Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport

Deze webpagina geeft nog geen weergave van de inhoud van de programmagids van Erasmus+ 2022. Maar u kunt de volledige gids voor 2022 in de door u gekozen taal in pdf-formaat downloaden door te klikken op “Download” op de rechterkant van deze pagina.

Kleinschalige partnerschappen

Kleinschalige partnerschappen zijn ontworpen om de toegang tot het programma te verruimen naar moeilijk bereikbare kleinschalige actoren en individuen op het gebied van schoolonderwijs, volwasseneneducatie, beroepsonderwijs en -opleiding, jeugdzaken en sport. Met lagere subsidiebedragen voor organisaties, een kortere looptijd en eenvoudigere administratieve vereisten dan bij samenwerkingspartnerschappen is deze actie bedoeld om basisorganisaties, minder ervaren organisaties en nieuwkomers in het programma te bereiken en de belemmeringen voor de toegang tot het programma te beperken voor organisaties met een beperktere organisatorische capaciteit. Deze actie zal eveneens flexibele activiteitsvormen ondersteunen — waarbij activiteiten met een transnationaal en activiteiten met een nationaal karakter, zij het met een Europese dimensie, worden gecombineerd — waardoor organisaties over meer middelen kunnen beschikken om kansarmen te bereiken. Kleinschalige partnerschappen kunnen ook bijdragen aan de totstandbrenging en ontwikkeling van transnationale netwerken en het stimuleren van synergieën met en tussen lokale, regionale, nationale en internationale beleidsvormen.

Doelstellingen van de actie

  • Nieuwkomers, minder ervaren organisaties en kleinschalige actoren aantrekken en hun toegang tot het programma verruimen. Deze partnerschappen moeten organisaties op weg helpen naar samenwerking op Europees niveau.
  • De inclusie van kansarme doelgroepen ondersteunen
  • Actief Europees burgerschap ondersteunen en de Europese dimensie naar het lokale niveau brengen

Voorts gelden de hoofddoelstellingen van samenwerkingspartnerschappen ook voor kleinschalige partnerschappen, in verhouding tot de omvang en het volume van elk project:

  • de kwaliteit van het werk en de praktijken van betrokken organisaties en instellingen vergroten en ze openstellen voor nieuwe actoren die niet van nature binnen één sector vallen;
  • de capaciteit van organisaties te vergroten om transnationaal en sectoroverschrijdend te werken;
  • gemeenschappelijke behoeften en prioriteiten aanpakken op het gebied van onderwijs, opleiding, jeugd en sport;
  • transformatie en verandering mogelijk maken (op individueel, organisatie- of sectorniveau), om zo het pad te effenen voor verbeteringen, in verhouding tot de context van elke organisatie.

Subsidiabiliteitscriteria

Aan welke criteria moet worden voldaan om een kleinschalig partnerschap aan te vragen?

Kleinschalige partnerschappen moeten aan de volgende criteria voldoen om in aanmerking te komen voor een Erasmus+-subsidie:

SUBSIDIABILITEITSCRITERIA

Wie kan een aanvraag indienen?

Elke deelnemende organisatie die in een programmaland gevestigd is, kan een subsidie aanvragen. Deze organisatie dient de aanvraag in namens alle deelnemende organisaties die bij het project betrokken zijn.

Welke soorten organisaties komen in aanmerking voor deelname aan het project?

Elke publieke of particuliere organisatie[1] die gevestigd is in een programmaland (zie deel A van deze gids onder “begunstigde landen”) kan deelnemen aan een kleinschalig partnerschap.

Kleinschalige partnerschappen staan niet alleen open voor elke organisatie die actief is op het gebied van onderwijs, opleiding, jeugdzaken, sport of in andere sociaaleconomische sectoren, maar ook voor organisaties die op verschillende terreinen tegelijk actief zijn (zoals lokale, regionale en nationale overheden, centra voor erkenning en validering, kamers van koophandel, vakorganisaties, centra voor begeleiding, culturele en sportorganisaties).

Afhankelijk van de projectdoelstellingen en -prioriteit komt het erop aan de meest geschikte en uiteenlopende partners te betrekken bij kleinschalige partnerschappen met het doel de verschillende ervaringen, profielen en specifieke deskundigheid optimaal te benutten.

Aantal deelnemende organisaties en profiel daarvan

Een kleinschalig partnerschap heeft een transnationale opzet, wat betekent dat er minstens twee organisaties uit twee verschillende programmalanden bij betrokken zijn.

Er is geen maximumaantal voor de deelnemende organisaties in één partnerschap vastgesteld.

Alle deelnemende organisaties moeten worden geïdentificeerd op het ogenblik dat een subsidie wordt aangevraagd.

Behandelde prioriteiten

Om in aanmerking te komen voor financiering, moeten kleinschalige partnerschappen gericht zijn op

  • ten minste een horizontale prioriteit

en/of

 

  • ten minste één specifieke doelstelling die relevant is op het gebied van onderwijs, opleiding, jeugd en sport dat het sterkst wordt beïnvloed.

Voor projecten op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding, schoolonderwijs, volwasseneneducatie en jeugdzaken die decentraal worden beheerd door de nationale Erasmus+-agentschappen, kunnen nationale agentschappen binnen deze prioriteiten meer aandacht schenken aan prioriteiten die bijzonder relevant zijn in hun nationale context (de zogeheten “Europese prioriteiten in de nationale context”). De nationale agentschappen moeten potentiële aanvragers hier via hun officiële website naar behoren over informeren.

Locatie(s) van de activiteiten

Alle activiteiten van een kleinschalig partnerschap moeten plaatsvinden in de landen van de organisaties die aan het project deelnemen.

Bovendien kunnen activiteiten, indien naar behoren gemotiveerd in verband met de doelstellingen of de uitvoering van het project, ook worden gehouden in een plaats waar een instelling van de Europese Unie is gevestigd[2], zelfs als aan het project geen organisaties deelnemen uit het land waar die instelling is gevestigd.

Projectduur

Tussen 6 en 24 maanden.

De duur moet in de aanvraagfase worden gekozen op basis van de doelstellingen van het project en het soort geplande activiteiten.

Wanneer de begunstigde daarom verzoekt en voor zover het nationaal of het uitvoerend agentschap daarmee instemt, kan de duur van een kleinschalig partnerschap in uitzonderlijke gevallen worden verlengd. In dat geval blijft de totale subsidie ongewijzigd.

Waar aanvragen?

Voor kleinschalige partnerschappen op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding, schoolonderwijs, volwasseneneducatie en jeugd die worden ingediend door een organisatie op die gebieden:

  • Bij het nationaal agentschap in het land waar de verzoekende organisatie is gevestigd.

Voor kleinschalige partnerschappen op het gebied van sport:

  • Bij het in Brussel gevestigde Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur.

Oproep-ID: ERASMUS-SPORT-2021-SSCP

In beide gevallen kan één en hetzelfde consortium van partners per termijn slechts één aanvraag indienen, bij één agentschap[3].

Wanneer aanvragen?

Voor kleinschalige partnerschappen op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding, schoolonderwijs, volwasseneneducatie en jeugd die worden ingediend door een organisatie op die gebieden:

  • aanvragers moeten hun subsidieaanvraag uiterlijk indienen op
  • 20 mei om 12:00:00 uur ('s middags, Belgische tijd) voor projecten die van start gaan tussen 1 november van datzelfde jaar en 28 februari van het daaropvolgende jaar.
  • 3 november om 12:00:00 uur (’s middags, Belgische tijd) voor projecten die van start gaan tussen 1 februari en 31 mei van het daaropvolgende jaar.

Voor kleinschalige partnerschappen op het gebied van sport:

De aanvragers moeten hun subsidieaanvraag uiterlijk indienen op 20 mei 2021 om 17:00:00 uur.

Een project opzetten

Een project voor een kleinschalig partnerschap bestaat uit vier fasen, die al van start gaan voordat het projectvoorstel wordt geselecteerd voor financiering: planning, voorbereiding, uitvoering en follow-up. Deelnemende organisaties en deelnemers die betrokken zijn bij de activiteiten, moeten een actieve rol spelen in al deze fasen om zo hun leerervaring te verbeteren.

  • Planning (de behoeften, doelstellingen, project- en leerresultaten, activiteitsvormen vaststellen, het tijdsschema bepalen enz.);
  • voorbereiding (planning van de activiteiten, ontwikkeling van het werkprogramma, praktische regelingen, bevestiging van de doelgroep(en) van de beoogde activiteiten, opzetten van overeenkomsten met partners enz.);
  • uitvoering van de activiteiten;
  • follow-up (evaluatie van de activiteiten en hun effecten op verschillende niveaus, delen en gebruik van de projectresultaten).

Voor kleinschalige partnerschappen op het gebied van sport wordt aanbevolen om ten minste een lokale of regionale sportclub in de voorstellen op te nemen.

Horizontale aspecten die in aanmerking moeten worden genomen bij het opzetten van uw project:

Naast het naleven van de vormcriteria en het opzetten van een duurzame samenwerkingsregeling met alle projectpartners kunnen de volgende elementen bijdragen aan het vergroten van het effect en aan de kwaliteitsvolle uitvoering van samenwerkingspartnerschappen. Aanvragers worden aangemoedigd om deze mogelijkheden en dimensies in aanmerking te nemen bij het opzetten van projecten in het kader van een kleinschalig partnerschap.

Milieuduurzaamheid

Projecten moeten op een milieuvriendelijke manier zijn opgezet en moeten groene praktijken omvatten in al hun facetten. Organisaties en deelnemers moeten een milieuvriendelijke aanpak hanteren bij de opzet van het project, die alle betrokkenen ertoe zal aanmoedigen om milieukwesties te bespreken en er meer over te leren, en zo na te denken over wat er op de verschillende niveaus kan worden gedaan, en organisaties en deelnemers zal helpen om alternatieve, groenere manieren te bedenken om de projectactiviteiten uit te voeren.

Inclusie en diversiteit

Het Erasmus+-programma is bedoeld om gelijke kansen en toegang, inclusie en billijkheid te bevorderen in al zijn acties. Om deze beginselen in de praktijk te brengen, is een strategie inzake inclusie en diversiteit opgezet om deelnemers met meer diverse achtergronden beter te bereiken, in het bijzonder kansarme deelnemers die met belemmeringen kampen bij de deelname aan Europese projecten. Organisaties moeten toegankelijke, inclusieve projectactiviteiten ontwerpen, waarbij zij rekening moeten houden met de standpunten van kansarme deelnemers, die gedurende het hele proces bij de besluitvorming moeten worden betrokken.

Digitale dimensie

Virtuele samenwerking en experimenteren met leermogelijkheden voor virtueel en gecombineerd afstands- en contactonderwijs zijn van essentieel belang voor geslaagde kleinschalige partnerschappen. Vooral projecten op het gebied van schoolonderwijs en volwasseneneducatie worden er sterk toe aangemoedigd om het platform voor eTwinning, School Education Gateway en het EPALE-platform te gebruiken om samen te werken voor, tijdens en na de projectactiviteiten. Projecten op het gebied van jeugdzaken worden er sterk toe aangemoedigd om de Europese Jongerensite en het platform van de EU-strategie voor jongeren te gebruiken om samen te werken voor, tijdens en na de projectactiviteiten.

Toekenningscriteria

Relevantie van het project

(maximaal 30 punten)

De mate waarin:

  • het projectvoorstel relevant is voor de doelstellingen en prioriteiten van de actie. Daarnaast zal het voorstel als zeer relevant worden beschouwd indien:
    • tegemoetkomt aan de prioriteit “inclusie en diversiteit”;
    • In geval van projecten die decentraal worden beheerd door de nationale Erasmus+-agentschappen: het betrekking heeft op een of meer “Europese prioriteiten in de nationale context”, zoals aangekondigd door het nationaal agentschap;
  • het profiel, de ervaring en activiteiten van de deelnemende organisaties relevant zijn voor het toepassingsgebied;
  • het voorstel zorgt voor meerwaarde op EU-niveau door de capaciteit van organisaties om deel te nemen aan grensoverschrijdende samenwerking en netwerkvorming, te vergroten.

Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering (maximaal 30 punten)

De mate waarin:

  • de projectdoelstellingen duidelijk zijn afgebakend, realistisch van opzet zijn, en de behoeften en doelen aanpakken van de deelnemende organisaties, evenals de behoeften van hun doelgroepen;
  • de activiteiten op een toegankelijke en inclusieve manier zijn opgezet en openstaan voor kansarmen;
  • de voorgestelde methode duidelijk, passend en haalbaar is:
    • het werkplan van het project is duidelijk, volledig en doeltreffend en omvat passende fasen voor de voorbereiding, de uitvoering en het delen van de projectresultaten;
    • het project economisch verantwoord (kosteneffectief) is en geschikte middelen toewijst aan elke activiteit;
  • het project gebruikmaakt van digitale hulpmiddelen en leermethoden om zijn fysiekemobiliteitsactiviteiten aan te vullen en de samenwerking met partnerorganisaties te verbeteren.
    • Indien van toepassing: de mate waarin het project gebruikmaakt van Erasmus+-onlineplatforms (eTwinning, EPALE, het portaal voor schoolonderwijs, de Europese Jongerensite, het platform voor de EU-jeugdstrategie) als instrumenten voor de voorbereiding, uitvoering en follow-up van de projectactiviteiten.
  • Het project is op een milieuvriendelijke manier opgezet en omvat groene praktijken in verschillende projectfasen.

Kwaliteit van de partnerschaps- en samenwerkingsregelingen (maximaal 20 punten)

De mate waarin:

  • het project op passende wijze is samengesteld uit deelnemende organisaties wat betreft hun profiel;
  • bij het project ook nieuwe deelnemers aan de actie en minder ervaren organisaties betrokken zijn;
  • de voorgestelde taakverdeling een afspiegeling is van de inzet en actieve bijdrage van alle deelnemende organisaties;
  • het voorstel doeltreffende mechanismen bevat voor coördinatie en communicatie tussen de deelnemende organisaties.

Gevolgen

(maximaal 20 punten)

De mate waarin:

  • het projectvoorstel concrete en logische stappen bevat om de projectresultaten in de reguliere werkzaamheden van deelnemende organisaties te integreren;
  • het project een positief effect kan hebben op zijn deelnemers en deelnemende organisaties en op de ruimere gemeenschap;
  • het projectvoorstel een passende manier omvat om de projectresultaten te evalueren;
  • het projectvoorstel concrete en logische stappen bevat om de projectresultaten bekend te maken bij de deelnemende organisaties, de resultaten te delen met andere organisaties en met het publiek, en de financiering van de Europese Unie publiekelijk te erkennen.

De voorstellen moeten een minimumscore van 60 punten behalen om voor financiële steun in aanmerking te komen. Bovendien moeten de voorstellen een score behalen van minstens de helft van het maximumaantal punten in elke categorie van de hierboven vermelde toekenningscriteria (dat wil zeggen ten minste 15 punten voor de categorieën “Relevantie van het project” en “Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering”; 10 punten voor de categorieën “Kwaliteit van het projectteam en de samenwerkingsregelingen” en “Gevolgen”).

Voor door het uitvoerend agentschap beheerde kleinschalige partnerschappen wordt bij een ex aequo voorrang gegeven aan de hoogste scores voor “Relevantie van het project” en vervolgens voor “Gevolgen”.

Wat zijn de financieringsregels?

Het voorgestelde financieringsmodel bestaat uit een menu van twee mogelijke vaste bedragen, die overeenkomen met het totale subsidiebedrag voor het project. Aanvragers zullen een keuze kunnen maken tussen de twee vooraf bepaalde bedragen naargelang van de activiteiten die ze willen ondernemen en de resultaten die ze daarbij nastreven:

Afzonderlijke vaste bedragen:

30 000 EUR

60 000 EUR

Vereisten

Aangezien kleinschalige partnerschappen een instrument zijn om nieuwkomers en minder ervaren organisaties te betrekken bij en toegang te bieden tot het programma, is de mate van informatie die vereist is om een subsidie aan te vragen in het kader van deze actie eenvoudig, maar voldoende om de naleving van de regels van het Financieel Reglement van de EU te waarborgen. De projectbeschrijving omvat daartoe:

  • Doelstellingen
  • Voorgestelde activiteiten
  • Verwachte resultaten

De doelstellingen, activiteiten en beoogde resultaten moeten duidelijk met elkaar verband houden en op samenhangende wijze worden voorgesteld. Aanvragen moeten ook een algemeen tijdschema voor het project bevatten, met de verwachte datum waarop de belangrijkste mijlpalen moeten worden bereikt.

Aanvragers moeten voldoende informatie verschaffen over het begrotingsplan opdat de evaluatoren de gepastheid van elke activiteit kunnen beoordelen, alsook de samenhang van elke activiteit met de overige activiteiten.

In het projectbudget moeten de geplande projectactiviteiten worden vermeld, met het aandeel van de subsidie dat aan elke activiteit is toegewezen.

 

Betaling van de subsidie

De voorwaarde voor de volledige betaling van de subsidie is de voltooiing van alle activiteiten overeenkomstig de in de aanvraag beschreven kwaliteitscriteria. Indien een of meer activiteiten niet of slechts gedeeltelijk zijn voltooid of ontoereikend zijn bevonden in de kwaliteitsbeoordeling, kunnen overeenkomstige verminderingen van het subsidiebedrag worden toegepast.

  1. Voor deze actie worden informele groepen jongeren niet als organisatie beschouwd en zij komen dus niet in aanmerking voor deelname (noch als aanvrager, noch als partner).

  2. De zetels van de instellingen van de Europese Unie bevinden zich in Brussel, Frankfurt, Luxemburg, Straatsburg en Den Haag.

  3. Dit omvat zowel de nationale Erasmus+-agentschappen als het in Brussel gevestigde Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA).