Skip to main content

Erasmus+

EU programme for education, training, youth and sport

Deze webpagina geeft nog geen weergave van de inhoud van de programmagids van Erasmus+ 2022. Maar u kunt de volledige gids voor 2022 in de door u gekozen taal in pdf-formaat downloaden door te klikken op “Download” op de rechterkant van deze pagina.

Mobiliteitsprojecten voor jongeren - “Uitwisselingen van Jongeren”

In het kader van deze actie[1] kunnen organisaties en informele groepen jongeren steun ontvangen om projecten uit te voeren die jongeren uit verschillende landen samenbrengen opdat zij kunnen deelnemen aan uitwisselingen en kunnen leren buiten hun formele onderwijsstelsel.

Doelstellingen van de actie

Erasmus+ ondersteunt de niet-formele leermobiliteit van jongeren in de vorm van jongerenuitwisselingen, om jongeren zo warm te maken en in staat te stellen om actieve burgers te worden, hen aan het Europese project te verbinden en hen te helpen om competenties te verwerven en te ontwikkelen voor hun latere leven en hun professionele toekomst.

De uitwisseling van jongeren is meer specifiek bedoeld om:

  • de interculturele dialoog te bevorderen en jongeren een Europagevoel bij te brengen;
  • de vaardigheden en attitudes van jongeren te ontwikkelen;
  • de Europese waarden te versterken en vooroordelen en stereotypen te ontkrachten;
  • jongeren bewuster te maken van sociaal relevante thema’s en hen aldus te stimuleren om zich in te zetten voor de samenleving en er actief aan deel te nemen.

De actie staat open voor alle jongeren, met bijzondere aandacht voor de kansarme jeugd.

Beleidscontext

De EU-strategie voor jongeren 2019‑2027 stelt een kader vast voor Europese samenwerking in jeugdzaken, op grond van de mededeling van de Commissie “Jongeren betrekken, verbinden en versterken: een nieuwe EU-strategie voor jongeren” van 22 mei 2018. Met de strategie worden jongeren aangemoedigd deel te nemen aan het democratische leven, wordt hun maatschappelijke betrokkenheid en burgerzin gesteund en wordt ernaar gestreefd dat alle jongeren over de nodige middelen beschikken om te participeren in de samenleving. De EU-strategie voor jongeren omvat ook de EU-jongerendialoog. In het kader van dat proces zijn in 2018 elf Europese jeugddoelstellingen ontwikkeld. Deze doelstellingen brengen sectoroverschrijdende gebieden in kaart die van invloed zijn op het leven van jongeren en wijzen op uitdagingen. De EU-strategie voor jongeren moet bijdragen tot de verwezenlijking van deze visie van jongeren. In haar kerngebied “Verbinden” bevordert de EU-strategie voor jongeren de contacten, relaties en uitwisseling van ervaringen tussen jongeren als een onontbeerlijke troef voor de toekomstige ontwikkeling van de EU. Deze verbondenheid tussen jongeren kan het best worden gestimuleerd aan de hand van verschillende vormen van mobiliteit. Een daarvan is de uitwisseling van jongeren.

https://europa.eu/youth/strategy_nl

Thematische strategieën op het gebied van jeugdzaken

Het Erasmus+-programma is bedoeld om de participatie van jongeren, de verbetering van de kwaliteit van informele en niet-formele leerprocessen en de ontwikkeling van kwaliteitsvol jeugdwerk te bevorderen. Verdere steun op deze gebieden is beschikbaar via specifieke thematische strategieën, zoals de strategie voor jongerenparticipatie, Youthpass en de Europese opleidingsstrategie (ETS)[2].

Beschrijving van de activiteiten

Uitwisseling van jongeren

Jongerenuitwisselingen zijn bijeenkomsten van groepen jongeren uit ten minste twee verschillende landen, die voor een korte periode bijeenkomen om samen een niet-formeel leerprogramma uit te voeren (een mix van workshops, oefeningen, debatten, rollenspellen, simulaties, buitenactiviteiten enz.) rond een thema dat hen interesseert en geïnspireerd is door de Europese jongerendoelstellingen[3]. Deze leerperiode omvat een voorbereidende fase evenals een evaluatie en follow-up na de uitwisseling.

De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor subsidieverlening in het kader van uitwisselingen van jongeren: academische studiereizen; uitwisselingsactiviteiten die gericht zijn op het maken van financiële winst; uitwisselingsactiviteiten die kunnen worden aangemerkt als toerisme; festivals; vakantiereizen; tournees, statutaire vergaderingen, door volwassenen gegeven opleidingscursussen voor jongeren.

In aanvulling op de uitwisseling van jongeren kunnen de projecten ook voorbereidende bezoeken omvatten.

Voorbereidende bezoeken

Voorbereidende bezoeken hebben tot doel activiteiten van hoge kwaliteit te waarborgen door administratieve regelingen te vergemakkelijken en voor te bereiden, vertrouwen en begrip op te bouwen en een solide partnerschap tussen de betrokken organisaties en mensen tot stand te brengen. In het geval van uitwisselingen van kansarme jongeren moet het voorbereidende bezoek ervoor zorgen dat zal worden voorzien in de specifieke behoeften van de deelnemers. Voorbereidende bezoeken vinden plaats in het land van een van de ontvangende organisaties voordat de uitwisselingsactiviteit van start gaat.

Een project opzetten

Een project wordt uitgevoerd door minstens twee organisaties. De organisaties die bij een project betrokken zijn, moeten daar voordeel uit trekken; het project moet daarom overeenstemmen met hun doelstellingen en voorzien in hun behoeften. De betrokken organisaties fungeren als “uitzendende” en/of “ontvangende” organisatie. Het laatste betekent dat ze optreden als gastheer voor de activiteit en de deelnemers. Een van de organisaties neemt ook de rol van coördinator op zich en dient namens het partnerschap de aanvraag voor het gehele project in.

Een project verloopt in vier stadia: planning, voorbereiding, uitvoering en follow-up. Zowel de deelnemende organisaties als de jongeren die bij de activiteiten betrokken zijn, moeten een actieve rol opnemen tijdens al die stadia en op die manier hun leerervaring versterken.

  • planning (vaststelling van de behoeften, doelstellingen, leerresultaten, activiteitsvormen, uitwerking van het werkprogramma, tijdschema van de activiteiten enz.);
  • voorbereiding (praktische regelingen, sluiten van overeenkomsten met partners, taalkundige/interculturele/leer- en taakgerelateerde voorbereiding van deelnemers vóór het vertrek enz.);
  • uitvoering van de activiteiten;
  • follow-up (evaluatie van de activiteiten, aanwijzing en documentatie van de leerresultaten van de deelnemers, verspreiding en gebruik van de projectresultaten).

Een jongerenuitwisseling van goede kwaliteit:

  • berust op de actieve betrokkenheid van de jongeren en deelnemende organisaties, die in alle stadia van het project een actieve rol moeten vervullen en op die manier hun leerervaring en persoonlijke ontwikkeling versterken;
  • is erop gericht diverse groepen deelnemers te betrekken en bouwt voort op deze diversiteit;
  • vertrekt van de duidelijk omschreven behoeften van de jonge deelnemers;
  • zorgt ervoor dat de niet-formele en informele leerresultaten van de deelnemers correct in kaart worden gebracht en gedocumenteerd;
  • moedigt de deelnemers ertoe aan na te denken over Europese thema’s en waarden.

Leerproces

Bij het opzetten van een jongerenuitwisseling in het kader van niet-formeel leren moet ten minste een deel van de gewenste leerresultaten vooraf worden gepland, zodat de passende mogelijkheden zijn gegarandeerd. De jongeren die deelnemen aan de activiteit, moeten bijdragen aan de identificatie van hun behoeften en vermelden wat zij willen leren of verder wensen te ontwikkelen aan de hand van de uitwisseling.

De deelnemers moeten ook zoveel mogelijk worden betrokken bij het ontwerp en de ontwikkeling van de activiteit (de opzet van het programma, de gehanteerde werkmethoden en de taakverdeling) en nadenken over hoe ze zich kunnen voorbereiden om tijdens de uitwisseling zoveel mogelijk op te steken en aan zichzelf te werken.

Na afloop van de kernactiviteit moet aan de deelnemers feedback worden gevraagd, moeten ze worden aangespoord na te denken over wat ze allemaal hebben geleerd en hoe ze deze leerresultaten kunnen benutten. Voorts moeten de deelnemers een mogelijke follow-up van de activiteit overwegen. Dit kan individueel gebeuren en, waar mogelijk, in groepsvorm.

Organisaties moeten het leerproces en het in kaart brengen en documenteren van de leerresultaten ondersteunen, met name aan de hand van Youthpass.

Inclusie en diversiteit

Het Erasmus+-programma beoogt gelijke kansen en toegang, inclusie en billijkheid in al zijn acties te bevorderen. Organisaties moeten toegankelijke en inclusieve projectactiviteiten opzetten, waarbij zij rekening moeten houden met de standpunten van kansarme deelnemers en hen bij het besluitvormingsproces moeten betrekken. 

Uitwisselingen van jongeren zijn bijzonder goed geschikt voor de inclusie van kansarme jongeren:

  • groepsmobiliteit biedt hen een internationale mobiliteitservaring in de veilige omgeving van een groep;
  • door de korte duur van een uitwisseling voor jongeren kunnen ook kansarme jongeren hieraan deelnemen;
  • doordat plaatselijke deelnemers bij de uitwisseling betrokken zijn, is het gemakkelijker om voor het eerst aan een Europees project deel te nemen.

Uitwisselingen van jongeren zijn ook geschikt om te werken aan inclusie en diversiteit als onderwerp van het project, bijvoorbeeld door stereotypen te ontkrachten en begrip, tolerantie en non-discriminatie te bevorderen. 

Bescherming en veiligheid van deelnemers

Bij een uitwisseling van jongeren zijn groepsleiders betrokken. Groepsleiders houden toezicht op de deelnemers en steunen hen om tijdens de kernactiviteit een hoogwaardig leerproces te kunnen garanderen. Tegelijkertijd zorgen zij voor een veilige, respectvolle en niet-discriminerende omgeving en bescherming van de deelnemers. Tijdens de planning en voorbereiding van de jongerenuitwisseling moeten de bescherming en veiligheid van de deelnemers aandachtspunten zijn en moeten alle nodige maatregelen zijn getroffen om risico’s te voorkomen/beperken.

Milieuduurzaamheid

Een uitwisseling van jongeren moet bij de deelnemers milieuduurzaam en verantwoord gedrag bevorderen, zodat zij zich er bewuster van worden dat het belangrijk is te handelen met het oog op de verkleining of compensatie van de milieuvoetafdruk van de mobiliteitsactiviteiten. Een jongerenuitwisseling moet milieubewust worden ontworpen en uitgevoerd door bijvoorbeeld duurzame praktijken te integreren zoals de keuze van herbruikbare of milieuvriendelijke materialen, afvalbeperking en recycling, en duurzame vervoermiddelen.

Digitale transitie

Het Erasmus+-programma ondersteunt alle deelnemende organisaties bij het integreren van het gebruik van digitale hulpmiddelen en leermethoden als aanvulling op hun fysieke activiteiten, om de samenwerking tussen partnerorganisaties te verbeteren en ook de kwaliteit van de activiteiten te verbeteren.

Kwaliteitsnormen voor Erasmus Jeugd

De uitvoering van alle projecten die steun krijgen uit hoofde van deze actie moet voldoen aan de kwaliteitsnormen voor Erasmus Jeugd voor het organiseren van hoogwaardige activiteiten in het kader van leermobiliteit. De kwaliteitsnormen voor Erasmus Jeugd hebben betrekking op de basisbeginselen van de actie en op de concrete praktijken voor de uitvoering van projecttaken, zoals de selectie en voorbereiding van deelnemers, de vaststelling, evaluatie en erkenning van de leerresultaten, het delen van projectresultaten enz. De kwaliteitsnormen voor Erasmus Jeugd zijn te vinden op: https://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/resources/documents/erasmus-quality-standards-mobility-projects-youth_nl

 

Criteria voor de beoordeling van dit project

Subsidiabiliteitscriteria

Algemene subsidiabiliteitscriteria

De hieronder vermelde algemene criteria gelden voor standaardprojecten voor de uitwisseling van jongeren. Raadpleeg het desbetreffende hoofdstuk van deze gids voor meer informatie over accreditaties.

In aanmerking komende deelnemende organisaties

Deelnemende organisaties kunnen zijn:

  • organisaties of verenigingen zonder winstoogmerk, niet-gouvernementele organisaties (ngo’s); Europese jeugd-ngo’s; lokale, regionale of nationale publieke organen; sociale ondernemingen; organen met winstoogmerk die zich inzetten voor maatschappelijk verantwoord ondernemen;
  • informele groepen jongeren[4].

gevestigd in een programmaland of een partner-buurland van de EU (regio's 1 tot en met 4; zie deel A van deze gids onder “Begunstigde landen”).

Wie kan een aanvraag indienen?

Elke in aanmerking komende deelnemende organisatie of groep die in een programmaland gevestigd is, kan een subsidie aanvragen. Deze organisatie dient de aanvraag in namens alle deelnemende organisaties die bij het project betrokken zijn[5].

Aantal deelnemende organisaties

Er moeten minstens twee deelnemende organisaties (ten minste één uitzendende en ten minste één ontvangende organisatie) uit verschillende landen bij betrokken zijn.

Projectduur

3 tot 24 maanden.

Waar aanvragen?

Bij het nationale agentschap in het land waar de aanvragende organisatie is gevestigd.

Wanneer aanvragen?

De aanvragers moeten hun subsidieaanvraag uiterlijk indienen op:

11 mei om 12:00:00 uur (’s middags, Belgische tijd) voor projecten die van start gaan tussen 1 augustus en 31 december van datzelfde jaar.

5 oktober om 12:00:00 uur (’s middags, Belgische tijd) voor projecten die van start gaan tussen 1 januari en 31 mei van het daaropvolgende jaar.

Hoe aanvragen?

In deel C van deze gids wordt uiteengezet hoe de aanvraag wordt ingediend.

Bijlagen

Een verklaring op erewoord van de wettelijke vertegenwoordiger moet bij het aanvraagformulier worden gevoegd.

Voor elke geplande uitwisseling van jongeren en voor elk gepland voorbereidend bezoek van het project moet een tijdschema bij het aanvraagformulier worden gevoegd.

Aanvullende subsidiabiliteitscriteria voor de uitwisseling van jongeren

Duur van de activiteit

5 tot 21 dagen, exclusief reisdagen.

Locatie(s) van de activiteit

De activiteit moet plaatsvinden in het land van een van de deelnemende organisaties (of in verschillende landen als er sprake is van rondreizende activiteiten).

Aantal deelnemende organisaties

Er moeten minstens twee deelnemende organisaties (ten minste één uitzendende en ten minste één ontvangende organisatie) uit verschillende landen bij betrokken zijn.

Activiteiten binnen de programmalanden: alle deelnemende organisaties moeten afkomstig zijn uit een programmaland.

Activiteiten met partner-buurlanden van de EU: bij de activiteit moet minstens één deelnemende organisatie uit een programmaland betrokken zijn alsook één deelnemende organisatie uit een partner-buurland van de EU.

In aanmerking komende deelnemers

Jongeren tussen 13 en 30 jaar[6] die ingezetenen zijn van de landen van hun uitzendende en ontvangende organisaties.

Groepsleiders[7] en faciliterende medewerkers die betrokken zijn bij de uitwisseling moeten ten minste 18 jaar oud zijn.

Aantal deelnemers en samenstelling van nationale groepen

Minimaal 16 en maximaal 60 deelnemers per activiteit (groepsleiders, faciliterende medewerkers en begeleiders niet inbegrepen). In het geval van jongerenuitwisselingen waarbij uitsluitend kansarme jongeren betrokken zijn, is er een minimum van tien deelnemers.

Minimaal twee groepen jongeren uit twee verschillende landen.

Elke groep moet minstens één groepsleider hebben.

Maximaal één faciliterende medewerker per activiteit.

Overige criteria

  • Minstens een van de uitzendende organisaties of de ontvangende organisaties van de activiteit moet afkomstig zijn uit het land van het nationale agentschap waarbij de aanvraag wordt ingediend.

Aanvullende subsidiabiliteitscriteria voor voorbereidende bezoeken

Locatie(s) van de activiteit

De activiteit moet plaatsvinden in het land van een van de ontvangende organisaties.

In aanmerking komende deelnemers

Vertegenwoordigers van de deelnemende organisaties, faciliterende medewerkers, groepsleiders en jongeren die deelnemen aan de hoofdactiviteit.

Toekenningscriteria

Projecten worden beoordeeld op grond van de volgende criteria. De voorstellen moeten een minimumscore van 60 punten behalen om voor financiële steun in aanmerking te komen. Bovendien moeten de voorstellen een score van minstens de helft van het maximale aantal punten behalen in elke categorie van de hieronder vermelde toekenningscriteria.

Relevantie, motivering en effecten

(maximaal 30 punten)

  • De mate waarin het project relevant is voor:
  • de doelstellingen van de actie;
  • de behoeften van de deelnemende organisaties en deelnemers.
  • De mate waarin het project geschikt is om voor de deelnemers hoogwaardige leerresultaten op te leveren.
  • De potentiële effecten van het project:
  • op deelnemers en deelnemende organisaties tijdens en na afloop van het project;
  • buiten de organisaties en personen die rechtstreeks deelnemen aan het project, op lokaal, regionaal, nationaal en/of Europees of mondiaal niveau.
  • De mate waarin het project geschikt is om bij te dragen aan de inclusie en diversiteit en aan de groene, digitale en participatieve dimensies van het programma;
  • de mate waarin bij het project ook nieuwe deelnemers aan de actie en minder ervaren organisaties betrokken zijn.

Kwaliteit van het projectontwerp

(maximaal 40 punten)

  • de consistentie tussen vastgestelde behoeften, projectdoelstellingen, deelnemerprofielen en de voorgestelde activiteiten;
  • de duidelijkheid, volledigheid en kwaliteit van alle fasen van het project: voorbereiding (met inbegrip van de voorbereiding die aan de deelnemers wordt geboden), uitvoering van de activiteiten en follow-up;
  • de mate waarin de jongeren bij alle fasen van de activiteiten betrokken zijn;
  • de mate waarin de activiteiten zijn ontworpen op een toegankelijke en inclusieve manier en openstaan voor deelnemers met diverse achtergronden en capaciteiten; 
  • de mate waarin de voorgestelde participatieve leermethoden geschikt zijn, met inbegrip van eventuele virtuele onderdelen;
  • de kwaliteit van de regelingen en de ondersteuning van het bezinningsproces, het in kaart brengen en documenteren van de leerresultaten van de deelnemers, en het consistente gebruik van Europese instrumenten voor transparantie en erkenning, met name Youthpass;
  • de evenwichtige vertegenwoordiging van deelnemers op het gebied van landen en geslacht;
  • de toereikendheid en doeltreffendheid van de maatregelen die in acht worden genomen om de veiligheid en bescherming van de deelnemers te waarborgen;
  • de mate waarin de activiteiten duurzame en milieuvriendelijke praktijken integreren.

Kwaliteit van het projectbeheer

(maximaal 30 punten)

  • de kwaliteit van de praktische regelingen, beheersvoorschriften en vormen van ondersteuning;
  • de kwaliteit van de samenwerking en communicatie, niet alleen tussen de deelnemende organisaties, maar ook met andere relevante belanghebbenden;
  • de kwaliteit van maatregelen om de verschillende fasen en resultaten van het project te evalueren;
  • de geschiktheid en kwaliteit van maatregelen met het oog op de verspreiding van de projectresultaten binnen de deelnemende organisaties en daarbuiten.

FINANCIERINGSREGELS

Begrotings-rubriek

Subsidiabele kosten en toepasselijke regels

Bedrag

Organisatorische steun

Kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van mobiliteitsactiviteiten.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: op basis van het aantal deelnemers, met uitzondering van groepsleiders, begeleiders en faciliterende medewerkers.

100 EUR per deelnemer aan een jongerenuitwisseling

Reiskosten

Tegemoetkoming in de kosten die deelnemers, met inbegrip van begeleiders en faciliterende medewerkers, maken om van de plaats van oorsprong naar de locatie van de activiteit en terug te reizen.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: op basis van de reisafstand en het aantal personen.

De aanvrager moet de afstand tussen de plaats van oorsprong en de locatie van de activiteit aangeven[8] met behulp van de door de Europese Commissie ondersteunde afstandscalculator[9].

Voor rondreizende activiteiten moet de aanvrager de afstanden tussen de afzonderlijke locaties optellen en de reisafstandcategorie selecteren die overeenkomt met het totaal[10].

Reisafstanden

Standaardreis

Groen reizen

0 – 99 km

23 EUR

 

100 – 499 km

180 EUR

210 EUR

500 – 1 999 km

275 EUR

320 EUR

2 000 – 2 999 km

360 EUR

410 EUR

3 000 – 3 999 km

530 EUR

610 EUR

4 000 – 7 999 km

820 EUR

 

8 000 km of meer

1 500 EUR

 

Individuele steun

Verblijfkosten.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: op basis van de verblijfsduur per deelnemer, met inbegrip van groepsleiders, begeleiders en faciliterende medewerkers (indien nodig), met inbegrip van één reisdag vóór de activiteit en één reisdag na de activiteit, en maximaal vier aanvullende dagen voor deelnemers die een subsidie voor groen reizen ontvangen.

Tabel A2.1 per deelnemer per dag

Steun voor inclusie

Kosten in verband met de organisatie van mobiliteitsactiviteiten voor kansarme deelnemers.

Financieringsmechanisme: tegemoetkoming in de eenheidskosten.

Toewijzingsregel: op basis van het aantal kansarme deelnemers, met uitzondering van groepsleiders, begeleiders en faciliterende medewerkers.

100 EUR per deelnemer aan een jongerenuitwisseling

Extra kosten die rechtstreeks verband houden met kansarme deelnemers en hun begeleiders, met inbegrip van groepsleiders en faciliterende medewerkers (met inbegrip van gerechtvaardigde reis- en verblijfkosten, voor zover voor deze deelnemers geen subsidie is aangevraagd in het kader van de rubrieken “reiskosten” of “individuele steun”).

Financieringsmechanisme: werkelijke kosten.

Toewijzingsregel: de aanvraag moet worden gemotiveerd door de aanvrager en door het nationale agentschap worden goedgekeurd.

100 % van de subsidiabele kosten

Ondersteuning voorbereidend bezoek

Kosten in verband met een voorbereidend bezoek, met inbegrip van reis- en verblijfkosten.

Financieringsmechanisme: eenheidskosten.

Toewijzingsregel: deelnemers van de ontvangende organisatie zijn uitgesloten van deze vorm van steun. Er kan maximaal 1 deelnemer per deelnemende organisatie worden gefinancierd per activiteit. Er staat geen beperking op het aantal faciliterende medewerkers dat deelneemt aan de hoofdactiviteit. Voorwaardelijk: de noodzaak van een voorbereidend bezoek en de doelstellingen en deelnemers moeten worden gemotiveerd door de aanvrager en door het nationale agentschap worden goedgekeurd.

575 EUR per deelnemer per voorbereidend bezoek.

Buitengewone kosten

Kosten voor een financiële garantie, indien het nationaal agentschap daarom verzoekt.

Visum- en visumgerelateerde kosten, verblijfsvergunningen, vaccinaties en medische certificaten. Hoge reiskosten van deelnemers, met uitzondering van groepsleiders, begeleiders en faciliterende medewerkers; met inbegrip van kosten als gevolg van het gebruik van schonere vervoermiddelen met lagere CO2-uitstoot.

Financieringsmechanisme: werkelijke kosten.

Toewijzingsregel: de aanvraag moet worden gemotiveerd door de aanvrager en door het nationale agentschap worden goedgekeurd.

Financiële garantie: 80 % van de subsidiabele kosten

Hoge reiskosten: 80 % van de subsidiabele kosten

Visum- en visumgerelateerde kosten, verblijfsvergunningen, vaccinaties en medische certificaten: 100 % van de subsidiabele kosten

Tabel A2.1 Individuele steun voor jongerenuitwisselingen

 

 

Individuele steun (in euro per dag)

 

Oostenrijk

45 EUR

België

42 EUR

Bulgarije

32 EUR

Kroatië

35 EUR

Cyprus

32 EUR

Tsjechië

32 EUR

Denemarken

45 EUR

Estland

33 EUR

Finland

45 EUR

Republiek Noord-Macedonië

28 EUR

Frankrijk

38 EUR

Duitsland

41 EUR

Griekenland

38 EUR

Hongarije

33 EUR

IJsland

45 EUR

Ierland

49 EUR

Italië

39 EUR

Letland

34 EUR

Liechtenstein

45 EUR

Litouwen

34 EUR

Luxemburg

45 EUR

Malta

39 EUR

Nederland

45 EUR

Noorwegen

50 EUR

Polen

34 EUR

Portugal

37 EUR

Roemenië

32 EUR

Servië

29 EUR

Slowakije

35 EUR

Slovenië

34 EUR

Spanje

34 EUR

Zweden

45 EUR

Turkije

32 EUR

Partner-buurlanden

29 EUR

  1. Het grootste deel van het budget voor deze actie wordt toegewezen ter ondersteuning van transnationale activiteiten waarbij organisaties en deelnemers uit programmalanden zijn betrokken. Ongeveer 25 % van het beschikbare budget kan evenwel worden benut om internationale mobiliteitsactiviteiten met inbegrip van organisaties en deelnemers uit programma- en partner-buurlanden van de Europese Unie te subsidiëren (regio’s 1 tot en met 4; zie deel A van deze gids onder “Begunstigde landen”).

  2. De strategieën zijn te vinden op: https://www.salto-youth.net/

  3. De Europese jongerendoelstellingen zijn ontwikkeld in het kader van de EU-strategie voor jongeren. Deze doelstellingen brengen sectoroverschrijdende gebieden in kaart die van invloed zijn op het leven van jongeren en wijzen op uitdagingen. https://ec.europa.eu/youth/policy/youth-strategy_en

  4. Een groep van ten minste vier jongeren tussen 13 en 30 jaar oud. Een van de groepsleden die minimaal 18 jaar oud moet zijn, neemt de rol van vertegenwoordiger op zich en aanvaardt de verantwoordelijkheid namens de groep. U vindt de definitie van een informele groep jongeren in de verklarende termenlijst. In het kader van deze actie en de bepalingen in verband daarmee valt “een informele groep jongeren” onder het begrip “deelnemende organisatie”. Wanneer naar een “deelnemende organisatie” wordt verwezen, houdt dit in dat ook naar een “informele groep jongeren” wordt verwezen.

  5. Deelnemende organisaties moeten een mandaat voor de aanvragende organisatie ondertekenen. De volmachten moeten worden verstrekt bij de aanvraag en ten laatste op het ogenblik waarop de subsidieovereenkomst wordt ondertekend. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

  6. Gelieve de volgende punten in overweging te nemen: 

    minimale leeftijdsgrenzen — deelnemers moeten de minimumleeftijd hebben bereikt op de dag dat de activiteit van start gaat;

    maximale leeftijdsgrenzen — deelnemers mogen niet ouder zijn dan de aangegeven maximumleeftijd op de dag dat de activiteit van start gaat.

  7. Een groepsleider is een volwassene die de deelnemers aan een uitwisseling van jongeren begeleidt om een doeltreffende leerervaring, bescherming en veiligheid te waarborgen.

  8. Indien bijvoorbeeld iemand uit Madrid (Spanje) deelneemt aan een activiteit in Rome (Italië), moet de aanvrager de afstand van Madrid naar Rome berekenen (1 365,28 km) en vervolgens de toepasselijke reisafstandscategorie selecteren (bv. tussen 500 en 1 999 km).    

  9. https://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/resources/distance-calculator_nl

  10. Indien bijvoorbeeld iemand uit Madrid (Spanje) deelneemt aan een rondtrekkende activiteit die eerst in Rome (Italië) plaatsvindt en vervolgens in Ljubljana (Slovenië), moet de aanvrager eerst a) de afstand van Madrid naar Rome berekenen (1 365,28 km), dan van Rome naar Ljubljana (489,75 km) en vervolgens beide afstanden bij elkaar optellen (1 855,03 km), b) de toepasselijke categorie van de reisafstand selecteren (d.w.z. tussen 500 en 1 999 km) en c) het bedrag berekenen van de EU-subsidie als bijdrage in de reiskosten van de deelnemer van Madrid naar Ljubljana (via Rome) en terug (275 EUR).

.foot {font-size: 0.8em; margin-left: 2.5em; border-top: 1px solid black;} table, td, tr{border: 1px solid black; cellpadding="1"; cellspacing="1";} table{margin-bottom: 30px;}
Tagged in: