Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport

Deze webpagina geeft nog geen weergave van de inhoud van de programmagids van Erasmus+ 2022. Maar u kunt de volledige gids voor 2022 in de door u gekozen taal in pdf-formaat downloaden door te klikken op “Download” op de rechterkant van deze pagina.

Partnerschappen voor samenwerking

Wat zijn partnerschappen voor samenwerking?

Deze actie biedt deelnemende organisaties niet alleen de gelegenheid om ervaring op te doen in internationale samenwerking en hun capaciteiten te versterken, maar ook om innovatieve resultaten van hoge kwaliteit te leveren. Naargelang van de projectdoelstellingen, de deelnemende organisaties, de verwachte effecten en andere factoren kunnen partnerschappen voor samenwerking variëren in omvang en werkingssfeer, waarbij de activiteiten dienovereenkomstig worden aangepast. De kwaliteitsbeoordeling van deze projecten staat in verhouding tot de doelstellingen van de samenwerking en het soort betrokken organisaties.

Vanuit die redenering worden twee soorten partnerschappen aangeboden aan organisaties, om hen samen te laten werken, leren en groeien:

  • samenwerkingspartnerschappen
  • kleinschalige partnerschappen

Deze twee soorten partnerschappen worden nader toegelicht in het volgende hoofdstuk. De informatie in de twee hoofdstukken zal u helpen om het soort partnerschap te kiezen dat het beste aansluit bij het profiel en de structuur van uw organisatie en uw projectideeën.

Welke activiteiten worden gewoonlijk verricht door partnerschappen voor samenwerking?

Gedurende de looptijd van een project kunnen de organisaties een breed scala aan activiteiten ontplooien. Organisaties hebben de flexibiliteit om uit dit brede scala van traditionele activiteiten tot meer creatieve en innovatieve activiteiten de beste combinatie te kiezen die bijdraagt aan de verwezenlijking van de projectdoelstellingen, rekening houdend met de werkingssfeer en in verhouding tot de capaciteit van het partnerschap. Bijvoorbeeld:

  • Projectbeheer: activiteiten die noodzakelijk zijn om een adequate planning, uitvoering en follow-up van de projecten en een vlotte en efficiënte samenwerking tussen de projectpartners te verzekeren. In deze fase omvatten activiteiten gewoonlijk organisatorische en administratieve taken, virtuele bijeenkomsten van partners, het voorbereiden van communicatiematerialen, en het voorbereiden en volgen van deelnemers die aan activiteiten deelnemen enzovoort.
  • Uitvoeringsactiviteiten: het kan gaan om netwerkevenementen, bijeenkomsten, werkvergaderingen om praktijken uit te wisselen en om resultaten te ontwikkelen. Aan deze activiteiten kunnen ook personeel en lerenden deelnemen (voor zover hun deelname bijdraagt aan de verwezenlijking van de projectdoelstellingen).
  • Deel- en promotieactiviteiten: het organiseren van conferenties, sessies, evenementen die erop gericht zijn de resultaten van het project te delen, te verklaren en te promoten, of het nu gaat om tastbare resultaten, conclusies, goede praktijken of andere resultaten.

Bijdrage van deze actie aan de verwezenlijking van beleidsprioriteiten

De Europese Commissie stelt elk jaar gemeenschappelijke prioriteiten en doelstellingen vast die op het niveau van het Erasmus+-programma moeten worden nagestreefd op de verschillende gebieden van onderwijs, opleiding, jeugd en sport. Partnerschappen voor samenwerking zijn er daarom niet alleen op gericht de capaciteit van de bij het project betrokken organisaties te ontwikkelen, maar moeten met hun resultaten ook bijdragen aan het verwezenlijken van de prioriteiten.

Van de projecten wordt daarom gevraagd dat de werkzaamheden in het kader van het project verband houden met een of meerdere van deze prioriteiten, die in de aanvraagfase moeten worden gekozen. Voorts is het raadzaam om bij het formuleren van projectvoorstellen de resultaten van eerder gefinancierde projecten rond soortgelijke prioriteiten te raadplegen om de samenhang te verzekeren en overlapping te voorkomen, en om te blijven voortbouwen op bestaande resultaten en bij te dragen aan de gezamenlijke ontwikkeling van de diverse gebieden. Nuttige informatie over de gefinancierde projecten is te vinden op het platform voor Erasmus+-projectresultaten: https://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/projects_en

Om de Europese prioriteiten beter te koppelen aan de specifieke behoeften op het nationale niveau, kunnen nationale Erasmus+-agentschappen voorts een of meer van deze Europese prioriteiten aanmerken als bijzonder relevant in hun nationale context, om organisaties ertoe aan te moedigen hun bijdragen op die specifieke gebieden toe te spitsen voor een bepaald jaar.

In 2021 moeten partnerschappen voor samenwerking een of meerdere van de volgende prioritaire gebieden bestrijken:

Prioriteiten voor alle Erasmus+-sectoren

  • Inclusie en diversiteit op alle gebieden van onderwijs, opleiding, jeugd en sport: met het programma worden projecten ondersteund die de sociale inclusie bevorderen en erop gericht zijn kansarmen beter te bereiken, waaronder mensen met een handicap en mensen met een migrantenachtergrond en mensen in landelijke en afgelegen gebieden, mensen die kampen met sociaaleconomische problemen of andere mogelijke vormen van discriminatie op basis van geslacht, ras of etnische oorsprong, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid. Deze projecten zullen de belemmeringen waarmee deze groepen worden geconfronteerd, helpen aanpakken en bijdragen aan een inclusieve omgeving die billijkheid en gelijkheid bevordert en beantwoordt aan de behoeften van de ruimere gemeenschap.
  • Milieu en de strijd tegen klimaatverandering: met het programma wordt beoogd in alle sectoren activiteiten te ondersteunen die mensen meer bewustmaken van de uitdagingen op het gebied van milieu en klimaatverandering. Voorrang zal worden gegeven aan projecten die gericht zijn op het ontwikkelen van competenties in verschillende sectoren waar duurzaamheid een rol speelt, en het ontwikkelen van groene sectorspecifieke strategieën en methoden, alsook toekomstgerichte curricula die beter voldoen aan de behoeften van individuen. Het programma ondersteunt ook het testen van innovatieve praktijken om lerenden, personeel en jeugdwerkers voor te bereiden om zelf echt een verschil te kunnen maken (bv. grondstoffen besparen, energieverbruik en afval verminderen, CO2-uitstoot compenseren, kiezen voor duurzaam voedsel en vervoer enz.). Voorrang zal ook worden gegeven aan projecten die — door middel van onderwijs-, opleidings-, jeugd- en sportactiviteiten — gedragsveranderingen mogelijk maken op het gebied van individuele voorkeuren, consumptiegewoonten en levensstijl; de duurzaamheidscompetenties van vormingswerkers en onderwijsleiders ontwikkelen en de geplande benaderingen van de deelnemende organisaties tot milieuduurzaamheid ondersteunen.
  • De digitale transformatie aanpakken door digitale paraatheid, veerkracht en capaciteit te ontwikkelen: het programma zal plannen voor digitale transformatie in instellingen voor basisonderwijs, secundair onderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding, hoger onderwijs en volwasseneneducatie ondersteunen. Daarbij zal prioriteit worden verleend aan projecten die de capaciteit en de paraatheid van instellingen moet vergroten om een doeltreffende verschuiving naar digitaal onderwijs te bewerkstelligen. Het programma zal het doelmatige gebruik van digitale technologieën in onderwijs, opleiding, jeugdwerk en sport ondersteunen voor het onderwijzen, het leren, het beoordelen en het aangaan van een dialoog. Dit omvat de ontwikkeling van een digitale pedagogie en deskundigheid inzake het gebruik van digitale hulpmiddelen door leerkrachten, met inbegrip van toegankelijke en ondersteunende technologieën en het ontwerp en innovatieve gebruik van digitale onderwijsinhoud. Het omvat tevens de ontwikkeling van de digitale vaardigheden en competenties van de gehele bevolking via passende programma’s en initiatieven. Bijzondere aandacht zal worden besteed aan het stimuleren van gendergelijkheid en het aanpakken van verschillen met betrekking tot de toegang ertoe en het gebruik ervan door ondervertegenwoordigde groepen. Het programma zal ook het gebruik van de Europese kaders inzake de digitale competenties van vormingswerkers, burgers en organisaties verder ondersteunen.
  • Gemeenschappelijke waarden, burgerzin en burgerparticipatie: het programma is gericht op ondersteuning van actief burgerschap en ethiek binnen levenslang leren; het bevordert de ontwikkeling van sociale en interculturele competenties, kritisch denken en mediageletterdheid. Voorrang zal ook worden gegeven aan projecten die mensen mogelijkheden bieden om deel te nemen aan de democratie en maatschappelijke betrokkenheid en burgerzin te tonen door middel van formele of niet-formele leeractiviteiten. De focus zal ook liggen op mensen meer bewustmaken van en meer kennis bieden over de context van de Europese Unie, met name wat betreft de gemeenschappelijke EU-waarden, de beginselen van eenheid en diversiteit, en hun culturele bewustzijn en maatschappelijke en historische erfgoed.

Naast bovengenoemde prioriteiten zullen de volgende specifieke prioriteiten worden nagestreefd in de respectieve sectoren.

Sectorspecifieke prioriteiten

Op het gebied van hoger onderwijs:

Er zal voorrang worden gegeven aan acties die essentieel zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese onderwijsruimte. Het is de bedoeling om de sector hoger onderwijs te ondersteunen om nog meer onderling verbonden, innovatief, inclusief en digitaal te worden. Daartoe zal het programma worden gebruikt om een veel diepere, interdisciplinaire samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs en de bijbehorende innovatie-ecosystemen aan te moedigen en de koppelingen tussen onderwijs, onderzoek en innovatie te versterken. De nadruk zal in het bijzonder liggen op het versterken van inclusie, mobiliteit, digitalisering, een leven lang leren, kwaliteitsborging en automatische erkenning. De onderliggende doelstelling bestaat erin de transformatie van het hoger onderwijs in heel Europa te versnellen, teneinde toekomstige generaties op te leiden voor de cocreatie van kennis voor een veerkrachtige, inclusieve en duurzame samenleving.

  • Onderling verbonden hogeronderwijsstelsels bevorderen: Met het programma wordt beoogd de strategische en gestructureerde samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs te versterken door middel van: a) steun voor het ontwikkelen en testen van diverse soorten samenwerkingsmodellen, waaronder virtuele samenwerking en gemengde samenwerking, en het gebruik van verschillende digitale hulpmiddelen en onlineplatforms; b) het verbeteren van de mobiliteit door werk te maken van de automatische wederzijdse erkenning van kwalificaties en leerresultaten, en door mobiliteit te integreren in de curricula; c) steun voor instellingen voor hoger onderwijs om de beginselen en hulpmiddelen van Bologna toe te passen om de mobiliteit voor iedereen te verbeteren.
  • Innovatieve leer- en lespraktijken stimuleren: om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken via steun voor: a) de ontwikkeling van op leerresultaten en op studenten gerichte curricula die beter voldoen aan de leerbehoeften van studenten en de discrepanties tussen de vraag naar en het aanbod van vaardigheden beperken, terwijl ze ook relevant zijn voor de arbeidsmarkt en voor de bredere samenleving; b) de ontwikkeling, het testen en de toepassing van flexibele leertrajecten en modulaire cursussen (deeltijd, online of gemengd) en geschikte beoordelingsvormen, met inbegrip van de ontwikkeling van onlinebeoordelingen; c) het bevorderen van de dimensie van een leven lang leren in het hoger onderwijs, onder meer door het gebruik, de validering en de erkenning van korte cursussen die tot microcredentials leiden; d) het uitvoeren van transdisciplinaire benaderingen en innovatieve onderwijsmethoden, zoals omgekeerd leren, samen internationaal leren online en onderzoeksgebaseerd leren; e) het mainstreamen van duurzame ontwikkeling in alle curricula voor studenten in alle vakgebieden en op alle niveaus.
  • STEM/STEAM ontwikkelen in het hoger onderwijs, en met name de participatie van vrouwen in STEM:  Met deze prioriteit wordt steun verleend voor de ontwikkeling en uitvoering van geschikte curricula voor STEM in het hoger onderwijs, die een STEM-benadering volgen; het bevorderen van de participatie van vrouwen in STEM-studiegebieden en in het bijzonder in techniek, ICT en geavanceerde digitale vaardigheden; de ontwikkeling van begeleidings- en mentoringprogramma’s voor studenten, in het bijzonder meisjes en vrouwen, om voor STEM- en ICT-studiegebieden en -beroepen te kiezen; het stimuleren van genderbewuste onderwijs- en opleidingspraktijken in het STEM-onderwijs; het wegnemen van genderstereotiepen in STEM.
  • Excellentie in leren, lesgeven en ontwikkeling van vaardigheden belonen: door a) strategieën en een kwaliteitscultuur te ontwikkelen en uit te voeren om excellentie in het onderwijs, ook online en aan kansarme lerenden, te belonen en te stimuleren; b) wetenschappers te trainen in nieuwe en innovatieve onderwijsmethoden, met inbegrip van transdisciplinaire benaderingen, nieuwe curriculumontwerpen, uitvoerings- en beoordelingsmethoden die waar mogelijk onderwijs koppelen aan onderzoek en innovatie; c) een op ondernemerschap gerichte, open en innovatieve hogeronderwijssector te stimuleren via bevordering van leer- en onderwijssamenwerkingen met commerciële en niet-commerciële organisaties in de private sector; e) nieuwe praktijken op het gebied van pedagogische engineering te ontwikkelen op basis van pedagogisch onderzoek en creativiteit.
  • Stelsels voor inclusief hoger onderwijs opbouwen: In het kader van het programma zullen inclusieve benaderingen voor de mobiliteits- en samenwerkingsactiviteiten worden gestimuleerd, zoals a) hogere toegangs-, deelname- en voltooiingspercentages onder kansarme doelgroepen; b) actieve ondersteuning voor binnenkomende mobiele deelnemers bij het vinden van accommodatie, onder meer door middel van samenwerking met de relevante belanghebbenden voor het leveren van geschikte en betaalbare huisvesting; c) ondersteuning van de ontwikkeling van flexibele loopbaantrajecten tussen onderwijs en onderzoek; d) het stimuleren van het genderevenwicht in instellingen voor hoger onderwijs, in alle studiegebieden en in leidinggevende functies; e) het stimuleren van burgerzin door informeel leren en buitenschoolse activiteiten te bevorderen en vrijwilligers- en gemeenschapswerk in academische resultaten te erkennen.
  • De digitale capaciteit van de sector voor hoger onderwijs ondersteunen: door a) acties die de uitvoering mogelijk maken van het Europese studentenkaart-initiatief door middel van een veilige elektronische overdracht van studentengegevens tussen instellingen voor hoger onderwijs, met volledige eerbiediging van de bescherming van persoonsgegevens en waar mogelijk gekoppeld aan de nieuwe Europass; b) de ontwikkeling van digitale vaardigheden en competenties bij studenten en personeel.

Op het gebied van schoolonderwijs zal voorrang worden gegeven aan:

  • Het aanpakken van leerachterstand, voortijdig schoolverlaten en beperkte basisvaardigheden: Deze prioriteit moet het voor alle lerenden mogelijk maken om te slagen, in het bijzonder voor kansarme lerenden. Deze prioriteit omvat monitoring, het snel identificeren van leerlingen die risico lopen, een preventieve aanpak waarbij snel wordt ingegrepen voor lerenden met problemen, de bevordering van sterker op de lerende gerichte benaderingen, de bevordering van het welzijn en de geestelijke gezondheid van lerenden en leerkrachten, en bescherming tegen pesten op school. Op het niveau van de scholen worden met deze prioriteiten holistische benaderingen tot lesgeven en leren ondersteund, alsook samenwerking tussen alle actoren in scholen en met gezinnen en andere externe belanghebbenden. Tot slot ligt de nadruk op het strategische niveau op het vlotter maken van de overgang tussen de verschillende onderwijsfasen, het verbeteren van de evaluatie en het ontwikkelen van sterke systemen voor kwaliteitsborging.
  • Leerkrachten, schoolleiders en andere onderwijzende beroepen ondersteunen: In het kader van deze prioriteit worden beroepsbeoefenaars in onderwijzende beroepen (waaronder opleiders van leerkrachten) ondersteund in alle fasen van hun loopbaan. Projecten binnen deze prioriteit kunnen zowel gericht zijn op het verbeteren van de initiële opleiding van leerkrachten als op hun voortdurende professionele ontwikkeling, in het bijzonder door het beleidskader en de concrete mogelijkheden voor de mobiliteit van leerkrachten te verbeteren. Een tweede aandachtsgebied binnen deze prioriteit is het aantrekkelijker en diverser maken van onderwijzende loopbanen en het versterken van de selectie, de aanwerving en de evaluatie voor onderwijzende beroepen. Tot slot kunnen projecten ook directe ondersteuning bieden voor de ontwikkeling van sterker schoolleiderschap en innovatieve onderwijs- en beoordelingsmethoden.
  • Ontwikkeling van sleutelcompetenties: In projecten in het kader van deze prioriteit ligt de nadruk op het bevorderen van samenwerking over de curricula heen, door innovatieve leerbenaderingen te gebruiken, creativiteit te ontwikkelen, leerkrachten te ondersteunen om op competenties gebaseerd onderwijs te verstrekken en de beoordeling en validering van sleutelcompetenties te ontwikkelen.
  • Een integrale benadering van taalonderwijs en -verwerving bevorderen: Deze prioriteit omvat projecten waarin gewerkt wordt rond het ondersteunen van de integratie van taal in de verschillende dimensies van de curricula en het waarborgen dat lerenden de nodige taalcompetenties verwerven tegen het einde van het verplichte onderwijs. Het mainstreamen van het gebruik van nieuwe technologieën voor het leren van talen maakt ook deel uit van de inspanningen in het kader van deze prioriteit. Tot slot wordt met deze prioriteit ondersteuning geboden aan projecten die kunnen helpen om taalbewuste scholen te creëren en die voortbouwen op de toenemende linguïstische diversiteit in scholen, bijvoorbeeld door vroege taalverwerving en -bewustzijn te stimuleren en tweetalige onderwijsopties te ontwikkelen (vooral voor grensregio’s en gebieden waar de inwoners meer dan één taal gebruiken).
  • De interesse in en excellentie op het gebied van wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM) bevorderen en de STEAM-benadering: In het kader van deze prioriteit worden projecten ondersteund die de STEM-benadering van onderwijs bevorderen door middel van interdisciplinair onderwijs in culturele, milieu-, economische, ontwerp- en andere contexten. Deze prioriteit omvat de ontwikkeling en bevordering van doeltreffende en innovatieve leer- en beoordelingsmethoden. Het ontwikkelen van partnerschappen tussen scholen, bedrijven, instellingen voor hoger onderwijs, onderzoeksinstellingen en de bredere samenleving is bijzonder waardevol in deze context. Op strategisch niveau moet deze prioriteit de ontwikkeling van nationale STEM-strategieën bevorderen.
  • Voor- en vroegschoolse educatie en opvang van hoge kwaliteit ontwikkelen: Deze prioriteit is gericht op het bevorderen van de uitvoering van het EU-kwaliteitskader voor onderwijs- en opvangstelsels van hoge kwaliteit voor jonge kinderen. Het omvat projecten waarmee ondersteuning wordt geboden voor initiële en postinitiële professionele ontwikkeling van medewerkers die betrokken zijn bij het organiseren, leiden en verstrekken van onderwijs en opvang voor jonge kinderen. Daarnaast wordt in het kader van deze prioriteiten ook ondersteuning geboden om strategieën en praktijken te creëren, te testen of uit te voeren om de deelname van alle kinderen in onderwijs en opvang voor jonge kinderen te stimuleren, waaronder kansarme kinderen.
  • Erkenning van de leerresultaten voor deelnemers aan grensoverschrijdende leermobiliteit: Deze prioriteit moet helpen om de aanbeveling van de Raad betreffende automatische wederzijdse erkenning in de praktijk te brengen. Met deze prioriteit worden grensoverschrijdende klassenuitwisselingen als onderdeel van schoolprogramma’s, de opbouw van de capaciteit van scholen om leerperioden in het buitenland te organiseren voor hun leerlingen en de totstandbrenging van langdurige partnerschappen tussen scholen in verschillende landen ondersteund. Op het strategische niveau is deze prioriteit erop gericht de schoolautoriteiten op alle niveaus nauwer te betrekken bij de inspanningen om de erkenning te verzekeren en ondersteunt zij de ontwikkeling en het delen van hulpmiddelen en praktijken voor het voorbereiden, monitoren en erkennen van perioden in het buitenland.

Op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding (zowel initieel als postinitieel) zal voorrang worden gegeven aan:

  • Het aanpassen van beroepsonderwijs en -opleiding aan de behoeften van de arbeidsmarkt: Dit omvat het ondersteunen van de ontwikkeling van programma’s voor beroepsonderwijs en -opleiding die een evenwichtige mix van beroepsvaardigheden aanbieden en kansen voor werkplekleren creëren die goed zijn afgestemd op alle economische cycli, evoluerende banen en werkmethoden en sleutelcompetenties. Deze prioriteit stimuleert ook de ontwikkeling van curricula, aangeboden programma’s en kwalificaties voor beroepsonderwijs en -opleiding, die regelmatig worden bijgewerkt op basis van inzichten over vaardigheden. De projecten zullen erop gericht zijn aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding te ondersteunen bij het aanpassen van hun aanbod aan de veranderende behoeften aan vaardigheden, de groene en de digitale transitie en de economische cycli.
  • Het vergroten van de flexibiliteit van kansen op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding: Met deze prioriteit worden initiatieven ondersteund die flexibele, op de lerende gerichte programma’s voor beroepsonderwijs en -opleiding ontwikkelen en bijdragen aan het dichten van de bestaande kloven in de toegang tot opleidingen voor volwassenen in de arbeidsgeschikte leeftijd om goed om te gaan met transities op de arbeidsmarkt. Projecten in het kader van deze prioriteit dragen ook bij aan de ontwikkeling van programma’s voor voortgezet beroepsonderwijs die aan de arbeidsmarkt kunnen worden aangepast, en van programma’s die de overdracht, erkenning en verzameling vergemakkelijken van leerresultaten die tot nationale kwalificaties leiden.
  • Het bijdragen aan innovatie in beroepsonderwijs en -opleidingen: In het kader van deze prioriteit worden projecten ondersteund die er hoofdzakelijk op zijn gericht de manier waarop beroepsonderwijs en -opleiding wordt uitgevoerd te veranderen, om beroepsonderwijs en -opleiding relevanter te maken voor de huidige en toekomstige behoeften van de economie en de samenleving. Deze veranderingen kunnen organisatorisch van aard zijn (planning, financiering, personeelsbeheer, monitoring en communicatie). Zij kunnen ook betrekking hebben op onderwijs- en leerprocessen, via de ontwikkeling en uitvoering van nieuwe, meer relevante onderwijs- en leerbenaderingen. Deze veranderingen kunnen verband houden met het ecosysteem van aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding en met de manier waarop zij samenwerken met partners, bijvoorbeeld via de verspreiding van technologie en toegepast onderzoek, pleitbezorging, netwerkvorming en internationaliseringsactiviteiten. Zij kunnen ook gericht zijn op de ontwikkeling en het aanbieden van producten en diensten op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding (bv. de ontwikkeling van vaardigheden, toegepast onderzoek en adviesdiensten) aan externe actoren, zoals studenten, bedrijven en overheden.
  • Het aantrekkelijker maken van beroepsonderwijs en -opleiding: Er zal voorrang worden gegeven aan projecten die beroepsonderwijs en ‑opleiding op verschillende niveaus aantrekkelijker helpen maken. Voorbeelden van dergelijke projecten zijn projecten waarbij wordt gewerkt aan een betere doorstroming tussen diverse onderwijsniveaus, projecten die open en participatieve leeromgevingen stimuleren, projecten die de beroepsontwikkeling van leerkrachten en opleiders in beroepsonderwijs en -opleiding ondersteunen of projecten die de erkenning van leerresultaten en het gebruik van Europass en andere digitale diensten vergemakkelijken. In het kader van deze prioriteit wordt ook steun verleend aan projecten die langdurige partnerschappen tot stand brengen om internationale, nationale, regionale en sectorale vaardigheidswedstrijden op te zetten of verder te ontwikkelen. Het effect van deze activiteiten kan worden geoptimaliseerd door nauw samen te werken met ondernemingen, aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding, kamers van koophandel en andere relevante belanghebbenden in de verschillende fasen van de projectcyclus.
  • Het verbeteren van de kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding: Deze prioriteit is gericht op het meten en verbeteren van de kwaliteit van beroepsonderwijs en -opleiding door nationale systemen voor kwaliteitsborging te ontwikkelen, voor zowel initieel als voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding, in alle leeromgevingen en leervormen, aangeboden door zowel publieke als particuliere aanbieders. Dit omvat meer in het bijzonder het opzetten en testen van volgsystemen voor afgestudeerden overeenkomstig de aanbeveling van de Raad over het volgen van afgestudeerden en de aanbeveling over het Europees referentiekader voor kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en -opleiding (EQAVET)[1] en het verkennen van Europese professionele kernprofielen en microcredentials.
  • Het opzetten en uitvoeren van internationaliseringsstrategieën voor aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding: Deze prioriteit is gericht op het instellen van steunmechanismen en contractuele kaders om hoogwaardige mobiliteit van personeel en lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding te bevorderen. Bijzonder belangrijke aspecten zijn de automatische wederzijdse erkenning van kwalificaties en leerresultaten en de ontwikkeling van ondersteuningsdiensten voor studenten voor leermobiliteit. Die diensten kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op het informeren, motiveren, voorbereiden en faciliteren van de sociale integratie van de lerenden in het gastland en tegelijkertijd het verbeteren van hun interculturele bewustzijn en actief burgerschap.

Op het gebied van volwasseneneducatie zal voorrang worden gegeven aan:

  • Het verbeteren van de beschikbaarheid van hoogwaardige leermogelijkheden voor volwassenen: In het kader van deze prioriteit wordt steun geboden voor het opzetten en ontwikkelen van mogelijkheden voor flexibel leren die zijn aangepast aan de leerbehoeften van volwassenen, bijvoorbeeld door mogelijkheden te ontwikkelen voor digitaal en gecombineerd afstands- en contactonderwijs leren. Voorts wordt prioriteit verleend aan projecten waarin gewerkt wordt rond de validering van vaardigheden die zijn verworven via informeel en niet-formeel leren.
  • Het creëren van bijscholingstrajecten, het verbeteren van de toegankelijkheid en het verhogen van het gebruik van volwasseneneducatie: Deze prioriteit is erop gericht mogelijkheden voor volwasseneneducatie te bevorderen, in het bijzonder voor volwassenen met een laag niveau van vaardigheden, kennis en competenties. Door nieuwe bijscholingstrajecten op te zetten, moeten lerende volwassenen de mogelijkheid krijgen om hun sleutelcompetenties te verbeteren en naar hogere kwalificaties toe te werken. Verder wordt binnen deze prioriteit gewerkt aan het ontwikkelen van richtsnoeren als een service om ervoor te zorgen dat volwassenen toegang hebben tot relevant leeraanbod gedurende het hele leven, aan het beter in kaart brengen en toetsen van vaardigheden, het ontwerpen van een leeraanbod op maat en het ontwikkelen van doeltreffende strategieën voor voorlichting, begeleiding en motivatie.
  • Het verbeteren van de competenties van vormingswerkers en ander personeel in volwasseneneducatie: Er wordt met name prioriteit verleend aan projecten om personeelscompetenties te ontwikkelen die tot algemene verbeteringen leiden in het aanbod, het bereik en de doeltreffendheid van volwasseneneducatie. Dit omvat beoordelingen van eerdere kennis en vaardigheden van lerende volwassenen, betere en innovatievere leermethoden en het versterken van de ondersteunende rol van het personeel in de volwasseneneducatie bij het motiveren, begeleiden en adviseren van lerenden in uitdagende leersituaties.
  • Het verbeteren van de kwaliteitsborging in volwasseneneducatie: Met deze prioriteit wordt de ontwikkeling ondersteund van betere kwaliteitsborgingssystemen voor het beleid en het aanbod van volwasseneneducatie. Dit omvat met name de ontwikkeling en overdracht van monitoringmethoden om de doeltreffendheid van het aanbod van volwasseneneducatie te meten en de vooruitgang van lerende volwassenen te volgen.
  • Het ontwikkelen van toekomstgerichte leercentra: Deze prioriteit is erop gericht lokale leeromgevingen te ondersteunen, sociale inclusie, maatschappelijke betrokkenheid en democratie te bevorderen en iedereen in de gemeenschap mogelijkheden te bieden voor levenslang en levensbreed leren, ook door gebruik te maken van digitale technologieën. Projecten zouden bijvoorbeeld kunnen worden gebruikt om plaatselijke leercentra, bibliotheken, het maatschappelijk middenveld en de bredere gemeenschap (ngo’s, plaatselijke overheden, gezondheid, cultuur enz.) aan te moedigen om samen te werken om volwassenen van alle leeftijden te motiveren en in staat te stellen om de levensvaardigheden en sleutelcompetenties te verwerven die hen de nodige weerbaarheid en het nodige aanpassingsvermogen bieden om met veranderingen en onzekerheid om te gaan.
  • Het promoten van Erasmus+ bij alle burgers en generaties: Er wordt prioriteit verleend aan projecten die onderwijsmogelijkheden en uitwisselingen van ervaringen creëren en promoten bij ouderen, om zo de Europese identiteit op te bouwen en te versterken.

Op het gebied van jongerenzaken:

Er zal prioriteit worden verleend aan acties die bijdragen aan de kerngebieden van de EU-strategie voor jongeren 2019‑2027: jonge mensen betrekken, verbinden en sterker maken. Er zal bijzondere aandacht worden geschonken aan het versterken van sectoroverschrijdende samenwerking die meer synergieën mogelijk maakt tussen verschillende actiegebieden die jongeren aanbelangen, aan het bevorderen van jongerenparticipatie van verschillende omvang en in verschillende vormen en aan het ondersteunen van actief burgerschap bij jongeren, in het bijzonder bij jongeren die het risico lopen op sociale uitsluiting. Specifieke prioriteiten op het gebied van jeugdzaken zijn onder meer:

  • Het bevorderen van actief burgerschap, de zin voor initiatief van jongeren en ondernemerschap bij jongeren, met inbegrip van sociaal ondernemerschap: De prioriteit is erop gericht actief burgerschap bij jongeren te bevorderen, met name via vrijwilligerswerk en solidariteit, en versterkt zo de zin voor initiatief van jongeren, met name op maatschappelijk gebied, en ondersteunt hun gemeenschappen. Met projecten in het kader van deze prioriteit kan ook ondernemerschap, creatief leren en sociaal ondernemerschap bij jongeren worden bevorderd. Interculturele dialoog, kennis en erkenning van diversiteit en het bevorderen van verdraagzaamheid zijn van essentieel belang voor deze prioriteit.
  • Het verhogen van de kwaliteit, de innovatie en de erkenning van jeugdwerk: Deze prioriteit is erop gericht de erkenning en validering van jeugdwerk en informeel en niet-formeel leren op alle niveaus te bevorderen en hoogwaardige ontwikkeling en innovatie op het gebied van jeugdwerk te ondersteunen. Dit omvat capaciteitsopbouw van jeugdwerkers in hun online- en offlinepraktijken en steun voor de ontwikkeling en uitwisseling van methoden om gemarginaliseerde jongeren te bereiken, racisme en onverdraagzaamheid bij jongeren te voorkomen en de risico’s, kansen en gevolgen van digitalisering aan te pakken.
  • Het versterken van de inzetbaarheid van jongeren: Deze prioriteit is bedoeld om de sleutelcompetenties en basisvaardigheden van jongeren te versterken. De jeugdsector speelt een belangrijke rol om de overgang van jongeren naar volwassenheid vergemakkelijken, onder meer door hun integratie op de arbeidsmarkt te ondersteunen. Activiteiten die gericht zijn op de integratie en inzetbaarheid van kansarme jongeren (waaronder jongeren die geen baan hebben noch onderwijs of een opleiding volgen), waarbij de klemtoon in het bijzonder ligt op jongeren die gemarginaliseerd dreigen te raken en op jongeren met een migrantenachtergrond, staan centraal in deze prioriteit.
  • Het versterken van de banden tussen beleid, onderzoek en praktijk: Met deze prioriteit wordt de behoefte aan sterkere verbanden tussen beleid, onderzoek en praktijk op het gebied van jeugdzaken aangepakt, om de behoeften beter aan te tonen en de beleidsvorming te vergemakkelijken. Activiteiten om een betere kennis over de situatie van jongeren en jeugdbeleid in Europa en daarbuiten te bevorderen, zullen een belangrijke rol spelen in deze prioriteit.

Op het gebied van sport:

Er zal prioriteit worden verleend aan partnerschappen die bijdragen aan de uitvoering van belangrijke beleidsdocumenten, zoals het EU-werkplan voor sport (2021-2024) of de aanbeveling van de Raad over de stimulering van gezondheidsbevorderende lichaamsbeweging. Specifieke prioriteiten op het gebied van sport zijn onder meer:

  • Het aanmoedigen van de deelname aan sport en lichaamsbeweging: in projecten in het kader van deze prioriteit zal de nadruk vooral liggen op a) de toepassing van de aanbeveling van de Raad over de stimulering van gezondheidsbevorderende lichaamsbeweging, de EU-richtsnoeren voor lichaamsbeweging en de Tartu Call voor een gezonde levensstijl, b) het ondersteunen van de uitvoering van de Europese weken van de sport, c) het bevorderen van sport en lichaamsbeweging als hulpmiddel voor gezondheid, en d) het bevorderen van alle activiteiten die de beoefening aanmoedigen van sport en lichaamsbeweging, met inbegrip van traditionele sporten en spelen en intergenerationele sportbeoefening.
  • Het bevorderen van integriteit en waarden in de sport: projecten in het kader van deze prioriteit zullen hoofdzakelijk zijn toegespitst op a) het bestrijden van dopinggebruik, b) het bestrijden van wedstrijdvervalsing en corruptie in de sport, c) het verbeteren van goed bestuur op sportgebied, en d) het promoten van de positieve waarden van sport.
  • Het bevorderen van onderwijs in en door middel van sport: projecten in het kader van deze prioriteit zullen er hoofdzakelijk op gericht zijn a) de ontwikkeling van vaardigheden in sport te ondersteunen, b) dubbele loopbanen van sporters aan te moedigen, c) de kwaliteit van coaching en personeel te bevorderen, d) mobiliteit te gebruiken als hulpmiddel om kwalificaties te verbeteren, en e) het bevorderen van de inzetbaarheid door middel van sport.
  • Het bestrijden van geweld en racisme, discriminatie en onverdraagzaamheid in de sport en de aanpak van gewelddadige radicalisering: projecten in het kader van deze prioriteit zullen hoofdzakelijk gericht zijn op het bestrijden van gedrag dat een negatieve invloed kan hebben op sportbeoefening en op de samenleving in het algemeen. Projecten zullen bijdragen aan de bestrijding van alle vormen van discriminatie en zullen gelijkheid in de sport, waaronder gendergelijkheid, bevorderen.
  1. PB C 417 van 2.12.2020, blz. 1.

.foot {font-size: 0.8em; margin-left: 2.5em; border-top: 1px solid black;} table, td, tr{border: 1px solid black; cellpadding="1"; cellspacing="1";} table{margin-bottom: 30px;}