanneer aanvragen?

Subsidieaanvragen moeten uiterlijk op 24 juni om 17:00:00 uur (Belgische tijd) worden ingediend.

Aanvragende organisaties worden getoetst aan de relevante uitsluitings- en selectiecriteria. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

Een project opzetten

Een lokaal project in het kader van “Europese jongeren samen” bestaat uit vier fasen, die al van start gaan voordat het projectvoorstel wordt geselecteerd voor financiering, te weten 1) vaststelling en opstart van het project; 2) voorbereiding, opzet en planning van het project; 3) uitvoering van het project en monitoring van de activiteiten, en 4) evaluatie van het project en effectbeoordeling. Deelnemende organisaties en deelnemers die betrokken zijn bij de activiteiten, moeten een actieve rol spelen in al deze fasen om zo hun leerervaring te verbeteren.

  • Vaststelling en opstart; problemen, behoeften of kansen vaststellen die in het kader van de oproep kunnen worden aangepakt met het projectidee; de kernactiviteiten en de belangrijkste resultaten bepalen die van het project kunnen worden verwacht; de relevante belanghebbende partijen en potentiële partners in kaart brengen; de doelstelling(en) van het project formuleren; ervoor zorgen dat het project is afgestemd op de strategische doelstellingen van de deelnemende organisaties; een eerste planning maken om ervoor te zorgen dat het project goed van start kan gaan en de nodige informatie vergaren om door te kunnen gaan naar de volgende fase enz.;
  • Voorbereiding, ontwerp en planning: de reikwijdte van het project en de gepaste benadering specificeren, een planning vaststellen voor de taken die erbij komen kijken; de nodige middelen ramen en de details van het project uitwerken, bv. behoefteanalyse; robuuste doelstellingen en effectindicatoren vaststellen (specifiek, meetbaar, haalbaar, relevant en tijdgebonden); project- en leerresultaten vaststellen; het werkprogramma, de activiteitsvormen, de verwachte gevolgen, de geraamde totale begroting ontwikkelen; een projectuitvoeringsplan voorbereiden, met inbegrip van strategische aspecten met betrekking tot het projectbestuur, de monitoring, de kwaliteitsborging, de verslaglegging en de verspreiding van resultaten; praktische regelingen vaststellen en de doelgroep(en) van de beoogde activiteiten bevestigen; regelingen treffen met partners en het voorstel schrijven enz.;
  • Uitvoering en toezicht op activiteiten: het project uitvoeren overeenkomstig de plannen en voldoen aan de vereisten voor verslaglegging en communicatie; de lopende activiteiten monitoren en de prestaties van het project afzetten tegen de projectplannen; corrigerende maatregelen identificeren en toepassen om afwijkingen van de plannen aan te pakken en problemen en risico’s te ondervangen; nagaan waar een gebrek aan overeenstemming bestaat met de vastgestelde kwaliteitsnormen en corrigerende maatregelen treffen enz.;
  • Evaluatie en effectbeoordeling: de prestaties van het project afzetten tegen de doelstellingen en uitvoeringsplannen ervan; de activiteiten en de effecten ervan op verschillende niveaus evalueren, de projectresultaten delen en gebruiken enz.

Horizontale aspecten die in aanmerking moeten worden genomen bij het opzetten van uw project:

Naast het naleven van de vormcriteria en het opzetten van een duurzame samenwerkingsregeling met alle projectpartners kunnen de volgende elementen bijdragen aan het vergroten van het effect en aan de kwaliteitsvolle uitvoering van projecten op het gebied van “Europese jongeren samen” gedurende de verschillende projectfasen. De aanvragers worden ertoe aangemoedigd bij het opzetten van hun project rekening te houden met deze mogelijkheden en dimensies.

Milieuduurzaamheid

Projecten moeten op een milieuvriendelijke manier zijn opgezet en moeten groene praktijken omvatten in al hun facetten. Organisaties en deelnemers moeten een milieuvriendelijke aanpak hanteren bij de opzet van het project, die alle betrokkenen ertoe zal aanmoedigen om milieukwesties te bespreken en er meer over te leren, en zo na te denken over wat er op de verschillende niveaus kan worden gedaan, en organisaties en deelnemers zal helpen om alternatieve, groenere manieren te bedenken om de projectactiviteiten uit te voeren.

Inclusie en diversiteit

Het Erasmus+-programma is bedoeld om gelijke kansen en toegang, inclusie en billijkheid te bevorderen in al zijn acties. Om deze beginselen in de praktijk te brengen, is een strategie inzake inclusie en diversiteit opgezet om deelnemers met meer diverse achtergronden beter te bereiken, in het bijzonder kansarme deelnemers die met belemmeringen kampen bij de deelname aan Europese projecten. Organisaties moeten toegankelijke, inclusieve projectactiviteiten ontwerpen, waarbij zij rekening moeten houden met de standpunten van kansarme deelnemers, die gedurende het hele proces bij de besluitvorming moeten worden betrokken.

Als transversaal beginsel moeten deelnemende organisaties strategieën toepassen om op basisniveau aansluiting te vinden bij jongeren met diverse achtergronden. Dat omvat de deelname van een diverse kansarme jonge bevolking, met inbegrip van jongeren uit afgelegen of landelijke gebieden en/of met een migratieachtergrond. Alle activiteiten moeten derhalve bijdragen tot het vergroten van zowel het bereik van jongeren als hun actieve betrokkenheid om ervoor te zorgen dat een heel scala aan stemmen samenkomt.

Digitale dimensie

Virtuele samenwerking en experimenteren met leermogelijkheden voor virtueel en gecombineerd afstands- en contactonderwijs zijn van essentieel belang voor geslaagde projecten. Het wordt met name sterk aangemoedigd bij de projecten de Europese Jongerensite en het platform van de EU-strategie voor jongeren te gebruiken om samen te werken voor, tijdens en na de projectactiviteiten.

Gemeenschappelijke waarden, burgerzin en burgerparticipatie

De projecten ondersteunen actief burgerschap en ethiek, en bevorderen eveneens de ontwikkeling van sociale en interculturele competenties, kritisch denken en mediageletterdheid. De nadruk ligt voorts op bewustmaking en op het begrijpen van de context van de Europese Unie.

 

Verwachte gevolgen

De gesubsidieerde projecten moeten hun verwachte bijdrage aan het Europese jeugdbeleid aantonen door:

  • de capaciteit van de jeugdsector op basisniveau te helpen verbeteren om hun activiteiten op te schalen en transnationaal te werken aan het stimuleren van inclusiviteit, solidariteit en duurzaamheid, onder meer door transnationaal leren en samenwerking tussen jongeren en besluitvormers te promoten;
  • voort te bouwen op de doelstellingen van de EU-strategie voor jongeren 2019‑2027 en meer in het bijzonder door aan te tonen hoe zij bijdragen tot de prioriteiten van de strategie om te betrekken, te verbinden en te versterken;
  • voort te bouwen op de resultaten van de Europese jeugddoelstellingen, de jongerendialoog en andere discussieprojecten voor jongeren en opiniepeilingen met betrekking tot de toekomst van Europa, en die te koppelen aan beleidsontwikkeling op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau;
  • voort te bouwen op de landenspecifieke aanbevelingen in het kader van het Europees semester voor zover die betrekking hebben op jeugdzaken;
  • de betrokkenheid van jongeren bij het democratische bestel te verbeteren in termen van actief burgerschap en contact met besluitvormers (empowerment, nieuwe vaardigheden, betrokkenheid van jongeren bij het opzetten van projecten enz.);
  • bestaande praktijken en outreach op grotere schaal toe te passen buiten het lokale niveau (plattelandsgebieden, steden, regio’s, landen) en de gebruikelijke netwerken, onder meer door goed gebruik te maken van digitale middelen om in alle omstandigheden verbonden te blijven, ook op grote afstand en in situaties van afzondering of isolatie;
  • hun resultaten op effectieve en aantrekkelijke wijze te verspreiden onder jongeren die betrokken zijn bij jongerenorganisaties, om zo de weg vrij te maken voor meer systematische partnerschappen, alsmede onder jongeren die niet betrokken zijn bij jongerenstructuren of die uit kansarme milieus afkomstig zijn.

Toekenningscriteria

Relevantie van het project

(maximaal 30 punten)

  • Doel en meerwaarde van de EU: in het voorstel wordt een project vastgesteld en ontwikkeld dat op EU-niveau beleid ondersteunt dat relevant is voor jongeren — met name de EU-strategie voor jongeren 2019‑2027. Uit het voorstel blijkt voor welke meerwaarde de EU kan zorgen op structuurniveau, door het transnationale karakter en de mogelijke overdraagbaarheid ervan.
  • Doelstellingen: De doelstellingen van het voorstel zijn relevant voor de algemene doelstellingen van de actie en ten minste één van de specifieke doelstellingen ervan; bovendien zijn de doelstellingen van het voorstel specifiek en duidelijk afgebakend, haalbaar, meetbaar, realistisch en tijdig; ze betreffen kwesties die van belang zijn voor deelnemende organisaties en die de gekozen doelgroepen een duidelijke meerwaarde bieden.
  • Behoeften: uit het voorstel blijkt dat het is gebaseerd op een grondige behoefteanalyse die in de mate van het mogelijke gestoeld is op controleerbare feiten en cijfers die worden ondersteund door algemene en specifieke gegevens die relevant zijn voor alle landen en organisaties in het consortium. Er moet een duidelijke analyse van de behoeften worden gemaakt, waarin een verband wordt gelegd tussen de concrete realiteit van aanvragers, partners en doelgroepen.
  • Betrokkenheid van jongeren: Het partnerschap toont al vanaf de conceptfase van de jeugdgerelateerde activiteiten aan dat het in staat is een actieve betrokkenheid te verzekeren bij een diverse jonge bevolking, waaronder jongeren uit afgelegen/landelijke gebieden, jongeren met een migratieachtergrond en/of jongeren uit een sociaal achtergesteld milieu.

 

Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering

(maximaal 30 punten)

  • Opzet: het voorstel is duidelijk, volledig en van hoge kwaliteit en omvat geschikte fasen ter voorbereiding, uitvoering, monitoring en evaluatie van het project die zijn gebaseerd op gedegen methodologieën voor projectbeheer.
  • Methodologie: de uitvoering is gebaseerd op passende methodologieën; de doelstellingen zijn in overeenstemming met de activiteiten en zijn duidelijk afgebakend, met logische verbanden tussen de vastgestelde problemen, behoeften en oplossingen; het werkplan is samenhangend en concreet; er zijn gepaste kwaliteitscontrolemaatregelen en indicatoren om ervoor te zorgen dat het project naar behoren en met de vereiste kwaliteit, binnen het toepassingsgebied, op tijd en binnen budget zal worden uitgevoerd; er zijn concrete en geschikte risicobeheers- en noodplannen.
  • Kosteneffectiviteit: de voorgestelde begroting is samenhangend, voldoende gedetailleerd, geschikt voor de uitvoering van het project en bedoeld om de beste prijs-kwaliteitverhouding te waarborgen. De middelen die aan de werkpakketten worden toegewezen, stemmen overeen met de doelstellingen en resultaten van die werkpakketten. De begroting voorziet in de behoeften van basisorganisaties en kwetsbare jongeren teneinde hun opname in het Erasmus+-programma aan te moedigen.

 

Kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen

(maximaal 20 punten)

  • Samenstelling: het partnerschap bestaat uit een geschikte combinatie van complementaire organisaties die beschikken over de vereiste profielen, vaardigheden, ervaring, deskundigheid en managementondersteuning om de doelstellingen van het partnerschap te bereiken; Indien er organisaties met winstoogmerk bij het consortium zijn betrokken, wordt de meerwaarde van die organisaties duidelijk aangetoond.
  • Geografische samenstelling: het partnerschap blijkt duidelijk in staat om middels zijn geografische samenstelling de Europese economische, sociale en/of culturele verscheidenheid te weerspiegelen (d.w.z. het oosten, westen, noorden en zuiden van Europa te bestrijken) om zo een ware pan-Europese samenwerking te garanderen.
  • Ontwikkeling van lokale ngo’s: het partnerschap is in staat om de capaciteiten en kennis van lokale ngo’s die op Europees niveau nog geen voet aan de grond hebben gekregen te ontwikkelen om versterkte “peer-to-peer”-samenwerking tussen ngo’s in heel Europa te bewerkstelligen.
  • Inzet en taken: de verdeling van verantwoordelijkheden en taken binnen het partnerschap is duidelijk en passend; de coördinator bezit hoogwaardige managementvaardigheden en het potentieel om transnationale netwerken te coördineren en leiderschap te tonen in complexe situaties.
  • Samenwerkingsregelingen: de voorgestelde bestuursmechanismen zullen een doeltreffende coördinatie, besluitvorming, communicatie en conflictoplossing waarborgen tussen de deelnemende organisaties, deelnemers en alle andere belanghebbenden.
  • Betrokkenheid van jongeren: jongeren worden op gepaste wijze betrokken bij alle fasen van de projectuitvoering en de inclusie van jongeren wordt in alle fasen en niveaus van het project aan de orde gesteld, waarbij responsabiliserende rollen en/of concrete strategieën worden aangereikt om de diverse participatie van jongeren te waarborgen.

Gevolgen

(maximaal 20 punten)

  • Gevolgen: het project kan grote gevolgen hebben voor deelnemers en partnerorganisaties, vooral met betrekking tot het verbreden van de aandacht van de basisorganisaties voor nationale, regionale of lokale activiteiten die nog niet grensoverschrijdend van aard waren, waarbij de activiteiten tijdens en na afloop van het project op grotere schaal werden uitgevoerd of ontwikkeld op EU-niveau, en voor de brede jongerengemeenschap. De verwachte resultaten geven blijk van het inzicht en het vermogen van de aanvrager en de partners om de waarden van de Europese Unie over te brengen, in het bijzonder op het gebied van burgerschap;
  • Verspreiding: in het voorstel wordt aangetoond dat het in staat is om jongeren te bereiken en doeltreffend te communiceren met een breder wereldwijd publiek over problemen en oplossingen van de gemeenschappen die zij vertegenwoordigen; met het voorstel wordt met name een degelijk plan geboden voor de communicatie en verspreiding van resultaten, alsook passende streefcijfers en activiteiten en een passende taakverdeling voor de partners, bijbehorende tijdschema’s, instrumenten en kanalen om ervoor te zorgen dat de resultaten en voordelen efficiënt worden verspreid naar beleidsmakers en toegankelijk zijn voor eindgebruikers tijdens en na afloop van het project.
  • Duurzaamheid: in het voorstel is duidelijk uit de doeken gedaan hoe de resultaten van het project zowel tijdens als na afloop ervan kunnen bijdragen tot veranderingen op systeemniveau in de jeugdsector, met veel potentieel om een langlopende samenwerking op EU-niveau mogelijk te maken en/of aan te zetten tot nieuw jeugdbeleid en jeugdinitiatieven op EU-niveau.

De aanvragen moeten een minimumscore van 60 punten behalen om voor financiële steun in aanmerking te komen, waarbij eveneens rekening moet worden gehouden met de vereiste minimumscore voor elk van de vier toekenningscriteria (dat wil zeggen een minimumscore van 15 punten voor de categorieën “Relevantie van het project” en “Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering”; 10 punten voor de categorieën “Kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen” en “Gevolgen”). Bij een ex aequo wordt voorrang gegeven aan de hoogste scores voor het toekenningscriterium “Relevantie van het project” en vervolgens voor “Gevolgen”.

Als algemene regel en binnen de grenzen van de bestaande nationale en Europese rechtskaders geldt dat resultaten beschikbaar moeten worden gesteld als open leermiddelen alsook op relevante platforms van beroepsverenigingen, sectorverenigingen of bevoegde autoriteiten. Het voorstel beschrijft hoe geproduceerde gegevens, materiaal, documenten en audiovisuele en sociale media-activiteiten vrij toegankelijk worden gemaakt en gepromoot onder open licenties zonder dat er onevenredige beperkingen worden opgelegd.

Wat zijn de financieringsregels?

Deze actie volgt een financieringsmodel op basis van vaste bedragen. Het bedrag van de afzonderlijke vaste bijdrage wordt voor elke subsidie bepaald op basis van het geraamde budget van de door de aanvrager voorgestelde actie. De subsidieautoriteit stelt het vaste bedrag van elke subsidie vast op basis van het voorstel, het evaluatieresultaat, de financieringspercentages en het maximale subsidiebedrag zoals vastgesteld in de oproep.

De maximale EU-subsidie per project bedraagt 150 000 EUR.

Hoe wordt het vaste bedrag voor het project vastgesteld?

Aanvragers moeten overeenkomstig het aanvraagformulier een gedetailleerde begrotingstabel invullen, rekening houdend met de volgende punten: 

  1. Het budget moet worden beschreven zoals vereist door de begunstigden en worden onderverdeeld in samenhangende werkpakketten (bijvoorbeeld “projectbeheer”, “opleiding”, “organisatie van evenementen”, “voorbereiding en uitvoering van mobiliteit”, “communicatie en verspreiding”, “kwaliteitsborging” enz.).
  2. In het voorstel moeten de activiteiten worden beschreven die elk werkpakket behelst.
  3. De aanvragers moeten in hun voorstel een uitsplitsing geven van de geraamde kosten, met het aandeel per werkpakket (en, binnen elk werkpakket, het aandeel dat aan elke begunstigde en gelieerde entiteit is toegewezen).
  4. De beschreven kosten kunnen personeelskosten, reis- en verblijfkosten, kosten voor uitrusting en uitbesteding of andere kosten zijn (bijvoorbeeld voor de verspreiding van informatie, publicatie of vertaling).

De voorstellen zullen worden geëvalueerd aan de hand van de standaardevaluatieprocedures met de hulp van interne en/of externe deskundigen. De deskundigen beoordelen de kwaliteit van de voorstellen aan de hand van de in de oproep vastgestelde vereisten en de verwachte gevolgen, kwaliteit en efficiëntie van de actie.

Na de evaluatie van het voorstel stelt de ordonnateur de hoogte van het vaste bedrag vast, rekening houdend met de bevindingen van de verrichte beoordeling. Het vaste bedrag wordt beperkt tot een maximum van 80 % van de geraamde begroting, zoals vastgesteld na de evaluatie.

De subsidieparameters (maximaal subsidiebedrag, financieringspercentage, totale subsidiabele kosten enz.) worden vastgesteld in de subsidieovereenkomst.

De verwezenlijkingen van het project worden geëvalueerd aan de hand van de resultaten van het afgeronde project. Door die financieringsregeling kan meer nadruk worden gelegd op de resultaten dan op de inbreng, waardoor er meer aandacht wordt besteed aan de kwaliteit en de mate waarin meetbare doelstellingen zijn verwezenlijkt.

Nadere gegevens zijn opgenomen in de modelsubsidieovereenkomst die te vinden is op het Funding and Tender Opportunities Portal (FTOP).

  1. Study on the landscape of youth representation in the EU (EAC/47/2014)

  2. Resolutie van de Raad 2018/C 456/01, gepubliceerd in december 2018: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:42018Y1218(01)&from=NL

  3. Zie https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/IP_19_5542

  4. Midden 2020 tot einde 2021.

  5. https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/economic-and-fiscal-policy-coordination/eu-economic-governance-monitoring-prevention-correction/european-semester_nl.

Tagged in: