Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport

Erasmus Mundus-actie

De Erasmus Mundus-actie omvat:

  • Perceel 1: gezamenlijke masteropleidingen van Erasmus Mundus (EMJM) en
  • Perceel 2: Erasmus Mundus-ontwerpmaatregelen (EMDM).

Deze actie streeft ernaar uitmuntendheid en mondiale internationalisering van de instellingen voor hoger onderwijs te bevorderen door middel van studieprogramma’s — op masterniveau — die gezamenlijk worden aangeboden en erkend door in Europa gevestigde instellingen voor hoger onderwijs (IHO’s) en openstaan voor instellingen in andere landen van de wereld.

De gezamenlijke masteropleidingen van Erasmus Mundus en de Erasmus Mundus-ontwerpmaatregelen vormen twee onafhankelijke percelen. Er is geen verplichting om een EMDM uit te voeren vóór een EMJM. De toekenning van een EMDM houdt geen automatische financiering uit hoofde van een EMJM in, en de voltooiing van een EMDM-project is geen toekenningscriterium voor een EMJM.

Perceel 1: gezamenlijke masteropleidingen van Erasmus Mundus (EMJM)

Deze actie streeft ernaar uitmuntendheid en mondiale internationalisering van de instellingen voor hoger onderwijs te bevorderen door middel van studieprogramma’s — op masterniveau —[1] die gezamenlijk worden aangeboden en erkend door in Europa gevestigde instellingen voor hoger onderwijs (IHO’s) en openstaan voor instellingen in andere landen van de wereld.

EMJM’s zijn programma’s voor uitmuntendheid en moeten bijdragen aan de integratie en internationalisering van de Europese ruimte voor hoger onderwijs (EHEA). Het specifieke aan EMJM’s is de hoge mate van het “gezamenlijke karakter”/de integratie van de deelnemende instellingen en hun uitstekende academische inhoud.

Doelstellingen van de emjm

De EMJM’s zijn bedoeld om de aantrekkelijkheid en uitmuntendheid van het Europese hoger onderwijs in de wereld te versterken en talent aan te trekken naar Europa, via een combinatie van:

  1. institutionele academische samenwerking om de aandacht te vestigen op de Europese uitmuntendheid in het hoger onderwijs, en
  2. individuele mobiliteit voor alle studenten die deelnemen aan de EMJM, met door de EU gefinancierde beurzen voor de beste studenten die zich inschrijven.

Aan welke criteria moet zijn voldaan om een gezamenlijke masteropleiding van erasmus mundus aan te vragen?

Subsidiabiliteitscriteria

Om in aanmerking te komen voor een Erasmus-subsidie, moeten projectvoorstellen voor gezamenlijke masteropleidingen van Erasmus Mundus aan de volgende criteria voldoen:

Wie kan een aanvraag indienen?

Elke in aanmerking komende instelling voor hoger onderwijs die in een programmaland of partnerland gevestigd is, kan een aanvraag indienen.

Welke soorten organisaties komen in aanmerking voor deelname aan het project?

Een deelnemende organisatie kan elke publieke of particuliere organisatie, met haar gelieerde entiteiten (indien van toepassing), zijn die gevestigd is in een programma- of partnerland en die rechtstreeks en actief bijdraagt tot de toekenning van de EMJM.

In een programmaland gevestigde IHO’s moeten houder zijn van een geldig Erasmus-handvest voor hoger onderwijs (ECHE). Deelnemende IHO’s uit partnerlanden hoeven niet in het bezit te zijn van een ECHE, maar moeten zich wel verbinden tot de daarin vervatte beginselen.

IHO’s die als volwaardige partner deelnemen, moeten in de aanvraagperiode aantonen dat ze hebben voldaan aan de externe kwaliteitsvereisten in hun rechtsgebied (bv. accreditatie of evaluatie) voor het gezamenlijke programma. Hieraan hebben ze voldaan als ze (i) succesvol de Europese benadering van kwaliteitsborging van gezamenlijke programma’s hebben ingevoerd (indien nationale wetgeving dit toestaat) of (ii) als er een specifieke accreditatie/evaluatie is uitgevoerd van het gezamenlijke programma of (iii) voor elke nationale component op basis waarvan de EMJM is samengesteld.

Daarenboven kunnen ook geassocieerde partners (op facultatieve basis) bij het studieprogramma van de EMJM’s worden betrokken. Deze organisaties dragen indirect bij tot de uitvoering van specifieke taken/activiteiten en/of ondersteunen de verspreiding en de duurzaamheid van de EMJM’s. Deze bijdrage kan bijvoorbeeld de vorm aannemen van overdracht van kennis en vaardigheden, het verzorgen van aanvullende cursussen of ondersteunende mogelijkheden in het kader van detacheringen of stages. Voor wat de subsidiabiliteit en het contractbeheer betreft, worden zij niet als begunstigden van de programmafinanciering beschouwd.

Aantal deelnemende organisaties en profiel daarvan

Bij een EMJM zijn ten minste drie volwaardige partner-IHO’s uit drie verschillende landen betrokken, waarvan er ten minste twee programmalanden zijn.

In aanmerking komende deelnemers

Voor een EMJM worden studenten op masterniveau ingeschreven die een eerste graad in het hoger onderwijs hebben behaald of kunnen aantonen dat ze volgens nationale wetgeving en praktijken beschikken over een erkend gelijkwaardig kennisniveau in de landen/instellingen die de graad toekennen.

Studenten die eerder een beurs hebben gekregen voor een EMJM mogen geen extra beurs aanvragen in het kader van de actie met betrekking tot EMJM.

EMJM-beurzen kunnen worden toegekend aan studenten over de hele wereld. De consortia moeten evenwel het geografische evenwicht verzekeren — d.w.z. dat niet meer dan 10 % van het totale aantal tijdens de projectuitvoering toegekende beurzen naar kandidaten met dezelfde nationaliteit mag gaan (deze regel geldt niet voor extra beurzen voor specifieke regio’s in de wereld, indien van toepassing).

Locatie(s) van de activiteiten, indien van toepassing

EMJM’s omvatten verplichte fysieke mobiliteit voor alle ingeschreven studenten (ongeacht of zij EMJM-beursstudent zijn of niet) van minimaal twee studieperioden in twee landen, waarvan er ten minste één een programmaland moet zijn. De twee landen moeten verschillen van het land waarvan de student in de inschrijvingsfase ingezetene is. Elk van de twee verplichte studieperioden moet overeenkomen met een werklast van ten minste één academisch semester (30 ECTS-studiepunten of gelijkwaardig).

Alle studieperioden van het masterprogramma moeten plaatsvinden in IHO’s die als volwaardige partner deelnemen of onder direct toezicht van deze IHO’s.

Verplichte mobiliteitsperioden kunnen niet worden vervangen door virtuele mobiliteit (afstandsleren).

Duur van het project (en de activiteit, indien van toepassing)

Het consortium krijgt een subsidieovereenkomst voor 6 academiejaren om ten minste vier edities van het masterprogramma te financieren, die elk 1 à 2 academiejaren duren (60, 90 of 120 ECTS-studiepunten).

Voor eerder gefinancierde gezamenlijke mastergraden (EMJMD’s) en gezamenlijke masteropleidingen van Erasmus Mundus (EMJM’s) kan ten vroegste een verlenging worden aangevraagd in het jaar voordat de overeenkomst afloopt. Twee edities van een masteropleiding die uit twee verschillende subsidieovereenkomsten worden gefinancierd, kunnen onder geen beding in hetzelfde academiejaar van start gaan.

De beurs wordt toegekend voor een voltijdse inschrijving en heeft betrekking op de volledige looptijd van het masterprogramma (d.w.z. 12, 18 of 24 maanden). In geval van erkenning van eerdere leerresultaten geldt een verkorte looptijd van de beurs (met een minimale looptijd van één academiejaar).

De eerste generatie ingeschreven studenten moet uiterlijk in het academiejaar volgend op het jaar waarin het project werd geselecteerd, zijn studies aanvatten.

Waar aanvragen?

Bij het Europees Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur.

Oproep-ID: ERASMUS-EDU-2021-PEX-EMJM-MOB

Wanneer aanvragen?

Subsidieaanvragen moeten uiterlijk op 26 mei om 17:00:00 uur (Belgische tijd) worden ingediend.

Aanvragende organisaties worden getoetst aan de relevante uitsluitings- en selectiecriteria. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

Een project opzetten

EMJM’s moeten aan de volgende vereisten voldoen:

  1. over een gezamenlijk uitgewerkt en volledig geïntegreerd academisch curriculum beschikken dat voldoet aan de normen voor kwaliteitsborging: van gezamenlijke programma’s in de Europese ruimte voor hoger onderwijs (EHEA)[2] zoals die van toepassing zijn op de datum van de EMJM-aanvraag. Deze normen hebben betrekking op alle essentiële aspecten van gezamenlijke programma’s inzake gezamenlijk ontwerp, uitvoering, aanbod en kwaliteitsborging.

Naast de normen voor kwaliteitsborging van gezamenlijke programma’s wordt in EMJM’s de nadruk gelegd op de volgende gezamenlijke/gemeenschappelijke uitvoeringsprocedures:

  • gezamenlijke vereisten voor inschrijvingsverzoeken van studenten, selectie, monitoring, regels/procedures voor examinering en prestatiebeoordeling;
  • gezamenlijke programma-opzet en geïntegreerde leer-/opleidingsactiviteiten, met inbegrip van een gezamenlijk overeengekomen taalbeleid en een gezamenlijk proces voor de erkenning van studieperioden binnen het consortium;
  • gemeenschappelijke diensten die aan de studenten worden aangeboden (bv. taalcursussen, ondersteuning bij het verkrijgen van visa);
  • gezamenlijke promotie- en bewustmakingsactiviteiten om de wereldwijde zichtbaarheid te vergroten van het programma alsook van het Erasmus Mundus-beurzenstelsel. De promotiestrategie moet een geïntegreerde, uitgebreide website omvatten (in het Engels, alsook in de belangrijkste onderwijstaal indien verschillend) waarop alle nodige informatie over het programma te vinden is voor studenten en andere relevante belanghebbenden, zoals toekomstige werkgevers;
  • gezamenlijke administratief en financieel beheer door het consortium;
  • gezamenlijke graden worden aangemoedigd, indien de nationale wetgeving dit toelaat;
  1. worden verzorgd door een consortium van IHO’s en, waar relevant, andere onderwijspartners en/of partners uit andere sectoren die in een programma- of partnerland gevestigd zijn. Bij het consortium moeten ten minste drie IHO’s uit drie verschillende landen betrokken zijn, waarvan er ten minste twee programmalanden moeten zijn.

Alle IHO’s (uit programma- of partnerlanden) die als volwaardige partner deelnemen, moeten instellingen zijn die gezamenlijke of meervoudige mastergraden kunnen toekennen aan studenten die het EMJM-programma met succes hebben voltooid.

Met het oog op een stevige institutionele verankering en ondersteuning moeten alle organisaties die aan het consortium van de EMJM deelnemen, blijk geven van de nodige institutionele inzet voordat de eerste studenten voor de EMJM worden ingeschreven. Deze verbintenis neemt de vorm aan van een EMJM-partnerschapsovereenkomst, die door alle partnerinstellingen moet worden ondertekend (met inbegrip van geassocieerde partners, voor zover dat relevant wordt geacht). Deelnemende IHO’s uit partnerlanden moeten zich in die partnerschapsovereenkomst verbinden tot de beginselen van het ECHE. Alle academische, operationele, administratieve en financiële aspecten die verband houden met de uitvoering van de EMJM en met het beheer van de daarvoor toegekende beurzen, moeten worden gespecificeerd in deze overeenkomst (zie hieronder). In de aanvraagfase wordt een ontwerppartnerschapsovereenkomst overgelegd;

  1. de meest getalenteerde studenten wereldwijd inschrijven. Het consortium van de EMJM is als enige verantwoordelijk voor het selecteren, werven en controleren van individuele studenten. De selectie van de studenten moet op een transparante, onpartijdige en billijke manier verlopen. Een aantal van die studenten kan een EMJM-beurs krijgen.

Om de volledige transparantie te waarborgen, moeten beide partijen (dat wil zeggen aanvaarde studenten en het EMJM-consortia) een studieovereenkomst ondertekenen voordat studenten zich voor het programma inschrijven. De studieovereenkomst moet op de website van de EMJM worden gepubliceerd;

  1. verplichte fysieke mobiliteit omvatten voor alle ingeschreven studenten: de mobiliteitstrajecten en het mechanisme voor de erkenning van studieperioden tussen de partnerinstellingen moet in de fase van de projectaanvraag zijn overeengekomen binnen het consortium.
  2. de uitwisseling van personeel en uitgenodigde wetenschappers bevorderen om bij te dragen aan onderwijs-, opleidings-, onderzoeks- en administratieve activiteiten;
  3. de succesvolle voltooiing van de EMJM moet worden bekroond met een gezamenlijke graad (dat wil zeggen één enkel diploma dat wordt afgegeven namens ten minste twee IHO’s uit verschillende landen, waarvan er ten minste één een programmaland moet zijn) of met meervoudige graden (dat wil zeggen ten minste twee diploma’s die worden afgegeven door twee IHO’s uit verschillende landen, waarvan er tenminste één een programmaland moet zijn), of een combinatie van beide;

de aan afgestudeerden toegekende graad of graden moeten overeenkomen met het gradenstelsel voor het hoger onderwijs van de landen waarin de IHO’s zijn gevestigd. De graden moeten wederzijds worden erkend door alle toekennende IHO’s die volwaardig partner zijn. Consortia moeten afgestudeerden na afloop van hun studie een gezamenlijk diplomasupplement overhandigen dat de volledige inhoud van de masteropleiding bestrijkt.

Programmavoorstellen voor EMJM moeten reeds in de aanvraagfase volledig ontwikkelde gezamenlijke studieprogramma’s aanbieden die direct nadat ze geselecteerd zijn, van start kunnen gaan en wereldwijd bekend kunnen worden gemaakt. Er is geen beperking op het gebied van disciplines.

Naast de financiële bijdrage voor het verzorgen van gezamenlijke masterprogramma’s (zie het onderdeel over de financieringsregels hieronder) kunnen uit EM gefinancierde projecten die in de periode 2021‑2027 aflopen (ook als zij in de periode 2014‑2020 zijn gestart) de opleiding gedurende maximaal drie aanvullende edities na afloop van de actie blijven aanbieden als Erasmus Mundus masteropleiding, op voorwaarde dat zij bij de beoordeling van de subsidieovereenkomsten door EACEA bij de eindrapportage een score van ten minste 75 punten behalen. De desbetreffende masteropleidingen moeten (i) de doelstellingen, de reikwijdte en het verwachte effect van de actie blijven eerbiedigen, (ii) de continuïteit met de eerder gefinancierde masteropleiding verzekeren en (iii) een activiteitenverslag overleggen aan het einde van de betrokken periode.

Verwachte gevolgen

Op systeemniveau

  • Academische samenwerking binnen de Europese ruimte voor hoger onderwijs en daarbuiten stimuleren door gezamenlijk onderwijs en gezamenlijke kwalificaties, kwaliteitsverbeteringen, bevordering van academische uitmuntendheid te ondersteunen;
  • de internationale dimensie van het hoger onderwijs versterken via samenwerking tussen instellingen in Europa en daarbuiten, en via mobiliteit voor de beste studenten wereldwijd;
  • de synergieën tussen het hoger onderwijs, innovatie en onderzoek vergroten;
  • belemmeringen voor het leren wegnemen, de toegang tot hoogwaardig, door innovatie aangestuurd onderwijs verbeteren en het voor lerenden gemakkelijker maken om zich tussen verschillende landen te verplaatsen;
  • tegemoetkomen aan de behoeften van de maatschappij en de arbeidsmarkt;
  • bijdragen aan de ontwikkeling van innovatief onderwijsbeleid.

Op institutioneel vlak

  • Europese en niet-Europese IHO’s meer mogelijkheden bieden voor gestructureerde, duurzame academische samenwerking wereldwijd;
  • de kwaliteit van programma’s op masterniveau en van regelingen inzake supervisie verbeteren;
  • de internationalisering en het concurrentievermogen van deelnemende organisaties vergroten;
  • de opzet van nieuwe netwerken ondersteunen en de kwaliteit van bestaande netwerken verbeteren;
  • de deelnemende organisatie(s) aantrekkelijker maken voor getalenteerde studenten;
  • bijdragen aan het internationaliseringsbeleid van IHO’s door het internationale bewustzijn te ontwikkelen via hun curricula en via de opzet van alomvattende internationaliseringsstrategieën (institutionele samenwerking en grensoverschrijdende mobiliteit van mensen).

Op individueel niveau

  • De inzetbaarheid van deelnemende studenten verbeteren;
  • de sleutelcompetenties en vaardigheden van studenten verbeteren;
  • een nieuwe mentaliteit en nieuwe benaderingen tot academische studies vormgeven via internationale, interdisciplinaire, intersectorale en interculturele ervaring;
  • de capaciteit voor netwerkvorming en communicatie van studenten vergroten;
  • de individuele bijdrage aan de kenniseconomie en -maatschappij vergroten.

Toekenningscriteria

Relevantie van het project

(maximaal 30 punten)

  • Algemene en specifieke doelstellingen van het project en hun relevantie in verband met de EMJM;
  • de rationale van het project en hoe het tegemoetkomt aan de vastgestelde behoeften van de maatschappij en de arbeidsmarkt op het desbetreffende themagebied;
  • strategie om uitmuntendheid en innovatie te stimuleren;
  • strategie om de Europese ruimte voor hoger onderwijs aantrekkelijker te maken en om bij te dragen aan de integratie en internationalisering ervan.

Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering

(maximaal 30 punten)

  • Gezamenlijke opzet/integratie van de EMJM met betrekking tot het ontwerp, de uitvoering, de levering en de kwaliteitsborging, wat de in punt 1.2 beschreven vereisten betreft. Het voorstel beschrijft in het bijzonder:
  • de interne en externe kwaliteitsborgingsmaatregelen;
  • de beginselen en vereisten voor inschrijvingsverzoeken van studenten, hun selectie, hun deelname aan de opleiding en de beurstoewijzing;
  • het academische programma en hoe uitmuntendheid en innovatieve elementen in de leerervaring worden gewaarborgd in het gehele consortium;
  • de organisatie van studieperioden, met inbegrip van de minimale mobiliteitsvereisten en de wederzijdse erkenning van de leerresultaten/studiepunten;
  • de aan studenten aangeboden diensten;
  • de gezamenlijke graad of graden die zullen worden toegekend en de erkenning ervan door de toekennende IHO’s die als volwaardige partner deelnemen, alsook het gezamenlijke diplomasupplement;
  • de bijdrage van mobiel personeel en uitgenodigde wetenschappers aan onderwijs-, opleidings-, onderzoeks- en administratieve activiteiten;
  • specifieke ondersteunende maatregelen om de gelijke en inclusieve toegang voor deelnemers en de inschrijving van studenten/personeel/uitgenodigde wetenschappers met individuele behoeften in verband met langdurige lichamelijke, geestelijke, intellectuele of zintuiglijke beperkingen te vergemakkelijken;
  • de identificatie van risico’s bij de projectuitvoering en de planning van passende risicobeperkende maatregelen.

Kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen

(maximaal 20 punten)

  • Rationale voor de consortiumsamenstelling en de complementariteit van de partners; de meerwaarde van de partners voor de uitvoering van de EMJM en hoe elke partner voordeel haalt uit zijn deelname aan het project.
  • het innovatieve karakter van het consortium en de opname van partners met verschillende niveaus van ervaring met de Erasmus Mundus-actie. Indien van toepassing:

— hoe het bestaande Erasmus Mundus-consortium is versterkt;

- hoe de samenwerking met actoren buiten het onderwijs is georganiseerd en met welk doel.

  • Het institutionele engagement, de vaststelling van de rollen en taken van elke partner, en de mate van betrokkenheid bij projectactiviteiten; samenwerkingsregelingen, bestuursorganen en beheersinstrumenten, in het bijzonder met betrekking tot het administratieve en financiële beheer. De ontwerppartnerschapsovereenkomst is omvattend en strookt met de beschrijving van de EMJM.
  • Verdeling van financiering en begrotingsplan; mobilisatie en beheer van complementaire financiering.

Gevolgen

(maximaal 20 punten)

  • Voorspellingen met betrekking tot het aantal ingeschreven studenten binnen de looptijd van het project en de mobilisering van andere financieringsbronnen om een duurzame masteropleiding op te zetten. Maatregelen om het evenwicht tussen landen te verzekeren bij de werving van studenten;
  • promotiestrategie om de meeste getalenteerde studenten wereldwijd aan te trekken: doelgroepen, taken van de partners en hoe studenten ertoe zullen worden aangemoedigd om bij te dragen aan de Erasmus+-identiteit/-gemeenschap;
  • verspreidings- en benuttingsstrategie;
  • gevolgen op systeemniveau (binnen en buiten de academische wereld, met inbegrip van de algemene bevolking en de samenleving), op institutioneel niveau (partnerorganisaties) en op individueel niveau (met bijzondere nadruk op inzetbaarheid);
  • ontwikkeling op de middellange/lange termijn en duurzaamheidsstrategie na de EU-financiering.

De voorstellen moeten een minimumscore van 70 punten behalen om voor financiële steun in aanmerking te komen. Bovendien moeten de voorstellen een minimumscore behalen van 22 punten voor het toekenningscriterium “Relevantie van het project”. Bij een ex aequo wordt voorrang gegeven aan de hoogste scores voor “Relevantie van het project” en vervolgens voor “Gevolgen”.

Wat zijn de financieringsregels?

De EMJM-subsidie wordt berekend op basis van de volgende drie componenten:

  • een tegemoetkoming in de institutionele kosten voor de uitvoering van het programma;
  • een maximumaantal studiebeurzen dat zal worden toegekend gedurende de looptijd van de overeenkomst.
  • een extra beurs om te voorzien in de individuele behoeften van studenten met een handicap.

Tegemoetkoming in de institutionele kosten van de EMJM

Deze tegemoetkoming neemt de vorm aan van eenheidskosten per ingeschreven student en is bedoeld om de kosten te dekken in verband met de uitvoering van het EMJM-programma.

De eenheidskosten omvatten de personeelskosten (lesgeven, reizen), uitgenodigde gastdocenten, promotie, verspreiding, organisatorische kosten (waaronder volledige dekking voor de ingeschreven studenten, financiële steun voor ingeschreven studenten met individuele behoeften voor zover die niet zijn gedekt door het aanvullend mechanisme (zie hieronder), hulp bij het vinden van accommodatie en andere studentenvoorzieningen), administratieve kosten en alle andere kosten die nodig zijn om een geslaagde masteropleiding aan te bieden.

Geselecteerde projecten mogen geen inschrijvingsgelden voor studenten aanrekenen. Projecten mogen voorts geen collegegeld of andere verplichte kosten in verband met de deelname van studenten aan de opleiding aanrekenen aan Erasmus Mundus-bursalen.

 

De maximale tegemoetkoming in de institutionele kosten bedraagt: 750 EUR/maand x DR x NRES

waarbij:

  • DR = max. duur van de masteropleiding in maanden (d.w.z. 12, 18, 24 maanden)
  • NRES = voorziene aantal ingeschreven studenten (bursalen en niet-bursalen) voor de gehele duur van de subsidieovereenkomst.

Er zij op gewezen dat NRES voor de berekening van de subsidie wordt beperkt tot 100 (met uitzondering van extra beurzen voor specifieke regio’s in de wereld, indien van toepassing).

Studiebeurzen

De beurzen zullen een tegemoetkoming inhouden in de kosten die door de begunstigde studenten worden gemaakt en zullen betrekking hebben op reis-, visum-, installatie- en verblijfkosten. Zij worden berekend op basis van maandelijkse eenheidskosten voor de gehele periode die de bursaal nodig heeft om het studieprogramma te voltooien. Deze periode omvat studie, onderzoek, stageactiviteiten, voorbereiding en verdediging van het proefschrift, in overeenstemming met de vereisten van de gezamenlijke masteropleiding. Tijdens deze periode kan de beurs uitsluitend in haar geheel worden toegekend, en alleen aan voltijdse studenten.

Berekening van de maximumbeurs per student:

De beurs wordt als volgt berekend: 1 400 EUR/maand x DS

Waarbij DS = looptijd van het masterprogramma.

Berekening van het maximumbedrag van de EMJM-beurs voor de looptijd van de subsidieovereenkomst:

Het maximumbedrag van de beurs wordt als volgt berekend: 1 400 EUR/maand x DR x NRS

waarbij:

  • DR = max. duur van de masteropleiding in maanden (d.w.z. 12, 18, 24 maanden)
  • NRS = voorziene aantal beurzen voor de volledige looptijd van de subsidieovereenkomst (maximaal 60, met uitzondering van extra beurzen voor specifieke regio’s in de wereld, indien van toepassing).

Tegemoetkoming in de individuele behoeften van studenten met een handicap

Tegemoetkomingen in de individuele behoeften komen in aanmerking indien zij voldoen aan de algemene subsidiabiliteitsvoorwaarden in de subsidieovereenkomst. Zij worden gebruikt voor ingeschreven studenten (met of zonder een beurs) met een handicap (bv. langdurige lichamelijke, geestelijke, intellectuele of zintuiglijke beperkingen), bijvoorbeeld voor de aankoop van speciale artikelen of diensten (bv. hulp door derden, aanpassing van de werkplek, aanvullende reis-/vervoerskosten).

 

De steun die nodig is om dergelijke individuele behoeften van ingeschreven studenten te dekken, neemt de vorm aan van de volgende eenheidskosten voor specifieke behoeften:

a) 3 000 EUR

b) 4 500 EUR

c) 6 000 EUR

d) 9 500 EUR

e) 13 000 EUR

f) 18 500 EUR

g) 27 500 EUR

h) 35 500 EUR

i) 47 500 EUR

j) 60 000 EUR

Berekening van de tegemoetkoming in de eenheidskosten per student:

Ingeschreven studenten geven aan wat voor artikelen/diensten zij nodig hebben en wat die kosten. De toepasselijke eenheidskosten worden vastgesteld als het tarief dat overeenkomt met de geraamde kosten, of het tarief er net onder. Deze eenheidskosten vormen een tegemoetkoming en zijn niet bedoeld om de werkelijke kosten volledig te dekken.

NB kosten die minder bedragen dan het laagste tarief (d.w.z. minder dan 3 000 EUR) komen niet in aanmerking voor aanvullende steun en moeten worden gedekt door de tegemoetkoming in de institutionele kosten van de EMJM of door andere financieringsbronnen van de begunstigde instellingen.

Berekening van de maximale tegemoetkoming die aan de EMJM wordt toegekend voor de looptijd van de subsidieovereenkomst:

In de aanvraagfase zullen aanvragers, op basis van hun ramingen, maximaal twee eenheidskosten aanvragen, die overeenkomen met de hoogst beschikbare eenheidskosten, d.w.z. maximaal 2 x 60 000 EUR. Dit bedrag wordt gebruikt om de eenheidskosten aan de betrokken studenten toe te wijzen.

In de uitvoeringsfase zullen de eenheidskosten de vorm aannemen van een maandelijkse tegemoetkoming in de eenheidskosten, die als volgt wordt berekend:

{eenheid specifieke behoeften x (1/aantal maanden)}

Het aantal maanden in bovenstaande formule komt overeen met het aantal maanden waarin de artikelen of diensten voor specifieke behoeften werden gebruikt of geproduceerd voor het uitvoeren van de actie, naargelang van de aard van de artikelen of diensten. Voor eenmalige kosten bedraagt het aantal maanden 1.

Extra middelen voor studenten uit specifieke regio’s in de wereld

De aanvragers kunnen een aanvraag indienen voor extra middelen voor studenten uit regio’s van partnerlanden in de wereld, gefinancierd door de volgende externe financieringsinstrumenten van de EU (rubriek 6):

  • Instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI);
  • Instrument voor pretoetredingssteun (IPA II).

EMJM’s die worden voorgesteld voor financiering kunnen voor de volledige looptijd van de masteropleiding maximaal 18 extra beurzen krijgen (met inbegrip van de overeenkomstige institutionele kosten) uit het NDICI, en maximaal 6 extra beurzen (met inbegrip van de overeenkomstige institutionele kosten) uit het IPA III. Deze extra beurzen worden aangeboden om gevolg te geven aan de externe beleidsprioriteiten van de EU betreffende het hoger onderwijs; daarbij worden de verschillende niveaus van economische en sociale ontwikkeling in de relevante partnerlanden in acht genomen. Beurzen worden toegekend aan de EMJM’s die geselecteerd zijn voor financiële steun op basis van de rangschikking in dalende volgorde, waarbij er rekening wordt gehouden met het beschikbare budget.

De gedetailleerde lijst van de met deze actie beoogde landen wordt bekendgemaakt op de volgende website: https://www.eacea.ec.europa.eu/scholarships/emjmd-catalogue_en

Berekening van de definitieve subsidie

De definitieve subsidie wordt berekend bij de eindrapportage, op basis van het aantal toegekende beurzen, het aantal ingeschreven studenten en het werkelijke aantal eenheidskosten dat is toegekend voor individuele behoeften, voor zover het totale bedrag de maximale subsidietoekenning niet overschrijdt. Projecten zullen de flexibiliteit krijgen om middelen over te dragen tussen beurzen (met uitzondering van extra beurzen voor specifieke regio’s in de wereld, indien van toepassing) en individuele behoeften, naargelang van de werkelijke behoeften en in overeenstemming met de subsidieovereenkomst. Overdrachten tussen rubrieken en tussen financieringsinstrumenten zijn niet toegelaten.

Nadere gegevens zijn opgenomen in de modelsubsidieovereenkomst die te vinden is op het Funding and Tender Opportunities Portal (FTOP).

Perceel 2: Erasmus Mundus-ontwerpmaatregelen

Erasmus Mundus-ontwerpmaatregelen moeten de capaciteit van universiteiten vergroten om hun curricula en onderwijspraktijken te moderniseren en te internationaliseren en middelen te bundelen en moeten de capaciteit van stelsels voor hoger onderwijs vergroten om gemeenschappelijke mechanismen te ontwikkelen voor kwaliteitsborging, accreditering en erkenning van graden en studiepunten. De steun is ook bedoeld om de door de Europese benadering van kwaliteitsborging van gezamenlijke programma’s geboden mogelijkheden te verkennen en te benutten. Dergelijke transnationale programma’s moeten, op basis van de hoge mate van het “gezamenlijke karakter”/de integratie van de deelnemende instellingen, bijdragen aan de integratie en internationalisering van de Europese ruimte voor hoger onderwijs.

Doelstelling van erasmus mundus-ontwerpmaatregelen

De belangrijkste doelstelling van de Erasmus Mundus-ontwerpmaatregelen is het aanmoedigen van de ontwikkeling van nieuwe, innovatieve, op hoog niveau geïntegreerde transnationale studieprogramma’s op masterniveau. Bij deze ontwerpmaatregelen moeten (a) Erasmus+-programmalanden, (b) instellingen en/of (c) themagebieden zijn betrokken die ondervertegenwoordigd zijn in Erasmus Mundus (zie de Erasmus Mundus-catalogus)[3].

Aan welke criteria moet zijn voldaan om erasmus mundus-ontwerpmaatregelen aan te vragen?

Om in aanmerking te komen voor een subsidie, moeten projectvoorstellen voor Erasmus Mundus-ontwerpmaatregelen aan de volgende criteria voldoen:

Wie kan een aanvraag indienen?

Elke instelling voor hoger onderwijs die in een programmaland of partnerland gevestigd is, kan een aanvraag indienen.

Duur van het project (en de activiteit, indien van toepassing)

15 maanden

Waar aanvragen?

Bij het Europees Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur.

Oproep-ID: ERASMUS-EDU-2021-EMJM-DESIGN

Wanneer aanvragen?

Subsidieaanvragen moeten uiterlijk op 26 mei om 17:00:00 uur (Belgische tijd) worden ingediend.

Aanvragende organisaties worden getoetst aan de relevante uitsluitings- en selectiecriteria. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

Een project opzetten

Met de EMJM wordt ernaar gestreefd de opzet van masterprogramma’s op hoog niveau[4] te ondersteunen, die gezamenlijk worden aangeboden door een internationaal consortium van IHO’s uit verschillende landen wereldwijd en, voor zover van toepassing, door andere onderwijspartners en/of partners uit andere sectoren die beschikken over specifieke vakkennis in en belang hebben bij de betrokken studie- en beroepsgebieden.

De begunstigde zal contacten leggen en samenwerkingsactiviteiten organiseren om een masterprogramma op te zetten volgens de definitie van een “geïntegreerd masterprogramma” (zie EMJM-onderdeel “Een project opzetten”). De gezamenlijk opgezette masteropleiding moet:

  • een volledig geïntegreerd curriculum aanbieden dat wordt verzorgd door een consortium van IHO’s (samengesteld uit ten minste drie IHO’s uit drie verschillende landen, waarvan er ten minste twee programmalanden moeten zijn);
  • erop gericht zijn de meest getalenteerde studenten wereldwijd te werven;
  • verplichte fysieke mobiliteit omvatten voor alle geworven studenten;
  • worden bekroond met een gezamenlijke graad (dat wil zeggen één enkel diploma dat wordt afgegeven namens ten minste twee IHO’s uit verschillende landen, waarvan er ten minste één een programmaland moet zijn) meervoudige graden (dat wil zeggen ten minste twee diploma’s die worden afgegeven door twee IHO’s uit verschillende landen, waarvan er tenminste één een programmaland moet zijn), of een combinatie van beide.

Tegen het einde van de financieringsperiode moeten in het kader van het project de volgende gezamenlijke mechanismen zijn opgezet:

  • gezamenlijke vereisten voor inschrijvingsverzoeken van studenten, selectie, monitoring, regels/procedures voor examinering en prestatiebeoordeling;
  • een gezamenlijke programmaopzet en geïntegreerde leer-/opleidingsactiviteiten;
  • gemeenschappelijke diensten die aan de studenten worden aangeboden (bv. taalcursussen, ondersteuning bij het verkrijgen van visa);
  • een gezamenlijke strategie voor promotie en bewustmaking;
  • gezamenlijk administratief en financieel beheer door het consortium;
  • een gezamenlijk diplomabeleid;
  • een gezamenlijke ontwerppartnerschapsovereenkomst waarbij ten minste drie IHO’s uit drie verschillende landen betrokken zijn, waarvan er ten minste twee programmalanden moeten zijn. Deze overeenkomst moet alle academische, operationele, administratieve en financiële aspecten behelzen die verband houden met de uitvoering van de masteropleiding;
  • een gezamenlijke ontwerpstudieovereenkomst.

De masteropleiding die wordt ontwikkeld moet voldoen aan de normen voor kwaliteitsborging van gezamenlijke programma’s in de Europese ruimte voor hoger onderwijs (EHEA)[5].

Het is aan te moedigen om op zijn minst een accrediterings-/evaluatieproces op te zetten voor het einde van het project en om de door de Europese benadering van kwaliteitsborging van gezamenlijke programma’s geboden mogelijkheden te verkennen (indien de nationale wetgeving dit toelaat).

Verwachte gevolgen

  • Europese en niet-Europese IHO’s mogelijkheden bieden om nieuwe partnerschappen te ontwikkelen;
  • de kwaliteit van programma’s op masterniveau en van regelingen inzake supervisie verbeteren en innovatie in die programma’s stimuleren;
  • de internationalisering en het concurrentievermogen van deelnemende organisaties vergroten;
  • de deelnemende organisatie(s) aantrekkelijker maken voor getalenteerde studenten;
  • bijdragen aan het internationaliseringsbeleid van universiteiten door het internationale bewustzijn te ontwikkelen via hun curricula en via de opzet van alomvattende internationaliseringsstrategieën (institutionele samenwerking en grensoverschrijdende mobiliteit van mensen).

TOEKENNINGSCRITERIA

Relevantie

(maximaal 40 punten)

  • Algemene en specifieke doelstellingen van het project en hun relevantie in verband met de Erasmus Mundus-ontwerpmaatregelen;
  • voorgestelde strategie met betrekking tot de opzet van een sterk geïntegreerd masterprogramma;
  • projectambitie in vergelijking met het aanbod van bestaande masterprogramma’s en bijdrage aan de aantrekkelijkheid van de Europese hogeronderwijsruimte;
  • bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe partnerschappen en potentieel om (a) programmalanden, (b) instellingen en/of (c) themagebieden te betrekken die ondervertegenwoordigd zijn in Erasmus Mundus.

Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering

(maximaal 20 punten)

  • Planning van de voorgestelde activiteiten om de doelstellingen te bereiken en verwachte resultaten.
  • Voorziene operationele middelen met betrekking tot de geplande activiteiten en resultaten.
  • Geplande stappen om een accrediterings-/evaluatieproces op te zetten voor de voorgestelde masteropleiding, waarbij indien mogelijk de door de Europese benadering van kwaliteitsborging van gezamenlijke programma’s geboden mogelijkheden worden benut.

Kwaliteit van het partnerschap en de samenwerkingsregelingen

(maximaal 20 punten)

  • Definitie van de rollen en verdeling van de taken in het projectteam.
  • Verwachte betrokkenheid van andere actoren uit het onderwijs en daarbuiten en hun bijdrage aan de opzet van het programma.
  • Rationale achter hun deelname, meerwaarde en complementariteit.

Gevolgen

(maximaal 20 punten)

  • Verwachte gevolgen van het nieuwe masterprogramma.
  • Geplande activiteiten voor de bevordering en verspreiding van het nieuwe masterprogramma en de projectresultaten.
  • Beoogde maatregelen voor de duurzaamheid van het nieuwe masterprogramma en identificatie van mogelijke financieringsbronnen.

De voorstellen moeten een minimumscore van 60 punten behalen om voor financiële steun in aanmerking te komen. Bij een ex aequo wordt voorrang gegeven aan de hoogste scores voor “Relevantie van het project” en vervolgens voor “Gevolgen”.

Wat zijn de financieringsregels?

De steun neemt de vorm aan van een forfaitaire financiële tegemoetkoming in de kosten die rechtstreeks verband houden met de activiteiten die nodig zijn om het nieuwe masterprogramma op te zetten, zoals vergaderingen en conferenties, studies/enquêtes, accrediterings-/evaluatieprocessen enz. De tegemoetkoming kan ook worden gebruikt om personeelskosten, reis- en verblijfskosten, administratieve kosten en uitbestede activiteiten te dekken, voor zover zij relevant zijn voor de uitvoering van de Erasmus Mundus-ontwerpmaatregelen.

Het vaste bedrag zal 55 000 EUR per project bedragen.

De parameters van de subsidie worden vastgesteld in de subsidieovereenkomst.

Voor de definitieve betaling van de subsidie zullen de begunstigden moeten aantonen dat de in hun aanvraag opgenomen activiteiten volledig en naar tevredenheid zijn uitgevoerd.

Nadere gegevens zijn opgenomen in de modelsubsidieovereenkomst die te vinden is op het Funding and Tender Opportunities Portal (FTOP).

  1. Niveau 7 van de internationale standaardclassificatie van het onderwijs ISCED 2011.

  2. https://www.eqar.eu/kb/joint-programmes/agreed-standards/

  3. https://eacea.ec.europa.eu/erasmus-plus/emjmd-catalogue_en

  4. Niveau 7 van de internationale standaardclassificatie van het onderwijs ISCED 2011.

  5. https://www.eqar.eu/kb/joint-programmes/agreed-standards/

.foot {font-size: 0.8em; margin-left: 2.5em; border-top: 1px solid black;} table, td, tr{border: 1px solid black; cellpadding="1"; cellspacing="1";} table{margin-bottom: 30px;}
Tagged in: